Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Artikel

Strafrechtelijke stand van zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden cassatieregeling, strafprocesrechtelijke wetgeving, strafrechtelijke wetgeving, Caribisch deel van het Koninkrijk
Auteurs Prof. mr. H. de Doelder en Mr. J.H.J. Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een bespreking van een aantal belangrijke wijzigingen in de straf(proces)rechtelijke wetgeving in het Caraibisch gebied. Het betreft een aantal wijzigingen die reeds zijn ingevoerd (strafrechtelijke bepalingen) en wijzigingen die worden beoogd (strafvorderlijke bepalingen). De wijzigingen worden toegelicht en van commentaar voorzien. Tot slot wordt nog stilgestaan bij de jurisprudentie van de Hoge Raad en de invloed die zijn uitspraken op de regelgeving heeft (gehad). Nadere aandacht wordt besteed aan de cassatieregeling in het Caraibische deel van het Koninkrijk. Betoogd wordt dat die regeling aanpassing behoeft.


Prof. mr. H. de Doelder
Prof. mr. H. de Doelder is emeritus-hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar aan de Universiteit van Curaçao.

Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De rechtspositie van de raadsman tijdens het politieverhoor

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden verhoorbijstand, rechtsbijstand, consultatiebijstand, politieverhoor, rechtsbescherming
Auteurs Mr. J.H.J. (Joost) Verbaan en Mr. L.E. (Laura) Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de rechtspositie van de raadsman tijdens het politieverhoor. De advocaat heeft sinds de uitspraak in de zaak Salduz/Turkije het recht voorafgaand aan het politieverhoor aanwezig te zijn bij het verhoor. Het recht tot rechtsbijstand strekt zich ook uit tot aanwezigheid tijdens het verhoor. De invulling van dat rechtsbijstandsrecht tijdens het verhoor is geregeld in het Besluit inrichting en orde politieverhoor. De auteurs bespreken in dit artikel de houdbaarheid van die regeling. Uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) lijken te suggereren dat deze invulling te eng is.


Mr. J.H.J. (Joost) Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is wetenschappelijk docent en onderzoeker bij de afdeling Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. L.E. (Laura) Hollander
Mr. L.E. Hollander was tot voor kort verbonden aan de Erasmus Universiteit als student-assistent en deed in het kader van haar master Strafrecht onderzoek naar de rechtspositie van de raadsman tijdens het politieverhoor. Zij rond momenteel de master Toga aan de Maas (EUR) af en is student-stagiaire bij Hertoghs Advocaten.
Artikel

Stand van zaken van het straf(proces)recht in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en op de BES-eilanden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Caribische strafvordering, herziening straf(proces)recht, verhoorsbijstand, modernisering
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de status van de invoering van het Wetboek van Strafvordering in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Hij bespreekt tevens de ontvangst van de reeds ingevoerde Wetboeken van Strafrecht en de strafrechtelijke uitvoeringswetgeving en gaat in op het nut en de noodzaak van een nieuw strafprocesrecht. De auteur bespreekt ook enige specifieke voorstellen in het beoogde Wetboek van Strafvordering en staat tot slot stil bij de effecten die het project Modernisering Strafvordering in Europees Nederland op die regelgeving heeft.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. mr. H. de Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering.
Artikel

Wetgeving straf- en strafprocesrecht in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Caribisch, Antillen, Wetgeving, Strafrecht, Strafprocesrecht
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. B.A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba is al enige tijd een herziening gaande van het straf- en strafprocesrecht. Onlangs is door de commissie herziening Wetboek van Strafvordering een vernieuwd concept aangeboden aan de ministers van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. In dit artikel wordt de huidige stand van zaken van de strafwetgeving en de wetgeving op het gebied van het strafprocesrecht weergegeven. In het artikel is betoogd een snelle invoering van het vernieuwde strafprocesrecht wenselijk en noodzakelijk is. Ook voor de invoering van het strafprocesrecht geldt het beginsel ‘lites finiri oportet’.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt hij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.

mr. B.A. Salverda
Mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt zij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering. Momenteel draagt zij bij aan het proces van invoering van het Wetboek van Strafvordering en bijbehorende uitvoeringswetgeving.
Article

Access_open Legal Assistance and Police Interrogation

(Problematic Aspects of) Dutch Criminal Procedure in Relation to European Union and the Council of Europe

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Legal assistance, police interrogation, Dutch Criminal Proceedings, EU Directive
Auteurs Paul Mevis en Joost Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper discusses the rise of a fundamental issue in Dutch criminal proceedings. The presence of a lawyer prior to and during police interrogations has for a long time been a matter open for debate in the Netherlands. Allowing legal assistance during and prior to police interrogations has been researched on several occasions in the previous century and the beginning of this century. In the Netherlands, one of the most important reasons for not admitting legal assistance was and is founded in the confident reliance on the professionalism and integrity of police officers and justice officials in dealing with the interests of suspects. However, after the Salduz case (ECHR 27 November 2008, Appl. No. 36391/02, Salduz v. Turkey), the Dutch government was compelled to draft legal provisions in order to facilitate legal assistance during and prior to police interrogations. The initial drafts still contained a hesitant approach on admitting the lawyer to the actual interrogation. The EU-Directive of November 2013 (Pb EU 2013, L249) set out further reaching standards compelling the Dutch government to create new drafts. In a ruling of April 2014, the Dutch Supreme Court (ECLI:NL:2014:770) argued that the judgements of the ECtHR were too casuistic to derive an absolute right to have a lawyer present during police interrogation. However, they urged the legislator to draft legislation on this matter and warned that its judgement in this could be altered in future caused by legal developments. The Dutch legislator already proposed new draft legislation in February. In this paper it is examined whether the provisions of the new drafts meet the standards as set out in the EU-Directive as well as by the ECtHR.


Paul Mevis
Paul Mevis is Professor of Criminal Law and Criminal Procedure at the Faculty of Law of the Erasmus. He has been a visiting professor at the universities of Münster, Mmabato (South Africa) and in Moldavia, the Ukrain and in Frankfurt an der Oder. Besides his academic activities, Paul Mevis is Honorary Judge at the Criminal Court of Rotterdam and Honorary Judge at the Court of Appeal in Amsterdam, since 1994 and 1998 respectively. He has been parttime Judge at the Court of Arnhem (1990-1994) and is member of the Commission of Supervision of prisons (2006-2008). Paul Mevis is also member of the board of editors of several journals in the field of criminal law and human rights law and commentator for the journal ‘Nederlandse Jurisprudentie’ on criminal cases. He was chairman of the ‘Commissie Strafvordelijke gegevensvergaring in de informatiemaatschappij’ (2000-2001), of which the report has lead to the Bill of the same name. He is a member of the School of Human Rights Research and the Research School on Safety and Security in Society.

Joost Verbaan
Mr. J.H.J. (Joost) Verbaan is an assistant-professor at the Erasmus School of Law of the Erasmus Universiteit Rotterdam. He teaches Criminal Law and Criminal Procedure law. Mr. Verbaan is the Managing Director of the Erasmus Center for Police Studies (ECPS). The ECPS organises courses on criminal and criminal procedure law for law enforcement agencies as well as the prosecution. Mr. Verbaan has been involved in many researches in the practical field of investigation. He has taken part in the research for the Governmental Institute of Scientific Research and Documentation on the effects of the presence of an attorney during the first police interrogation.For the same institute together with professor Mevis he researched the Modalities of Serving in comparative law perspective.He served the secretary of the Committee to draft a new Dutch Antillean Criminal Code and served the secretary of the Committee to draft a new Criminal Code for Aruba, Sint Maarten and Curacao. He served the secretary of the Committee to Draft a common Criminal Procedure Code in the Caribbean regions of Aruba, Curacao , Sint Maarten and the BES-territories. In the republic of Surinam Mr. Verbaan has worked in the legal advisory board of the Committee founded in order to codify a new Criminal Code for the republic of Surinam.
Artikel

Nieuwe strafwetgeving: de stand van zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Wetboek van Strafrecht, Caribisch Wetboek van Strafvordering, Constitutioneel Hof, straf- en strafprocesrecht, stand van zaken strafwetgeving
Auteurs Mr. Joost H.J. Verbaan en Mr. Barbara A. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de (aankomende) nieuwe strafwetgeving van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten en het gebied van de BES. Beide auteurs maken deel uit van het Antilliaanse projectteam van professor De Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht (zelfstandig voor elk van de landen), alsmede bij de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering (eenvormig). Met het moderniseren van de teksten wordt in alle landen nieuwe strafwetgeving gecreëerd, met uiteraard de nodige wijzigingen in bestaande praktijk tot gevolg.


Mr. Joost H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. Barbara A. Salverda
Mw. mr. B.A. Salverda is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Probleemoplossingsgericht denken bij witwassen van uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Witwassen, Eigen misdrijf, Uitzondering, Poging tot witwassen
Auteurs Mr. Joost Verbaan en Mr. dr. Joost Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the text of the law and the meaning of the (international and) Dutch legislator, someone can also commit the crime of money laundering when the illegal proceeds originate from a crime he committed himself. The acquisition or possession of property that was derived from criminal activity is also considered as money laundering regardless whose criminal activity it was. The Dutch Supreme Court made an exception for situations in which the defendant has done nothing to conceal or disguise the criminal background of the property. This means that, for instance, when a drug dealer has hidden his ‘dirty money’ in or around his house, it cannot be qualified as money laundering. This poses problems for investigative authorities. In this article, the possibility of regarding the act of hiding and keeping hidden money as an attempt to launder money, based on the presumption that every act involving the hidden or kept money will result in money laundering, is researched.


Mr. Joost Verbaan
Mr. Joost Verbaan is docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van het Erasmus Centre for Penal Studies van die universiteit.

Mr. dr. Joost Nan
Mr. dr. Joost Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Gilhuis Advocaten te Dordrecht.
Artikel

Bijzondere opsporingsbevoegdheden in Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2012
Trefwoorden BOB, Wetboek van Strafvordering, opsporingsbevoegdheden, infiltratie, planmatig
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan en mr. R.J. Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 april 2012 is de Landsverordening houdende wijziging van het Wetboek van Strafvordering (bijzondere opsporingsbevoegdheden en andere spoedeisende veranderingen) aangenomen door de Staten van Curaçao. In deze bijdrage bespreken de auteurs deze Landsverordening. De auteurs maken deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. Hans de Doelder van de Erasmus Universiteit en hebben in die hoedanigheid een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht en de Landsverordening BOB. In het artikel wordt allereerst de noodzaak van de BOB-wetgeving besproken. De auteurs maken duidelijk waarom Curaçao niet langer zonder BOB-wetgeving kan. Vervolgens worden de algemene uitgangspunten van de Landsverordening besproken, waarbij aandacht wordt besteed aan de verschillen met de Nederlandse BOB-wet, de gevallen en gronden voor toepassing van de dwangmiddelen, de rol van de officier van justitie en de procureur-generaal en de overige algemene bepalingen uit de wet. Tot slot worden de verschillende bijzondere opsporingsbevoegdheden besproken, waarbij uitgebreid aandacht wordt besteed aan planmatige observatie, infiltratie en het opnemen en onderzoek van communicatie.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. R.J. Verbeek
Mr. R.J. Verbeek is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Beide auteurs maken in die hoedanigheid ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. De Doelder. Dit projectteam verleent bijstand bij de herziening van het Wetboek van Strafvordering en heeft tevens bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.