Zoekresultaat: 110 artikelen

x
Artikel

Access_open De kwetsbare legitimaris, de langstlevende partner en de kantonrechter

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden legitieme portie, curatele, meerderjarigenbewind, minderjarigen, toezicht kantonrechter
Auteurs Mr. dr. J.H.M. ter Haar en Mr. G.A. Tuinstra
SamenvattingAuteursinformatie

    De kantonrechter heeft als toezichthouder op het beheer over het vermogen van kwetsbare legitimarissen een belangrijke taak. Dit geldt in het bijzonder als hun belang botst met dat van de langstlevende partner van de overledene. Hoe gaat de kantonrechter dan om met een schending van de legitieme portie? Maakt het verschil of de schending terloops blijkt of dat de schending aanleiding is voor het machtigingsverzoek? Schrijvers gaan in op uiteenlopende uitspraken en doen een handreiking aan de rechterlijke praktijk.


Mr. dr. J.H.M. ter Haar
Mr. dr. J.H.M. ter Haar is universitair docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G.A. Tuinstra
Mw. mr. G.A. Tuinstra is docent Notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het vaststellen van wilsonbekwaamheid bij patiënten met dementie ter zake van beslissingen over het beëindigen van hun leven

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, schriftelijke wilsverklaring, zelfbeschikkingsrecht, Wtl, Wzd
Auteurs Mr. dr. N. Rozemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie toegestaan op grond van een schriftelijke wilsverklaring. Voor het vaststellen van wilsonbekwaamheid kunnen de regels daarvoor worden gevolgd uit de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en geestelijk gehandicapte cliënten.


Mr. dr. N. Rozemond
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open Wie stuurt de veiligheidsregulering van de (deels) zelfrijdende auto?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verkeersveiligheid, aansprakelijkheid, verkeersverzekering
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige technologische ontwikkelingen op het terrein van de voertuigautomatisering stellen het bestaande publiekrechtelijk reguleringsinstrumentarium op de proef. Daarbij spelen met name de snelheid van de ontwikkelingen, de onzekerheid over de veiligheidseffecten en de nieuwsoortige aard van de technologie en de daaraan verbonden risico’s een rol. Een van de vragen die daarbij rijst, is die naar het potentieel van het aansprakelijkheidsrecht om als aanvullend of substituut-reguleringsinstrument te fungeren. Het antwoord op die vraag is, in ieder geval in theorie, positief.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. (Kiliaan) van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Redactioneel

Burgeropsporing: kansen en uitdagingen in een snel ontwikkelende praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Auteurs Nicolien Kop, Sven Brinkhoff en Robin Christiaan van Halderen
Auteursinformatie

Nicolien Kop
Nicolien Kop is als lector criminaliteitsbeheersing & recherchekunde werkzaam bij de Politieacademie.

Sven Brinkhoff
Sven Brinkhoff is werkzaam aan de Open Universiteit.

Robin Christiaan van Halderen
Robin Christiaan van Halderen is werkzaam aan Avans Hogeschool Den Bosch.

    In former times, citizens themselves were responsible for ensuring and protecting their own safety. Over the years, this responsibility largely shifted to the government, partly due to the establishment of an institutionalized police force. In recent years, citizens have increasingly reestablishing themselves in domain of social security. Citizens are engaged in tasks that are traditionally seen as primarily the responsibility of the police, such as law enforcement, criminal investigation and immediate in case of emergencies.
    Technology can be considered as one of the major driving forces behind this increasing contribution of citizens in the field of security. Technology makes it possible to quickly find and share information and enhances people’s ability to deal with cognitively complex tasks. In a certain way, technology democratizes police work by making the skills and tools available for every citizen.
    In this article we will discuss the value of a specific form of technological support for citizens in their search for missing persons: the missing persons app ‘Sarea’. The Netherlands has a high number of missing persons and in many incidents citizens start searching themselves. Often, this citizen initiatives are uncoordinated. Therefore, an app has been developed by the police to help citizens start and coordinate their own searches for a missing person.


Jerôme Lam
Jerôme Lam is werkzaam bij de Politieacademie.

Nicolien Kop
Nicolien Kop is werkzaam bij de Politieacademie.

Celest Houtman
Celest Houtman is als onderzoeker werkzaam bij Politie Nederland, Eenheid Oost-Nederland, Dienst Informatie.
Artikel

Digitale coproductie van preventie en opsporing met burgers

Een verkenning naar de contouren van een nieuw beleidsregime

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Digitale coproductie, digitaal burgerschap, digitale buurtpreventie, digitale opsporing, Technologieregime
Auteurs Steven van den Oord en Ben Kokkeler
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the years, the use of data and digital technology in neighbourhood watch groups for prevention and detection of crime and citizens initiatives to enhance public safety has increased due to social and technological changes of citizen participation in coproduction of safety and digitization of economy and society. This causes a transition towards a new technology regime, a shift from a ‘closed’ information and communication technology regime owned by governmental organizations towards (inter)national ‘open’ platforms, which in turn challenges the current policy regime. This transition creates new societal expectations and challenges, often with contrasting dynamics. For instance, citizens are becoming the so-called ‘eyes and ears’ for government in prevention and detection of crime in neighbourhoods, while professionals are increasingly expected to coproduce safety with citizens through new forms of prevention and detection. With the rise of data and digital technology such as platforms and applications citizens are increasingly enabled to take the lead and initiate collaboration and organize new forms of prevention and surveillance in their own neighbourhoods.
    Both in literature as in public policy practice, neighbourhood prevention and crime detection in general is addressed. However, less attention is spent on the role and impact of data and digital technology. We propose this is an issue because the emerging digital technology regime requires a new conceptual view wherein citizen initiatives are no longer perceived as merely instrumental to government interventions, but are understood as coproducers of public safety in their neighbourhoods, as part of a broader societal shift in which citizens are enabled by digital technology to organize their own data environments. Based on the introduction of digital coproduction, we illustrate four case examples to explain which opportunities for safety professionals and local governments arise to create a policy regime that suits the emerging digital technology regime.


Steven van den Oord
Steven van den Oord is werkzaam aan Avans Hogeschool ’s-Hertogenbosch.

Ben Kokkeler
Ben Kokkeler is is lector Digitalisering en Veiligheid aan Avans Hogeschool ’s-Hertogenbosch.
Artikel

Is digitale buurtpreventie een goed instrument voor burgeropsporing?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden digital neighborhood watch, community crime prevention, crime reduction, surveillance, social control
Auteurs Jossian Zoutendijk en Krista Schram
SamenvattingAuteursinformatie

    It is often assumed that digital neighbourhood watch groups lead to more emergency calls and more arrests by the police. This article revolves around the question whether or not these groups actually contribute to reducing crime in the Netherlands. It does so by looking at recent studies and the results of researchers’ own ‘realist evaluation’ of the city of Rotterdam’s policy on digital neighbourhood watch. The latter includes a reconstruction of the program theory and ten case studies with different types of groups. The reconstruction of program theory revealed two main routes to crime reduction: 1) more emergency calls and more arrests by the police and 2) more social control. Chat histories have been studied and moderators, participants, non-participants and professionals were interviewed on their perception of active mechanisms and on the efficacy of their group. None of the respondents believed their group led to an increased number of arrests, but interviews and chat histories show that crime can be reduced by means of social control. Social control by neighbours limits the opportunity for crime and disturbs criminal acts. Other studies in the Netherlands support this finding. The article closes by putting digital neighbourhood watch in a citizen’s perspective with suggestions to improve the efficacy of digital neighbourhood watch groups and the notion that for citizens, crime reduction is not the only or principal goal.


Jossian Zoutendijk
Jossian Zoutendijk is werkzaam bij Hogeschool Inholland Rotterdam.

Krista Schram
Krista Schram is werkzaam bij Hogeschool Inholland Rotterdam.
Artikel

Access_open De verdachte is dood, leve het strafproces?

De straf(proces)rechtelijke gevolgen van de dood van de verdachte of veroordeelde nader bezien

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden dood verdachte/veroordeelde, ontvankelijkheid OM, artikel 69 Sr, artikel 6:1:21 Sv, artikel 16 Wet op de economische delicten
Auteurs Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman en Mr. dr. J.H.B. (Joeri) Bemelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan de auteurs stil bij de straf(proces)rechtelijke gevolgen van de dood van de verdachte of veroordeelde en de ratio van die gevolgen. Onderzocht wordt welke uitzonderingen er bestaan op het uitgangspunt dat de rechten tot strafvervolging en strafexecutie vervallen door de dood van de verdachte of veroordeelde en of het uitgangspunt en de uitzonderingen daarop een coherent systeem vormen. Voorgesteld wordt om enkele bijzondere sanctiemodaliteiten te schrappen en om een commune maatregel te introduceren waarmee kan worden voorkomen dat in beslag genomen goederen die van misdrijf afkomstig blijken, aan de erfgenamen van de overledene ten deel vallen.


Mr. dr. E.M. (Eelco) Moerman
Mr. dr. E.M. Moerman is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad.

Mr. dr. J.H.B. (Joeri) Bemelmans
Mr. dr. J.H.B. Bemelmans is medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad.
Artikel

Compensatie van misdrijfschade: veel beweging, voldoende inzicht en visie?

Verslag van het symposium van 24 september 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden aansprakelijkheid, misdrijven, verzekering, solidariteit, voeging benadeelde partij
Auteurs Mr. dr. M.R. Hebly en Prof. mr. S.D. Lindenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen decennia is in toenemende mate ingezet op ‘emancipatie’ van slachtoffers van misdrijven. Op het punt van compensatie zijn uiteenlopende maatregelen genomen vanuit de gedachte dat de dader moet vergoeden wat hij heeft veroorzaakt. Onderzoeken op dit terrein laten niet alleen verschillende vragen open, maar roepen ook nieuwe vragen op. Wie draagt uiteindelijk welke schade? Wat komt er van verhaal terecht? Wordt misdrijfschade met de daartoe beschikbare middelen efficiënt gecompenseerd? Kan het ook anders? Deze en dergelijke vragen kwamen aan de orde tijdens het op 24 september 2019 te Rotterdam gehouden symposium ‘Compensatie van misdrijfschade – solidariteit, verzekering, verhaal’.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan Erasmus School of Law.

Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. S.D. Lindenbergh is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan Erasmus School of Law.
Artikel

Access_open Een einde aan ondermijning

Over de opkomst en werking van een nieuwe veiligheidsstrategie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden ondermijning, speech act, veiligheidsbeleid, drugs
Auteurs Hans Boutellier, Ronald van Steden, Yarin Eski e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Undermining has become a buzz-word in Dutch politics and security governance. On national and local level there is great concern about the disappearing lines between the legal and illegal world, which affects the democratic order and rule of law in the Netherlands. Hence, everything possible should be done in order to combat the creeping threat of undermining. However, what is undermining actually? And why has the concept become so popular now? In this contribution, the authors will consider those and other relevant key questions about the rise and effect of the undermining concept to provide more conceptual clarity. By critically reflecting on undermining as a speech act, that is ‘underminization’ (cf. securitization), and based on empirical research, the authors suggest that there are two discourses at work that hinder the effectivity of the concept: one is specifically focused on the drugs industry with its illegal activities and one broadens the concept into unlawful and undesired developments that interfere with societal stability. The authors conclude that the concept of undermining may mobilize at policy level, yet seems to paralyze at operational level.


Hans Boutellier
Hans Boutellier is verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschappen en politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ronald van Steden
Ronald van Steden is verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschappen en politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Yarin Eski
Yarin Eski is verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschappen en politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mauro Boelens
Mauro Boelens was verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschappen en politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en nu werkzaam bij TwynstraGudde.
Wetenschap

Enkele opmerkingen over beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een bestuurder van een rechtspersoon na ontslag: opzeggen of ontbinden?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden bestuurder en rechtspositie, ontslag van bestuurder, arbeidsovereenkomst, beëindiging arbeidsovereenkomst
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Een rechtspersoon die een bestuurder heeft ontslagen zal in veel gevallen ook de resterende arbeidsovereenkomst met die bestuurder willen beëindigen. Bij een vereniging, een naamloze vennootschap en een besloten vennootschap kan dat op grond van Boek 2 BW eenvoudig door de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Bij een stichting ligt dat anders: een stichting moet de arbeidsovereenkomst beëindigen met inachtneming van de regels van het arbeidsovereenkomstenrecht. Dat betekent door opzegging van de arbeidsovereenkomst na daarvoor toestemming te hebben gekregen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, of door de kantonrechter te verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De voorgestelde Wet bestuur en toezicht rechtspersonen zal aan deze uitzonderingsituatie een einde maken.


Mr. C. de Groot
Mr. C. (Cees) de Groot is werkzaam bij de afdeling Ondernemingsrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Uitdagingen in publiek-private samenwerking in de aanpak van drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2019
Trefwoorden public private partnerships, Rotterdam harbor, security, drugs, crime
Auteurs Dr. Lieselot Bisschop, Dr. Robby Roks, Prof.dr. Richard Staring e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the challenges associated with public-private partnerships in tackling drug crime in the port of Rotterdam. The authors identified the actors involved in the fight against drug crime and, more generally, security in the port. The authors show how these various actors view the subject of drug crime (so-called mentalities), what they set as objectives (finalities) and how they try to achieve these objectives. Subsequently the various aspects of the interactions between these actors are being analyzed. The article is empirically based on 76 interviews with public and private actors in the port of Rotterdam, that were conducted in the period from January 2018 to February 2019, and an analysis of literature, news items, government reports and other documents.


Dr. Lieselot Bisschop
Dr. L.C.J. Bisschop is als universitair docent werkzaam bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Robby Roks
Dr. R. Roks is als universitair docent werkzaam bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof.dr. Richard Staring
Prof.dr. R. Staring is als hoogleraar Criminologie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Elisabeth Brein MSc
E. Brein MSc is als onderzoeker en programmamanager verbonden aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Controleren van gemeentelijke samenwerking

Een blik op interbestuurlijk toezicht vanuit het perspectief van gemeenteraden

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden interbestuurlijk toezicht, democratische controle, horizontale controle, gemeenteraad, gemeenschappelijke regelingen
Auteurs Klaartje Peters
SamenvattingAuteursinformatie

    Gemeenteraden worstelen met hun controlerende taak, zeker ten aanzien van de grote regionale samenwerkingsverbanden zoals de Veiligheidsregio, de GGD en de Omgevingsdienst. De kwaliteit van de informatievoorziening over prestaties van die verbanden is een belangrijk knelpunt. Bij nadere beschouwing blijkt dat Rijksinspecties en de provincies in hun rol als interbestuurlijk toezichthouder regelmatig onderzoek doen naar gemeenten en hun samenwerkingsverbanden dat voor gemeenteraden uiterst bruikbaar is. Gemeenteraden lijken daar weinig gebruik van te maken, deels doordat zij niet worden geïnformeerd over de onderzoeken en de resultaten ervan. Dat moet veranderen: er moet bij toezichthouders meer oog komen voor het belang van gemeenteraden als eerste controleur van het gemeentebestuur.


Klaartje Peters
Prof. dr. K. Peters is zelfstandig onderzoeker, rekenkamerlid en bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Access_open Verborgen strijd in het veiligheidsdomein: over samenwerking tussen politie en gemeente bij de bestuurlijke aanpak van overlast en criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Interorganisationele samenwerking, Politie, Gemeenten, bestuurlijke aanpak, overlast en criminaliteit
Auteurs Renze Salet
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, over the past 25 years mayors have had an increasing number of formal powers, based on administrative law, to fight against crime and disorder. Now, the Dutch mayors have the power to impose a restraining order, to close houses in case of drugs and/or drugs trade, or to decline a request for a permit when it might be used for illegal activities.
    To implement these measures, the local government is highly dependent on (information provided by) the police. At this moment we do not have much information about this cooperation between local government and the police in the management of crime and disorder. This paper is based on an empirical study concerning this issue. It shows that the inter-organizational cooperation between local government and the police may differ strongly, however this cooperation still often depends on central factors and circumstances. An important factor is the (growing) distance between the police and local government in regard to the local approach of problems of crime and disorder. A significant number of local police officers concentrates mainly on the maintenance of law and order by criminal law enforcement instead of the implementation of administrative measures. As a result, local government is often unsatisfied about the contribution of the police. For example, the quality of the information provided by the police is often perceived as insufficient. In some cases local governments try to diminish the degree of interdependency with the police and to strengthen their own position in the local safety domain.


Renze Salet
Renze Salet is Universitair Docent Criminologie bij de vakgroep Strafrecht & Criminologie van de Radboud Universiteit (Faculteit Rechtsgeleerdheid).

    In 2016 the Dutch Government Commission of Reassessment of Parenthood (GCRP) proposed a wide array of legal changes to Family Law, e.g. with regard to legal multi-parenthood and legal multiple parental responsibility. Although the commission researched these matters thoroughly in its quest towards proposing new directions in the field of Family Law, multi-parents themselves were not interviewed by the commission. Therefore, this article aims to explore a possible gap between the social experiences of parents and the recommendations of the GCRP. Data was drawn from in depth-interviews with a sample of 25 parents in plus-two-parent constellations living in Belgium and the Netherlands. For the most part the social experiences of parents aligned with the ways in which the GCRP plans to legally accommodate the former. However, my data tentatively suggests that other (legal) recommendations of the GCRP need to be explored more in depth.
    ---
    In 2016 stelde de Nederlandse Staatscommissie Herijking ouderschap voor om een wettelijk kader te creëren voor meerouderschap en meeroudergezag. Ondanks de grondigheid van het gevoerde onderzoek ontbraken er gegevens omtrent de ervaringen van de meerouders zelf. Dit artikel levert een bijdrage in het vullen van deze leemte door inzage te geven in de (juridische) ervaringen van 25 ouders in meerouderschapsconstellaties in België en Nederland.


Nola Cammu MA
Nola Cammu is PhD Candidate at the Law Faculty of the University of Antwerp.
Artikel

Ernstig verwijtbaar gedrag van bestuurders als reden voor ontslag en aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Bestuurders, Ernstig verwijt, artikel 7:673 lid 7 sub c BW, artikel 2:9 BW, Samenloop
Auteurs Mr. Huib Schrama en Mr. Klaas Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever heeft bij de e-grond en bij de toets van ernstige verwijtbaarheid van artikel 7:673 lid 7 sub c BW (waardoor de aanspraak op een transitievergoeding vervalt) geen concreet onderscheid gemaakt tussen een bestuurder en een ‘gewone’ werknemer. Die toets vergt een aparte beoordeling van het handelen van de bestuurder en lijkt los te staan van de toets of sprake is van ernstig verwijt dat is vereist voor interne bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. Niettemin zijn rechters geneigd een link te leggen tussen beide maatstaven, waarbij zij veelal de norm voor (on)behoorlijk bestuur vooropstellen. Dit kan een aandachtspunt zijn bij het ontslag van een bestuurder.


Mr. Huib Schrama
Advocaat/senior associate

Mr. Klaas Wiersma
Advocaat/partner
Article

Access_open A changing paradigm of protection of vulnerable adults and its implications for the Netherlands

Tijdschrift Family & Law, februari 2019
Auteurs H.N. Stelma-Roorda LLM MSc, dr. C. Blankman en prof. dr. M.V. Antokolskaia
SamenvattingAuteursinformatie

    The perception of how the interests of vulnerable adults should be protected has been changing over time. Under the influence of human and patient’s rights a profound shift of protection paradigms has taken place in the last decades. In the framework of this shift, in addition to traditional adult guardianship measures, new instruments have been developed allowing adults to play a greater role in the protection of their (future) interests. This has also been the case in the Netherlands, where adults in the course of the last decade have acquired the possibility to make a so-called living will, internationally better known as a continuing, enduring or lasting power of attorney. This article discusses this instrument, in comparison with the traditional adult guardianship measures currently in force in the Netherlands, from the perspective of the new protection paradigm based on a human rights approach.
    ---
    In de afgelopen decennia is de manier waarop naar de bescherming van kwetsbare meerderjarigen wordt gekeken, veranderd. Van een benadering waarbij de focus voornamelijk lag op bescherming is de nadruk steeds meer komen te liggen op het recht op autonomie en zelfbeschikking van de meerderjarige. De opkomst van mensen- en patiëntenrechten heeft geleid tot het ontstaan van een nieuw beschermingsparadigma. In dat kader zijn nieuwe instrumenten ontwikkeld, die meerderjarigen een grotere rol toekennen in de bescherming van hun (toekomstige) belangen. Dit is eveneens het geval in Nederland, waar meerderjarigen een levenstestament kunnen opstellen om voorzieningen te treffen voor een toekomstige periode van wilsonbekwaamheid. Dit artikel bespreekt het levenstestament, in samenhang met de traditionele rechterlijke beschermingsmaatregelen, vanuit het perspectief van het nieuwe beschermingsparadigma.


H.N. Stelma-Roorda LLM MSc
Rieneke Stelma-Roorda is PhD candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.

dr. C. Blankman
Kees Blankman is associate professor at the Vrije Universiteit Amsterdam.

prof. dr. M.V. Antokolskaia
Masha Antokolskaia is professor of family law at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Waarom het onderzoek naar veiligheidsbeleving een nieuwe impuls nodig heeft

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2018
Trefwoorden fear of crime, critique, fear reduction, security policy, fear drop
Auteurs Marnix Eysink Smeets
SamenvattingAuteursinformatie

    The security landscape has changed rapidly. New or revived threats have emerged, such as terrorism and cybercrime, bringing new or revived fears and anxieties as well. Actors in security policy feel a need to address these fears, but do not know how. Can the criminological subdiscipline of fear of crime studies provide the knowledge and understanding that is needed? A quick scan of the state of the art in this research domain, gives two reasons why it cannot: (1) fear of crime studies have yielded much knowledge on operationalization, measurement and determinants of fear of crime, but far less in mechanisms, trends, effects and influenceability, whereas insight in the latter issues is what is mostly needed in security policy; and (2) fear of crime studies are still mainly focused on the ‘traditional’ fear of crime, while fear of new crimes and threats remains under-researched. A shift of focus in fear of crime studies is urgently needed.


Marnix Eysink Smeets
M.W.B. Eysink Smeets is lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en hoofd van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid aan de Hogeschool Inholland. Hij is tevens directeur van de Landelijke Expertisegroep Veiligheidspercepties (LEV), een platform voor onderzoek naar veiligheid, veiligheidsbeleid en veiligheidsbeleving. De auteur legt momenteel de laatste hand aan zijn dissertatie Public reactions to crime and insecurity, onder supervisie van prof. Martin Innes en prof. Trevor Jones, beiden verbonden aan Cardiff University.

Marnix Eysink Smeets
M.W.B. Eysink Smeets is lector Publiek Vertrouwen in Veiligheid en hoofd van de Onderzoeksgroep Recht & Veiligheid van Hogeschool Inholland in Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 110 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.