Zoekresultaat: 6 artikelen

x
Artikel

Access_open Recidive na verblijf in buitenlandse detentie

Een studie onder teruggekeerde gedetineerden in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2020
Trefwoorden reoffending, foreign detention, returning prisoners
Auteurs Matthias van Hall MSc en Laura Cleofa-van der Zwet MSW
SamenvattingAuteursinformatie

    Worldwide, at least 1,900 Dutch prisoners are housed in foreign detention every year. Although previous research describes this group of prisoners and the conditions of their detention, it is unknown to what extent they reoffend after returning to the Netherlands. A unique dataset with data of 690 Dutch people has been used. They are supervised during their foreign detention by the International Office, part of the Dutch Probation Service. The results show that 23% of this group reoffended within two years. Furthermore, the probability of reoffending differs for the country of detention, age, way of return and prior incarcerations.


Matthias van Hall MSc
M. van Hall MSc is promovendus bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Laura Cleofa-van der Zwet MSW
L. Cleofa-van der Zwet MSW is regiocoördinator Bureau Buitenland bij Reclassering Nederland.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Artikel

Patronen in regelovertreding in de chemische industrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden corporate crime, compliance, longitudinal, life course, criminal career
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc., Prof. dr. mr. Arjan Blokland, Prof. mr. Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike criminal career research into the criminal behavior of natural persons, longitudinal research into rule violations by corporations is still scant. The few available studies are mostly limited to US corporations, and suffer from either a small sample size or a short follow-up period, limiting the generalizability of their findings. The present study uses longitudinal data on rule violating behavior of 494 Dutch chemical corporations derived from yearly inspections (N=4.367) of the relevant safety and environmental agencies between 2006 and 2017. The study aims to gain insight in the patterning of rule violations by Dutch chemical corporations, and the extent to which these patterns are associated with sector and corporate characteristics. The results show that rule violation is common among Dutch chemical corporations. A small minority of chronically violating corporations however, is responsible for a disproportional share of all observed rule violations. Using group-based trajectory modelling (GBTM) we distinguish several longitudinal patterns of rule violations in our data. Available sector and corporation characteristics are only weakly associated with the patterns of rule violations identified.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het NSCR.

Prof. mr. Wim Huisman
Prof. mr. W. Huisman is als hoogleraar criminologie verbonden aan de afdeling Strafrecht & Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Marlijn Peeters
Dr. M.P. Peeters is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Ellen Wiering MSc
E. Wiering, MSc is als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Steven Jaspers MSc
S.J. Jaspers, MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het effect van de politierespons in een specifieke zaak op de bereidheid tot medewerking onder slachtoffers van criminaliteit

Een vignettenexperiment

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden mock victims, vignettenexperiment, police response, police legitimacy, cooperation
Auteurs Nathalie Koster MSc, Dr. Michèlle Bal, Prof. dr. Joanne van der Leun e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The current vignette experiment among 414 students in the Netherlands explores the effect of the police response on willingness to cooperate and examines whether this relationship is mediated by perceptions of the legitimacy of the police. This is done based on Tyler’s procedural justice theory and previous research among crime victims. The police response in the vignette was manipulated in two ways: the police offered a fair/unfair treatment and had/had not performed investigative actions. There was no police contact in a control group. The results suggest a positive effect of the police response on willingness to cooperate and imply that this relationship is mediated by perceived trust in the police.


Nathalie Koster MSc
N.N. Koster MSc is promovenda aan de Universiteit Leiden.

Dr. Michèlle Bal
Dr. M. Bal is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Dr. mr. Maarten Kunst
Dr. mr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Dieren in detentie

Een kritische blik

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Detention, Animals, pet assisted activity, pet assisted therapy
Auteurs Dr. Janine Janssen, Jessica Hoeven MSc, Vera Vermeulen MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Animals appear to be increasingly incorporated in pet assisted activities and in pet assisted therapies in detention. But if one reviews the literature on these projects, it becomes clear that not much attention is being paid towards methodological issues. In this contribution, a set of questions is presented in order to help those that are interested in starting such a program to construct a more thoroughly thought through project. In such a project, animal welfare should be one of the key features.


Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is redactielid van PROCES en publiceert al jaren over de positie van dieren in de criminologie. Zij is werkzaam bij de Nederlandse politie en als criminoloog verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Jessica Hoeven MSc
Jessica Hoeven MSc is in 2012 afgestudeerd in de criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Vera Vermeulen MSc
Vera Vermeulen MSc is in 2012 afgestudeerd in de criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Rose Mandungu MSc
Rose Mandungu MSc is docent criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Informeel toezicht tijdens de resocialisatie in een tbs-behandeling

Toepassing van FSNA als sociale interventie in de forensische psychiatrie

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2011
Trefwoorden FSNA, forensische psychiatrie, significante netwerkleden, risicotaxatie
Auteurs MSc Evelien Hoeben, Dr. Marinus Spreen, Drs. Marlies van den Berg e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this study Forensic Social Network Analysis (FSNA) as an social intervention method on behaviour of forensic psychiatric patients on leave is described. It is assumed that FSNA takes effect through social control and social support of significant network members. Fifteen patients from Forensic Psychiatric Centre Dr. S. van Mesdag (The Netherlands) and over fifty of their significant others have been interviewed during this study. The results imply that during the rehabilitation-phase less incidents and violations of parole orders were caused by patients on which FSNA was applied. This supports the positive role of significant others of patients during the rehabilitation-phase and perhaps in forensic psychiatric supervision.


MSc Evelien Hoeben
Evelien Hoeben MSc was ten tijde van het beschreven onderzoek verbonden aan de onderzoeksafdeling van FPC Dr. S. van Mesdag. Momenteel is zij als coördinator dataverzameling werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Marinus Spreen
Dr. Marinus Spreen is lector aan Stenden Hogeschool Leeuwarden en hoofd van de onderzoeksafdeling van FPC Dr. S. van Mesdag.

Drs. Marlies van den Berg
Drs. Marlies van den Berg is als onderzoeker verbonden aan de onderzoeksafdeling van FPC Dr. S. van Mesdag.

Prof. dr. Stefan Bogaerts
Prof. dr. S. Bogaerts is hoogleraar Forensische Psychologie en Victimologie aan de Universiteit van Tilburg en de Katholieke Universiteit Leuven.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.