Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Artikel

Bestuursrechtelijke victimologie

Empirisch-juridisch onderzoek naar het slachtoffer in de bestuursrechtelijke procedure

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2020
Trefwoorden bestuursrecht, victimologie, slachtofferschap, empirisch-juridisch onderzoek
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    The victim’s position in Dutch criminal law has been strengthened. There has been an emancipation of the victim in criminal law. However, not much attention is being paid on the role and position of the victim in the Dutch administrative procedure. This article explores the scope of what is called ‘Administrative victimology’. Administrative victimology is an empirical science that deals with the position and legal role of the victim in the administrative procedure. It is expected that this ‘new’ type of victimology will become more important in the years to come.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. Benny van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht (Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen en Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging).
Artikel

‘No peace without justice.’ Een reactie op Christopher Marshall

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden zorgethiek, vervolging, tenuitvoerlegging, opsporing, berechting
Auteurs Vincent Geeraets en Wouter Veraart
SamenvattingAuteursinformatie

    This article outlines two points of criticism related to Christopher Marshall’s discussion of a relational justice of care. First, addressing the needs of the parties involved in a criminal justice case finds its appropriate place in the post-trial stage. In the pre-trial and trial stages, protecting the legal rights and equal treatment of suspects should take priority over caring for suspects. Secondly, if the outcome of the restorative encounter in the pre-trial stages has a bearing on the verdict of the judge, the encounter may risk to lose its authenticity. The offender may have reason to believe that a socially appropriate performance will be rewarded with less punishment.


Vincent Geeraets
Vincent Geeraets is rechtsfilosoof en als universitair docent verbonden aan de Afdeling Rechtstheorie en Rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wouter Veraart
Wouter Veraart is rechtsfilosoof en als hoogleraar verbonden aan de Afdeling Rechtstheorie en Rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Kroniek

Gedetineerd via de achterdeur: juridisch en criminologisch onderzoek naar omzetting en herroeping van vrijheidsbeperkende sancties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden omzetting taakstraf, Herroeping voorwaardelijke sanctie, reclasseringstoezicht, Europese minimumregels community sanctions and measures, Europese reclasseringsregels
Auteurs Prof. dr. Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution provides an overview of the legal and criminological research into the decision following the determination of a supervisor that the conditions of a freedom-restricting sanction are not met. It is an important decision, on the one hand because it can result in a more severe sanction than was initially imposed, on the other hand because a decision that is perceived as unfair can influence the extent to which suspects and convicts are willing to comply with conditions, and recidivism. Yet little research has been conducted into this decision. The legal safeguards with which it is accompanied are lagging behind those of the original sentencing decision. Undeserved according to penitentiary experts. The scarce empirical research shows that decision-making involves many different layers and that the actors involved have different goals, ranging from deterrence and emphasizing the credibility of the system to the successful completion of the sanction. Even in countries where regulations have been tightened considerably, the discretionary power of direct supervisors, such as employees of the working project or therapists, is still large. This raises the question to what extent the final decision maker (usually a judge) still has sufficient room to make an independent decision.


Prof. dr. Miranda Boone
Prof. dr. M.M. Boone is hoogleraar Criminologie en Vergelijkende Penologie aan de Universiteit Leiden.
Redactioneel

Vooruitgang in de victimologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Auteurs Dr. Lisa van Reemst, Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Prof. dr. Antony Pemberton
Auteursinformatie

Dr. Lisa van Reemst
Dr. L. van Reemst is universitair docent, sectie Criminologie, Erasmus Universiteit Criminologie en Postdoc onderzoeker, NSCR

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Prof. dr. mr. M.J.J. Kunst is hoogleraar aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Prof. dr. Antony Pemberton
Prof. dr. A. Pemberton is senior-onderzoeker NSCR, hoogleraar herstelrecht, LINC, KU Leuven en hoogleraar victimologie Tilburg University
Artikel

Access_open In het belang van het slachtoffer

De bijdrage van strafrechtelijke contact-, locatie- en gebiedsverboden aan de veiligheidsbeleving van slachtoffers van geweldsdelicten en stalking

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2020
Trefwoorden protection order, victim, safety perception, vulnerability, procedural justice
Auteurs Irma Cleven MSc PhD, Tamar Fischer MSc en Prof. mr. Sanne Struijk
SamenvattingAuteursinformatie

    This study describes how penal protection orders contribute to victim perceptions of safety, drawing upon data collected via a victim survey (n=101). Perceived victim safety is explored based on the factors of personal vulnerability, procedural justice, and experiences with compliance and enforcement. Results show that more than half of the victims in this study does not feel safer because of the protection order. The effects of the orders are even weaker for feelings of relaxation and feelings of anger about the situation. An increase in perceptions of control over the situation appears to be the most important predictor of an increase in feelings of safety and a decrease in feelings of anger, but is unrelated to an increase in feelings of relaxation. The effect of procedural justice differs per outcome measure. It is associated positively with increased feelings of safety, but negatively with decreased feelings of anger because of the protection order. The positive association with feelings of safety is partly indirect via personal vulnerability. Findings result in various suggestions for future research.


Irma Cleven MSc PhD
I.W.M. Cleven MSc is PhD kandidaat bij de sectie criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Tamar Fischer MSc
Dr. T. Fischer is universitair hoofddocent criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. Sanne Struijk
Prof. mr. S. Struijk is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens bijzonder hoogleraar Penologie en penitentiair recht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

Stand van zaken van het straf(proces)recht in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en op de BES-eilanden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Caribische strafvordering, herziening straf(proces)recht, verhoorsbijstand, modernisering
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de status van de invoering van het Wetboek van Strafvordering in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Hij bespreekt tevens de ontvangst van de reeds ingevoerde Wetboeken van Strafrecht en de strafrechtelijke uitvoeringswetgeving en gaat in op het nut en de noodzaak van een nieuw strafprocesrecht. De auteur bespreekt ook enige specifieke voorstellen in het beoogde Wetboek van Strafvordering en staat tot slot stil bij de effecten die het project Modernisering Strafvordering in Europees Nederland op die regelgeving heeft.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. mr. H. de Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering.
PS van een redacteur

Beschermingsbevelen in de praktijk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Auteurs Mr. Beatrijs Jue-Volker
Auteursinformatie

Mr. Beatrijs Jue-Volker
Mr. Beatrijs Jue-Volker is als docent verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens redacteur van PROCES.
Artikel

Wetgeving straf- en strafprocesrecht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Caribisch, Antillen, Wetgeving, Strafrecht, Strafprocesrecht
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. B.A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba is al enige tijd een herziening gaande van het straf- en strafprocesrecht. Onlangs is door de commissie herziening Wetboek van Strafvordering een vernieuwd concept aangeboden aan de ministers van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In dit artikel wordt de huidige stand van zaken van de strafwetgeving en de wetgeving op het gebied van het strafprocesrecht weergegeven. In het artikel is betoogd een snelle invoering van het vernieuwde strafprocesrecht wenselijk en noodzakelijk is. Ook voor de invoering van het strafprocesrecht geldt het beginsel ‘lites finiri oportet’.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt hij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.

mr. B.A. Salverda
Mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt zij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt zij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.
Artikel

Wet forensische zorg: doelen, middelen en verwachte knelpunten

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden forensische zorg, forensische ggz, weigerende observandi, medisch beroepsgeheim
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis, mr. A.W.T. Klappe en prof. mr. M.J.F. van der Wolf
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2019 is de Wet Forensische Zorg grotendeels in werking getreden, uitgezonderd de twee ‘ingrijpendste’ onderdelen. Dat betreft de mogelijkheid voor de strafrechter om een zorgmachtiging af te geven en de mogelijkheid van doorbreking van het medisch beroepsgeheim bij verdachten die medewerking weigeren aan gedragskundig onderzoek. In deze bijdrage wordt weergegeven hoe de wet haar doelen beoogt te bereiken en bediscussieerd of deze middelen daartoe wel geschikt zijn.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. A.W.T. Klappe
Astrid Klappe is stafjurist strafrecht bij het Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak.

prof. mr. M.J.F. van der Wolf
Michiel van der Wolf is hoogleraar forensische psychiatrie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een voorzet voor de modernisering van het jeugdstrafprocesrecht in lijn met het IVRK en met oog voor de knelpunten in de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jeugdige verdachten, buitengerechtelijke afdoening, IVRK, jeugdstrafzitting, EU-Richtlijn procedurele waarborgen jeugdige verdachten
Auteurs Mr. dr. J. uit Beijerse en Mr. C.L. van der Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een voorzet gedaan om de modernisering van het jeugdstrafprocesrecht nog meer in lijn te brengen met de uit het IVRK voortvloeiende eisen. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan de plaats van het jeugdstrafprocesrecht in het voorgestelde wetboek, aan de bijzondere positie van de buitengerechtelijke afdoening van jeugdstrafzaken door het Openbaar Ministerie en worden voorstellen gedaan met het oog op diverse zich in de jeugdstrafprocespraktijk voordoende knelpunten.


Mr. dr. J. uit Beijerse
Mr. dr. J. (Jolande) uit Beijerse is als universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. C.L. van der Vis
Mr. C.L. (Chantal) van der Vis was student-assistent en is thans wetenschappelijk docent bij de sectie strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Enkele reflecties op toezicht in het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden penal law system, supervision, political debate, responsibility, personal autonomy
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch legal scholars have expressed their concern over an increase in (the relevance of) supervision as part of the criminal sanction system. They endorse the need for a more fundamental research on the nature and position of supervision within the Dutch criminal sanction system. This article discusses some fundamental issues: the meaning of autonomy and the position of the autonomous person as an object of supervision, the possible consequences of supervision for and the various purposes of supervision within the criminal sanction system.


Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. J. ten Voorde is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

En wat als het misgaat?

De omzetting en herroeping van toezicht op justitiabelen in de samenleving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden breach decision-making, revocation, recall, conditional release, community service order
Auteurs Prof. mr. dr. Miranda Boone
SamenvattingAuteursinformatie

    The decision to revoke or recall a conditional sanction is barely researched in criminal justice research, despite the interests involved for the offender as well as society. This article reflects on some results from a comparative research project on breach decision-making (COST Action on Offender Supervision in Europe). Using Hawkins’ concept of serial decision-making, the interdependence of early stage and final stage decision makers is highlighted. The significant power exercised by early stage actors raises the issue of the need to ensure credibility of community sanctions and appropriate due process protections, without reducing their discretion so much that they cannot perform their role of supporting the offender to complete the supervisory order successfully.


Prof. mr. dr. Miranda Boone
Prof. mr. dr. M.M. Boone is als hoogleraar criminologie en vergelijkende penologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Opinie

Berecht kwetsbare verdachten a.u.b. alleen volwaardig

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden psychisch gestoorde verdachten, procesonbekwaamheid, procedurele waarborgen, opname in een psychiatrisch ziekenhuis, opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. dr. M.J.F. van der Wolf
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bekende juridische publicist schreef onlangs dat alleen ‘volwaardige’ verdachten zouden moeten worden berecht door de Nederlandse rechter. Hij beschrijft dat de mogelijkheden die het Openbaar Ministerie ter beschikking staan om op grond van het opportuniteitsbeginsel en procesonbekwaamheid psychisch gestoorde verdachten buiten de strafrechter om te laten opnemen, zelden worden gebruikt. In dit artikel worden ontwikkelingen in juridische doctrine en wetgeving beschreven die zullen leiden tot meer aandacht voor kwetsbare verdachten. Daardoor zullen weliswaar meer kwetsbare verdachten het strafproces in geleid worden maar het betekent ook minder ingrijpende maatregelen om procesonbekwaamheid aan te pakken waarbij een belangenafweging plaatsvindt ten aanzien van het recht op een eerlijk proces. Niet de beklaagden moeten ‘volwaardig’ zijn, maar het proces, namelijk door procedurele waarborgen toe te passen die een eerlijk proces zullen opleveren.


Mr. dr. M.J.F. van der Wolf
Mr. dr. M.J.F. (Michiel) van der Wolf is universitair hoofddocent Strafrecht en forensische psychiatrie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, universitair hoofddocent Strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Amsterdam.
Kroniek

Het adolescentenstrafrecht in Nederland: de stand van zaken vier jaar na invoering van de Wet adolescentenstrafrecht

Kroniek van het jeugdrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Youth justice – Jeugdstrafrecht, Adolescence – Adolescentie, Young adults – Jongvolwassenen, Age limits – Leeftijdsgrenzen, Judicial decision-making – Rechterlijke besluitvorming
Auteurs Prof. mr. Ton Liefaard en Dr. Stephanie Rap
SamenvattingAuteursinformatie

    On 1 April 2014, the Dutch Act on Adolescent Criminal Law entered into force. With this law, the age limit in article 77c of the Criminal Code, which allows for the application of juvenile criminal law to young adults, was stretched from 21 to 23 years. In this article stock is taken of the developments that have taken place in the four years after the introduction of this law. In practice, article 77c Criminal Code is increasingly being applied in case of young adult suspects, however still to a little extent. Among others, this has to do with confusion about the target group that qualifies for the adolescent criminal law. The access to and justification for the application of the law show a very diverse picture.


Prof. mr. Ton Liefaard
Prof. mr. T. Liefaard is hoogleraar kinderrechten en bekleedt de UNICEF-leerstoel Kinderrechten in de Afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.

Dr. Stephanie Rap
Dr. S.E. Rap is universitair docent bij de Afdeling Jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een moderne inbeslagneming van voorwerpen

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafvorderlijk beslag, beslagene, civiel conservatoir beslag, modernisering Wetboek van Strafvordering, beslag op voorwerpen
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Degene ten laste van wie voorwerpen strafvorderlijk in beslag zijn genomen, heeft een bijzondere zwakke positie. Na een vergelijking met het civiele, conservatoire beslag, wordt de nieuwe conceptregeling inzake Modernisering Wetboek van Strafvordering besproken. Daarbij worden verdergaande voorstellen gedaan om de positie van de beslagene c.q. rechthebbende te versterken.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag. Hij is redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Let op! Prijslenen kost geld

CBb 12 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:325

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden kartel, prijslenen, cover pricing, bagatel, functiescheiding
Auteurs Alvaro Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    In de geannoteerde uitspraak had het CBb voor het eerst de mogelijkheid zich uit te spreken over de verenigbaarheid met het mededingingsrecht van de praktijk van ‘prijslenen’ (ook wel: cover pricing) bij aanbestedingen. Met name stond de vraag centraal of deze praktijk moet worden aangemerkt als een gedraging die tot doel heeft de mededinging te beperken. Het CBb beantwoordt deze vraag bevestigend. Ofschoon vaststond dat prijslenen minder evidente mededingingsbeperkende impact zal hebben dan ‘bid rigging’, omdat wel contact plaatsvindt tussen inschrijvers, maar niet gezamenlijk de winnende inschrijver en/of inschrijfprijs wordt bepaald, is het College toch van oordeel dat de te verwachten vervalsing van de mededinging van deze praktijk dusdanig is dat deze, conform de uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Cartes Bancaires, ‘naar zijn aard schadelijk kan worden geacht voor de goede werking van de normale mededinging’. Het CBb wijdt daarnaast interessante overwegingen aan de bagatelgregeling en de door de ACM in acht te nemen functiescheiding.


Alvaro Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer. De auteur dankt Felix Roscam Abbing, advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer, voor zijn bijdrage aan een eerdere versie van deze annotatie.
Editorial

Access_open Legal Control on Social Control of Sex Offenders in the Community: A European Comparative and Human Rights Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2016
Trefwoorden social control, folk devils, moral panic, dangerousness, sex offenders
Auteurs Michiel van der Wolf (Issue Editor)
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper provides first of all the introduction to this special issue on ‘Legal constraints on the indeterminate control of “dangerous” sex offenders in the community: A European comparative and human rights perspective’. The issue is the outcome of a study that aims at finding the way legal control can not only be an instrument but also be a controller of social control. It is explained what social control is and how the concept of moral panic plays a part in the fact that sex offenders seem to be the folk devils of our time and subsequently pre-eminently the target group of social control at its strongest. Further elaboration of the methodology reveals why focussing on post-sentence (indeterminate) supervision is relevant, as there are hardly any legal constraints in place in comparison with measures of preventive detention. Therefore, a comparative approach within Europe is taken on the basis of country reports from England and Wales, France, Germany, The Netherlands and Spain. In the second part of the paper, the comparative analysis is presented. Similar shifts in attitudes towards sex offenders have led to legislation concerning frameworks of supervision in all countries but in different ways. Legal constraints on these frameworks are searched for in legal (sentencing) theory, the principles of proportionality and least intrusive means, and human rights, mainly as provided in the European Convention on Human Rights to which all the studied countries are subject. Finally, it is discussed what legal constraints on the control of sex offenders in the community are (to be) in place in European jurisdictions, based on the analysis of commonalities and differences found in the comparison.


Michiel van der Wolf (Issue Editor)
Ph.D., LL.M, M.Sc., Reader in Criminal Law (Theory) and Forensic Psychiatry at the Erasmus School of Law; Member of the Editorial Board of the Erasmus Law Review.
Article

Access_open Legal Constraints on the Indeterminate Control of ‘Dangerous’ Sex Offenders in the Community: The Dutch Perspective

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Dutch penal law, preventive supervision, dangerous offenders, human rights, social rehabilitation
Auteurs Sanne Struijk en Paul Mevis
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the legal possibilities for post-custodial supervision have been extended considerably in recent years. A currently passed law aims to further increase these possibilities specifically for dangerous (sex) offenders. This law consists of three separate parts that may all result in life-long supervision. In the first two parts, the supervision is embedded in the conditional release after either a prison sentence or the safety measure ‘ter beschikking stelling’ (TBS). This paper focuses on the third part of the law, which introduces an independent supervisory safety measure as a preventive continuation of both a prison sentence and the TBS measure. Inevitably, this new independent sanction raises questions about legitimacy and necessity, on which this paper reflects from a human rights perspective. Against the background of the existing Dutch penal law system, the content of the law is thoroughly assessed in view of the legal framework of the Council of Europe and the legal principles of proportionality and less restrictive means. In the end, we conclude that the supervisory safety measure is not legitimate nor necessary (yet). Apart from the current lack of (empirical evidence of) necessity, we state that there is a real possibility of an infringement of Article 5(4) ECHR and Article 7 ECHR, a lack of legitimising supervision ‘gaps’ in the existing penal law system, and finally a lack of clear legal criteria. Regardless of the potential severity of violent (sex) offenses, to simply justify this supervisory safety measure on the basis of ‘better safe than sorry’ is not enough.


Sanne Struijk
Sanne Struijk, Ph.D., is an Associate Professor at the Erasmus School of Law.

Paul Mevis
Paul Mevis is a Professor at the Erasmus School of Law.
Artikel

‘Dat het uwe Majesteit moge behagen de innigste wensch van een uwer onderdanen te vervullen’

Gratieverzoeken van vrouwen in de Rijkswerkinrichting 1886-1907

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2015
Trefwoorden female vagrants, Beggars, Reprieve, State Labor Institution
Auteurs Drs. Marian Weevers
SamenvattingAuteursinformatie

    The files of the women in the State Labor Institution who submitted a request for reprieve showed that they were well aware of the prevailing discourses. They referred for example to their indispensability at home as mother and spouse. In case they were in the Institution for the first time and had no ‘unfavorable’ reputation they mainly succeeded. The main consideration to grant a pardon was the prospect of maintenance to prevent recurrence and consequently nuisance for society. Those who were seriously ill were pardoned because they could not work, the youngest residents to save them from the bad influence of their older inmates. Nevertheless many returned in the State Labor Institution.


Drs. Marian Weevers
Drs. M.H.A.C. Weevers is promovendus aan de Universiteit Leiden.

    In deze bijdrage gaat de auteur naar aanleiding van HR 11 juli 2014, JOR 2014/254 (Seacastle/Peters q.q.) in op de vraag in hoeverre een buitenlands voorrecht ‘verwant’ moet zijn met een vergelijkbaar Nederlands voorrecht om het daarmee voor de toepassing van artikel 203 Fw gelijk te stellen.


Mr. E.M.F. de Vette
Mr. E.M.F. de Vette is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 34 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.