Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 5892 artikelen

x
Article

Access_open South African Mandatory Offers Regime: Assessing Minorities’ Leverage to Seek Recourse and Equal Treatment in Takeover Bids

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden company takeovers, mandatory offers, minority shareholders, equal treatment, acquisition procedure
Auteurs Paul Nkoane
SamenvattingAuteursinformatie

    A firm intention announcement must be made when the offeror is able and willing to acquire securities, and when a mandatory offer must be made. When the firm intention announcement is implemented, some sort of a contract is created. This rule has helped to determine the particular time the offeror should be liable to minorities. The question of when the offeror should bear the obligation to implement mandatory offers in aborted takeovers is thus no more problematic. Previously, the courts wrestled with this issue, but delivered what appears to be unsatisfactory decisions. This article will discuss the effect of a firm intention announcement and the responsibility that attends the making of that announcement. It intends to illustrate the extent of liability the offeror must bear in the event of a lapsed takeover, before and after the making of the firm intention announcement. The article examines the manner in which takeover rules can be enforced, and whether the current measures afford minorities proper protection. This brings to light the issue of equal treatment in takeovers and the fallacy thereof. A minor appraisal of the takeover rules in two jurisdictions in Europe (the United Kingdom and the Netherlands) is conducted to assess how equal treatment for minorities is promoted. Due to the difficulty minorities may experience in enforcing equal treatment in company takeovers, the article advocates for the alteration of the current South African takeover procedure for the promotion of minorities’ interests and for establishing rules that provide the offeror adequate information.


Paul Nkoane
Paul Nkoane is a lecturer at the College of Law of the University of South Africa in Pretoria.
Wetenschap

De concernenquête na SNS

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden concernverhoudingen, rechtszekerheid, economische werkelijkheid, houders van (certificaten van) aandelen, Landis
Auteurs Mr. dr. R.P. Jager
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Landis-beschikking uit 2005 heeft de Hoge Raad de concernenquête gesanctioneerd, zodat aandeel- of certificaathouders van een moedermaatschappij de Ondernemingskamer (mede) bevoegdelijk, ex art. 2:346 lid 1 onder b of c BW, kunnen verzoeken om een onderzoek bij een daaronder hangende dochtermaatschappij. Vijftien jaar later heeft hij opnieuw een beschikking gegeven over deze enquête, en wel in de SNS-zaak. Die beschikking wordt in dit artikel onder de loep genomen. Met de Landis-beschikking is onze cassatierechter weggedobberd van de rechtszekerheid. In zijn SNS-beschikking roeit de Hoge Raad daar weer naartoe. Niettemin heeft hij die bestemming, de rechtszekerheid, nog niet bereikt.


Mr. dr. R.P. Jager
Mr. dr. R.P. (Paul) Jager was als legal counsel verbonden aan Vereniging van Effectenbezitters (VEB). Hij is echter in die hoedanigheid niet op directe wijze betrokken geweest bij de procedure die heeft geleid tot de SNS-beschikking d.d. 3 april 2020. Thans is hij als senior beleidssecretaris ondernemingsrecht & corporate governance werkzaam bij VNO-NCW en MKB-Nederland.
Wetenschap

Related party transactions, de tegenstrijdigbelangregeling en het voorkomen van belangenverstrengeling in de Nederlandse Corporate Governance Code: waar zijn we nu aan toe?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden belangenconflicten, tegenstrijdig belang, Herziene Europese Aandeelhoudersrichtlijn, transactiecommissie, corporate governance
Auteurs Mr. A.C. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    In Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is een nieuwe regeling voor related party transactions geïmplementeerd. De nieuwe regeling is een aanvulling op de bestaande tegenstrijdigbelangregeling in Boek 2 van het BW en hetgeen met betrekking tot belangenverstrengeling is geregeld in principe 2.7 van de Nederlandse Corporate Governance Code. Deze bijdrage bespreekt de onderlinge verhoudingen tussen deze regelingen en geeft het gebruik van een speciale overnamecommissie, zoals in de Verenigde Staten van toepassing, als mogelijke oplossing voor ook de Nederlandse praktijk om met belangenverstrengeling bij gevoelige transacties en deze drie regelingen om te kunnen gaan.


Mr. A.C. Jansen
Mr. A.C. (Alette) Jansen is als docent ondernemingsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden.
Wetenschap

Access_open Verscherpt Kader goed bestuur in de zorg: schoenmaker(s), blijf bij je leest!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wet toetreding zorgaanbieders, IGJ, Wet toelating zorginstellingen, wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, governance zorginstellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel bespreekt de auteur de belangrijkste wijzigingen voor de interne toezichthouder (raad van commissarissen/raad van toezicht) in het nieuwe aangescherpte Kader goed bestuur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), het (concept-)Uitvoeringsbesluit Wtza en het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR). Vervolgens wordt nagegaan of deze wijzigingen logisch op elkaar aansluiten en in de praktijk leiden tot wenselijke resultaten. De conclusie is dat zowel de Wtza als het (concept-)Uitvoeringsbesluit Wtza niet aansluit bij het in het WBTR neergelegde governancemodel en het Kader goed bestuur in de praktijk niet goed uitvoerbaar is.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.
Wetenschap en praktijk

De uitkoopprocedure en afgeleide schade

Billijke verhoging in de uitkoopprocedure: the law is on the move

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prijsvaststelling, vordering, Xeikon, Sirowa, uitkoopprijs
Auteurs Mr. O. Danismant
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staan twee spraakmakende uitkoopprocedures centraal: Xeikon en Sirowa. De Ondernemingskamer oordeelde in deze uitkoopzaken dat (mogelijke) vorderingen tot schadevergoeding van de vennootschap op derden – en daarmee samenhangend met de door de minderheidsaandeelhouder geleden afgeleide schade – van belang kunnen zijn bij het vaststellen van de uitkoopprijs. Om de (mogelijke) vorderingen op derden te betrekken bij de prijsvaststelling trok zij een parallel met de ratio van de billijke verhoging als bedoeld in art. 2:343 lid 4 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur hoe deze benadering past in het leerstuk van de afgeleide schade en zoomt hij nader in op de manier waarop de Ondernemingskamer de uitkoopprijs vaststelde in deze uitkoopprocedures.


Mr. O. Danismant
Mr. O. (Onur) Danismant heeft recentelijk de master Ondernemingsrecht behaald aan de Radboud Universiteit.
Wetenschap en praktijk

Verpanding van het recht op teruggaaf van btw: een aantrekkelijke vorm van zekerheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden cessie, omzetbelasting, oninbare vorderingen, factoring, pandrecht
Auteurs Mr. M. Broere
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het aantrekken van een financiering wordt een schuldenaar meestal verplicht om zekerheid te geven over zijn activa. Zekerheid kan worden verstrekt over een specifiek vermogensbestanddeel of over een bepaald type activa. In die laatste categorie vallen vorderingen van de schuldenaar op de Belastingdienst uit hoofde van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). Ingevolge de Wet OB is een ondernemer verplicht om gedurende een tijdvak in zijn administratie de door hem in rekening gebrachte en terug te vragen belasting toegevoegde waarde (btw) bij te houden. Aan het einde van het tijdvak is sprake van een vordering op of een schuld aan de Belastingdienst. In dit artikel wordt de vraag beantwoordt of verpanding van het recht op teruggaaf van btw een aantrekkelijke vorm van zekerheid is.


Mr. M. Broere
Mr. M. (Michelle) Broere is advocaat bij Loyens en Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Het wetsvoorstel wettelijke bedenktijd beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bedenktijd, openbaar bod, bestuurstaak, Aandeelhoudersrichtlijn, beursvennootschap
Auteurs Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2019 is het wetsvoorstel over het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap bij de Tweede Kamer ingediend. De voorgestelde wettelijke regeling behelst dat het bestuur op basis van het voorgestelde art. 2:114b BW de mogelijkheid heeft een bedenktijd van maximaal 250 dagen in te roepen. Hiermee krijgt het bestuur de tijd voor inventarisatie en weging van de belangen van de onderneming en de stakeholders als zich bepaalde omstandigheden voordoen. Daarnaast bevat het wetsvoorstel een codificerende aanvulling van de wettelijke omschrijving van de bestuurstaak in art. 2:129 lid 1 BW. In dit artikel onderzoekt de auteur dit voorstel.


Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.

    The Supreme Court has allowed an appeal by one of the UK’s major supermarket chains, overturning a finding that it was vicariously liable for a rogue employee’s deliberate disclosure of payroll data related to some 100,000 co-workers, of whom 10,000 brought a group claim for damages.


Richard Lister
Richard Lister is a Managing Practice Development Lawyer at Lewis Silkin LLP.
Artikel

De schikkende pandhouder

De deur op een kier voor goederenrechtelijke partijafspraken?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2020
Trefwoorden Neo-River, pandrecht, art. 3:246 BW, schuldeisersbevoegdheid pandhouder, volmacht
Auteurs Mr. M.C.J. Jonckers en Mr. J.M.J.M. van Eck
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2019 bespreken de auteurs de vraag of de bevoegdheid tot het schikken van een verpande vordering contractueel aan de pandhouder toegekend kan worden en of die afspraak goederenrechtelijk effect heeft.


Mr. M.C.J. Jonckers
Mr. M.C.J. Jonckers is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. J.M.J.M. van Eck
Mr. J.M.J.M. van Eck is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

    Een rechtsstaat is gebaseerd op zelfbinding van de overheid aan het recht. Deze zelfbinding moet verankerd zijn in regels die onder meer de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht vastleggen. De ontwikkelingen in Polen en elders tonen echter aan dat juridische regels van zelfbinding geen blokkades maar verkeersdrempels zijn op de weg naar despotisch bestuur. Een rechtsstaat vereist vooral een cultuur van zelfbinding. De conceptualisering van deze rechtsstaatcultuur staat nog in de kinderschoenen.


Ronald Janse
Ronald Janse is hoogleraar Encyclopedie van de rechtswetenschap aan de Open Universiteit.

Elaine Mak
Elaine Mak is hoogleraar Rechtstheorie en Enclyopedie van de rechtswetenschappen aan de Universiteit Utrecht.

Anne Ruth Mackor
Anne Ruth Mackor is hoogleraar Hoogleraar professie-ethiek, in het bijzonder van juridische professies aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Iris van Domselaar
Iris van Domselaar is universitair hoofddocent aan de Amsterdamse rechtenfaculteit.
Artikel

Door de bv heen kijken mag, maar alleen naar de bakstenen

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 30 2020
Trefwoorden Schenking
Auteurs Prof. mr. dr. Wouter Burgerhart

Prof. mr. dr. Wouter Burgerhart
Artikel

Juridische nerds

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2020
Auteurs Erik Jan Bolsius en Jean-Pierre Jans
Auteursinformatie

Erik Jan Bolsius

Jean-Pierre Jans
Beeld

Floris Bakels
Onder meer oud-vicepresident van de Hoge Raad en oud-voorzieningenrechter in de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Kroniek Vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2020
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Xandra van Heesch
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden toezicht, handhaving, kwaliteit van zorg, geneesmiddelen, openbaarheid
Auteurs Mr. M.L. Batting en mr. M.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek bespreken de auteurs de relevante bestuursrechtelijke uitspraken en ontwikkelingen op het terrein van de gezondheidszorg. Deze kroniek ziet op de periode van 1 februari 2019 tot en met 1 juni 2020.


Mr. M.L. Batting
Marije Batting is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

mr. M.A. de Vries
Merle de Vries is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

EU-gezondheidsrecht en -beleid na COVID-19

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden EU recht, infectieziekten, competenties, publieke gezondheid
Auteurs Dr. A. de Ruijter
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de te verwachten impact van de coronavirusuitbraak op de ontwikkeling van het EU-gezondheidsrecht en -beleid? Wat kunnen we verwachten in de toekomst van de rol van de EU in de bestrijding van grensoverschrijdende ziekten?


Dr. A. de Ruijter
Anniek de Ruijter is universitair hoofddocent Europees en Gezondheidsrecht, Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Essay

Hebzucht

Over de normalisering van een exces

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Greed, Profit, Trade, Interest
Auteurs Dr. Jeroen Linssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the ways in which philosophers have thought about greed are discussed. From antiquity until the Renaissance greed was considered to be a sin. This immoderate desire had to be stopped because it constitutes a threat to the wellbeing of both an individual and society as a whole. This changed since the beginning of the modern era, when a more positive attitude towards this excessive desire arose. The new opinion was: private vices lead to public benefits, and thus the normalization of an excess came about. Greed no longer was considered to be a sin or vice, but instead to be a harmless passion that had a good effect on the welfare of society. The financial crisis of 2008 may have induced some doubts concerning the idea that greed is good, but a real change in opinion has not yet occurred.


Dr. Jeroen Linssen
Dr. J.A.A. Linssen (Jeroen) is directeur onderwijs aan de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen, en Universitair hoofddocent Praktische filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. dr. G.T.J. Hoff
Artikel

Access_open Kan een non disclosure agreement worden ontbonden?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden ontbinding, Non disclosure agreement, Samenhangende overeenkomsten, geheimhoudingsovereenkomst, Wet bescherming bedrijfsgeheimen
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het in handelsrelaties contractueel verankeren van geheimhouding ter zake van bedrijfsgeheimen is als gevolg van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen belangrijk(er) geworden. Partijen kunnen in de regel kiezen voor een NDA of een geheimhoudingsbeding in een meeromvattende overeenkomst. De schending van een geheimhoudingsverplichting zal in rechte veelal moeilijk zijn aan te tonen en ontbinding van de NDA wordt vaak uitgesloten. Toch onderzoeken de auteurs de juridische kwalificatie van de NDA en de gevolgen hiervan met betrekking tot de mogelijkheden tot ontbinding. Zij betogen dat een NDA veelal zal kwalificeren als een obligatoire overeenkomst, maar niet als een wederkerige overeenkomst, waardoor een NDA in geval van een tekortkoming niet kan worden ontbonden. De rechtsgevolgen van ontbinding zouden volgens de auteurs sowieso beperkt zijn geweest. In het geval vertrouwelijkheid is gewaarborgd in de vorm van een geheimhoudingsbeding in een meeromvattende overeenkomst, ligt dit anders. Gezien de verstrekkende rechtsgevolgen die een ontbinding in dat geval kan hebben, betogen auteurs dat het goed is dat de opstellers van contracten zich hier bewust van zijn.


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counselling aan de Open Universiteit en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is schrijfjurist in het gerechtshof Den Haag en werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten.
Toont 1 - 20 van 5892 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.