Zoekresultaat: 113 artikelen

x
Artikel

Access_open Rechterlijke toetsing van regelgeving

Wat is de betekenis van recente ontwikkelingen in de rechtspraak voor de wetgevingspraktijk van de bestuurswetgever?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden functie van wetgeving, exceptieve toetsing, wetgevingskwaliteit, indringende toetsing, algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Auteurs Mr. dr. G.J.M. Evers en Prof. mr. dr. J.C.A. de Poorter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel handelt over de gewijzigde jurisprudentie inzake de exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften aan rechtsbeginselen. De rechter kan algemeen verbindende voorschriften nu zonder willekeursluis toetsen aan algemene rechtsbeginselen. In principe zou dit ertoe kunnen leiden dat de rechtmatigheid van wetgeving nauwgezetter wordt beoordeeld en de onrechtmatigheid daarvan vaker zou kunnen worden uitgesproken. De auteurs gaan daarbij in op de vraag of bestuurswetgeving deze indringendere wijze van toetsing kan doorstaan. Zij bepleiten het vastleggen van heldere wettelijke eisen betreffende de kwaliteit van wetgeving. Het ontwikkelen van algemene normen voor bestuurswetgeving kan niet aan de rechter alleen worden overgelaten


Mr. dr. G.J.M. Evers
Mr. dr. G.J.M. (Guido) Evers is coördinerend beleidsmedewerker bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. dr. J.C.A. de Poorter
Prof. mr. dr. J.C.A. (Jurgen) de Poorter is hoogleraar bestuursrecht aan Tilburg University
Objets trouvés

Begrotingswetgeving: vragen bij het wetsvereiste

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Begrotingswet, Budgetrecht, Tweede Kamer, Corona, wetgevingsproductie
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De vele begrotingswijzigingen ten behoeve van de bestrijding van de coronapandemie en de compensatie van de nadelen ervan hebben geleid tot een nog grotere wetgevingsproductie. De vraag is of de voor begrotingsbeslissingen grondwettelijk voorgeschreven wetsvorm nog wel past bij de huidige betekenis en invulling van het parlementaire budgetrecht. Bij de huidige begrotingsbehandeling handelt de Kamer ritueel en stelt zich niet op als medewetgever, vooral door aan de regering over te laten hoe de voorstellen, neergelegd in moties en amendementen, financieel moeten worden gedekt. Overigens maakt de Kamer gedurende het begrotingsjaar geen enkel gebruik van haar initiatiefrecht. Zolang van medewetgeven geen sprake (meer) is, kan het wetsvereiste voor begrotingsbeslissingen vervallen.


Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Overgangsrecht in het Arubaanse recht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden overgangsrecht, wetgeving, Aruba
Auteurs Mr. N. Vleeming-Tromp
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is overgangsrecht en welke vormen van overgangsrecht zijn er? In dit artikel wordt op basis van dossieronderzoek het gebruik van het overgangsrecht in Aruba beschreven. Geconstateerd kan worden dat over de vraag of overgangsrecht noodzakelijk is en in welke vorm dit vormgegeven moet worden zeker is nagedacht in verschillende dossiers. Of dat in alle gevallen zo is, valt moeilijk te zeggen. Het vaststellen van overgangsrecht is en blijft maatwerk en is niet alleen afhankelijk van juridische argumenten, maar is zeker ook gebaseerd op uitvoeringstechnische aspecten en politieke overwegingen.


Mr. N. Vleeming-Tromp
Mr. N. Vleeming-Tromp LL.Mleg is in februari 2007 afgestudeerd aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba, in 2009 afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en in 2012 afgestudeerd aan de Academie voor Wetgeving, waar zij zich heeft verdiept in het overgangsrecht. Zij is sinds september 2012 werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van Aruba als wetgevingsjurist. Dit artikel is echter volledig op persoonlijke titel geschreven en alle uitspraken en stellingen zijn slechts de hare en hoeven niet de zienswijze van de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van Aruba te reflecteren.
Artikel

De wetgever die tot zichzelf sprak

Over de binding van de wetgever aan procedurele, wettelijke normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2020
Trefwoorden organieke wetgeving, zelfbinding, grondwetsinterpretatie, autonomie van de wetgever
Auteurs Prof. mr. S.A.J. Munneke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag besproken of de wetgever in formele zin gebonden is aan eerdere eigen wetgeving die extra procedurele eisen aan het wetgevingsproces bevat. Die vraag wordt, met een beroep op de autonomie van de wetgever, ontkennend beantwoord. Dat geldt ook als die procedurele wetgeving uitwerking geeft aan grondwettelijke normen. Wel kan de organieke wet een hulpmiddel zijn bij de interpretatie van de achterliggende grondwettelijke norm. Aan die norm is de wetgever uiteraard wel gebonden.


Prof. mr. S.A.J. Munneke
Prof. mr. S.A.J. (Solke) Munneke is hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Titel

Innovatie en betere regelgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Experimenteerregelgeving, Toekomstbestendigheid, Innovatiebeginsel, Innovatiebeleid
Auteurs Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    Het innovatiebeginsel is tegenwoordig onderdeel van de geïntegreerde aanpak van de Europese Commissie voor betere regelgeving. Het innovatiebeginsel waarborgt dat bij de ontwikkeling van beleid en wetgeving de gevolgen voor innovatie volledig worden beoordeeld. De impact van nieuwe regels op innovatie wordt ook in Nederland geanalyseerd in het IAK en in het kader van de mkb-toets. Toch blijft de betekenis van het innovatiebeginsel ondoorgrondelijk. De literatuur is tevens terughoudend ten opzichte van de invoering van innovatie als een rechtsbeginsel. Dit artikel geeft aan de hand van interdisciplinaire literatuur een genuanceerd beeld van innovatievriendelijke regelgeving en het innovatiebeginsel. Het gaat in op de juiste interpretatie van het innovatiebeginsel en hoe dit principe kan bijdragen aan het realiseren van betere regelgeving.


Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
Prof. mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordas is adjunct-hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht en Rosalind Franklin Fellow, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Leren van evaluaties

De fitness check van het Europees consumentenrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Betere regelgeving, Evaluaties, Europese beleidscyclus, Europese Commissie
Auteurs Dr. E.A.G. van Schagen LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht laten zien hoe de richtlijnen voor fitness checks in de Richtsnoeren voor Betere Regelgeving in de praktijk worden gebracht. Een fitness check beoogt, onder meer, om consistentie en coherentie te verbeteren, en zou informatie moeten verzamelen over de gezamenlijke impact van maatregelen. Hoewel de Nederlandse wetgever niet heeft aangegeven fitness checks te willen invoeren, zijn de ervaringen met de fitness check van het consumentenrecht toch interessant voor de Nederlandse wetgever. In dit artikel wordt ingegaan op wat kan worden geleerd van de ervaringen met de fitness check van het Europees consumentenrecht.


Dr. E.A.G. van Schagen LLM
Dr. E.A.G. (Esther) van Schagen (LLM) is universitair docent bij de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Earn-out-perikelen – over de inspanningsverplichting van de koper gedurende de earn-out-periode

Beschouwingen bij Rb. Amsterdam 19 november 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8689

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden overname, koopprijs, redelijkheid en billijkheid, contracteren, M&A
Auteurs Mr. A.G. Colenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    Als een overnamecontract een earn-out-structuur bevat, kan koper verplicht zijn om na afronding van de overname rekening te blijven houden met het belang van verkoper bij het verschuldigd worden van de earn-out. Deze bijdrage behandelt wanneer deze verplichting bestaat en hoe hier in de praktijk invulling aan wordt gegeven.


Mr. A.G. Colenbrander
Mr. A.G. Colenbrander is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De tweeling stopt

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2020
Auteurs Daphne van Dijk

Daphne van Dijk
Artikel

Kroniek e-grond: van onwil tot ontslag, wat mag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden e-grond, Verwijtbaar, Bedrijfsregel, Re-integratie, Strafbaar
Auteurs mr. Michelle Kind en mr. Maarten Stekelenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt een analyse gegeven van de belangrijkste vanaf 1 juli 2015 tot 1 februari 2020 gepubliceerde rechtspraak over de e-grond, afgezet tegen de invulling gegeven door het UWV en de wetgever aan de e-grond.


mr. Michelle Kind
Michelle Kind is als advocaat werkzaam bij DingemansVanderKind.

mr. Maarten Stekelenburg
Maarten Stekelenburg is als advocaat werkzaam bij DingemansVanderKind.
Kroniek

Criminalisering van migratie en grensmobiliteit als een legitieme zorg voor de publieke criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Trefwoorden crimmigration, border mobility, criminalization, migration, public criminology
Auteurs Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    What role do Dutch criminologists play in the – especially since the onset of the so-called migration crisis – heated national and international debates on the criminalization of migration and border mobility? This will be the central question in this publication. Based on an inventory of national and international peer-reviewed publications written by Dutch criminologists, the article will reflect upon Dutch criminologists’ public role. In addition, based on the observed ‘silences’ in the scholarly debates on the criminalization of migration and border mobility, three avenues for further criminological research will be identified.


Maartje van der Woude
Prof. mr. dr. M.A.H. van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving van de Universiteit Leiden.
Artikel

‘Gelukkig is geen ramp ontstaan’

De omgang met slachtoffers na grote branden

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden victim needs, social justice, disasters, fires, legal settlement
Auteurs Michael Blommers
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on a retrospective analysis of six large scale and fatal fires in the Netherlands, an improvement in terms of meeting the needs of victims can be seen. A comparison of the legal settlement of these fires shows mayor differences in the fulfilling of different aspects of social justice that are identified in social psychology. Two victim needs commonly associated with retributive justice – financial compensation and a thorough, neutral investigation into the causes of the disaster – were fulfilled to a higher degree after the most recent fires than after those that occurred decades ago. The legal settlement after the New Year’s fire in Volendam (2001) appears – at least on paper – to have been more just from the victim’s point of view than the ones after the other incidents. Empirical research into the experienced social justice after the New Year’s fire can be valuable to assess the factors that can lead to a just settlement after disasters.


Michael Blommers
Michael Blommers is een in de praktijk werkzame onderzoeker en verbonden aan Spuistraat 10 Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Zorg voor en zorgen om alleenstaande minderjarige vreemdelingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2019
Trefwoorden unaccompanied minor asylum seekers, mental health problems, mental health care, resilience, guardianship
Auteurs Prof. dr. Monika Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Among the asylum seekers arriving in Europe are unaccompanied minors (UMAs). As a result of the often traumatic experiences before and during their flight, many have mental health problems. The question is how they cope in the country of destination. After the flight, the plight is not over: destination countries are often not welcoming in all respects, UMAs may encounter violence in reception facilities, and experience stress related to the asylum procedure and possible family reunification, as well as worries about relatives left behind. Although UMAs are also known to be resilient, and most are supported by family members and/or significant others, there are worries about their transition to adulthood. When they turn 18, they have to deal with the developmental tasks that come with that age, as well as to come to terms with past experiences. At the same time their guardianship ends, and they are supposed to manage on their own in the relatively new country. Many UMAs seem to manage, but it would be helpful if the 18 years age limit could be used flexible when necessary.


Prof. dr. Monika Smit
Prof. dr. M. Smit is hoofd van de Onderzoeksafdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en Vreemdelingenaangelegenheden van het WODC en bijzonder hoogleraar Psychosociale zorg voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Manoeuvreren binnen smalle marges

Over de rol van wetgevingsjuristen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Legislation, Legislative drafting, Professionalism, Legal Ethics, Sociology of Law
Auteurs Dr. Nienke Doornbos en Mr. dr. Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past five years, the Council of State, the National Ombudsman and several academics have criticized the way in which new legislation has been made. In their view, principles of law and the rule of law are insufficiently uphold due to an instrumentalist view on law. This criticism urged the authors to conduct an empirical study into the question how legislative drafters deal with legislative plans which are problematic from a legal or rule of law point of view, and how they justify their role in the legislative process. This study is explorative and qualitative in nature. During the summer of 2018, 24 legislative lawyers from five different Dutch ministries have been interviewed. The results show that the role of legislative lawyers can best be characterized as constructively critical. As their tasks encompass much more than solely the actual drafting of legislation, they more and more resemble their colleagues from the policy department. The authors suggest that legislative lawyers should articulate their distinctive professional ethics in order to strengthen the checks and balances within the ministries.


Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht. Hij doet onderzoek naar onder meer de beroepshouding van juristen.
Artikel

Wie het meerdere mag – over het gebruik van het recht van initiatief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden wetgeving, initiatiefvoorstel, Tweede Kamer, parlement, oppositie
Auteurs Mr. dr. G.J. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van een empirisch onderzoek naar het gebruik van het recht van de Tweede Kamer initiatiefwetsvoorstellen in te dienen. In de periode 2007-2018 werden 151 initiatiefvoorstellen ingediend, waarvan er 36 het Staatsblad bereikten; 83 waren nog in behandeling. Vanaf 2011 is sprake van een verdubbeling (gemiddeld 15 per jaar). De meeste worden ingediend door de oppositie; hun kans op aanvaarding is iets kleiner dan die van de coalitie. Gezamenlijke voorstellen hebben een grote kans wet te worden. Gepoogd wordt een relatie te leggen met de diverse functies die het initiatiefrecht kan hebben: de besturende, de politieke, de publicitaire en de parlementair expressieve functie.


Mr. dr. G.J. Veerman
Mr. dr. G.J. (Gert Jan) Veerman begon zijn loopbaan bij de toenmalige Stafafdeling Grondwetszaken en was later onder meer hoofd van het Kenniscentrum Wetgeving van het Clearing House voor Wetsevaluatie en hoogleraar wetgeving aan Maastricht University.

Mr. dr. G.J.M. Evers
Mr. dr. G.J.M. (Guido) Evers is jurist bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Initiatiefwetgeving: een lange hordeloop (met kans op eeuwige roem)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden initiatiefwetten, Handreiking, ambtelijke bijstand, politiek, regeerakkoord
Auteurs Mr. H.M. Linthorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het initiatiefrecht biedt de mogelijkheid om ook buiten de meerderheid van een coalitie veranderingen in onze rechtsorde tot stand te brengen. Als Kamerleden het initiatief voor een wetsvoorstel nemen, staat de politieke rationaliteit voorop. De ‘Handreiking ambtelijke bijstand bij initiatiefwetgeving’ legt echter de nadruk op andere rationaliteiten, in het bijzonder de financiële. Zij kan leiden tot minder vertrouwen tussen Kamerleden en bijstandsverleners vanuit de ministeries. De controledrift die uit de Handreiking blijkt, manifesteert zich ook waar in het kader van het huidige regeerakkoord is afgesproken welke initiatiefwetsvoorstellen niet verder worden behandeld of niet aanhangig mogen worden gemaakt.


Mr. H.M. Linthorst
Mr H.M. (Huub) Linthorst is sinds zijn pensionering als directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken in mei 2010 als vrijwilliger werkzaam bij de Tweede Kamerfractie van D66.
Artikel

Access_open Werkzame en toekomstbestendige wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden effectiviteit, toekomstbestendigheid, evaluatie
Auteurs Prof. mr. E. Niemeijer en Dr. P.W. van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ontwikkelen van werkzame wetgeving vergt een beleidstheorie. Die theorie omvat een omschrijving van het probleem, een toeschrijving van het probleem aan oorzaken en een beschrijving van hoe wetgeving helpt om het probleem terug te dringen. Het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) bevat nuttige vragen, maar er is extra aandacht nodig voor het expliciteren van veronderstelde oorzaken van de problematiek. Werkzame wetgeving is niet automatisch toekomstbestendig. Toekomstbestendigheid is het voorbereid zijn op onzekere toekomstige ontwikkelingen. Het ontwikkelen van toekomstbestendige wetgeving vergt daarom het expliciteren van onzekerheid over toekomstige ontwikkelingen, het toetsen van hoe wetgeving in verschillende omstandigheden werkt, en het maken van een keuze over hoe met onzekerheid om te gaan.


Prof. mr. E. Niemeijer
Prof. mr. E. (Bert) Niemeijer is rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor overheidsjuristen en hoogleraar rechtssociologie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. P.W. van Wijck
Dr. P.W. (Peter) van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Klimaatverandering: zullen we het eens hebben over de feiten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden klimaat, Urgenda, klimaatverandering, emissiereductie
Auteurs Mr. J.M. (Koos) van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op het feitencomplex achter drie elementen uit de Urgenda-uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het gaat om de noodzaak om de temperatuurstijging te beperken tot twee graden, de invloed die Nederlandse emissies op wereldschaal hebben, en de kosten van emissiereducerende maatregelen.


Mr. J.M. (Koos) van den Berg
Mr. J.M. van den Berg is advocaat te Amsterdam en trad op namens Urgenda in de klimaat-rechtszaak tegen de Staat der Nederlanden.
Artikel

De sprekende gelijkenis besproken

Over de toepassing van het sprekende gelijkenis-criterium uit de Regeling wapens en munitie in de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Sprekende gelijkenis, Regeling wapens en munitie, Wet wapens en munitie, Categorie I, ten zevende, Nepwapens
Auteurs Mr. M.E. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorwerpen die een ‘sprekende gelijkenis’ vertonen met echte wapens vallen onder de categorie wapens van de WWM waarvoor de strengste restricties gelden. Maar wanneer is sprake van een sprekende gelijkenis, en wanneer niet? De sprekende gelijkenis is in literatuur en rechtspraak herhaaldelijk bekritiseerd en wordt wel bestempeld als een vaag criterium, niet in de laatste plaats omdat de interpretatie van het criterium in de praktijk sterk uiteen zou lopen. Deze bijdrage bevat een onderzoek naar de toepassing van de sprekende gelijkenis in de feitenrechtspraak en verstrekt op basis daarvan enkele aanbevelingen voor de omgang met dit criterium in de rechtspraktijk.


Mr. M.E. Veerman
Mr. M.E. Veerman heeft vorig jaar de master Straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden afgerond.
Toont 1 - 20 van 113 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.