Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Strafrecht

Access_open Zorgen om de rechtsstaat in Polen bij uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2021
Trefwoorden Europees aanhoudingsbevel, overlevering, Rule of Law, onafhankelijkheid rechtspraak Polen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 17 december 2020 prejudiciële vragen beantwoord van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank wilde weten of de aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak in Polen betekent dat de overlevering van personen aan die lidstaat op grond van een Europees aanhoudingsbevel dient te worden geweigerd, ook zonder de concrete omstandigheden in de desbetreffende zaak aan een gedetailleerd onderzoek te onderwerpen. Het Hof van Justitie herhaalt dat de dreiging van een mensenrechtenschending voor de opgeëiste persoon altijd moet worden beoordeeld op het niveau van de individuele zaak. Er is bovendien geen reden om een Poolse rechter niet langer als ‘rechterlijke autoriteit’ in de zin van het kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel aan te merken.
    HvJ 17 december 2020, gevoegde zaken C-354/20 PPU en C-412/20 PPU, ECLI:EU:C:2020:1033 (L. en P.).


Prof. mr. P.A.M. Verrest
Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en Internationaal strafrecht, aan Erasmus School of Law te Rotterdam.
Artikel

De betekenis van het dossier J.A. Poch voor het Nederlandse strafrecht

Over de vervolging van internationale misdrijven, de nationaliteitsexceptie, het legaliteitsbeginsel en de verkapte uitlevering

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden rechtshulp, uitlevering, foltering, nationaliteitsexceptie, legaliteitsbeginsel
Auteurs Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond en Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
SamenvattingAuteursinformatie

    De Commissie Dossier J.A. Poch is tot de conclusie gekomen dat Nederland niet onrechtmatig heeft gehandeld in de zaak van Julio Poch, die werd verdacht van betrokkenheid bij de doodsvluchten onder de militaire dictatuur in Argentinië. In het rapport van de commissie wordt echter een aantal juridische kwesties niet of slechts zeer summier besproken. Dit artikel bespreekt daarom uitgebreid de nationaliteitsexceptie, het Nederlandse legaliteitsbeginsel, artikel 7 EVRM en de verkapte uitlevering. De conclusie van het artikel is dat Nederland de zaak van Poch in 2009 had moeten voorleggen aan de uitleveringsrechter die alle relevante juridische kwesties had moeten beoordelen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije aan de Universiteit Amsterdam.

Prof. mr. dr. H.G. (Harmen) van der Wilt
Prof. mr. dr. H.G. van der Wilt is hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Redactioneel

Ideeën voor het regeerakkoord

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Politiek en strafrecht, Modernisering Wetboek van Strafvordering, Tweede Kamerverkiezingen, Strafprocesrecht, Strafrecht
Auteurs Mr. A. (Ton) de Lange, Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij en Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest

Mr. A. (Ton) de Lange

Mr. dr. P.P.J. (Patrick) van der Meij

Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
Artikel

Access_open Het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Hoe verder?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Politiek en strafrecht, Beleid, Wetgeving, Tweede Kamerverkiezingen
Auteurs Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe Wetboek van Strafvordering bevindt zich in een kritische tussenfase. Er is geld nodig om een volgende stap te kunnen zetten. Het volgende kabinet zal hierover moeten beslissen. Deze bijdrage kijkt naar nut en noodzaak van het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Als daar positief over wordt geoordeeld, is een minstens even belangrijke vraag voor het komende kabinet hoe het traject op een kansrijke wijze zou kunnen worden voortgezet.


Prof. mr. P.A.M. (Pieter) Verrest
Pieter Verrest is hoogleraar straf(proces)recht, in het bijzonder Europees en internationaal strafrecht, Erasmus School of Law. Van 2018 tot medio 2020 was hij programmadirecteur modernisering Wetboek van Strafvordering bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Hij is tevens redacteur van Boom Strafblad.
Artikel

Goede zorg voor slachtoffers verstevigt de rechtsstatelijkheid van de strafrechtspleging

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Slachtofferrechten, Spreekrecht, Wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten, Secundaire victimisatie, Procesdeelnemer
Auteurs Mr. R.A. (Richard) Korver, Mr. N. (Nicole) Hoogenboom, Mr. E.D.T.M. (Estelle) de Blok e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de huidige positie van het slachtoffer gedurende het strafproces. Daarbij wordt beschreven welke zorg er voor het slachtoffer is en welke hiaten er zijn in de uitvoering hiervan en in de maatregelen zelf. Ten slotte wordt een korte vooruitblik gedaan naar de betekenis van het wetsvoorstel uitbreiding slachtofferrechten voor de zorg op het slachtoffer.


Mr. R.A. (Richard) Korver
Richard Korver is advocaat bij Richard Korver Advocaten. Specialist in bijstand aan slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenzaken, voorzitter LANGZS en docent specialisatie opleiding EGZ-zaken.

Mr. N. (Nicole) Hoogenboom
Nicole Hoogenboom is advocaat bij Richard Korver advocaten.

Mr. E.D.T.M. (Estelle) de Blok
Estelle de Blok is juridisch medewerker bij Richard Korver advocaten.

Mr. I.N. (Iris) de Wit
Iris de Wit was ten tijde van het schrijven van het artikel student-stagiaire bij Richard Korver advocaten.
Peer reviewed

Access_open Geen aangifte, en dan?

Juridische aspecten en politiepraktijken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2020
Trefwoorden politie, autonomie, aangifte, politiestrategieën
Auteurs Mr. dr. Renze Salet, Mr. Melvin Kremers en Prof. dr. ir. Jan Terpstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In previous observational studies among operational police officers, some officers stated that if a victim is not willing to (officially) report a crime to the police, they are not able to police these cases. This rather cynical and fatalistic statement raises several questions. What do police officers mean when they say this? What do they actually do in those cases and why? In this paper we try to answer these questions based on explorative qualitative interviews with several police officers in two police teams in the Netherlands. The results show that even though police officers recognize these statements among their colleagues, they do not agree with them and in practice police officers show a lot of effort and involvement in these cases. In fact, police officers have several possible strategies available to deal with these cases. Which strategy they opt for depends on various pragmatic, organisational and moral considerations.


Mr. dr. Renze Salet
Mr. dr. R. Salet is universitair docent Criminologie, Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Strafrecht & Criminologie.

Mr. Melvin Kremers
Mr. M. Kremers is docent/onderzoeker Strafrecht, Radboud Universiteit Nijmegen, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Strafrecht & Criminologie.

Prof. dr. ir. Jan Terpstra
Prof. dr. ir. J. Terpstra is hoogleraar criminologie (em.), Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Herstelbeslissingen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Herstelbeslissingen door lagere rechter en Hoge Raad, Verbeteren en aanvullen van rechterlijke beslissingen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, Gesloten stelsel en concentratie van rechtsmiddelen, Herstelbeslissingen door de Hoge Raad
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorstellen tot modernisering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering betreffen onder meer nieuwe bepalingen aangaande herstelbeslissingen door de strafrechter na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting. De voorstellen codificeren voor een groot gedeelte de reeds tot ontwikkeling gekomen jurisprudentie. Nieuw is het gemarkeerde onderscheid tussen het aanbrengen van verbeteringen en het aanvullen van de rechterlijke beslissing. Dit onderscheid werkt door in de uitwerking wat betreft de procedurele bevoegdheden van de bij het strafproces betrokken partijen: de strafrechter, de Officier van Justitie, de verdachte, de benadeelde partij en in het voorkomende geval de (voogd van de) minderjarige. De voorgestelde nieuwe regeling roept vragen op met betrekking tot de beginselen van concentratie en geslotenheid van rechtsmiddelen. Tevens vraagt de regeling voor de aanvulling nadere bezinning: tot welk moment is aanvulling toegelaten met het oog op het aanweneden van rechtsmiddelen? De vraag is gerechtvaardigd of de regeling zoals voorgesteld niet nog eens kritisch moet worden bezien. In het hierna volgende artikel wordt die vraag bevestigend beantwoord.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. (Rijnhard) Haentjens was vicepresident van het Gerechtshof Amsterdam en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Herziening ten voordele van de gewezen verdachte als buitengewoon rechtsmiddel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden herziening ten voordele, novumcriterium, ACAS, nader onderzoek, rechtsvergelijking, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Herziening ten voordele van de gewezen verdachte is een bijzonder rechtsmiddel in het gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Onder meer op grond van een novum kan, bij hoge uitzondering, een onherroepelijke veroordeling alsnog ongedaan worden gemaakt. De regeling heeft in 2012 diverse wijzigingen ondergaan. Daarbij is het novumcriterium verruimd en is de mogelijkheid ingevoerd dat de procureur-generaal een nader onderzoek verricht naar het mogelijke bestaan van een novum. De Adviescommissie afgesloten strafzaken (ACAS) adviseert hem veelal over de wenselijkheid van dergelijk onderzoek. Het wettelijke novumcriterium en de taakopvatting van de ACAS zijn echter geen rustig bezit gebleken. Er wordt doorlopend voorgesteld om het novumcriterium verder te verruimen en om de ACAS breder naar afgesloten zaken te laten kijken. Het is de vraag of de wetgever aan die oproep gehoor moet geven.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.
Artikel

Access_open Motieven voor naleving van de wettelijke anti-witwasmeldplicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Trefwoorden witwassen, transactiemonitoring, trustsector, banken, accountancy
Auteurs J.T. Rakké MSc en Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Toezichthouders hebben ernstige tekortkomingen geconstateerd bij het melden van ongebruikelijke transacties door meldplichtige instanties. Grootbanken zijn zelfs onderwerp van strafrechtelijk onderzoek. Om meer inzicht te verkrijgen in de motivaties van financiële instellingen om een melding te maken, wordt in dit artikel onderzocht welke factoren een rol spelen bij het naleven van de Wwft-meldplicht bij banken, accountancykantoren en trustkantoren. Deze factoren leiden tot economische, sociale en normatieve motieven die hoofdzakelijk aan het naleven van de meldplicht in de weg staan. Dit onderzoek draagt daarmee bij aan inzicht in de oorzaken van de eerder geconstateerde tekortkoming in de naleving van de anti-witwasmeldplicht.


J.T. Rakké MSc
J.T. Rakké MSc is junior toezichthouder bij De Nederlandsche Bank.

Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Strafrecht

De uitleg van het begrip rechterlijke autoriteit bij de uitvaardiging van een Europees arrestatiebevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden rechterlijke autoriteit, Europees arrestatiebevel, onafhankelijkheid officier van justitie, overlevering, rechter-commissaris
Auteurs Mr. dr. J.W. van der Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 mei 2019 heeft het Hof van Justitie bij prejudiciële beslissing in drie zaken een uitspraak gedaan over de uitleg van het begrip ‘rechterlijke autoriteit’ in verband met het uitvaardigen van een Europees arrestatiebevel. Met een rechterlijke autoriteit wordt volgens het Hof van Justitie niet bedoeld het openbaar ministerie van een lidstaat dat niet onafhankelijk is van de uitvoerende macht, met name de minister van Justitie. Dit betekent dat in Nederland de Overleveringswet moet worden gewijzigd in de zin dat het uitvaardigen van een EAB voortaan is voorbehouden aan een rechterlijke autoriteit. Ook de Rechtbank Amsterdam moet zich beraden op de behandeling van lopende verzoeken tot overlevering afkomstig van niet-rechterlijke autoriteiten van andere lidstaten.
    HvJ 27 mei 2019, gevoegde zaken C-508/18 en C-82/19 PPU, OG en PI, ECLI:EU:C:2019:456 en HvJ 27 mei 2019, zaak C-509/18, Minister for Justice and Equality/PF, ECLI:EU:C:2019:457.


Mr. dr. J.W. van der Hulst
Mr. dr. J.W. (Jaap) van der Hulst is universitair docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Een voorzet voor de modernisering van het jeugdstrafprocesrecht in lijn met het IVRK en met oog voor de knelpunten in de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jeugdige verdachten, buitengerechtelijke afdoening, IVRK, jeugdstrafzitting, EU-Richtlijn procedurele waarborgen jeugdige verdachten
Auteurs Mr. dr. J. uit Beijerse en Mr. C.L. van der Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een voorzet gedaan om de modernisering van het jeugdstrafprocesrecht nog meer in lijn te brengen met de uit het IVRK voortvloeiende eisen. Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan de plaats van het jeugdstrafprocesrecht in het voorgestelde wetboek, aan de bijzondere positie van de buitengerechtelijke afdoening van jeugdstrafzaken door het Openbaar Ministerie en worden voorstellen gedaan met het oog op diverse zich in de jeugdstrafprocespraktijk voordoende knelpunten.


Mr. dr. J. uit Beijerse
Mr. dr. J. (Jolande) uit Beijerse is als universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. C.L. van der Vis
Mr. C.L. (Chantal) van der Vis was student-assistent en is thans wetenschappelijk docent bij de sectie strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Opinie

Berecht kwetsbare verdachten a.u.b. alleen volwaardig

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden psychisch gestoorde verdachten, procesonbekwaamheid, procedurele waarborgen, opname in een psychiatrisch ziekenhuis, opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. dr. M.J.F. van der Wolf
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bekende juridische publicist schreef onlangs dat alleen ‘volwaardige’ verdachten zouden moeten worden berecht door de Nederlandse rechter. Hij beschrijft dat de mogelijkheden die het Openbaar Ministerie ter beschikking staan om op grond van het opportuniteitsbeginsel en procesonbekwaamheid psychisch gestoorde verdachten buiten de strafrechter om te laten opnemen, zelden worden gebruikt. In dit artikel worden ontwikkelingen in juridische doctrine en wetgeving beschreven die zullen leiden tot meer aandacht voor kwetsbare verdachten. Daardoor zullen weliswaar meer kwetsbare verdachten het strafproces in geleid worden maar het betekent ook minder ingrijpende maatregelen om procesonbekwaamheid aan te pakken waarbij een belangenafweging plaatsvindt ten aanzien van het recht op een eerlijk proces. Niet de beklaagden moeten ‘volwaardig’ zijn, maar het proces, namelijk door procedurele waarborgen toe te passen die een eerlijk proces zullen opleveren.


Mr. dr. M.J.F. van der Wolf
Mr. dr. M.J.F. (Michiel) van der Wolf is universitair hoofddocent Strafrecht en forensische psychiatrie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, universitair hoofddocent Strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Amsterdam.

Berend Keulen
Prof. mr. dr. B.F. Keulen is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wederzijdse rechtshulp in strafzaken 2.0: implementatie van de Richtlijn Europees onderzoeksbevel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden strafrecht, wederzijdse rechtshulp, Europees onderzoeksbevel, wederzijds vertrouwen, wederzijdse erkenning
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed en prof. dr. J.W. Ouwerkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel, aangenomen in 2014, vernieuwt en vereenvoudigt de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie. Het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn sluit daar nauw bij aan. Omdat het grootste deel van de rechtshulp plaatsvindt met de landen om ons heen, zal het Europees onderzoeksbevel de klassieke vorm van wederzijdse rechtshulp in de praktijk overschaduwen. Het is daarom belangrijk om kennis te nemen van het nieuwe model, dat echter niet zo revolutionair is als op het eerste gezicht lijkt.
    Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, PbEU 2014, L 130/1


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. (Pim) Geelhoed is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

prof. dr. J.W. Ouwerkerk
Prof. dr. J.W. (Jannemieke) Ouwerkerk is hoogleraar Europees strafrecht aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Eenvoudig witwassen

Noot bij HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Witwassen, Eenvoudig witwassen, Kwalificatie-uitsluitingsgrond, Dubbele bestraffing, Ten laste leggen
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad geeft aan hoe eenvoudig witwassen zal worden uitgelegd na de inwerkingtreding daarvan op 1 januari 2017.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair docent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag. Hij is tevens lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

De rol van de strafrechter: van waarheidsvinder naar regisseur van de proceslogistiek

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2016
Trefwoorden moderniseringstraject / modernisation project, strafvordering / Code of Criminal Procedure, strafrechter / criminal judge, waarheidsvinding / truth finding, rechtsbescherming / legal protection
Auteurs mr. drs. Egge Luining
SamenvattingAuteursinformatie

    The current legislative project aiming to modernise the Dutch Code of Criminal Procedure will have far reaching consequences for how criminal law is organised and therefore has implications for the criminal law practice. A large implication is the changing role of the criminal judge. As the judge traditionally has an important role to play with regard to truth finding and legal protection, this raises the question what the legislative project means for this role and whether complete and balanced truth finding and legal protection are sufficiently guaranteed. This article provides answer to this question and offers some recommendations.


mr. drs. Egge Luining
Mr. drs. Egge Luining is wetenschappelijk docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wat is witwassen eigenlijk?

Introductie tot theorie en praktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2015
Trefwoorden money laundering, Organized, Crime, Bitcoin, financial crime
Auteurs E.W. Kruisbergen en M.R.J. Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, which serves as an introduction, the authors take a closer look at theoretical definitions as well as empirical manifestations of money laundering. They discuss the judicial definition and the often used theoretical distinction between ‘three stages’ of money laundering. Furthermore, the authors provide the reader with a quick overview of several forms of money laundering. This overview is based on actual criminal investigations. It covers the transfer of cash money and ‘concealed consumption’, both of which are frequently overlooked by authors who use the three stages model. Also ‘traditional’ forms of money laundering such as loan backs, abuse of legal trade, feigning gambling profit, structuring of real estate deals and ‘new’ forms, i.e. the use of bitcoins, are dealt with.


E.W. Kruisbergen
Drs. Edwin Kruisbergen werkt als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

M.R.J. Soudijn
Dr. Melvin Soudijn is als senior-onderzoeker werkzaam bij de Nationale Politie, afdeling Analyse & Onderzoek van de Landelijke Eenheid.
Artikel

Probleemoplossingsgericht denken bij witwassen van uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Witwassen, Eigen misdrijf, Uitzondering, Poging tot witwassen
Auteurs Mr. Joost Verbaan en Mr. dr. Joost Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    According to the text of the law and the meaning of the (international and) Dutch legislator, someone can also commit the crime of money laundering when the illegal proceeds originate from a crime he committed himself. The acquisition or possession of property that was derived from criminal activity is also considered as money laundering regardless whose criminal activity it was. The Dutch Supreme Court made an exception for situations in which the defendant has done nothing to conceal or disguise the criminal background of the property. This means that, for instance, when a drug dealer has hidden his ‘dirty money’ in or around his house, it cannot be qualified as money laundering. This poses problems for investigative authorities. In this article, the possibility of regarding the act of hiding and keeping hidden money as an attempt to launder money, based on the presumption that every act involving the hidden or kept money will result in money laundering, is researched.


Mr. Joost Verbaan
Mr. Joost Verbaan is docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van het Erasmus Centre for Penal Studies van die universiteit.

Mr. dr. Joost Nan
Mr. dr. Joost Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Gilhuis Advocaten te Dordrecht.
Artikel

Niet-prospectusplichtige allocaties

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 9 2013
Trefwoorden prospectusplicht, uitzondering, herstructurering, debt-for-equity swap, stockdividend
Auteurs Mr. A. van der Pols
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur gevallen waarbij beleggers effecten toebedeeld krijgen zonder dat in dat kader op grond van de Wet op het financieel toezicht een goedgekeurd prospectus algemeen verkrijgbaar behoeft te worden gesteld.


Mr. A. van der Pols
Mr. A. van der Pols is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.