Zoekresultaat: 28 artikelen

x
Book Review

Access_open Marc Hertogh, Nobody’s Law, Legal Consciousness and Legal Alienation in Everyday Life

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Vervreemding, Naleving van wetten, Legitimiteit, Rule of Law
Auteurs Irawan Sewandono
Auteursinformatie

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

Afbakening van de godsdienstvrijheid in de context van sociale voorzieningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Reikwijdte godsdienstvrijheid, sociaal grondrecht, Bijstand, sociale voorzieningen, islamitische geloofsuitingen
Auteurs Mr. dr. Jos Vleugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Invoking the fundamental social right to assistance does not prevent the CRvB from also applying the traditional fundamental right to freedom of religion. This approach is in line with the current case-law of the ECHR. This also applies to the more subjective explanation of religion used by the CRvB. This can be justified by the doctrine of interpretative restraint and the importance of self-definition. In the light of these principles, it is unclear why the CRvB makes a distinction in the level of protection of different religious expressions when weighing up interests in the context of article 9 ECHR


Mr. dr. Jos Vleugel
Mr. dr. A. Vleugel is als universitair docent werkzaam bij de afdeling Staats-, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 2018 op een proefschrift met de titel Het juridische begrip van godsdienst.

Irawan Sewandono
Irawan Sewandono is universitair docent staats- en bestuursrecht bij de Faculteit Cultuur- en Rechtswetenschappen van de Open Universiteit.
Jurisprudentie

Afwijzing van voorziening doventolk. Geen sprake van ongeoorloofd onderscheid op basis van leeftijd of handicap

Centrale Raad van Beroep 8 september 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:3229)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Artikel 19a WOOS, artikel 34a en 35 Wet WIA, artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM, Richtlijn 2000/78/EG, VN-verdrag Handicap
Auteurs Mr. M.J.A.C. Driessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Betrokkene is doof en vraagt een voorziening doventolk aan ten behoeve van een opleiding die zij wil gaan volgen. De aanvraag wordt afgewezen door de Centrale Raad van Beroep. Voor een voorziening op grond van de Wet Overige OCW-subsidies is zij te oud. Een beroep op leeftijdsdiscriminatie slaagt niet omdat het gemaakte onderscheid op grond van leeftijd gerechtvaardigd wordt geacht. Ook een voorziening in het kader van de Wet WIA wordt afgewezen. Een voorziening krachtens die wet wordt alleen toegekend als de opleiding als een toeleiding naar werk kan worden gezien. Nu betrokkene al werk heeft is daarvan geen sprake. Een beroep op het VN-verdrag Handicap helpt betrokkene niet. Opmerkelijk is wel dat de Centrale Raad van Beroep toetst aan dit verdrag zonder de toepasbaarheid van dat verdrag separaat te beoordelen.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M.J.A.C. Driessen
Mr. M.J.A.C. (Malva) Driessen is docent sociaal recht aan de Maastricht University
Artikel

Staatssteun en economische activiteiten van de kerk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden staatssteun, onderneming, status kerk, economische activiteit, loyaliteitsverplichting
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest gewezen naar aanleiding van een Spaanse vrijstelling van de Katholieke Kerk van belastingen heeft de Grote kamer van het Hof van Justitie een interessant oordeel gegeven over de toepasselijkheid van het recht van de Unie op activiteiten van kerken. Het arrest bevat fundamentele overwegingen over de kwalificatie van een entiteit als onderneming en gaat in op de vraag wanneer activiteiten economische activiteiten zijn. Voorts komt het onderscheid tussen bestaande en nieuwe steunmaatregelen aan de orde. Bijkomend gaat het Hof van Justitie in op de betekenis voor de nationale rechter van het beginsel van loyale samenwerking.
    HvJ (Grote kamer) 27 juni 2017, zaak C-74/16, Congregación de Escuelas Pías Provincia Betania/Ayuntamiento de Getafe, ECLI:EU:C:2017:496


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NtEr.
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de mogelijkheden om bekostigde hoger onderwijsinstellingen onder de reikwijdte van de Wet Markt en Overheid te brengen.


Ali Mohammad
Mr. A.H.A. Mohammad is promovendus staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. Zijn promotieonderzoek naar de juridische mogelijkheden en grenzen van het academisch ondernemerschap wordt door NWO gefinancierd.
Artikel

De invloed van niet-rechtstreeks werkende grondrechtelijke verdragsbepalingen en de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen, sociaal-economische rechten, interpretatie van grondrechtelijke verdragsbepalingen, proportionaliteitvereiste
Auteurs Mr. dr. A.E.M. Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat centraal hoe niet-rechtstreeks werkende verdragsbepalingen doorwerken in wetgeving. Dergelijke bepalingen komen in allerlei soorten en maten voor en in deze bijdrage gaat het om de grondrechtelijke soort, die vaak zogenaamde sociaal-economische rechten betreffen. Het blijkt dat, hoewel dergelijke bepalingen niet direct doorwerken in de Nederlandse rechtsorde, zij toch hun invloed daarop uitoefenen. Ook de wetgever dient zich rekenschap te geven van dergelijke verdragsbepalingen, omdat het sluiten van een verdrag verplichtingen met zich brengt. In deze bijdrage wordt de wetgever een aantal handvatten aangereikt waar hij rekening mee moet houden. Proportionaliteit speelt hierbij een belangrijke rol. Tot slot wordt de relatie tussen wetgever en rechter in deze context beschreven, met name hoe de competentie tussen beide staatsmachten dient te worden afgebakend.


Mr. dr. A.E.M. Leijten
Mr. dr. A.E.M. (Ingrid) Leijten LL.M. is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Leiden
Artikel

Exceptie van de mededingingsbepalingen voor (schijn)zelfstandigen: de zaak FNV Kiem

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden mededinging, sociaal beleid, werknemerschap, schijnzelfstandigen
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens het Albany-arrest zijn cao-bepalingen die op werknemers betrekking hebben onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de werking van de mededingingsbepalingen van het VWEU (art. 101). In het arrest FNV Kiem is de vraag aan de orde of een bepaling die in een cao is opgenomen reeds om die reden buiten de mededingingsbepalingen valt. Als het antwoord hierop ontkennend is dan is de vraag of de omstandigheid dat de bepaling betrekking heeft op zelfstandigen, maar (ook) bedoeld is ter verbetering van arbeidsvoorwaarden of werkgelegenheid van werknemers tot gevolg heeft dat de mededingingsbepalingen dergelijke cao-bepalingen niet verbieden. Het Hof van Justitie antwoordde dat bepalingen die betrekking hebben op zelfstandigen niet buiten de werkingssfeer van artikel 101 VWEU vallen. Dit is echter anders wanneer het om schijnzelfstandigen gaat. Vervolgens gaf het Hof van Justitie een ruime definitie van ‘schijnzelfstandigen’, zodat het arrest meer mogelijkheden geeft om cao-bepalingen die betrekking hebben op ‘zelfstandigen’ te maken dan op het eerste gezicht lijkt.
    HvJ 4 december 2014, zaak C-413/13, FNV Kiem, ECLI:EU:C:2014:2411


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. (Frans) Pennings is Hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht en tevens gasthoogleraar aan de Universiteit van Gotenburg.
Artikel

Milieuaansprakelijkheid en zorgplichten in de Omgevingswet

Oratie Rijksuniversiteit Groningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden Omgevingswet, Milieuaansprakelijkheid, Chemie-Pack, Zorgplicht, Aansprakelijkheid
Auteurs Prof. mr. G.A. van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is de licht aangepaste schriftelijke versie van de rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen op 14 oktober 2014. De auteur gaat in op de samenloop van grondslagen om milieuschade te verhalen bij de burger zoals milieuaansprakelijkheid, algemene zorgplichten en bijzondere wettelijke regelingen. In het wetsvoorstel voor de Omgevingswet blijft deze veelheid aan instrumenten bestaan.


Prof. mr. G.A. van der Veen
Prof. mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat bij AKD Advocaten en Notarissen te Rotterdam en bijzonder hoogleraar Milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bestuursrecht, Wet BIG, Wet openbaarheid van bestuur
Auteurs Mr. drs. A.C. de Die en mr. C. Velink
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan bod komt de jurisprudentie van 1 augustus 2012 tot en met 8 april 2014. De kroniek bevat een overzicht van de belangrijkste bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg: de algemene bestuursrechtelijke thema's, uitspraken over de Wet BIG, diverse uitspraken op het gebied van handhaving, Wob-jurisprudentie die vaak betrekking heeft op bij toezichthouders berustende documenten, jurisprudentie over de Geneesmiddelenwet en de subsidiebesluiten, varia en de rapporten van de Nationale ombudsman.


Mr. drs. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

mr. C. Velink
Caren Velink is advocaat bij Velink & De Die advocaten te Amsterdam.

    This article examines the subsidy rules as they have developed since the introduction of the subsidy title into the General Administrative Law Act (GALA) fifteen years ago. What did experts at that time consider to be the most important parts of the subsidy title and what were their expectations in that regard? We will consider, for certain selected topics, which main developments have taken place in legal practice over the past fifteen years, based mainly on an analysis of the case law. The most important features and trends will be outlined in this article. Finally, we will consider whether these features and trends can teach us anything about (the development of) the GALA that may still be relevant for the legislator today, when designing general rules of administrative law.


Rianne Jacobs
Rianne Jacobs is raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van V&J

Willemien den Ouden
Willemien den Ouden is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Leiden

    In 1998 a chapter on administrative enforcement was added to the GALA (in the so-called third Tranche). This contribution reflects on the legislative aims of this Tranche; to what extent these aims have been attained and what important developments have occurred since. As the third Tranche has led to little reform, a brief review will suffice. The developments after the third Tranche are discussed extensively, concerning both the third Tranche - amongst others the obligation in principle to enforce ('beginselplicht tot handhaving') - and reparatory sanctions since the fourth Tranche (2009), which amongst others regulated the execution of administrative reparatory sanctions and added regulation on administrative fines (a punitive sanction). Additionally, more general provisions of administrative law enforcement are discussed. The development of administrative enforcement are reflected against general developments in administrative law, such as harmonization and the increase of litigation. Lastly some bottlenecks will be noticed and solutions proposed.


Prof.mr.drs. Lex Michiels

    Article 3:41 General administrative law act reads: Orders which are addressed to one or more interested parties shall be notified by being sent or issued to these, including the applicant. If an order cannot be notified in that manner, it shall be notified in any other suitable way. This article examines the extent of 'any other suitable way' and whether the objectives of the legislator have been achieved.


Rolf Ortlep
Rolf Ortlep is verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Baas boven baas

De nationale rechter is bij verwijzing of terugwijzing niet gebonden aan de rechtsopvatting van de hoogste rechter, wanneer hij twijfelt of deze opvatting strijdig is met het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden ambtshalve, prejudiciële procedure, terugwijzing
Auteurs Mr. M.J.M. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter is bevoegd om ambtshalve een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie te stellen na verwijzing of terugwijzing van de zaak door de hoogste rechter. Dit geldt ook als hij op grond van een nationaal voorschrift verplicht is om bij zijn beslissing de rechtsopvatting te volgen van die hoogste rechter. In dit artikel wordt het arrest Križan, waarin deze problematiek recentelijk aan de orde kwam, besproken in de context van eerdere jurisprudentie. Daarnaast wordt een vergelijking getrokken met de mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad en wordt bezien wat het arrest Križan betekent voor de Nederlandse rechtspraktijk.
    HvJ EU 15 januari 2013, zaak C-416/10, Jozef Križan e.a./Slovenská inšpekcia životného prostredia, n.n.g.


Mr. M.J.M. Verhoeven
Mr. M.J.M. Verhoeven is rechterlijk ambtenaar in opleiding bij de Rechtbank Gelderland.
Artikel

Waar vinden we het Waddenzeebeleid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Waddenzee, natuurbescherming, Barro, Natura 2000
Auteurs Mr. dr. P. Mendelts
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag van deze bijdrage is of en in hoeverre we het Waddenzeebeleid nog moeten zien als ruimtelijke-ordeningsbeleid, of dat het Natuurbeschermingswetkader die rol heeft overgenomen of zal moeten overnemen.De PKB Waddenzee is sinds de inwerkingtreding van de Wro enkel op basis van overgangsrecht van toepassing. Met de definitieve aanwijzing van het gebied als Natura 2000 en het bijbehorende beheerplan in de maak zijn veel functies uit de PKB overgenomen door de nieuwe instrumenten uit het natuurbeschermingsrecht. De Waddenzee wordt ook beschermd op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Door het afnemende belang van de PKB binnen het Waddenzeebeleid en de verspreiding van belangrijke elementen over NB-wet 1998-kader en RO-kader dreigt versnippering van de bescherming van de Waddenzee.


Mr. dr. P. Mendelts
Mr. dr. P. (Peter) Mendelts is zelfstandig juridisch adviseur te Leeuwarden en docent bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 1 - 20 van 28 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.