Zoekresultaat: 94 artikelen

x
Artikel

De (on)zin van strategisch contracteren bij gebruik en levering van zaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden uitleg, kwalificatie, medische behandelingsovereenkomst, koopovereenkomst, hulpzaken
Auteurs Mr. dr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt onderzocht of een poging tot strategisch contracteren effect heeft in het licht van de uitleg en kwalificatie van de overeenkomst. Dit wordt besproken aan de hand van een voorbeeld waarin een hulpverlener met een patiënt overeenkomt dat een zaak aan de patiënt wordt geleverd met als doel de toepassing van art. 7:24 lid 2 BW te activeren.


Mr. dr. J.T. Hiemstra
Mr. dr. J.T. Hiemstra is advocaat bij Hausfeld te Amsterdam.
Artikel

Access_open Rechtstekorten in het gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden VGR, gezondheidsrecht, Henk Leenen-lezing, menselijke persoon
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Lezing gehouden bij de gelegenheid van het 50-jarige bestaan van de Vereniging voor Gezondheidsrecht op 20 april 2018 in Rotterdam, met als onderwerp de ontwikkeling van het gezondheidsrecht in Nederland.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam, en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Column

De wilsbekwame patiënt en zijn mentor of curator

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Wilsbekwaamheid, Vertegenwoordiging, Mentor, Curator
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    De mogelijkheid bestaat dat een patiënt die een mentor of curator heeft op enig moment wilsbekwaam is met betrekking tot beslissingen over medisch handelen. Wie beslist dan: de patiënt of zijn wettelijk vertegenwoordiger? Over het antwoord op die vraag wordt in het gezondheidsrecht verschillend gedacht. In dit artikel wordt betoogd dat voor de mentor of curator alleen een rol is weggelegd op momenten dat de patiënt wilsonbekwaam is.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht AMC/UvA. Tevens is hij lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

De toegankelijkheid van het tuchtrecht in de gezondheidszorg

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2017
Trefwoorden medisch tuchtrecht, griffierecht, wettelijk tuchtrecht, toegankelijkheid tuchtrechtspraak
Auteurs Mr. A. Rube
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het medisch tuchtrecht centraal. In december 2016 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt, dat de toegankelijkheid en effectiviteit van het wettelijk tuchtrecht in de gezondheidszorg moet verbeteren. De centrale vraag van deze bijdrage is in hoeverre deze doelen met het wetsvoorstel worden bereikt. Het primaire doel van medisch tuchtrecht is het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Het is tevens een middel om te bereiken dat personen die een medisch beroep uitoefenen en daardoor een bijzondere verantwoordelijkheid dragen, hun beroep uitoefenen op een wijze die met die verantwoordelijkheid overeenstemt. Het tuchtrecht dient daarmee een algemeen belang; het is niet gericht op persoonlijke genoegdoening van de klager. Hierdoor is toegankelijkheid van het tuchtrecht van essentieel belang. In het genoemde wetsvoorstel wordt een aantal voorstellen gedaan om dat te verbeteren, maar de auteur meent dat dat doel niet in alle gevallen wordt bereikt. Met name de invoering van griffierecht acht zij in dit licht problematisch. In plaats daarvan zou ondersteuning van de klager de voorkeur moeten krijgen en breder worden ingezet dan waar het wetsvoorstel nu in voorziet.


Mr. A. Rube
Mr. A. (Anneloes) Rube is werkzaam als beleidsadviseur gezondheidsrecht bij de KNMG en als promovenda gezondheidsrecht bij de Universiteit van Amsterdam – Academisch Medisch Centrum.
Artikel

Het gebruik van patiëntgegevens in de nieuwe klachtenprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Klachtrecht, Wkkgz, patiëntgegevens, verdediging, art. 6 EVRM
Auteurs Mr. C.E. Philips-Santman
SamenvattingAuteursinformatie

    De heersende opvatting dat voor het gebruik van patiëntgegevens in een klachtenprocedure uitdrukkelijke toestemming van een patiënt nodig is, moet in het kader van de inwerkingtreding van de Wkkgz worden heroverwogen. Twee belangrijke wijzigingen in het klachtrecht geven daarvoor aanleiding: (1) een zorgaanbieder is voor de interne behandeling van een klacht niet langer verplicht gebruik te maken van een onafhankelijke klachtencommissie en (2) een zorgaanbieder is verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie die (in tweede instantie) bij wege van bindend advies over een klacht oordeelt. Als een zorgaanbieder zelf een oordeel velt over de gegrondheid van een klacht moet het gebruik van patiëntgegevens in dat kader ook zonder toestemming van de patiënt mogelijk zijn. De procedure bij een geschilleninstantie valt onder de reikwijdte van artikel 6 lid 1 EVRM. De daarmee samenhangende waarborgen zouden ook van toepassing moeten zijn op de afhandeling van een klacht in ‘eerste aanleg’.


Mr. C.E. Philips-Santman
Cezanne Philips-Santman (34 jaar) is docent/onderzoeker in de sectie ethiek en recht van de gezondheidszorg in het LUMC. De auteur dankt Dick Engberts voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel.

    In deze bijdrage wordt de reikwijdte van de tweede tuchtnorm van de Wet BIG in kaart gebracht. Daarbij wordt nagegaan of wijziging van de betreffende norm noodzakelijk c.q. wenselijk is. Geconstateerd wordt dat de tuchtrechter de afgelopen jaren geen consistente lijn heeft gevolgd bij de uitleg van de tweede tuchtnorm, hetgeen onwenselijk is. Aanbevolen wordt om de tuchtnorm(en) te wijzigen in een zogenoemde betamelijkheidsnorm en om in het kader van de ontvankelijkheid niet langer te toetsen aan de reikwijdte van de tuchtnorm(en).


Mr. C.A. Bol
Caressa Bol is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit; lid College voor de Rechten van de Mens en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Extra bescherming voor de OK-functionaris: de escrowvoorziening

Hof Amsterdam (OK) 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4379 (Cunico)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Ondernemingskamer, Cunico, OK-functionaris, aansprakelijkheid, escrowvoorziening
Auteurs Mr. D.M.H. de Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Cunico-beschikking staat de OK een ruime escrowvoorziening toe, die mede strekt tot zekerheid van de kosten van advies en verweer in rechte tegen aansprakelijkstellingen van de door de OK benoemde functionarissen persoonlijk. De escrowvoorziening lijkt een welkome aanvulling op de middelen om de OK-functionaris te beschermen tegen (ongefundeerde) druk van de bij de rechtspersonen betrokken partijen, zolang de omvang van de escrowvoorziening niet tot onnodige extra liquiditeitskrapte bij de rechtspersoon leidt.


Mr. D.M.H. de Leeuw
Mr. D.M.H. de Leeuw is advocaat bij DLA Piper in Amsterdam.
Artikel

Vergoeding van integriteitsschade mede bezien vanuit een mensenrechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2016
Trefwoorden integriteitsschade, immateriële schade, schadevergoeding, informatieplicht, zelfbeschikkingsrecht
Auteurs A.M. Overheul
SamenvattingAuteursinformatie

    Met vergoeding van integriteitsschade wordt een vergoeding van immateriële schade toegekend wegens een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. Hiermee verschuift het juridische obstakel van de causaliteit naar het schadebegrip. De vraag is of deze ‘schadepost’ daadwerkelijk juridisch relevante ‘schade’ is. De wetgever heeft zich hierover niet uitgelaten en de Hoge Raad heeft zich op dit punt nog niet uitgesproken. De wijze waarop het EHRM omgaat met het zelfbeschikkingsrecht kan inspiratie bieden voor de invulling van het Nederlandse concept ‘integriteitsschade’. In deze bijdrage wordt daarom niet alleen stilgestaan bij de discussie in Nederland over de invulling van dit concept, maar wordt ook een vergelijking gemaakt met rechtspraak van het EHRM over de schending van het recht op informatie in medische aansprakelijkheidszaken. De vraag is met name hoe de begrenzing van deze schadepost eruit zou moeten zien.


A.M. Overheul
A.M. Overheul is bachelorstudent aan het Utrecht Law College van de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar Gezondheidsrecht, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit, lid-jurist van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle en redacteur van dit tijdschrift. Hij schrijft op persoonlijke titel.
Artikel

Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg: zit de wetgever op het goede spoor?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden elektronische informatie-uitwisseling, gegevens, EPD, toestemming
Auteurs Mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bepalingen van het wetsvoorstel ‘cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens’ in het licht geplaatst van en vergeleken met de huidige regels voor gegevensuitwisseling in de zorg. Geconcludeerd wordt dat het huidige juridische kader wordt aangescherpt met het van kracht worden van het wetsvoorstel. Dat is een goede zaak, al is bij de toegankelijkheid en de praktische uitvoerbaarheid van de nieuwe wetsbepalingen nog wel een aantal kanttekeningen te plaatsen.


Mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Column

Klachtgerechtigdheid van een nabestaande in het BIG-tuchtrecht ten onrechte beperkt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden tuchtrecht, nabestaande, rechtstreeks belanghebbende, ontvankelijkheid
Auteurs Mr. L.E. Kalkman-Bogerd
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) een aantal uitspraken gedaan over de klachtgerechtigdheid van een naaste betrekking die na het overlijden van de patiënt als nabestaande een tuchtklacht indient over aan de patiënt verleende zorg. Het CTG zoekt bij het antwoord op de vraag of de nabestaande rechtstreeks belanghebbend is ten onrechte aansluiting bij de vertegenwoordigingsregeling van de geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:465 BW). Deze vertegenwoordiging eindigt met het overlijden van de patiënt en heeft geen betrekking op het indienen van een tuchtklacht. De benadering van het CTG doet ook geen recht aan het primaire doel van het tuchtrecht: handhaving en waar nodig verbetering van de kwaliteit van de zorgverlening. Het tuchtrecht is niet primair bedoeld voor genoegdoening van de patiënt. De klachtgerechtigdheid van een nabestaande vloeit voort uit zijn verwantschap aan de patiënt. Die verwantschap maakt hem, behoudens bijzondere omstandigheden, rechtstreeks belanghebbend, niet het antwoord op de vraag of de nabestaande geacht wordt de patiënt te vertegenwoordigen.


Mr. L.E. Kalkman-Bogerd
Laura Kalkman-Bogerd is juridisch adviseur gezondheidsrecht te Leiden.

    Missen van diagnose; toevalsbevinding; eis tot schadevergoeding

Artikel

Verslag najaarsvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2014

Thema: ‘Strafrecht als waarborg voor kwaliteit van zorg’

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden strafrecht, handhaving, kwaliteit van zorg
Auteurs Mr. J.C. Smeur
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de op vrijdag 7 november 2014 gehouden najaarsvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht die als thema had: ‘Strafrecht als waarborg voor kwaliteit van zorg’. Het inhoudelijke gedeelte van de vergadering bestond in hoofdzaak uit twee voordrachten over de toenemende nadruk op het handhavende deel van het (gezondheids)recht, waaronder het strafrecht, ten aanzien van zowel reguliere zorgverleners als alternatieve behandelaren.


Mr. J.C. Smeur
Judith Smeur is senior parketsecretaris bij het Expertisecentrum Medische Zaken van het Openbaar Ministerie
Artikel

Strafrecht en de (kwaliteit van) zorg

Een benadering vanuit de gezondheidsrechtelijke praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden strafrecht, tuchtrecht, kwaliteit van zorg, meldingsprocedure IGZ-OM
Auteurs Mr. W.R. Kastelein
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is het effect van het gebruik van het strafrecht in de zorg op de kwaliteit van zorg? Bij een vergelijking van de jurisprudentie in tucht- en strafzaken lijkt de strafrechter bij hetzelfde feitencomplex grondiger onderzoek te doen. Vanuit die optiek is het feit dat er, mede ten gevolge van een onvoldoende instroom van zaken bij het OM, weinig levensdelicten in de zorg strafrechtelijk worden getoetst een gemiste kans. Die instroom zou wellicht beter kunnen worden gewaarborgd door een meldingsprocedure bij IGZ met een ‘doormelding’ aan het OM van potentiële levensdelicten in de zorg, vergelijkbaar met de meldingsprocedure euthanasie.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/partner bij Nysingh advocaten en notarissen te Zwolle.
Column

Naar een samenhangend kader voor het gebruik van de bevoegdheid tot inzage van patiëntendossiers door de IGZ

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden inzagebevoegdheid IGZ, toestemming, patiëntendossiers, beleidsregels
Auteurs Prof. mr. J.H. Hubben, mr. A.C. de Die en prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    De IGZ heeft een wettelijke bevoegdheid tot het inzien van patiëntendossiers. De vraag is wanneer de IGZ van die bevoegdheid gebruik mag maken zonder toestemming van de patiënt. Dit artikel is een bewerking van een advies van de auteurs aan de KNMG. Het verkent de mogelijkheden om via beleidsregels tot een beter beoordelingskader te komen.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht, faculteit rechtsgeleerdheid RU Groningen en counsel Nysingh advocaten & notarissen N.V.

mr. A.C. de Die
Mieke de Die is advocaat bij Velink & De Die advocaten.

prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar AMC/UvA.
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Artikel

Medisch beroepsgeheim en familieleden

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden beroepsgeheim, familieleden, vertegenwoordiging, belangen, conflict van plichten
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en mr. dr. M.C. Ploem
SamenvattingAuteursinformatie

    Waar het gaat om de uitwisseling van medische gegevens vormt de hoedanigheid van familielid als zodanig geen grond om inbreuk te maken op het medisch beroepsgeheim. Het is in beginsel aan de betrokkene zelf om uit te maken of familieleden mogen worden geïnformeerd. In deze bijdrage worden situaties besproken waarin familieleden vanwege de rol die zij vervullen (vertegenwoordiger) of de belangen die zij bij inzage in het dossier van hun naaste hebben (rouwverwerking, behoefte aan informatie over erfelijkheidsonderzoek of andere gezondheidsbelangen, vermoeden van een medische fout, vermogensbelangen) moeten of mogen worden geïnformeerd, ook al heeft de betrokkene daarmee niet expliciet ingestemd.


Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens lid van het College voor de Rechten van de Mens.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is onderzoeker/docent gezondheidsrecht bij het AMC, Afdeling Sociale Geneeskunde.
Diversen 2

Europeesrechtelijke ontwikkelingen rond medische aansprakelijkheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2013
Trefwoorden VGR, voorzittersrede, medische aansprakelijkheid, Europees recht
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het medisch aansprakelijkheidsrecht is niet slechts een nationale aangelegenheid. In Nederland kunnen we lering trekken uit de ervaringen elders en wordt het vigerende recht in aanzienlijke mate bepaald door 'Europa', in het bijzonder door de EU en de Raad van Europa. In deze bijdrage gaat de auteur in op relevante Europese rechtsontwikkelingen. Gesteld wordt dat juristen er niet aan ontkomen Europa te betrekken bij het medisch aansprakelijkheidsrecht.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en voorzitter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Artikel

Prenatale screening in het licht van zelfbeschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Downsyndroom, informed consent, leeftijdsdiscriminatie, prenatale screening, zelfbeschikking
Auteurs Mr. R.E. van Hellemondt, mr. drs. E.C.C. van Os, prof. mr. A.C. Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Informatie is van groot belang voor het uitoefenen van zelfbeschikking bij prenatale screening. Gezondheidsraad, regering en parlement hechten veel waarde aan gestandaardiseerde informatie en een non-directieve attitude van diegene(n) die de zwangere begeleidt in het kader van het landelijk programma prenatale screening. Echter, voor het borgen van zelfbeschikking van zwangeren is het belangrijk dat het informeren over prenatale screening wordt opgevat als een sociaal-dialogisch proces dat verder reikt dan het geven van feitelijke informatie. Daarenboven is het noodzakelijk dat de leeftijdsgrens voor de vergoeding van de combinatietest wordt losgelaten, opdat zwangeren daadwerkelijk keuzevrijheid hebben bij beslissingen rond prenatale screening op Downsyndroom.


Mr. R.E. van Hellemondt
Rachèl van Hellemondt is als onderzoeker/docent verbonden aan de sectie Ethiek en Recht van de gezondheidszorg van het LUMC.

mr. drs. E.C.C. van Os
Carla van Os werkt bij de Nederlandse afdeling van Defence for Children.

prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.

prof. dr. M.H. Breuning
Martijn Breuning is hoofd van de afdeling Klinische Genetica van het LUMC.
Artikel

Wie betaalt de schade van de patiënt in geval van een disfunctionerende prothese?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden aansprakelijkheid, arts, medisch hulpmiddel, producent, prothese, zorgverzekering
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tijd wordt in de media veel aandacht besteed aan disfunctionerende protheses. Het blijkt niet om één zaak te gaan, maar betreft verschillende soorten protheses. Veelal zijn grote aantallen patiënten de dupe van een disfunctionerende prothese en lijden zij materiële en immateriële schade. In het onderhavige artikel wordt onderzoek gedaan naar de vergoedingsmogelijkheden in geval van schade die het gevolg is van een bij de geneeskundige behandeling gebruikte disfunctionerende prothese. Daarbij wordt acht geslagen op hetgeen de zorgverzekeraar, de arts en de producent aan de patiënt zouden moeten vergoeden en van welke verweren deze partijen zich kunnen bedienen.


Mr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is lid-jurist bij de Tuchtcolleges ’s-Gravenhage en Amsterdam en docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werkt voorts als buitenpromovendus aan een onderzoek naar de aansprakelijkheid van de arts en het ziekenhuis.
Toont 1 - 20 van 94 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.