Zoekresultaat: 148 artikelen

x

Jurisprudentie

De keuze tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude

Noot bij HR 6 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1496

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden art. 227b Sr, Aanwijzing sociale zekerheidsfraude, niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie, keuzecriteria, vervolgingsbeslissing, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    De keuze tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving speelt niet uitsluitend op academisch niveau, maar is ook van belang voor de praktijk van de rechtshandhaving. In de onderhavige zaak is de verdachte veroordeeld wegens medeplegen van uitkeringsfraude, hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 227b Sr. Volgens de verdediging dient het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vervolging, omdat het de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude niet heeft nageleefd. In plaats van een strafrechtelijke vervolging zou de zaak bestuursrechtelijk moeten zijn afgedaan. De Hoge Raad verwerpt de klacht van de verdediging. Volgens de Hoge Raad heeft het gerechtshof vastgesteld dat ten tijde van de vervolgingsbeslissing, in december 2016, op basis van de toen bekend zijnde gegevens over het benadelingsbedrag, was voldaan aan de criteria van de Aanwijzing.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het toezicht op de opsporing

Enkele aspecten van het toezicht door de officier van justitie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, toezicht, rechterlijke controle, normering, opsporingsonderzoek
Auteurs Mr. dr. M. Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad staat een terughoudende rechterlijke controle van het vooronderzoek voor. Aan deze opstelling ligt de gedachte ten grondslag dat de controle op de strafvorderlijke overheid vooral een taak is van andere instanties, zoals de officier van justitie en in meer algemene zin het OM. Alom wordt aangenomen dat de officier van justitie een belangrijke verantwoordelijkheid heeft in dezen. Over hoe in de praktijk invulling wordt gegeven aan deze taak is echter weinig bekend. Dit artikel bespreekt op basis van eerder verricht onderzoek een aantal aspecten van het toezicht dat door de officier van justitie wordt uitgeoefend op de opsporing.


Mr. dr. M. Samadi
Mr. dr. M. Samadi is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De (niet-)ontvankelijkheid van het OM en het rechterlijk pardon

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden vormverzuimen, niet-ontvankelijkheid, rechterlijk pardon, 359a Sv
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad stelt hoge eisen aan de niet-ontvankelijkverklaring van het OM. De wetgever lijkt in de moderniseringsoperatie van het Wetboek van Strafvordering iets meer ruimte te willen geven voor situaties waarin de rechter al te grof is misleid, maar waarin door herstel van de vormverzuimen de waarheidsvinding niet wezenlijk is aangetast. Intussen lijken rechters soms middels een zogenaamd rechterlijk pardon (art. 9a Sr) verholen niet-ontvankelijkheid uit te spreken. Hoe zit dat?


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair hoofddocent straf(proces)recht en is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Kroniek materieel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2020
Auteurs Rachel Bruinen, Dirk Dammers, Alexandra Emsbroek e.a.

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Chaimae Ihataren

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen

Ben Polman

Robert Malewicz

Debora Middelburg
Article

Access_open Between Legal Certainty and Doubt

The Developments in the Procedure to Overturn Wrongful Convictions in the Netherlands

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden revision law, post-conviction review, wrongful convictions, miscarriages of justice, criminal law, empirical research
Auteurs Nina Holvast, Joost Nan en Sjarai Lestrade
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch legislature has recently (2012) altered the legislation for post-conviction revision of criminal cases. The legislature aimed to improve the balance between the competing interests of individual justice and the finality of verdicts, by making post-conviction revision more accessible. In this article we describe the current legal framework for revising cases. We also study how the revision procedure functions in practice, by looking at the types and numbers of (successful) requests for further investigations and applications for revision. We observe three challenges in finding the right balance in the revision process in the Netherlands. These challenges concern: 1) the scope of the novum criterion (which is strict), 2) the appropriate role of an advisory committee (the ACAS) in revision cases (functioning too much as a pre-filter for the Supreme Court) and, 3) the difficulties that arise due to requiring a defence council when requesting a revision (e.g., financial burdens).


Nina Holvast
Nina Holvast is Assistant Professor at the Erasmus Universiteit Rotterdam.

Joost Nan
Joost Nan is Associate Professor at the Erasmus University Rotterdam.

Sjarai Lestrade
Sjarai Lestrade is Assistant Professor at the Radboud University Nijmegen.
Artikel

De ‘Blue Whale Challenge’ en het strafrecht

Een strafrechtelijke analyse van een spel dat automutilatie en zelfmoord promoot, is er noodzaak tot strafrechtelijke heroriëntatie?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Blue Whale Challenge, aanzetten tot zelfdoding, hulp bij zelfdoding, artikel 294 Sr, zelfmoordspel
Auteurs Mr. S. (Sam) van den Akker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het weerzinwekkende zelfmoordspel de ‘Blue Whale Challenge’ geanalyseerd. De auteur staat in het artikel stil bij de strafbaarstellingen van het aanzetten tot zelfdoding en het bieden van hulp bij zelfdoding, waarna een analyse volgt van de ‘Blue Whale Challenge’ naar Nederlands strafrecht. In deze bijdrage wordt door de auteur gezocht naar andere strafrechtelijke grondslagen om in een vroeg(er) stadium van deze ‘challenge’ in te grijpen. De bijdrage wordt afgesloten met een voorstel voor een nieuwe strafbepaling, mede ingegeven door de positieve verplichtingen van het EVRM.


Mr. S. (Sam) van den Akker
Mr. S. (Sam) van den Akker is strafrechtadvocaat bij Baumgardt Strafcassatie Advocatuur te Rotterdam. Hij behandelt voornamelijk cassatiezaken.

    Eind 2019 wees de Hoge Raad twee arresten in zaken waarin de Mr. Big-methode is ingezet om bewijsmateriaal, in de zin van een bekennende verklaring van de verdachte, te vergaren. In beide zaken is de inzet van deze methode gebaseerd op artikel 126j Sv, het stelselmatig inwinnen van informatie. Naar aanleiding van voornoemde arresten staat de auteur stil bij de verschijningsvormen van de bevoegdheid tot het stelselmatig inwinnen van informatie anno nu en de (juridische) bijzonderheden die daaraan verbonden zijn. Tevens pleit de auteur voor meer transparantie over de inzet van deze undercovermethode als een noodzakelijke voorwaarde voor een effectieve rechtmatigheids- en betrouwbaarheidstoets.


Mr. dr. S. (Sven) Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als hoogleraar straf(proces)recht verbonden aan de Open Universiteit.

    Op 21 april 2020 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van de medische tuchtcolleges in de zaak van de verpleeghuisarts die het leven van een patiënte met dementie beëindigde zonder de levensbeëindiging eerst met de patiënte te bespreken. Volgens het Regionaal Tuchtcollege Den Haag en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg had de arts wel met de patiënte moeten praten over het voornemen om haar leven te beëindigen. Deze rechtsopvatting van de tuchtcolleges heeft een hechte grondslag in gezondheidsrechtelijke en mensenrechtelijke rechtsnormen. Daarom had de Hoge Raad de rechtsopvatting van de tuchtcolleges hierover niet moeten vernietigen, maar bevestigen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/93

HR 23 juni 2020, 19/03289, ECLI:NL:HR:2020:1092

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Artikel

Drie modellen voor eigen schuld bij strafuitsluitingsgronden

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Culpa in causa, Actio libera in causa, Eigen schuld, Strafuitsluitingsgronden, Vollrausch
Auteurs Mr. R.H. (Robert) Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Nederlandse rechtspraktijk kan de rechter een beroep op een strafuitsluitingsgrond verwerpen als blijkt dat de verdachte een zekere mate van eigen schuld heeft, ondanks dat de (overige) voorwaarden zijn vervuld. In de literatuur worden bezwaren aangevoerd tegen deze pragmatische benadering en zijn alternatieve aansprakelijkheidsmodellen tot stand gekomen: eigen schuld als zelfstandig strafbaar feit en de actio libera in causa. In deze bijdrage worden beide modellen beschreven en vergeleken met de Nederlandse benadering.


Mr. R.H. (Robert) Jansen
Robert Jansen is docent/onderzoeker strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht promotieonderzoek naar culpa in causa in het stelsel van strafuitsluitingsgronden.
Artikel

Het bewijs van excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Bewijsrecht, Excepties, Formeel recht
Auteurs Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt betoogd dat de stelling dat het bewijs van excepties een lagere bewijsdrempel niet juist is. De strafrechter geeft een oordeel over het bewijs van het tenlastegelegde én over de strafbaarheid van feit en dader. Voor elk van die oordelen geldt de eis dat de feiten buiten redelijke twijfel moeten vaststaan. Er is in die zin geen onderscheid tussen de eerste vraag zoals genoemd in artikel 350 Sv en de tweede en derde vraag die in die bepaling genoemd worden. Wel wijkt de wijze waarop de rechter tot zijn oordeel over de strafbaarheid komt af van de wijze waarop hij meestal tot het bewijsoordeel komt.


Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
Wilma Dreissen is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

(On)geschreven excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Excepties, Codificatie, Strafuitsluitingsgrond, Kwalificatie-uitsluitingsgrond, Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid
Auteurs Mr. S.R. (Sven) Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    Naast de geschreven algemene en bijzondere strafuitsluitingsgronden en de ongeschreven algemene strafuitsluitingsgronden ontbreken van materiële wederrechtelijkheid en afwezigheid van alle schuld, zijn in de jurisprudentie ook verschillende ongeschreven contextgebonden excepties aanvaard, bijvoorbeeld de medische exceptie, de kunstexceptie en de sport- en spelexceptie. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of c.q. in hoeverre er aanleiding bestaat dergelijke ongeschreven excepties in de wet te verankeren.


Mr. S.R. (Sven) Bakker
Sven Bakker is als docent en onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en verricht promotieonderzoek naar contextgebonden excepties in het Nederlandse strafrecht. Tevens is hij redactiesecretaris van dit tijdschrift.

Ben Polman
Ben Polman is strafrechtadvocaat bij Cleerdin & Hamer Advocaten in Amsterdam.
Titel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2020
Auteurs Dr. Mr. Marc Schuilenburg
Auteursinformatie

Dr. Mr. Marc Schuilenburg
Gastredacteur dr. mr. M.B. Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.
Artikel

Over gewetensbeslissingen en het probleem van subjectiviteit bij rechterlijke oordeelsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden rechterlijke beslissing, Geweten, Subjectiviteit, Objectivering, Motivering
Auteurs Mr. dr. Tom van Malssen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article delineates the problem of judicial subjectivity in so-called ‘hard cases’. Decisions in such cases are essentially decisions of conscience, which in principle can escape the control mechanisms of objectivation and justification. This leads to the question as to the attributes of a good judge.


Mr. dr. Tom van Malssen
Mr. dr. T. van Malssen is advocaat (bij de Hoge Raad) bij Dirkzwager Legal & Tax en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Hij promoveerde in de politieke filosofie.
Artikel

Het vaststellen van wilsonbekwaamheid bij patiënten met dementie ter zake van beslissingen over het beëindigen van hun leven

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, schriftelijke wilsverklaring, zelfbeschikkingsrecht, Wtl, Wzd
Auteurs Mr. dr. N. Rozemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie toegestaan op grond van een schriftelijke wilsverklaring. Voor het vaststellen van wilsonbekwaamheid kunnen de regels daarvoor worden gevolgd uit de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en geestelijk gehandicapte cliënten.


Mr. dr. N. Rozemond
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Mogelijkheden voor het beter waarborgen van het verschoningsrecht door beheerst gebruik van machine learning

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verschoningsrecht, eDiscovery, inbeslagneming, geheimhoudersofficier
Auteurs H.B.J. Sluijsmans MSc en Mr. V.J.C. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Opsporingsdiensten moeten vaak geheimhouderstukken filteren uit grote hoeveelheden data. Auteurs bespreken de uitgangspunten en relevante opsporingsbelangen bij een dergelijke ‘schoning’. Artikel 98 Sv en artikel 126aa Sv vullen die uitgangspunten en belangen verschillend in. Machine learning is in staat om op basis van objectief gekozen startsets de schoning (deels) geautomatiseerd uit te voeren. Deze methode voorkomt dat opsporingsambtenaren onnodig kennisnemen van de inhoud van geheimhouderstukken en zorgt dat het opsporingsonderzoek niet onnodig vertraagt. Auteurs presenteren de eerste resultaten van een dergelijke schoning in Nederland, en bespreken hoe machine learning ook in het huidig wettelijk kader kan worden ingepast.


H.B.J. Sluijsmans MSc
H.B.J. Sluijsmans MSc is partner bij Forcyd B.V.

Mr. V.J.C. de Bruijn
Mr. V.J.C. de Bruijn is advocaat bij NautaDutilh N.V.
Toont 1 - 20 van 148 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.