Zoekresultaat: 81 artikelen

x
Artikel

Europese productnormen en privaatrechtelijke normstelling

Bespreking van het proefschrift van mr. G.M. Veldt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden contractuele verhoudingen, productveiligheid, productaansprakelijkheid, redelijkheid en billijkheid, ongeschreven recht
Auteurs Mr. dr. P.W.J. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    Productnormen vormen een belangrijke wijze waarop de handel in goederen in de Europese Unie gereguleerd wordt. Deze bijdrage bespreekt het recente proefschrift van Gitta Veldt, waarin zij de betekenis analyseert van Europese productnormen voor contractuele en buitencontractuele verhoudingen tussen gebruikers van het eindproduct en de aanbieders daarvan.


Mr. dr. P.W.J. Verbruggen
Mr. dr. P.W.J. Verbruggen is universitair hoofddocent privaatrecht aan de Tilburg Law School en tevens houder van de TPR-Wisselleerstoel aan de KU Leuven (2019-2021).
Article

Access_open Chosen Blindness or a Revelation of the Truth?

A New Procedure for Revision in Belgium

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden final criminal conviction, revision procedure, grounds for revision, Court of Cassation, Commission for revision in criminal matters
Auteurs Katrien Verhesschen en Cyrille Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The Belgian Code of criminal procedure provides the possibility to revise final criminal convictions. This procedure had remained more or less untouched for 124 years, but was finally reformed by the Act of 2018, after criticism was voiced in legal doctrine concerning its narrow scope and possible appearances of partiality and prejudice. The Act of 2018 therefore broadened the third ground for revision, the so-called novum, and defined it as an element that was unknown to the judge during the initial proceedings and impossible for the convicted person to demonstrate at that time and that, alone or combined with evidence that was gathered earlier, seems incompatible with the conviction, thus creating a strong suspicion that, if it had been known, it would have led to a more favourable outcome. Thereby, this ground for revision is no longer limited to factual circumstances, but also includes changed appreciations by experts. To counter appearances of partiality and prejudice, the Act of 2018 created the Commission for revision in criminal matters, a multidisciplinary body that has to give non-binding advice to the Court of Cassation on the presence of a novum. However, the legislature also introduced new hurdles on the path to revision, such as the requirement for the applicant to add pieces that demonstrate the ground for revision in order for his or her request to be admissible. For that reason, the application in practice will have to demonstrate whether the Act of 2018 made the revision procedure more accessible in reality.


Katrien Verhesschen
Katrien Verhesschen is a PhD candidate and teaching assistant at the Institute of Criminal Law KU Leuven.

Cyrille Fijnaut
Cyrille Fijnaut is Emeritus Professor of Criminal Law & Criminology at Erasmus University Rotterdam, KU Leuven and Tilburg University.

Artikel

Wie houdt de wacht?

Veranderingen in toezicht tijdens de jongvolwassenheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden parental monitoring, self-control, delinquency, social control
Auteurs Dr. Jessica Hill MSc en Prof. dr. mr. Arjan Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study we examine whether parental monitoring remains a protective factor in the lives of emerging adults, as well as the extent to which monitoring in other settings replaces the protective role of the parents. We use data collected for the TransAM project, a longitudinal survey of 970 emerging adults (18-24 years) to examine monitoring in a range of different contexts using an instrument based on Stattin and Kerr’s parental monitoring scale (2000). Results indicate that whilst parental control plays a protective role in the first years of emerging adulthood, we find no evidence that monitoring in other settings replaces the protective role of parents. However, monitoring of the self, i.e., self-control, has an increasingly strong relationship with delinquency during emerging adulthood.


Dr. Jessica Hill MSc
Dr. J.M. Hill (MSc) is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Jonge veelplegers en hun worsteling om te stoppen met criminaliteit

Een vierfasenmodel

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden desistance, young repeat offenders, maturation, longitudinal study
Auteurs Prof. dr. Ido Weijers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents findings from a longitudinal study of 81 young recidivists examined over fifteen years. By the age of 25, 50 percent had desisted for at least three years. 60 percent had had no new police contacts during the last two years. Four stages could be distinguished in the desistance process. Apart from a small number of explicit persisters, all of the young adults did consciously consider whether the benefits of their criminal activities outweighed the disadvantages. With just a few exceptions, the decision to quit was not motivated by an altruistic goal, nor by extreme fear, but mainly motivated by the feeling of being too old for criminal life and by striving for a pleasant self-esteem. It is concluded that when young adult recidivists give up crime, this must be seen as an extreme and extremely late form of maturation.


Prof. dr. Ido Weijers
Prof. dr. I. Weijers is emeritus hoogleraar jeugdstrafrecht en jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht.
Wetenschap en praktijk

Privacyuitdagingen in de M&A-praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2020
Trefwoorden persoonsgegevens, privacy, overnames, due diligence, transactiedocumentatie
Auteurs Mr. C.E.F. van Waesberge en Mr. R.Y. Kamerling
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoeken de auteurs de betekenis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) voor de fusie- en overnamepraktijk. Uit literatuuronderzoek blijkt dat onder M&A-professionals weinig aandacht voor de AVG bestaat. De auteurs zetten relevante wetgeving, literatuur en jurisprudentie af tegen de eigen praktijkervaringen en concluderen dat de omgang met persoonsgegevens in de M&A-praktijk nog veel te wensen overlaat. Daarom formuleren zij praktische aandachtspunten en adviezen voor de verschillende stadia van een M&A-transactie (achtereenvolgens de pretransactiefase, de transactiedocumentatie, de interim-periode na ondertekening en de fase na voltooiing van de transactie).


Mr. C.E.F. van Waesberge
Mr. C.E.F. (Céline) van Waesberge is advocaat in het Data Protection & Privacy-team van Loyens & Loeff te Rotterdam.

Mr. R.Y. Kamerling
Mr. R.Y. (Ruben) Kamerling is advocaat in de Corporate-praktijkgroep van Loyens & Loeff te Rotterdam.
Artikel

De zorgplicht van de assurantietussenpersoon en onderverzekering

HR 6 september 2019, ECLI:NL:HR:2019:1298 (Sauna Peize/Rabobank)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verzekerde waarde, onderdekking, accresclausule, brandverzekering, verzekering tegen bedrijfsstagnatie
Auteurs Mr. M.J. Bruins Slot CPL
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Sauna Peize/Rabobank-arrest oordeelt de Hoge Raad over de zorgplicht van de assurantietussenpersoon in relatie tot onderverzekering. Een complexe zaak, waarin niet direct duidelijk is of sprake is van onderverzekering met inachtneming van de accresclausule. Wat mag van een redelijk bekwame en redelijk handelende assurantietussenpersoon worden verwacht?


Mr. M.J. Bruins Slot CPL
Mr. M.J. Bruins Slot CPL is advocaat bij NN Advocaten te Den Haag.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. I. Koopmans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Recente ontwikkelingen witwassen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Hoge Raad, witwassen, witwasbestrijding, handhaving, jurisprudentie
Auteurs Mr. J.B.S. Dorant en Mr. A. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    De witwasbepalingen in ons Wetboek van Strafrecht zijn ruim geformuleerd. Dat faciliteert een door de politiek en justitie gewenste stevige aanpak van het fenomeen. In de praktijk is gebleken van een geïntensiveerde handhaving van witwassen. Het OM grijpt veelvuldig en graag naar het delict – ook in gevallen waarin de toegevoegde waarde niet aanstonds begrijpelijk is. Dat maakt de afbakening van het delict des te belangrijker. De Hoge Raad voorzag in materiële rechtsbescherming en beperkte in de afgelopen jaren het toepassingsbereik van de witwasbepalingen. Wij bespreken de meest recente witwasjurisprudentie van de Hoge Raad en bezien hoe ons hoogste rechtscollege ‘in de (wed)strijd’ zit.


Mr. J.B.S. Dorant
Mr. J.B.S. Dorant is advocaat bij Lumen Lawyers in Amsterdam.

Mr. A. Verbruggen
Mr. A. Verbruggen is advocaat bij Lumen Lawyers in Amsterdam.
Consumenten

Access_open Nieuwe regels voor de consumentenkoop en overeenkomsten met betrekking tot digitale inhoud

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden consumentenbescherming, consumentenkoop, digitale inhoud
Auteurs Mr. dr. M.Y. Schaub
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage belicht enkele aspecten van twee nieuwe richtlijnen op het terrein van consumentenbescherming, te weten Richtlijn (EU) 2019/770 (Richtlijn digitale inhoud) en Richtlijn (EU) 2019/771 (nieuwe Richtlijn consumentenkoop). Deze richtlijnen voorzien onder meer in regels die specifiek zijn toegesneden op digitale producten en goederen met digitale elementen.

    • Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten, PbEU 2019, L 136/1-27;

    • Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG, PbEU 2019, L 136/28-50.


Mr. dr. M.Y. Schaub
Mr. dr. M.Y. (Martien) Schaub is universitair docent Transnational Legal Studies aan de VU Amsterdam.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Schikken of beschikken?

Buitengerechtelijke afdoening van grote en bijzondere strafzaken in een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, transactie, strafbeschikking, modernisering Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema en Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. (Eelke) Sikkema is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Vanaf 1 november 2018 is hij gedetacheerd bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. (Wouter) de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven
Objets trouvés

Leidt terugtred van de wetgever tot een opmars van rechterlijke rechtsvorming en afbraak van democratische waarden?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Terugtred, Rechtsvorming, Tegendemocratie, Deparlementarisering, Primaat
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Raad van State gewaarschuwd dat het primaat van de wetgever wordt uitgehold door het regeren bij akkoord, gebruik van kaderwetgeving, experimentwetgeving en private regelgeving. Dat zou leiden tot een opmars van rechtsvorming door de rechter waardoor het primaat van de wetgever nog verder wordt aangetast. In deze bijdrage wordt echter verdedigd dat herstel van het primaat van de wetgever waarschijnlijk onmogelijk is en dat een grotere nadruk op rechterlijke rechtsvorming in het licht van de democratietheorie van Rosanvallon evengoed kan worden gezien als een zegen voor de democratie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Trending Topics

Rechterlijke toetsing van hoge transacties en ontnemingsschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Buitengerechtelijke afdoening, Transactie, Ontnemingsschikking, Rechterlijke toetsing, Modernisering van het Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema en Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de minister van Justitie en Veiligheid zijn plannen gepresenteerd om de wettelijke regeling van de buitengerechtelijke afdoening aan te passen. De hoge transactie zal een eigen regeling krijgen in het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering. Daaraan zal een rechtelijke toets worden verbonden, die tevens zal gelden voor ontnemingsschikkingen. Auteurs schetsen de wetenschappelijke en maatschappelijke context en de voorgeschiedenis van deze voorstellen. Zij werpen tevens enkele kritische vragen op over de toekomstige regeling van de hoge transactie, mede in relatie tot de strafbeschikking en de ontnemingsschikking.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht. Vanaf 1 november 2018 is hij gedetacheerd bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law en het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Article

Access_open The Dutch International Responsible Business Conduct Agreements: Effective Initiatives?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2019
Trefwoorden IRBC Agreements, effectiveness, OECD due diligence, access to remedy
Auteurs Martijn Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution analyses the effectiveness of the Dutch International Responsible Business Conduct (IRBC) agreements and suggests some avenues for improvement. Several challenges in connection with effectiveness have been identified in evaluations of the IRBC agreements, and these are used as a starting point for the analysis. The focus is on three themes: (i) uptake, leverage and collaboration; (ii) implementation of OECD due diligence including monitoring and (iii) access to remedy. This contribution shows that low uptake may not be a sign of ineffectiveness per se, although in terms of leverage a sufficient number of participants or collaboration between agreements seems important. In connection with due diligence, it is recommended to align the implementation of OECD due diligence. Furthermore, an effective monitoring mechanism by a secretariat, as is currently implemented in the Textile agreement only, is most likely to bring about material changes in business behaviour. Other types of supervision seem less effective. Access to remedy poses a challenge in all IRBC agreements. It is recommended that the expectations the agreements have on access to remedy be clarified, also in connection with the role of signatories to the agreements in cases where they are directly linked to human rights abuse. Furthermore, it is recommended that a dispute resolution mechanism be introduced that enables complaints for external stakeholders against business signatories, comparable to that of the Textile agreement. However, rather than implementing separate mechanisms in all agreements, an overarching mechanism for all agreements should be introduced.


Martijn Scheltema
Martijn Scheltema is Professor at the Erasmus University in Rotterdam, the Netherlands.
Jurisprudentie

De strafrechtelijke waardering van het derivatendebacle Vestia

Noot bij ECLI:NL:RBROT:2018:5752 en ECLI:NL:RBROT:2018:5753

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Vestia, Derivatenschandaal, Ambtelijke, Omkoping, Witwassen
Auteurs Mr. A. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. A. Verbruggen
Mr. A. Verbruggen is advocaat bij Jones Day te Amsterdam.
Objets trouvés

Recht is niet alleen recht als er recht op staat

Over het (h)erkennen van de rechtskracht van private normen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2018
Trefwoorden normalisatie, meetinstructie, prejudiciële vragen, status en rechtsgevolgen
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het Achmea/Rijnberg-arrest van de Hoge Raad leek een doorbraak te zijn bereikt inzake de doorwerking van private regelgeving in het recht. Wanneer partijen het onderling eens zijn over de toepasselijkheid van bijvoorbeeld gedragscodes, toetst de Hoge Raad er ook aan zonder de juridische status ervan te beoordelen. De vraag wat te doen wanneer de relevantie van private regelgeving tussen partijen wordt betwist, blijkt echter een veel lastiger te nemen hobbel. Recente jurisprudentie over normalisatienormen toont aan dat het in zo’n geval buitengewoon complex is om te bepalen welke rechtsgevolgen aan private regels moeten worden verbonden. Wettelijke (h)erkenningsregels die de rechter behulpzaam kunnen zijn bij het kwalificeren en waarderen van private regels worden in die situatie node gemist. Hier ligt ook een taak voor wetgevingsjuristen. De vraag is alleen of één algemeen wettelijk kader voor uiteenlopende vormen van private regelgeving momenteel al haalbaar is. Werken met experimenteerbepalingen zou wel eens vruchtbaarder kunnen blijken te zijn. Dergelijke bepalingen zullen alleen werken wanneer wetgevingsjuristen, die ze moeten opstellen, zich eerst verdiepen in de schaduwwereld van private normen waarop deze bijdrage enig licht probeert te werpen.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan

    Het recent verschenen boek Outsourcing the Law van Pauline Westerman (hierna: PW) is een kritische beschouwing van doelregelgeving. Vanuit een filosofische invalshoek analyseert zij de voordelen die de wetgever aan dit type regelgeving verbonden acht, zoals het bieden van ruimte en (democratische) invloed op de (nadere) normering aan de normadressaat. PW concludeert dat die veronderstelde ruimte en invloed in hun tegendeel verkeren, omdat doelregelgeving juist het opleggen van verplichtingen (tot implementatie en rapportage) impliceert. Doelregelgeving past, volgens PW, meer in een beheersbaarheidsmentaliteit (Foucault) dan in het concept van een liberale rechtsstaat. Als voorzet voor een tweede boek wijst Van Lochem op de praktijk van doelregelgeving in het kader van de Water Framework Directive.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

Access_open Amerikanisering van corruptiebestrijding

Buitengerechtelijke afdoening en andere tendensen in de handhaving van anticorruptiewetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden corruptie, transactie, strafbeschikking
Auteurs F. Haijer, LL.M. en Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    In de jaren 2014-2017 heeft in Nederland een grote omschakeling plaatsgevonden op het terrein van de handhaving in buitenlandse corruptiezaken. Van een niet-handhaver lijkt Nederland veranderd te zijn in een corruptiebestrijder om rekening mee te houden. Wij verklaren deze ontwikkeling allereerst vanuit het perspectief van Amerikaans buitenlands beleid. Vervolgens beschouwen wij de stand van zaken met betrekking tot buitengerechtelijke afdoening in Nederland, in het bijzonder de hoge of bijzondere transactie en de strafbeschikking. We werpen ten slotte een blik op de toekomst, waarbij wij vooral kijken naar de mogelijkheden van rechterlijke toetsing en het compenseren van buitenlandse slachtoffers.


F. Haijer, LL.M.
F. Haijer, LL.M is promovenda aan de Universiteit Utrecht en interim-directeur Transparency International Nederland.

Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 81 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.