Zoekresultaat: 38 artikelen

x
Artikel

Wie krijgt zijn geld terug?

Acties van slachtoffers tot schadevergoeding bij bankfraude

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2020
Trefwoorden banking fraud, victimization, crime reporting, reimbursement, capability to act
Auteurs Dr. Johan van Wilsem, Dr. Take Sipma en Dr. Esther Meijer-van Leijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Internet era, banking fraud has become a common way of stealing money. According to victim surveys, this offense has already led to significant numbers of victims. In this article, the authors focus on illegal bank account withdrawals, which are an indication of identity fraud. For this they use data on 636 victims who were surveyed in the LISS panel. Using the concept of ‘capability to act’, as used in the WRR report Why knowing what to do is not enough (2017), the authors model which type of victim takes action to get the stolen amount reimbursed and which type of victim succeeds in doing so. They expect that the less educated and people with low self-control more often refrain from contact with authorities (bank, police) and therefore more often receive no compensation and remain with higher residual damage. The results show that approximately four in five victims of unauthorized bank debits are fully compensated. For the group of victims for whom this is not the case – remaining with residual damage – most of the hypotheses are confirmed.


Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is strateeg-onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer.

Dr. Take Sipma
Dr. T. Sipma is als onderzoeker verbonden aan het WODC.

Dr. Esther Meijer-van Leijsen
Dr. E. Meijer-van Leijsen is als onderzoeker werkzaam bij de Algemene Rekenkamer.
Artikel

Access_open Die zivilrechtliche Haftung für Mitspielerverletzungen bei Sport und Spiel

Bespreking van het proefschrift van Philipp Dördelmann

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden onrechtmatige daad, zorgvuldigheidsnorm, sport en spel, onderlinge aansprakelijkheid, eigen aard van de beoefende activiteit en wederzijds risico van letselschade
Auteurs Dr. P.C.J. De Tavernier
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn dissertatie verkent de Duitse jurist Philipp Dördelmann de problematiek van de aansprakelijkheid voor schade die deelnemers aan sport en spel elkaar toebrengen. Met behulp van een helder referentiekader, namelijk de eigen aard van de beoefende sport- of spelactiviteit (‘Typizität’) enerzijds en de wederzijdse kans van deelnemers om bij sport en spel schade te lijden (‘Reziprozität’) anderzijds, tracht hij antwoord te geven op de vraag waarom er in geval van aansprakelijkheid voor schade van deelnemers die tijdens sport en spel met elkaar wedijveren, kan worden afgeweken van de zorgvuldigheidsnorm die in het aansprakelijkheidsrecht van toepassing zou zijn bij schadegevallen die zich buiten sport- en spelsituaties voordoen.


Dr. P.C.J. De Tavernier
Dr. P.C.J. De Tavernier is universitair docent aan de Universiteit Leiden, meer bepaald aan de Afdeling Burgerlijk Recht (Instituut voor Privaatrecht). Hij is als bijzonder academisch personeelslid ook verbonden aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

‘Keeping up appearances’? De verschijningsplicht van de verdachte bij de terechtzitting en de uitspraak

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden aanwezigheidsrecht, verschijningsplicht, onschuldpresumptie, slachtoffers
Auteurs Mr. dr. M. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering is aangegrepen om een principieel vraagstuk uit de regeling over de berechting te herzien: de verplichte aanwezigheid van de verdachte bij het onderzoek ter terechtzitting en bij de openbare uitspraak. In deze bijdrage wordt onderzocht wat de inhoud en achtergrond van deze voorstellen zijn en wordt een oordeel gegeven over deze verschijningsplichten in het licht van de verschillende rationales die een verschijningsplicht zou kunnen vervullen – rationales die op hun beurt voortvloeien uit de functies van het straf(proces)recht. Daarbij wordt ook ingegaan op de mogelijke neveneffecten en de risico’s voor fundamentele rechten (met name de onschuldpresumptie).


Mr. dr. M. van Noorloos
Mr. dr. M. (Marloes) van Noorloos is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan Tilburg University
Artikel

De hulpofficier van justitie ‘nieuwe stijl’ en de modernisering van het Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden opsporing, politie, hulpofficier, Openbaar Ministerie, modernisering strafvordering
Auteurs Mr. dr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De hulpofficier van justitie is een zeer belangrijke figuur in de Nederlandse strafrechtspleging. Ondanks de soms vergaande bevoegdheden van de hulpofficier is er weinig duidelijkheid over de competenties waarover de 4000 Nederlandse hulpofficieren moeten beschikken. Al in 2013 is door minister, politie en OM aangekondigd dat er gewerkt gaat worden aan een officier ‘nieuwe stijl’, met een versterkte rol en gekoppeld aan een nieuwe, betere opleiding. Welke visie aan deze versterking ten grondslag ligt, is echter niet bekend. Desalniettemin wordt ook in de moderniseringsoperatie voor het Wetboek van Strafvordering gezinspeeld op de nieuwe, versterkte positie van de hulpofficier. In dit artikel wordt ingegaan op de rol van de hulpofficier en (het gebrek aan) de discussie daarover. Vervolgens worden de plannen voor de versterkte rol van de hulpofficier (voor zover bekend) besproken en worden de in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering voorgestelde veranderingen tegen het licht gehouden. Door een gebrek aan (informatie over een) duidelijke visie en een rommelig toegelicht conceptwetsvoorstel is het vooralsnog lastig om enthousiast te worden.


Mr. dr. J.M.W. Lindeman
Mr. dr. J.M.W. Lindeman is universitair docent Straf(proces)recht aan de UU/assistant professor in Criminal Law at UU.
Artikel

De anomie van machtsillusies

Onbegrensde ambities in de ‘risk and win’-zakenwereld

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2018
Trefwoorden anomie, illusion of control, corporate crime, competition, entitlement
Auteurs dr. Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    Generally, large listed companies and banks immersed in a ‘risk and win’-culture do not have to deal with ‘deprivation of resources’ which may trigger violations of the law. The anomie-theory of Merton does not seem to fit in this context. It is more obvious that the pressure to realize lofty ambitions is the trigger for potential violations of the law. I therefore work out a ‘post-Mertonian’ anomie-concept using the ‘European Durkheim’ to examine some excessive tendencies of an originally American ‘risk and win’-culture. The aim is to work towards an anomie-theory of power illusions that makes sense in the context of corporate crime. The leading question is: which anomic attitudes prevail in an over-ambitious corporate culture and which aspirations and rationalizations can be distinguished? It is argued that an approach focused on CEO-personality traits is too limited and that the sociological approaches of Durkheim and Shover offer many points of departure to construct a plausible anomie-theory. The dimensions of that theory have been taken from studies which focus at two criminogenic norm-systems: an ‘ethos of winning at any price’ and an ‘ethos of entitlement’.


dr. Bas van Stokkom
Dr. Bas van Stokkom is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: b.vanstokkom@jur.ru.nl.
Artikel

Crimmigratie en het uitzetten van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden crimmigration, bordered penality, migration, banishment, bifurcation
Auteurs Jelmer Brouwer MSc E.MA
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses to what extent current responses to crime committed by immigrants can be seen as a modern version of the classical practice of banishment. To that end it analyses three recent policy developments directed at criminally convicted immigration. The analysis shows that during the last ten years there has been a sharp increase in the number of immigrants losing their residence permit following a criminal conviction. Moreover, punishment aimed at criminally convicted immigrants without a legal right to stay is increasingly aimed at permanent exclusion through the practice of deportation. Drawing on the theoretical notions of crimmigration and bordered penality, it is therefore argued that criminally convicted immigrants increasingly see themselves confronted with punishment practices that are the modern equivalent of the classical practice of banishment. This raises important questions about where we should draw the line between insiders and outsiders.


Jelmer Brouwer MSc E.MA
J. Brouwer MSc E.MA is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Preventieve politiecontroles en interne grenscontroles in het Schengengebied

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Grenscontrole, Profileren, Schengen
Auteurs Prof. dr. mr. Peter Rodrigues en Prof. mr. dr. Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since the 2015 start of what is now often referred to as the European ‘migration crisis’, European member states have been struggling with one of the key fundaments of the European Union and in particular the Schengen Agreement: the principle of free movement. Whereas this principle entails that people should be able to move freely within the Schengen Area, as a result of the ongoing securitization and politicization of migration, Member States are exploring the different opportunities the Schengen Border Code allows them to monitor intra-Schengen cross-border mobility. In doing so, countries seem to have two options: either to temporarily reintroduce border controls or to – permanently – carry out police or immigration controls in an area around the border. In this article we explore and critically assess the choices various countries have made and what seems to be the position of the European Commission in all this.


Prof. dr. mr. Peter Rodrigues
Prof. dr. mr. P.R. Rodrigues is Hoogleraar Immigratierecht en voorzitter van het Instituut voor Immigratierecht. Hij is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.

Prof. mr. dr. Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is Hoogleraar Rechtssociologie bij het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur & Samenleving. Zij is verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en lid van de redactie van Crimmigratie & Recht.
Artikel

Gruwelijke beelden van plaatsen delict: kijkstrategieën, opgewekte emoties en oordeelsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden eyetracking, crime scene photography, disgust sensitivity, perceptions of seriousness, penal decision-making
Auteurs Dr. Lotte van Dillen en Dr. Gabry Vanderveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Eyetracking enabled the authors to study eye movements of 23 participants who looked at crime scene photographs. The authors measured the emotions elicited by the photographs, as well as perceptions of seriousness and the sentence that participants would give the perpetrator of the crime. Also, individual differences in disgust sensitivity were taken into account. Results show a positive relationship between disgust sensitivity and both the proportion of fixations as well as the number of fixations on gruesome aspects of the photos (the blood and the wound), emotion ratings of the photographs, perceptions of seriousness, and the sentence given. Implications, limitations, and future directions of the research are discussed.


Dr. Lotte van Dillen

Dr. Gabry Vanderveen
Dr. G. Vanderveen is universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en eigenaar van Recht op Beeld.
Artikel

Feitelijk leidinggeven

Hoe een weinig vernieuwend arrest toch veel nieuws kan brengen; een kritische beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden feitelijk leidinggeven, deelneming, aansprakelijkstelling, (voorwaardelijk) opzet, zorgplicht
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    In diens recente overzichtsarrest blijft de Hoge Raad in weerwil van tegengeluiden vanuit de lagere rechtspraak en de literatuur vasthouden aan het opzetvereiste voor feitelijk leidinggeven. Daarmee wordt het deelnemingskarakter van deze aansprakelijkheidsfiguur nogmaals bevestigd. Die bevestiging is geheel terecht, maar het (waarschijnlijk onbedoelde neven)gevolg van de huidige benadering van dat opzetvereiste is wel dat de ondermaats presterende leidinggevende beter af is dan zijn normconform of bovenmaats presterende collega. Dit specifieke punt vergt nog redressering door de Hoge Raad en zou verholpen kunnen worden door een meer zorgplichtgerichte benadering van voorwaardelijk opzet.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur is in juni 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden van ondernemingen.
Artikel

Een systematische literatuurreview naar de gevolgen van een slachtofferverklaring voor de straftoemeting

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Spreekrecht, Slachtoffer, Slachtofferrechten, systematische literatuurreview, Straftoemeting
Auteurs Giulia De Groot en Mr. dr. Sigrid Van Wingerden
SamenvattingAuteursinformatie

    On July 1st 2016 a law entered into force that gives the victim or survivors of serious crimes the right to speak unrestrictedly in court. Where the victim or survivors used to be only permitted to make a statement on the consequences of the crime for them, the recent amendment of the law permits them to speak about the evidence, the legal qualification of the crime, the culpability of the offender and the appropriate punishment as well. Discussions on the introduction or extension of the victim’s right to speak mainly focused on the consequences of victim statements on the procedural consequences and on the consequences for the victim. Little attention is paid to the consequences for the offender. This article reports the findings of a systematic literature review on the relation between a victim statement and the imposed punishment. The findings from the American studies show that a victim statement aggravates sentencing outcomes. How desirable is that? For answering that question, more research is needed, which the legislator has not wanted to wait for.


Giulia De Groot
Giulia de Groot studeert rechten en criminologie aan de Universiteit Leiden.

Mr. dr. Sigrid Van Wingerden
Mr. dr. Sigrid van Wingerden is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens voorzitter van de redactie van PROCES.
Artikel

Voorlopige maatregelen uit het economisch strafrecht in handen van het openbaar bestuur?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden verbreding bestuurlijk handhavingsinstrumentarium, voorlopige maatregelen WED
Auteurs Mr. ing. B.F. Algera
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorlopige maatregelen ex artikel 28 en 29 Wet op de economische delicten zijn interessant indien daarmee de bestuurlijke reparatoire handhaving zou kunnen worden versterkt. Dwangsom of bestuursdwang zijn immers steeds vaker niet toereikend bij complexe overtredingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verplichten tot het nalaten van bepaalde handelingen. Bij de rechtbank kan de officier van justitie verzoeken om bijvoorbeeld onderbewindstelling of tijdelijke stillegging van een onderneming. Deze maatregelen worden nu zelden opgelegd. De officier van justitie beschikt, anders dan het bestuur, immers vaak niet over de specifieke deskundigheid om te kunnen bepalen of een voorlopige maatregel geoorloofd is, hoe deze precies moet worden geformuleerd en wat de mogelijke impact en risico’s van de maatregel zijn. Wel is een nieuw samenspel tussen bestuur en Openbaar Ministerie vereist indien het bestuur deze bevoegdheid zou krijgen toebedeeld.


Mr. ing. B.F. Algera
Mr. ing. B.F. Algera is jurist omgevingsrecht bij de provincie Noord-Brabant.
Artikel

CRIME Lab: pleidooi voor een nieuwe en vernieuwende criminologie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden virtual reality, decision making, crime, technology, 360° video
Auteurs Mr. dr. J.L. van Gelder
SamenvattingAuteursinformatie

    New technologies such as social media, smartphones, GPS, the internet, sensors, and virtual environments are quickly becoming an increasingly influential part of our daily lives. While very relevant, and often highly accessible and user-friendly, criminologists have been slow to capitalize on the research potential of these technologies. CRIME Lab is a research initiative that promotes the use of new technologies and innovative methods to do cutting-edge crime research. In this article, the author discusses three different CRIME Lab research projects that all make use of virtual reality (VR), which, it is argued, can become a highly useful research method for criminologists in the coming years. The author demonstrates how the use of VR in these projects allows for answering research questions that are hard to address using conventional methods.


Mr. dr. J.L. van Gelder
Mr. dr. Jean-Louis van Gelder is als onderzoeker verbonden aan het NSCR. Hij is initiator en coördinator van NSCR’s CRIMElab.

Mr. dr. Ard Schoep
Mr. dr. Ard Schoep is officier van justitie te Den Haag en redactielid van PROCES.

Mr. Beatrijs Jue-Volker
Mr. Beatrijs Jue-Volker is als promovenda werkzaam bij de sectie Straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij is tevens redactielid van PROCES.

Mr. dr. Ard Schoep
Mr. dr. Ard Schoep is officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag en tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Patronen in de criminele ontwikkeling van fraudeurs

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden white-collar crime, life course, risk taking, adult offending, opportunities
Auteurs J.H.R. van van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Both white-collar research and law enforcement tend to focus on the circumstances surrounding the white-collar offence and pay less attention to the background of the offender. Research shows that white-collar offenders are a heterogeneous group and that different development pathways and offender profiles can be identified. For many offenders the offence appears to be an isolated occurrence in norm conform lives, for others patterns in offending can be distinguished. For some this is a divers and long criminal career, others display a mix of norm conform and deviant behaviour. After briefly exploring if an underlying tendency for deviant and risk full behaviour may characterise white-collar offenders and how this may interact with opportunities for white-collar crime, the significance of these findings for law enforcement is discussed.


J.H.R. van van Onna
Drs. Joost van Onna werkt als onderzoeker bij het Functioneel Parket (Openbaar Ministerie) en is als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, waar hij onderzoek doet naar de criminele ontwikkeling van fraudeurs.
Toont 1 - 20 van 38 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.