Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Artikel

Access_open De politie als winkelier van smartphones met ‘versleutelde’ communicatiemiddelen: de inzet van de opsporingshandelingen getoetst aan het legaliteitsbeginsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2021
Trefwoorden digitale opsporing, legaliteitsbeginsel, Privacy, Operation Trojan Shield, ANOM-smartphone
Auteurs Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius, Mr. I.N. De Wit, D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Operation Trojan Shield hebben de (Nederlandse) autoriteiten de populariteit van cryptophones perfect uitgebuit. In deze bijdrage wordt onderzocht welke wettelijke grondslag gebruikt zou kunnen zijn bij (1) de ontwikkeling van de hardware en de daarop geïnstalleerde software; (2) de verspreiding van de toestellen; (3) het verkrijgen van vertrouwelijke communicatie doordat de toestellen zijn gebruikt; en (4) de analyse van de inhoud van de verstuurde en ontvangen communicatie. De inzet van deze handelingen wordt ten slotte beoordeeld in het licht van het legaliteitsbeginsel zoals dat volgt uit artikel 8 lid 2 EVRM.


Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius
Mr. C.M. Taylor Parkins-Ozephius is verbonden als docent Straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. I.N. De Wit
Mr. I.N. de Wit is verbonden als docent Straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

D.A.G. Van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

De gedwongen biometrische ontgrendeling van een elektronische gegevensdrager: rechtsbescherming gezocht?!

Noot bij HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden biometrische ontgrendeling, nemo-teneturbeginsel, onderzoek aan de smartphone, rechtsbescherming, inbeslagname
Auteurs Mr. T. Beekhuis en D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:202. In deze annotatie wordt ingegaan op de gedwongen biometrische ontgrendeling van een smartphone en het daaropvolgende onderzoek aan de gegevens op de smartphone. Kanttekeningen worden geplaatst bij de mate van rechtsbescherming die een verdachte toekomt.


Mr. T. Beekhuis
Mr. T. Beekhuis is verbonden als promovenda aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.

D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent straf(proces)recht aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Minder pagina’s, meer diepgang

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2021
Auteurs Christiaan Toorman, Patricia Arnoldus-Smit, Paul Glazener e.a.

Christiaan Toorman

Patricia Arnoldus-Smit

Paul Glazener

Frits de Vries

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Partiële of geschoonde teruggave van gegevensdragers

Naar een gemoderniseerde beslagregeling voor elektronische gegevensdragers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 5 2020
Trefwoorden inbeslagname gegevensdragers, partiële teruggave, geschoonde teruggave, verzoek om teruggave gegevens
Auteurs Mr. dr. D.A.G. van Toor en Mr. D. van Os
SamenvattingAuteursinformatie

    In strafzaken is het verzamelen van elektronisch bewijsmateriaal vaak essentieel voor de waarheidsvinding. Voor de gegevensdrager eindigt de strafrechtelijke reis echter niet als de informatie op de gegevensdrager is geanalyseerd en vervolgens eventueel als bewijsmateriaal in een strafzaak is gebruikt. Naar Nederlands recht rust het beslag op de gegevensdrager en niet op de (voor de strafzaak relevante) gegevens. Dit betekent dat – na inbeslagname van de gegevensdrager – de autoriteiten de beschikking verkrijgen over alle gegevens die op de gegevensdrager staan opgeslagen. Wanneer over de gegevensdrager een beslissing wordt genomen, volgen de daarop opgeslagen gegevens het lot van de gegevensdrager. De verdachte is bij verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer dan zowel zijn gegevensdrager als de daarop opgeslagen gegevens kwijt.
    Betwijfeld kan worden of die praktijk conform hogere normen is, zoals het recht op respect voor privéleven (art. 8 EVRM).


Mr. dr. D.A.G. van Toor
Mr. dr. D.A.G. van Toor is als universitair docent verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.

Mr. D. van Os
Mr. D. van Os rondde recent haar Master Straf(proces)recht af aan de Universiteit Utrecht. Zij werkt inmiddels als parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel in de conceptwetsvoorstellen van het Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Nemo-teneturbeginsel, Modernisering Strafvordering, Handschriftanalyse, Stemvergelijking, Meewerkverplichting
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden twee in de modernisering van het Wetboek van Strafvordering geïntroduceerde opsporingsmethoden beoordeeld in het licht van het nemo-teneturbeginsel, te weten de handschriftanalyse en de stemvergelijking. Hiervoor wordt ten eerste uit de memories van toelichting de visie van de wetgever betreffende het nemo-teneturbeginsel gedistilleerd. Vervolgens worden de conceptartikelen waarin de nieuwe opsporingsmethoden zijn geregeld aan de rechtspraak van het EHRM getoetst.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan de Open Universiteit en als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Hij schreef meerdere artikelen over de verplichting tot meewerken aan de uitvoering van een opsporingsbevoegdheid, zoals het decryptiebevel, de ontgrendeling van een smartphone en administratie- en inlichtingenverplichtingen.
Artikel

Het dossier als fundament voor de rechterlijke beslissing

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden het strafdossier, rechterlijke voorbereiding, processtukken, bevooroordeeld, oordeelsvorming
Auteurs D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het dossier speelt in het Nederlandse strafprocesrecht een centrale rol. Zonder het dossier kunnen de snelheid en de efficiëntie van het huidige (en toekomstige) strafproces niet worden gewaarborgd. De processtukken zijn leidend tijdens de voorbereiding van de rechters en de griffier voorafgaand aan en tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Deze werkwijze – het voorbereiden van het onderzoekt ter terechtzitting aan de hand van het dossier – volgt niet dwingend uit enige wettelijke bepaling. De rechterlijke voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting aan de hand van het dossier krijgt weinig aandacht in de rechtswetenschappelijke literatuur en het rechtspsychologische experimentele onderzoek. Hiervoor zou meer aandacht moeten bestaan omdat uit het wel beschikbare experimentele onderzoek blijkt dat de voorbereiding op basis van het dossier significante invloed heeft op het uiteindelijke rechterlijke oordeel. In deze bijdrage staat de kwestie centraal of de Modernisering van het Wetboek van Strafvordering aanpassingen in het wettelijk kader betreffende het dossier voorziet, en of deze aanpassingen veranderingen teweegbrengen in het gebruik van het dossier ten behoeve van de voorbereiding van het onderzoek ter terechtzitting.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is verbonden als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij was van september 2016 tot juni 2017 als buitengriffier werkzaam bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (locatie Breda).

    De wetgever zet in de modernisering van het Wetboek van Strafvordering in op het digitaliseren van het strafproces. Volgens de Raad voor de rechtspraak is digitalisering van juridische procedures ‘een onontkoombare ontwikkeling die maatschappelijk zeer gewenst is’. In de discussie over de digitalisering van juridische procedures wordt echter geen aandacht besteed aan het feit dat het ‘denken met handen’ en ‘denken met het hoofd’ geen alternatieve werkwijzen maar complementaire werkwijzen zijn.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. (Dave) van Toor PhD LLM BSc is als wetenschappelijk medewerker Straf(proces)recht & Criminologie verbonden aan de Universität Bielefeld (Duitsland). Daarnaast is hij als research fellow verbonden aan het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Comparative methodology is an important and a widely used method in the legal literature. This method is important inter alia to search for alternative national rules and acquire a deeper understanding of a country’s law. According to a survey of over 500 Dutch legal scholars, 61 per cent conducts comparative research (in some form). However, the methodological application of comparative research generally leaves much to be desired. This is particularly true when it comes to case selection. This applies in particular to conceptual and dogmatic research questions, possibly also allowing causal explanations for differences between countries. This article suggests that the use of an interdisciplinary research design could be helpful, and Hofstede’s cultural-psychological dimensions can offer a solution to improve the methodology of selection criteria.


Dave van Toor
D.A.G. van Toor, PhD LLM BSc works as a researcher and lecturer in Criminal (Procedural) Law and Criminology at the Universität Bielefeld.
Artikel

Eerste uitspraak over de rolverdeling tussen de Europese Centrale Bank en nationale toezichthouders binnen het Single Supervisory Mechanism

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden SSM-bankentoezicht, prudentieel toezicht, Europese Centrale Bank, nationale toezichthouders, Administrative Board of Review (ABoR)
Auteurs Mr. A.W.M. van Toor
SamenvattingAuteursinformatie

    Het eerste arrest over de rolverdeling tussen de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale toezichthouders binnen het Single Supervisory Mechanism (SSM) is van principiële aard. Het Gerecht oordeelt dat het SSM-bankentoezicht een exclusieve bevoegdheid van de ECB is en dat de nationale toezichthouders deze taak ten aanzien van niet-significante banken decentraal uitoefenen. Hoewel dit oordeel voor de hand lag, doet het vragen rijzen over de uitoefening van nationale bevoegdheden door de ECB en over de ministeriële verantwoordelijkheid voor het SSM-toezicht van de nationale toezichthouder. Verder verduidelijkt het arrest de betekenis van de adviezen van de Administrative Board of Review (ABoR) voor de motivering van ECB-toezichtbesluiten.
    Gerecht 16 mei 2017, zaak T-122/15, Landeskreditbank Baden-Württemberg/ECB (L-Bank), ECLI:EU:T:2017:337


Mr. A.W.M. van Toor
Mr. A.W.M. (Anne) van Toor is jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. Zij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel en de verhouding met de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Een analyse naar de verhouding tussen het nemo-teneturbeginsel en nieuwe strafbaarstellingen van de meld- en inlichtingenplicht uit de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Nemo-teneturbeginsel, faillissementsfraude, Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude, meewerkverplichting, Artikel 6 EVRM
Auteurs E.M. van Gelder LLB en D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de nieuwe strafbaarstellingen uit de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude, inhoudende een inlichtingen- en administratieplicht, in het licht van het nemo-teneturbeginsel geanalyseerd. Deze strafbaarstellingen verplichten de failliet inlichtingen en administratie over te dragen aan de curator op straffe van een gevangenisstraf. De vraag is of deze strafbaarstellingen de Straatsburgse toets kunnen doorstaan.


E.M. van Gelder LLB
E.M. van Gelder volgt de Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht en was tot juli 2016 als student-assistent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen.

D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor is als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universität Bielefeld.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel

Rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad vergeleken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden nemo-teneturbeginsel, zwijgrecht, EHRM, Hoge Raad
Auteurs D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht zijn internationaal erkende onderdelen van het eerlijk-procesrecht. Deze rechten spelen een belangrijke rol in zaken waarin sfeercumulatie en/of -overgang bestaat van het bestuurs- en het strafrecht. Vaak gaat het dan om in een administratieve procedure verplicht afgelegde verklaring of overdragen document dat ook als bewijs voor een strafbaar feit in een strafzaak wordt gebruikt. De precieze betekenis van en afscheiding tussen het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht wordt al jaren bediscussieerd. Daarom wordt in dit artikel de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad met betrekking tot deze rechten vergelijken.


D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor LLM BSc is onderzoeker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld, docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Het doel heiligt het middel? Over de noodzaak van uniforme criteria voor evaluatie van de effectiviteit en efficiëntie van de opsporing

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Effectiviteit, Efficiëntie, Opsporingsmethoden, Wet bewaarplicht
Auteurs Dave van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Both the Court of Justice and the regional Court of The Hague ruled the retention of telecommunications data directive and the Dutch Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens in violation of the right to respect for privacy. The police and the Dutch Prosecutors Office have attempted to clarify the importance of the retention for criminal investigation. However, without an efficiency and effectiveness assessment of the method to request and analyse telecommunication data, it is not possible to substantiate the significance of data retention. To ‘save’ the retention of telecommunication data in its current form, but also to assess the importance of the existing and new investigative methods, a thorough analysis is necessary.


Dave van Toor LLM BSc
Dave van Toor LLM Bsc is onderzoeksmedewerker aan de Universität Bielefeld en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Data en interpretaties in de cognitieve neurowetenschap

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2013
Trefwoorden cognitive neuroscience, criminal law, single cell recording, functional Magnetic Resonance Imaging, interpretation of neuroscientific data
Auteurs W.F.G. Haselager, F. Leoné en D.A.G. van Toor
SamenvattingAuteursinformatie

    Research in cognitive neuroscience may have significant implications for law. In order to assess such implications properly, a basic knowledge of the complexities involved in the acquisition and interpretation of brain data could be helpful. In this paper the authors will discuss some of the issues involved in two basic techniques of cognitive neuroscience: single cell recordings and functional Magnetic Resonance Imaging. The authors aim to improve the reader’s understanding of the kind of assumptions and inferences that help to bridge the gap between data and interpretation.


W.F.G. Haselager
Dr. Pim Haselager is als associate professor verbonden aan het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour van de Radboud Universiteit.

F. Leoné
Frank Leoné, MSc is promovendus bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour van de Radboud Universiteit.

D.A.G. van Toor
Dave van Toor, LLM, BSc is als junior docent/promovendus verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit.
Boekbespreking

<i>Het terroristische kwaad. Diagnose en bestrijding</i> en <i>De dreigingsspiraal. Onbedoelde neveneffecten van misdaadbestrijding</i>

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2006
Trefwoorden auteur, strafrecht, politie, vervreemding, aansprakelijkheid, arrestatie, bedreiging, bom, delinquent, doding
Auteurs L. Toornvliet

L. Toornvliet
Titel

Rechtsbijstand en tolkenbijstand voor in het buitenland gedetineerde Nederlanders: Resultaten van een empirisch onderzoek

Tijdschrift PROCES, Aflevering 06 2008
Trefwoorden Gedetineerde, Tolk, Lidstaat, Rechtsbijstand, Verhoor, Arrestatie, Bijstand, Europees aanhoudingsbevel, Aanhouding, Stichting
Auteurs Sagel-Grande, I en Toornvliet, L.

Sagel-Grande, I

Toornvliet, L.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.