Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 5805 artikelen

x
Article

Access_open The Relationship between Empirical Legal Studies and Doctrinal Legal Research

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden empirical legal studies, legal research methods, doctrinal legal research, new legal realism, critical legal studies, law and policy
Auteurs Gareth Davies
SamenvattingAuteursinformatie

    This article considers how empirical legal studies (ELS) and doctrinal legal research (DLR) interact. Rather than seeing them as competitors that are methodologically independent and static, it suggests that they are interdependent activities, which may each be changed by interaction with the other, and that this change brings both opportunities and threats. For ELS, the article argues that DLR should properly be understood as part of its theoretical framework, yet in practice little attention is given to doctrine in empirical work. Paying more attention to DLR and legal frames generally would help ELS meet the common criticism that it is under-theorised and excessively policy oriented. On the other hand, an embrace of legal thinking, particularly of critical legal thinking, might lead to loss of status for ELS in policy circles and mainstream social science. For DLR, ELS offers a chance for it to escape the threat of insular sterility and irrelevance and to participate in a founded commentary on the world. The risk, however, is that in tailoring legal analysis to what can be empirically researched legal scholars become less analytically ambitious and more safe, and their traditionally important role as a source of socially relevant critique is weakened. Inevitably, in offering different ways of moving to normative conclusions about the law, ELS and DLR pose challenges to each other, and meeting those challenges will require sometimes uncomfortable self-reflection.


Gareth Davies
Gareth Davies is Professor of European Law at the Faculty of Law of the Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open Giving Children a Voice in Court?

Age Boundaries for Involvement of Children in Civil Proceedings and the Relevance of Neuropsychological Insights

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2020
Trefwoorden age boundaries, right to be heard, child’s autonomy, civil proceedings, neuropsychology
Auteurs Mariëlle Bruning en Jiska Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    In the last decade neuropsychological insights have gained influence with regard to age boundaries in legal procedures, however, in Dutch civil law no such influence can be distinguished. Recently, voices have been raised to improve children’s legal position in civil law: to reflect upon the minimum age limit of twelve years for children to be invited to be heard in court and the need for children to have a stronger procedural position.
    In this article, first the current legal position of children in Dutch law and practice will be analysed. Second, development of psychological constructs relevant for family law will be discussed in relation to underlying brain developmental processes and contextual effects. These constructs encompass cognitive capacity, autonomy, stress responsiveness and (peer) pressure.
    From the first part it becomes clear that in Dutch family law, there is a tortuous jungle of age limits, exceptions and limitations regarding children’s procedural rights. Until recently, the Dutch government has been reluctant to improve the child’s procedural position in family law. Over the last two years, however, there has been an inclination towards further reflecting on improvements to the child’s procedural rights, which, from a children’s rights perspective, is an important step forward. Relevant neuropsychological insights support improvements for a better realisation of the child’s right to be heard, such as hearing children younger than twelve years of age in civil court proceedings.


Mariëlle Bruning
Professor of Child Law at Leiden Law Faculty, Leiden University.

Jiska Peper
Assistant professor in the Developmental and Educational Psychology unit of the Institute of Psychology at Leiden University.
Jurisprudentie

Afwijzing verzoek tot beëindiging gezag van een ongeboren baby: Een verstandelijke beperking van ouders is op zich geen bepalende factor voor falend ouderschap

Rechtbank Amsterdam 26 april 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden uithuisplaatsing, verstandelijke beperking, VN-verdrag Handicap, gezagsbeëindiging
Auteurs Mr. E.B. van de Loo
SamenvattingAuteursinformatie

    De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de beëindiging van het ouderlijk gezag van een ongeboren baby omdat de ouders een verstandelijke beperking hebben. Volgens de Raad mist de moeder vanwege haar verstandelijke beperking de sensitiviteit die nodig is voor de opvoeding. De moeder heeft een beroep gedaan op artikel 23 VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (IVRPH). Daarin staat dat een kind niet gescheiden mag worden van zijn ouders enkel op basis van een handicap van de ouders en dat alle passende hulp geboden dient te worden om de opvoeding, eventueel met ondersteuning, mogelijk te maken. Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2019:3375) wijst het verzoek af. De rechtbank kijkt naar de meerwaarde van de toepassing van dit verdrag ten opzichte van reeds bestaande bepalingen in internationale verdragen.


Mr. E.B. van de Loo
Mr. E.B. (Elsa) van de Loo is advocaat te Amsterdam.

David de Knijff
Mr. D.M. de Knijff is advocaat bij Ekelmans & Meijer te Den Haag.
Verslag

De staat van de rechtspraak

Verslag van de najaarsvergadering 2019 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2020
Auteurs Marijn van den Berg en Laura Ebben
Auteursinformatie

Marijn van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de rechtbank Gelderland.

Laura Ebben
Mr. L.A.G. Ebben is senior juridisch medewerker in de rechtbank Gelderland.
Artikel

Access_open What does it mean to be ‘illiberal’?

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2020
Trefwoorden Liberalism, Illiberalism, Illiberal practices, Extremism, Discrimination
Auteurs Bouke de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Illiberal’ is an adjective that is commonly used by scholars. For example, they might speak of ‘illiberal cultures’, ‘illiberal groups’, ‘illiberal states’, ‘illiberal democracies’, ‘illiberal beliefs’, and ‘illiberal practices’. Yet despite its widespread usage, no in-depth discussions exist of exactly what it means for someone or something to be illiberal, or might mean. This article fills this lacuna by providing a conceptual analysis of the term ‘illiberal practices’, which I argue is basic in that other bearers of the property of being illiberal can be understood by reference to it. Specifically, I identify five ways in which a practice can be illiberal based on the different ways in which this term is employed within both scholarly and political discourses. The main value of this disaggregation lies in the fact that it helps to prevent confusions that arise when people use the adjective ‘illiberal’ in different ways, as is not uncommon.


Bouke de Vries
Bouke de Vries is a postdoctoral research fellow at Umeå University and the KU Leuven.

    In deze bijdrage behandelt de auteur de materiële wijzigingen van de geschillenregeling van het voorontwerp. Het voorontwerp is een stap in de goede richting naar een effectieve(re) geschillenregeling, maar komt niet aan alle bezwaren tegemoet.


Mr. J.A.G. de Boer
Mr. J.A.G. de Boer is advocaat te Den Haag.
Artikel

Access_open Uitdagingen voor het ondernemingsrecht; op weg naar een echt ondernemingsrecht?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden onderneming, vennootschap, stakeholderdenken, digitalisering, corporate governance
Auteurs Prof. mr. L. Timmerman
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur zet uiteen hoe de verhouding tussen onderneming en vennootschap zich vanaf 1900 heeft ontwikkeld. De auteur verwacht dat de invloed van de politiek op de onderneming en vennootschap in de komende jaren zal toenemen. Aan het slot van zijn beschouwing maakt de auteur een paar opmerkingen over de invloed van digitalisering op het vennootschapsrecht.


Prof. mr. L. Timmerman
Prof. mr. L. Timmerman is hoogleraar ondernemingsrecht, in het bijzonder zijn historische ontwikkeling, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Earn-out-perikelen – over de inspanningsverplichting van de koper gedurende de earn-out-periode

Beschouwingen bij Rb. Amsterdam 19 november 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:8689

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden overname, koopprijs, redelijkheid en billijkheid, contracteren, M&A
Auteurs Mr. A.G. Colenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    Als een overnamecontract een earn-out-structuur bevat, kan koper verplicht zijn om na afronding van de overname rekening te blijven houden met het belang van verkoper bij het verschuldigd worden van de earn-out. Deze bijdrage behandelt wanneer deze verplichting bestaat en hoe hier in de praktijk invulling aan wordt gegeven.


Mr. A.G. Colenbrander
Mr. A.G. Colenbrander is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Bescherming tegen verwatering

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden antiverwateringsbeding, uitgifte, voorkeursrecht, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. M. Brons
SamenvattingAuteursinformatie

    Een minderheidsaandeelhouder kan worden geconfronteerd met diverse nadelige gevolgen van een emissie van aandelen in het kapitaal van de BV waarin hij participeert, terwijl de wet hem daartegen vaak onvoldoende beschermt. De auteur bespreekt verschillende vormen van contractuele of statutaire bescherming tegen (de negatieve effecten van) verwatering.


Mr. M. Brons
Mr. M. Brons is advocaat bij Florent te Amsterdam.
Artikel

Gegevens delen, privacy en domeinoverstijgend werken

De AVG in de Lokale Persoonsgerichte Aanpak

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2020
Trefwoorden multiproblem, integrated approach, GDPR
Auteurs Dr. ir. Anke van Gorp, Dr. ir. Lisette Bitter, Verena Poel BA e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    At the level of local government, preventive and repressive measures are used within an integrated- personalized-approach to prevent disturbing and criminal behaviour. This integrated approach is only possible when the professionals involved can share data of subjects in order to get good insight of the existing problems and to find possible solutions. The Startbaan study, which focused on the collaboration within such an integrated-approach on young adults with multiproblems and justice contacts, shows that privacy regulations are perceived as being obstructive by professionals. More knowledge about the GDPR, its legal bases and domain specific regulations is necessary for an integrated-approach.


Dr. ir. Anke van Gorp
Dr. ir. Anke van Gorp is hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid, onderzoeker Lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid en privacy officer bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie.

Dr. ir. Lisette Bitter
Lisette Bitter is junior onderzoeker/projectcoördinator ‘Startbaan’ bij het lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid.

Verena Poel BA
Verena Poel BA is afgestudeerd op privacyknelpunten bij het Startbaan-project, en nu medewerker/adviseur security en kwaliteit P-Direkt.

Dr. Carmen Paalman
Dr. Carmen Paalman is hogeschooldocent bij het Instituut voor Social Work, onderzoeker Lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid en projectleider ‘Startbaan’.
Artikel

Gluren bij de buren

Wat kunnen we leren over samenwerken op basis van de Vlaamse ervaringen met Family Justice Centers?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Family Justice Center, domestic violence, child abuse, Collaboration
Auteurs Prof. dr. Janine Janssen, Drs. Karlijn Juncker, Teun Haans MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Issues regarding domestic violence and abuse of children are considered to be complex phenomena. Often ecological models are used in order to explain that on different levels – societal, group and individual – factors that are of influence. With some of these aspects can be dealt, while others are more complex to influence. In practice professionals with different disciplinary backgrounds need to collaborate in order to be of assistance to families in need. As a model for collaboration so-called Family Justice Centers (FJC) have been developed. This concept originated in the United States and is nowadays also adopted in Europe. In the Netherlands there is a lot of interest in these FJC’s. In this contribution the impression of two visits two FJC’s in neighboring region Flanders (Belgium) is described. What can we learn from their experiences? What are the challenges of international comparisons of forms of policies and collaborations regarding the care for families and children?


Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool, Hoofd Onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.

Drs. Karlijn Juncker
Drs. Karlijn Juncker is projectmedewerker bij het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool.

Teun Haans MSc
Teun Haans MSc. is verbonden aan de Regionale Taskforce Kindermishandeling en clustermanager bij Sterk Huis.

Berna Trommelen
Berna Trommelen is verbonden aan de Regionale Taskforce Kindermishandeling.
Actualia contractspraktijk

Het non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst anno 2020

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden franchise, concurrentiebeding, franchiseovereenkomst, postcontractueel, prognose-torpedo
Auteurs Mr. J.H. Kolenbrander
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze reeks artikelen betreft een overzicht van jurisprudentie ter zake het postcontractuele non-concurrentiebeding in de franchiseovereenkomst. In deze aflevering komen onder andere de redelijkheid en billijkheid, de pre-emptive strike en betrokken derden aan de orde.


Mr. J.H. Kolenbrander
Mr. J.H. Kolenbrander is advocaat bij De Clercq Advocaten Notariaat te Leiden en gespecialiseerd in franchising.
Artikel

(Potestatieve) voorwaarden in overnamecontracten: van theorie naar praktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden potestatieve voorwaarde, opschortende voorwaarde, goedkeuringsvoorbehoud, koopovereenkomst, SPA
Auteurs Mr. R.P. Schrooten en Mr. B.C. Elion
SamenvattingAuteursinformatie

    In de (internationale) overnamepraktijk wordt in overnamecontracten veelvuldig gecontracteerd onder één of meer opschortende voorwaarden. Veel van de opschortende voorwaarden die partijen overeenkomen, bevatten een potestatief element: de vervulling van de voorwaarde is (grotendeels) afhankelijk van de wil van een van de contractspartijen. In dit artikel bespreken de auteurs veelgebruikte voorwaarden uit de praktijk. De auteurs gaan in op de vraag of deze voorwaarden potestatief zijn en wat het effect daarvan zou zijn op (verbintenissen uit) het overnamecontract. De auteurs sluiten af met enkele aanbevelingen voor het gebruik van voorwaarden in de praktijk.


Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. B.C. Elion
Mr. B.C. Elion is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Ad Rem

Zijn boilerplates ter zake van de beperking van het rechterlijk ingrijpen bij dwaling acceptabel?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2020
Trefwoorden artikel 6:230 BW, dwaling, wijziging, redelijkheid en billijkheid
Auteurs Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem en Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken de vraag of partijen de rechtsgevolgen van dwaling, voor zover deze betrekking heeft op de wijzigingsbevoegdheid van de rechter op grond van artikel 6:230 lid 2 BW, contractueel regelen; kunnen partijen afstand doen van een rechtsvordering (of verweer) op grond van laatstgenoemd artikel en de rechter op dit punt buitenspel zetten? Alhoewel de Hoge Raad zich nog niet over deze vraag heeft uitgelaten en er goede argumenten voor een ander standpunt zijn, beantwoorden de auteurs de door hen gestelde vraag voorshands ontkennend.


Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counselling aan de Open Universiteit en zelfstandig juridisch adviseur te Amsterdam.

Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is schrijfjurist in het Gerechtshof Den Haag. Hij werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel

    Every mediator has to act independently and impartially. These are core values of mediation. However, what if a mediator tries to enrich himself? The aim of this contribution is to shed light on some correction mechanisms under the Belgian law of obligations, focusing on the latest developments in the case law of the Belgian Supreme Court.


Matthias Meirlaen
Matthias Meirlaen is Assistent aan de Universiteit Gent, Centrum voor Verbintenissenrecht.
Artikel

Successierechtelijke bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Vrijdag de 29e

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 22 2020
Trefwoorden Schenking
Auteurs Prof. mr. dr. W. Burgerhart

Prof. mr. dr. W. Burgerhart
Artikel

De aansprakelijkheid van advocaten jegens derden en cliënten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, advocaat, zorgplicht, opdracht, derde
Auteurs Mr. P.H. Kramer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar oordeelde de Hoge Raad over een zaak waarin een advocaat door de curatoren van zijn voormalige cliënten werd aangesproken vanwege het meewerken aan de onttrekking van de verkoopopbrengst van een vliegtuig. Aan de hand van dit arrest wordt ingegaan op de aansprakelijkheid van advocaten jegens derden en cliënten.


Mr. P.H. Kramer
Mr. P.H. Kramer is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

De onverpandbaarheid van assurantieportefeuilles

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden zekerheidsrechten, verpanding assurantieportefeuille, uitleg pandakte, bepaaldheidsvereiste
Auteurs Mr. K.J. Krzemiński en Mr. T.A. Hartman
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs bespreken het arrest ING Bank/Thielen q.q. en gaan in op de vraag wat ‘verpanding van een assurantieportefeuille’ oplevert, nu deze op zichzelf niet vatbaar is voor verpanding. Door middel van uitleg van de pandakte concluderen zij dat een dergelijke verpanding leidt tot verpanding van alle voor verpanding vatbare vorderingen die zich in de assurantieportefeuille bevinden.


Mr. K.J. Krzemiński
Mr. K.J. Krzemiński is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. T.A. Hartman
Mr. T.A. Hartman is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 5805 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.