Zoekresultaat: 64 artikelen

x
Artikel

Indringender rechterlijke toetsing van AVV

Over de processuele consequenties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, bestuursprocesrecht, toetsingsintensiteit, evidence base-toetsing
Auteurs Mr. L.A. van Heusden
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bestuursrechter algemeen verbindende voorschriften voortaan indringender toetst door de zogenoemde ‘evidence base’ ervan te toetsen, waar loopt hij dan tegenaan in de praktijk? De processuele consequenties van een dergelijke toetsing worden in dit artikel beschreven. Specifiek wordt ingezoomd op het bestuursrechtelijke uitgangspunt van ex-tunctoetsing, het ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden en de partijstelling. De auteur concludeert dat ondanks de primaire focus van het bestuursprocesrecht op individuele geschilbeslechting, de Awb evidence base-toetsing mogelijk maakt. Om die toetsing in de praktijk aan effect te doen winnen, is echter ook de wetgever nodig.


Mr. L.A. van Heusden
Mr. L.A. (Louise) van Heusden is promovenda bij Tilburg University en werkzaam bij de kennisunit van de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

De wetgever die tot zichzelf sprak

Over de binding van de wetgever aan procedurele, wettelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden organieke wetgeving, zelfbinding, grondwetsinterpretatie, autonomie van de wetgever
Auteurs Prof. mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de wetgever in formele zin gebonden is aan eerdere eigen wetgeving die extra procedurele eisen aan het wetgevingsproces bevat. Die vraag wordt, met een beroep op de autonomie van de wetgever, ontkennend beantwoord. Dat geldt ook als die procedurele wetgeving uitwerking geeft aan grondwettelijke normen. Wel kan de organieke wet een hulpmiddel zijn bij de interpretatie van de achterliggende grondwettelijke norm. Aan die norm is de wetgever uiteraard wel gebonden.


Prof. mr. S.A.J. Munneke
Prof. mr. S.A.J. (Solke) Munneke is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

De betekenis van de Grondwet voor de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Auteursinformatie

Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. R.J.B. Schutgens
Prof. mr. R.J.B. (Roel) Schutgens is hoogleraar Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van RegelMaat.
Artikel

De betekenis van grondwettelijke grondrechten voor de wetgever: dode letter of zelfstandig ijkpunt?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Grondwet, beperkingssystematiek, constitutionele toetsing
Auteurs Mr. dr. L.C. Groen en Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de letterlijke tekst van de grondrechtenbepalingen in de Grondwet volgt strikt genomen alleen de eis dat een grondrechtsbeperking op een formele wet moet zijn gebaseerd. Hieruit moet echter niet worden afgeleid dat er geen materiële vereisten gelden waaraan beperkingen van grondwettelijke grondrechten moeten voldoen: het grondwettelijk wetsbegrip leent zich voor een materiële invulling. Uit diverse passages in de parlementaire stukken blijkt dat de grondwetgever deze materiële invulling ook voor ogen had, en ook in de ontwikkelingen na de grondwetsherziening van 1983 zijn daarvoor aanknopingspunten te vinden. Met een dergelijke invulling kan de toetsing aan de Grondwet in het wetgevingsproces meer inhoud en diepgang krijgen. Het artikel beschrijft dit en biedt handvatten voor deze toetsing.


Mr. dr. L.C. Groen
Mr. dr. L.C. (Lisanne) Groen is wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden (Kirchheiner-leerstoel).
Artikel

Urgenda als civielrechtelijk geschil

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden cassatie, rechterlijk bevel, executiegeschil, beleidsvrijheid
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans en Mr. W.Th. Nuninga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de Urgenda-procedure als civielrechtelijk geschil. Waarom leent het Nederlands privaatrecht zich zo goed voor dit oordeel? Hoe goed past het in de civielrechtelijke traditie? En – wellicht belangrijker – hoe zou een eventueel vervolg hierop er binnen dat civielrechtelijk kader uit kunnen zien?


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Haag.

Mr. W.Th. Nuninga
Mr. W.Th. Nuninga is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden als Meijers PhD Fellow.
Milieu

Access_open Aanscherping van rechtsbescherming en handhaving in milieuzaken: het recht op schone lucht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden luchtkwaliteit, milieurecht, rechtsbescherming, handhaving, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. dr. F.M. Fleurke
SamenvattingAuteursinformatie

    In twee hier te bespreken arresten bouwt het Hof van Justitie voort op de rechtspraak met betrekking tot het recht op schone lucht zoals neergelegd in Richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa.
    De belangrijkste aanvulling die het Hof van Justitie in het Craeynest-arrest geeft, is dat ook de wetenschappelijke beoordeling van de luchtkwaliteit door het bepalen van de plaats van een bemonsteringspunt onderworpen kan worden aan rechterlijke toetsing om zodoende het nuttig effect van de richtlijn te garanderen.
    Het tweede arrest, Deutsche Umwelthilfe, is opzienbarend omdat het Hof van Justitie hierin oordeelde dat het EU-recht onder bepaalde voorwaarden een nationale rechter als ultimum remedium de verplichting geeft gebruik te maken van een nationale bevoegdheid lijfsdwang op te leggen aan het bevoegd gezag als dit stelselmatig weigert milieumaatregelen te nemen in het kader van Richtlijn 2008/50/EG en als niet aannemelijk is dat dit zal veranderen.
    Hoewel gewezen in de context van luchtkwaliteit hebben beide arresten ook implicaties voor andere gebieden uit het milieurecht, zoals biodiversiteit, klimaat en waterkwaliteit.
    HvJ 26 juni 2019, zaak C-723/17, ECLI:EU:C:2019:533 (Lies Craeynest e.a./Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Brussels Instituut voor Milieubeheer); HvJ 19 december 2019, zaak C-752/18, ECLI:EU:C:2019:1114 (Deutsche Umwelthilfe eV/Freistaat Bayern)


Mr. dr. F.M. Fleurke
Mr. dr. F.M. (Floor) Fleurke is als universitair hoofddocent Europees milieurecht verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Over gewetensbeslissingen en het probleem van subjectiviteit bij rechterlijke oordeelsvorming

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden rechterlijke beslissing, Geweten, Subjectiviteit, Objectivering, Motivering
Auteurs Mr. dr. Tom van Malssen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article delineates the problem of judicial subjectivity in so-called ‘hard cases’. Decisions in such cases are essentially decisions of conscience, which in principle can escape the control mechanisms of objectivation and justification. This leads to the question as to the attributes of a good judge.


Mr. dr. Tom van Malssen
Mr. dr. T. van Malssen is advocaat (bij de Hoge Raad) bij Dirkzwager Legal & Tax en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Hij promoveerde in de politieke filosofie.
Verslag

De staat van de rechtspraak

Verslag van de najaarsvergadering 2019 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2020
Auteurs Marijn van den Berg en Laura Ebben
Auteursinformatie

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de rechtbank Gelderland.

Laura Ebben
Mr. L.A.G. Ebben is senior juridisch medewerker in de rechtbank Gelderland.
Artikel

Access_open Blended Learning in Legal Education

Using Scalable Learning to Improve Student Learning

Tijdschrift Law and Method, mei 2020
Trefwoorden legal education, blended learning, Scholarship of Teaching and Learning, student learning
Auteurs Mr.dr. Emanuel van Dongen en Dr. Femke Kirschner
SamenvattingAuteursinformatie

    Education should be aimed at supporting student learning. ICT may support student learning. It also may help students to learn and increase their involvement and thus their efforts. Blended learning has the potential to improve study behaviour of students, thus becoming an indispensable part of their education. It may improve their preparation level, and as a result, face-to-face education will be more efficient and more profound (e.g. by offering more challenging tasks), lifting the learning process to a higher level. Moreover, the interaction between students and teachers may be improved by using ICT. A necessary condition to lift students’ learning to a higher (better: deeper) learning level is that all students acquire basic knowledge before they engage in face-to-face teaching. In a First-Year Course Introduction to Private Law, we recently introduced a Scalable Learning environment. This environment allows the acquiring and testing of factual knowledge at individual pace, in a modern and appealing way (independent of time and place). The link between offline and online education during face-to-face teaching is made by using Learning Analytics, provided by the Scalable Learning environment. After the implementation of Scalable Learning, a survey on its effect on learning has been performed by means of questionnaires. The results were compared at the beginning and at the end of the course, related to the approaches taken by teachers as well as to the exam results. This article presents the outcomes of this study.


Mr.dr. Emanuel van Dongen
Mr.dr. Emanuel van Dongen, Department of Law, Faculty of Law, Economics and Governance, Utrecht University.

Dr. Femke Kirschner
Dr. Femke Kirschner works as Educational Consultant at the Educational Development and Training, Utrecht University.
Artikel

Access_open Recht en politiek in de klimaatzaken

Een sleutelrol voor het internationaal recht in de argumentatie van de nationale rechter

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2020
Auteurs Vincent Dupont
SamenvattingAuteursinformatie

    Ever since it was published in 2015, the judgment of the The Hague court in the so-called Urgenda-case, and the subsequent decisions of the appellate and cassation courts confirming it, have been met with repeated and vivid critiques. By recognizing the necessity of the reduction in greenhouse gas emissions, and furthermore imposing a certain reduction level on the Dutch state, the judgments in the cases at hand gave rise to many questions concerning the position of the judiciary in the matter, and in Dutch society as a whole. This article attempts in the first place to situate the positions of the different actors intervening in the Urgenda-case within a legal-theoretical framework. The contribution subsequently explores the strategic possibilities that an alternative understanding of law could offer to the judges, focusing specifically on the use of legal instruments stemming from international law, brought into the reasoning of the national judge.


Vincent Dupont
Vincent Dupont studeerde in 2017 af als Master of Laws aan de KU Leuven en volgt momenteel een opleiding sociologie aan de Université libre de Bruxelles, Unicamp in São Paulo en de École des hautes études en sciences sociales in Parijs.
Artikel

Grotere vrijheid in geval van godsdienstige motieven?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vrijheid van godsdienst, beperkingsmogelijkheden, samenloop (met andere grondrechten), vaccinaties, verwerpen van homoseksualiteit
Auteurs Mr. dr. Aernout Nieuwenhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Do religious motives result in greater freedom of action? This question cannot be answered with a simple yes or no. First of all, a distinction must be made between conduct that falls within the scope of the right to freedom of religion as opposed to other conduct. This distinction in turn needs some qualification. The aforementioned right can, after all, be restricted. The conduct in question could moreover fall within the purview of another fundamental right, as a result of which persons without religious motives are entitled to invoke another fundamental right. All these distinctions will be reviewed in this article. Special attention will be given to religiously motivated statements condemning homosexuality and the religiously motivated refusal to have children vaccinated.


Mr. dr. Aernout Nieuwenhuis
Mr. dr. A.J. Nieuwenhuis is hoofddocent Staatsrecht aan de UvA. Hij doceert constitutioneel recht en grondrechtelijke vakken. Hij publiceert regelmatig over de vrijheid van meningsuiting; daarnaast ook over de vrijheid van godsdienst.
Artikel

Access_open Tien aanpassingen aan het Nederlands procesrecht in het licht van de datagedreven samenleving en autonome systemen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden autonome systemen, datagedreven besluitvorming, profilering, procesrecht
Auteurs Bart van der Sloot en Sascha van Schendel
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland transformeert naar een datagedreven samenleving. De politie, de Belastingdienst en uitkeringsinstanties experimenteren met Big Data; private partijen, zoals sociale media, banken, en medische organisaties gebruiken algoritmes en profielen om beleidskeuzes te maken. Daarbij worden beleidskeuzes steeds meer geautomatiseerd. Uit de substantiële hoeveelheden data die worden verzameld worden patronen, correlaties en waarschijnlijke verbanden tussen verschillende datapunten gedestilleerd. De profielen die op basis daarvan worden vervaardigd worden gebruikt om keuzes te maken over toekomstige gevallen. Hierdoor wordt het besluit- en beleidsvormingsproces in toenemende mate gestandaardiseerd. De hoop is dat de door data-analyse geïnformeerde besluiten kwalitatief beter zullen zijn en dit de uitvoering van het beleid effectiever en efficiënter zal maken. In onderzoek dat is verricht in opdracht van het ministerie van Justitie en veiligheid wordt geconcludeerd dat tien veranderingen aan het Nederlands recht nodig zijn om deze transitie in goede banen te leiden.


Bart van der Sloot
Dr. B. van der Sloot is senior researcher aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van Tilburg University.

Sascha van Schendel
S. van Schendel is promovendus aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van Tilburg University.
Artikel

Van Duwbak Linda naar Schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, onrechtmatige daad, toerekening naar redelijkheid, causaal verband
Auteurs Prof. mr. A.J. Verheij
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad deed vorig jaar uitspraak in de procedure naar aanleiding van het Schietincident in Alphen aan den Rijn. In deze bijdrage staat vooral het oordeel omtrent de relativiteit centraal, maar tevens wordt aandacht besteed aan het condicio sine qua non-verband en art. 6:98 BW.


Prof. mr. A.J. Verheij
Prof. mr. A.J. Verheij is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het verbintenissenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Relativiteit en causaliteit naar aanleiding van het schietincident Alphen aan den Rijn

HR 20 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1409

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2019
Trefwoorden relativiteit, overheidsaansprakelijkheid, causale toerekening, letselschade, veiligheidsnorm
Auteurs Mr. drs. I. Haazen
SamenvattingAuteursinformatie

    De relativiteit bleek in eerdere jurisprudentie vaak een struikelblok bij overheidsaansprakelijkheid. Vooral bij publiekrechtelijke regelgeving heeft de wetgever zich dikwijls nauwelijks uitgelaten over de bescherming van individuele vermogensbelangen van burgers. De Hoge Raad onderzoekt in het hierna te bespreken arrest het doel en de strekking van de geschonden norm in de zaak over het schietincident in Alphen aan den Rijn. De overtreden norm die ziet op de veiligheid van de samenleving strekt zich ook uit tot de individuele vermogensbelangen van burgers. Bovendien rechtvaardigt een veiligheidsnorm een verregaande toerekening van schade en beperkt zich in beginsel niet tot letsel- en overlijdensschade.


Mr. drs. I. Haazen
Mevr. mr. drs. I. Haazen is docent bij de sectie Burgerlijk Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en verbonden aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht.

Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

De Urgenda-zaak en de mogelijkheden voor internationale rechtspraak door de Nederlandse rechter in algemeen-belangacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2019
Trefwoorden staatsmachten, legitimatie, internationaal recht, Rookverbod-arrest, dualiteit rechtspraak
Auteurs Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de Urgenda-zaak is niet alleen de dialoog geopend over de betekenis van het internationale klimaatrecht, de mogelijkheden voor algemeen-belangacties op andere gebieden en de verhouding tussen de Nederlandse staatsmachten, maar komt ook de rol van de nationale rechter in het internationale recht aan bod. Via de route van het EVRM wijst de Nederlandse rechter de Staat op zijn internationale verplichtingen – waaronder die van de positieve bescherming van mensenrechten – en brengt hij de rechtsopvattingen van internationaal en nationaal recht op één lijn. Dit getuigt van een actieve rol van de rechter. Geplaatst in het licht van internationale ontwikkelingen en het Rookverbod-arrest biedt deze rol ook mogelijkheden voor algemeen-belangacties wanneer de normen uit internationale verdragen in het concrete geval rechtstreeks toegepast kunnen worden door de rechter.


Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek
Mr. dr. B.A. Kuiper-Slendebroek is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2017 aan de Universiteit Leiden op het proefschrift getiteld ‘Rechter over grenzen: de interpretatie en doorwerking van internationaal recht in het Nederlands privaatrecht’.
Artikel

Urgenda en de beoordeling van macro-argumenten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Urgenda, Macro-argumenten en macro-effecten, public interest litigation, positieve verplichtingen, rechterlijke risicoregulering
Auteurs Mr. dr. E.R. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Urgenda-arrest illustreert de vragen die ontstaan ten aanzien van de rol die de civiele rechter kan en wellicht ook moet vervullen bij het vormgeven van het publieke leven van het civiele aansprakelijkheidsrecht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag hoe de civiele rechter daarbij om kan gaan met macroargumenten.


Mr. dr. E.R. de Jong
Mr. dr. E.R. de Jong is als universitair hoofddocent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Een mogelijke inpassing van de G1000 op nationaal niveau

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden G1000, burgerparticipatie, deliberatie, representatieve democratie, wetgevingsproces
Auteurs Mr. M. van Zanten, G.J.P. Penders, L.S.R. Frietman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De G1000 is als vorm van burgerparticipatie herhaaldelijk ingezet op lokaal niveau als aanvulling op de representatieve democratie. Daarmee voorziet de G1000 in potentie in de behoefte van veel burgers aan (meer) politieke betrokkenheid. In dit artikel gaan de auteurs daarom in op de vraag of en hoe de G1000 ook op nationaal niveau, in het wetgevingsproces, kan worden ingepast. Daarbij wordt eerst ingegaan op de behaalde resultaten van de G1000 op lokaal niveau en de toegevoegde waarde van het instrument ten opzichte van andere vormen van burgerparticipatie. Vervolgens wordt gekeken welke constitutionele grenzen het grondwettelijk stelsel stelt aan de inpassing van een G1000 op nationaal niveau. De auteurs komen tot de conclusie dat een G1000 binnen deze grenzen kan worden ingepast, waarbij tegelijkertijd de basisprincipes van de G1000 zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Zij dragen in dat kader enkele ideeën aan voor de daadwerkelijke implementatie van de G1000 in het nationale wetgevingsproces.


Mr. M. van Zanten
Mr. M. (Melanie) van Zanten is als promovenda verbonden aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

G.J.P. Penders
G.J.P. (George) Penders is masterstudent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als student medewerker bij de sectie bestuursrecht van Pels Rijcken.

L.S.R. Frietman
L.S.R. (Lars) Frietman heeft in Utrecht zijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond en is oud-voorzitter van Studievereniging Politeia voor staats-, bestuursrecht en rechtstheorie.

P.A. Oudijn
P.A. (Nellieke) Oudijn heeft haar master Staats- en Bestuursrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als advocaat bij BVD advocaten.

L.J.C.M. van der Ven
L.J.C.M. (Lorenz) van der Ven heeft zijn bachelor Rechtsgeleerdheid afgerond aan de Universiteit Utrecht en is werkzaam als buitengriffier op de Rechtbank Midden-Nederland.
Objets trouvés

Leidt terugtred van de wetgever tot een opmars van rechterlijke rechtsvorming en afbraak van democratische waarden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Terugtred, Rechtsvorming, Tegendemocratie, Deparlementarisering, Primaat
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Raad van State gewaarschuwd dat het primaat van de wetgever wordt uitgehold door het regeren bij akkoord, gebruik van kaderwetgeving, experimentwetgeving en private regelgeving. Dat zou leiden tot een opmars van rechtsvorming door de rechter waardoor het primaat van de wetgever nog verder wordt aangetast. In deze bijdrage wordt echter verdedigd dat herstel van het primaat van de wetgever waarschijnlijk onmogelijk is en dat een grotere nadruk op rechterlijke rechtsvorming in het licht van de democratietheorie van Rosanvallon evengoed kan worden gezien als een zegen voor de democratie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

    In legal education, criticism is conceived as an academic activity. As lecturers, we expect from students more than just the expression of their opinion; they have to evaluate and criticize a certain practice, building on a sound argumentation and provide suggestions on how to improve this practice. Criticism not only entails a negative judgment but is also constructive since it aims at changing the current state of affairs that it rejects (for some reason or other). In this article, we want to show how we train critical writing in the legal skills course for first-year law students (Juridische vaardigheden) at Vrije Universiteit Amsterdam. We start with a general characterization of the skill of critical writing on the basis of four questions: 1. Why should we train critical writing? 2. What does criticism mean in a legal context? 3. How to carry out legal criticism? and 4. How to derive recommendations from the criticism raised? Subsequently, we discuss, as an illustration to the last two questions, the Dutch Urgenda case, which gave rise to a lively debate in the Netherlands on the role of the judge. Finally, we show how we have applied our general understanding of critical writing to our legal skills course. We describe the didactic approach followed and our experiences with it.


Bart van Klink
Bart van Klink is Professor of Legal Methodology, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.

Lyana Francot
Lyana Francot is Associate Professor of Legal Theory, Department of Legal Theory and History, Faculty of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, The Netherlands.
Toont 1 - 20 van 64 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.