Zoekresultaat: 59 artikelen

x
Artikel

Over stromen, waterscheidingen en koudwatervrees: de overgang van strafrecht naar GGZ sinds de Wet forensische zorg

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Forensische zorg, Zorgmachtiging, Art. 2.3 Wfz, GGZ, Grensverkeer
Auteurs Prof.dr.mr. M.J.F. (Michiel) van der Wolf, Mr. A.W.T. (Astrid) Klappe en Prof.mr. P.A.M. (Paul) Mevis
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt in een vroeg stadium of het doel van de Wet forensische zorg (Wfz) om doorstroom vanuit het strafrecht naar de GGZ te bevorderen bereikt wordt. Daarbij wordt zowel gekeken naar de stelselwijziging van inkoop van forensische zorg door de minister van Justitie en Veiligheid vanaf 2008, zoals grotendeels gecodificeerd in de Wfz, als de directe overgangsmogelijkheid via de zorgmachtiging door de strafrechter (art. 2.3). Hierbij wordt beeldspraak uit het watermanagement gebruikt, met stromen, waterscheidingen en koudwatervrees.


Prof.dr.mr. M.J.F. (Michiel) van der Wolf
Michiel van der Wolf is hoogleraar forensische psychiatrie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en universitair hoofddocent strafrecht aan de Universiteit Groningen.

Mr. A.W.T. (Astrid) Klappe
Astrid Klappe is stafjurist strafrecht bij het Landelijk Bureau Vakinhoud rechtspraak.

Prof.mr. P.A.M. (Paul) Mevis
Paul Mevis is hoogleraar straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Schadeclaims en de vrijheid van meningsuiting

Ierse toestanden in Nederland?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden artikel 10 EVRM, schadevergoeding, chilling effect, onrechtmatige publicatie, journalist
Auteurs Mr. O.G. Trojan en Mr. drs. W. Kroeze
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs onderzoeken aan de hand van de jurisprudentie hoe de toekenning van hoge schadevergoedingen wegens onrechtmatige perspublicaties zich verhoudt met de vrijheid van meningsuiting. In dat verband besteden zij aandacht aan het zogenoemde chilling effect. Ook komt aan de orde hoe de rechter omgaat met hoge schadevergoedingen in het buitenland.


Mr. O.G. Trojan
Mr. O.G. Trojan is advocaat bij Bird & Bird in Den Haag.

Mr. drs. W. Kroeze
Mr. drs. W. Kroeze is advocaat bij Bird & Bird in Den Haag.
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Artikel

Access_open Wie stuurt de veiligheidsregulering van de (deels) zelfrijdende auto?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verkeersveiligheid, aansprakelijkheid, verkeersverzekering
Auteurs Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige technologische ontwikkelingen op het terrein van de voertuigautomatisering stellen het bestaande publiekrechtelijk reguleringsinstrumentarium op de proef. Daarbij spelen met name de snelheid van de ontwikkelingen, de onzekerheid over de veiligheidseffecten en de nieuwsoortige aard van de technologie en de daaraan verbonden risico’s een rol. Een van de vragen die daarbij rijst, is die naar het potentieel van het aansprakelijkheidsrecht om als aanvullend of substituut-reguleringsinstrument te fungeren. Het antwoord op die vraag is, in ieder geval in theorie, positief.


Mr. dr. K.A.P.C. van Wees
Mr. dr. K.A.P.C. (Kiliaan) van Wees is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Niet meer en niet minder

Over normatieve overwegingen bij het vaststellen van causaal verband

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden condicio sine qua non, schadevergoeding, hypothetisch scenario, billijkheid, geschonden norm
Auteurs W.Th. Nuninga LLM MJur
SamenvattingAuteursinformatie

    De vaststelling van het csqn-verband wordt gezien als een feitelijke exercitie waar normatieve overwegingen geen rol spelen. In deze bijdrage wordt betoogd (1) dat dit onjuist is omdat normatieve overwegingen ook nu al een rol spelen, maar (2) dat deze overwegingen ten onrechte alleen ten gunste van het slachtoffer werken.


W.Th. Nuninga LLM MJur
W.Th. Nuninga LLM MJur is PhD Fellow bij de Universiteit Leiden.
Artikel

Het belang van privacy in het strafrecht

Over (on)terechte exposure op Rechtspraak.nl en de gevolgen daarvan

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2020
Trefwoorden anonimiseringsrichtlijn, AVG, privacy, publicatie, persoonsgegevens
Auteurs Mr. G.M. Boezelman en Mr. J.R.J. Gijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Strafrechtelijke beslissingen worden (doorgaans) gepubliceerd op Rechtspraak.nl. Dit is positief voor de rechtsontwikkeling, maar in sommige gevallen kan publicatie ertoe leiden dat betrokkenen identificeerbaar zijn, ook wanneer de anonimiseringsrichtlijn van de Rechtspraak wordt toegepast. Dit leidt tot een procesrisico voor procesdeelnemers. Dat geldt met name voor procesdeelnemers die geen verdachte zijn, en wanneer het gevallen betreft waarin het opsporingsonderzoek nog niet is afgerond. Hoe gaat de Rechtspraak hiermee om en hoe verhoudt een en ander zich tegen de recente ontwikkelingen op het gebied van (Europees) privacyrecht?


Mr. G.M. Boezelman
Mr. G.M. Boezelman is advocaat bij Hertoghs Advocaten in Amsterdam.

Mr. J.R.J. Gijsen
Mr. J.R.J. Gijsen is advocaat bij Hertoghs Advocaten in Amsterdam.
Artikel

Compensatie van misdrijfschade: veel beweging, voldoende inzicht en visie?

Verslag van het symposium van 24 september 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2020
Trefwoorden aansprakelijkheid, misdrijven, verzekering, solidariteit, voeging benadeelde partij
Auteurs Mr. dr. M.R. Hebly en Prof. mr. S.D. Lindenbergh
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen decennia is in toenemende mate ingezet op ‘emancipatie’ van slachtoffers van misdrijven. Op het punt van compensatie zijn uiteenlopende maatregelen genomen vanuit de gedachte dat de dader moet vergoeden wat hij heeft veroorzaakt. Onderzoeken op dit terrein laten niet alleen verschillende vragen open, maar roepen ook nieuwe vragen op. Wie draagt uiteindelijk welke schade? Wat komt er van verhaal terecht? Wordt misdrijfschade met de daartoe beschikbare middelen efficiënt gecompenseerd? Kan het ook anders? Deze en dergelijke vragen kwamen aan de orde tijdens het op 24 september 2019 te Rotterdam gehouden symposium ‘Compensatie van misdrijfschade – solidariteit, verzekering, verhaal’.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan Erasmus School of Law.

Prof. mr. S.D. Lindenbergh
Prof. mr. S.D. Lindenbergh is als hoogleraar privaatrecht verbonden aan Erasmus School of Law.

    In deze bijdrage wordt de betekenis van de duur van het lijden bij begroting van immateriële schade in verband met blijvend letsel en wegens dodelijk letsel geanalyseerd. Volgens de Hoge Raad is de duur van het lijden een omstandigheid die de rechter bij de begroting van het smartengeld in het bijzonder dient mee te wegen, maar in de literatuur wordt opgemerkt dat de betekenis van deze factor niet steeds duidelijk is. Deze bijdrage geeft de stand van zaken in de rechtspraak en in de Nederlandstalige literatuur weer en biedt een nadere analyse van de betekenis van de duur van het lijden.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Intergenerationele continuïteit of discontinuïteit van crimineel gedrag?

Een onderzoek naar de modererende invloed van samenwonen en de geografische afstand tussen ouder en kind

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational transmission, discontinuity, criminal parent, geographical distance, exposure
Auteurs Dr. Steve van de Weijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This study (N=921) examines whether living together with a criminal parent moderates the intergenerational continuity of crime. Results are mixed, but show that the intergenerational continuity of crime decreases when the child lived together with the criminal parent for a shorter period of time. This association is most strong for children whose criminal mothers live on a large distance from them. Longitudinal fixed effects models, however, show that these results are likely the consequence of between-individual differences and therefore do not reflect causal influences on the intergenerational continuity of crime.


Dr. Steve van de Weijer
Dr. S.G.A. van de Weijer is postdoctoraal onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Access_open Risicoaansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid, wanprestatie, hulpzaken, medische hulpmiddelen, ongeschikt
Auteurs Mr. dr. J.T. Hiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In haar recent verschenen proefschrift onderzoekt de auteur in hoeverre het risico dat voortvloeit uit het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken voor rekening van de hulpverlener dient te komen. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek uiteengezet. De auteur komt tot de conclusie dat het risico dat voortvloeit uit het gebruik van ongeschikte medische hulpzaken in beginsel voor rekening van de hulpverlener komt. De redelijkheid zal niet snel gebieden dat het risico dient te worden verschoven naar de patiënt.


Mr. dr. J.T. Hiemstra
Mr. dr. J.T. Hiemstra is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Kwalitatieve aansprakelijkheid: het gebruik van gebrekkige zaken en dieren door zelfstandige hulppersonen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, zelfstandige hulppersonen, bedrijfsmatig gebruik, gebrekkige zaken, dieren
Auteurs Mr. dr. A. Kolder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op wie rust de kwalitatieve aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken en dieren die worden gebruikt door zelfstandige hulppersonen? Hoewel ons economische verkeer zich in toenemende mate kenmerkt door flexibele (arbeids)relaties, heeft deze vraag nog niet veel aandacht genoten. Aan de hand van een bespreking van art. 6:181 BW wordt de opgeworpen vraag aan een beschouwing onderworpen.


Mr. dr. A. Kolder
Mr. dr. A. Kolder is advocaat bij PUNT Letselschade Advocaten en tevens docent en onderzoeker aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Over meelifters, gelukzoekers en rechters die problemen maken als partijen die niet hebben

Beschouwingen naar aanleiding van de Fortis/Ageas-schikking

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden massaschade, WCAM-schikking, freeriders, belangenbehartigers
Auteurs Mr. M.L.A. Rijndorp en Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat het (eerste) schikkingsvoorstel in de Fortis/Ageas-zaak niet verbindend kan worden verklaard. De auteurs bespreken het voorstel en de tussenbeschikking en duiden deze binnen het kader van het freeriderprobleem. Daarnaast bespreken zij het huidige juridische kader voor (toetsing van) de vergoeding aan belangenbehartigers en werpen zij enkele aandachtspunten op voor de verdere ontwikkeling daarvan.


Mr. M.L.A. Rijndorp
Mr. M.L.A. Rijndorp is student-assistent aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovenda aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Wetenschap

Access_open Third party litigation funding

De voordelen, aandachtspunten en aanbevelingen om risico’s te beheersen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden third party litigation funding, litigation funding, procesfinanciering
Auteurs Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Third party litigation funding (TPLF, of procesfinanciering door derden) is de rechtsverhouding waarbij een derde zich tegen een in het vooruitzicht gestelde beloning verplicht om een eiser in een civiele procedure of arbitrage van financiering te voorzien om de kosten van procederen te dekken. TPLF kan de toegang tot de rechter vergroten, de onderhandelingskracht vergroten, een preventief effect hebben en een one-shot player laten transformeren in een repeat player. Een deel van de bezwaren tegen procesfinanciering is ongefundeerd, of overdreven. Omdat procesfinanciers hoge eisen stellen aan de (ver)haalbaarheid, omvang en beperking van risico’s is het onwaarschijnlijk dat TPLF zal leiden tot een claimcultuur. TPLF zorgt wel voor een driepartijenverhouding, die mogelijk voor complicaties kan zorgen. Ook kan TPLF grote consequenties voor de gefinancierde hebben, zeker in een volledig ongereguleerde markt als de Nederlandse. Grotere partijen moeten over het algemeen worden geacht deze consequenties te kunnen overzien en daarop te kunnen anticiperen. Consumenten en kleinere partijen zouden echter meer bescherming behoeven. Een gedragscode kan hierbij behulpzaam zijn en helpen misstanden op voorhand te voorkomen. Als deze handschoen door procesfinanciers in Nederland wordt opgepakt, kan TPLF een nuttige bijdrage leveren aan de borging van de toegang tot het recht.


Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. (Anatoli) van der Krans is advocaat bij Corona Legal te Amsterdam.
Artikel

Access_open De retoriek van gun-jumping

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden gun-jumping, artikel 4 en 7 Concentratieverordening, meldingsplicht, standstillverplichting, artikel 34 Mw
Auteurs Stijn de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel beschrijft de auteur het fenomeen ‘gun-jumping’ (het zonder goedkeuring van de mededingingsautoriteit implementeren van meldingsplichtige concentraties) aan de hand van recente Nederlandse en Europese zaken.


Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De aansprakelijkheid van bestuurders voor pensioenschulden (en het melden van betalingsonmacht) nader bezien

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden betalingsonmacht, bestuurdersaansprakelijkheid, pensioenpremies, redelijke wetsuitleg, artikel 23 Wet Bpf 2000
Auteurs Mr. M.H. Visscher
SamenvattingAuteursinformatie

    Onder verwijzing naar diverse rechtspraak, waaronder een recent arrest van de Hoge Raad, wordt in deze bijdrage ingegaan op het melden van betalingsonmacht bij pensioenschulden en op een redelijke uitleg van de bestuurdersaansprakelijkheidsregeling waarbij deze melding een belangrijke rol speelt.


Mr. M.H. Visscher
Mr. M.H. Visscher is werkzaam als advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag.
Artikel

Griffierechten vanuit rechtseconomisch oogpunt

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden griffierechten, rechtseconomie, gedragseconomie, toegang tot de rechter, ongefundeerde vorderingen
Auteurs Mr. drs. T. Vleeschhouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Griffierechten in civiele zaken vormen een bron van debat. Voorstanders wijzen erop dat griffierechten ongefundeerde vorderingen tegengaan. Tegenstanders vrezen ervoor dat de toegang tot de rechter belemmerd wordt. Dit artikel bespreekt de totstandkoming van het Nederlandse griffierechtensysteem en ontwikkelt daarnaast een rechtseconomisch model op basis van gedragseconomische inzichten om te beoordelen of griffierechten inderdaad de toegang tot de rechter beperken. Deze analyse laat zien dat het Nederlandse griffierechtenstelsel degressief is; bij vorderingen met een hogere geldwaarde wordt relatief minder griffierecht geheven. Het rechtseconomische model voorspelt juist dat een progressief stelsel, waarbij de griffierechten laag zijn bij lage vorderingen en relatief steeds hoger worden bij hogere vorderingen, de toegang tot de rechter het minst beperkt. Het verdient dan ook aanbeveling om het stelsel te heroverwegen.


Mr. drs. T. Vleeschhouwer
Mr. drs. T. Vleeschhouwer is advocaat-stagiair bij Houthoff te Rotterdam.
Praktijk

Wat gebeurt er op de gang? Een kwalitatief empirisch onderzoek naar schikkingsonderhandelingen tijdens civielrechtelijke procedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Settlement negotiations, Distributive negotiations, Qualitative empirical research, Biases, Heuristics
Auteurs Mr. Lucas Lieverse
SamenvattingAuteursinformatie

    There is little known on settlement negotiations during civil lawsuits in the Netherlands. Settlement negotiations take place during a (suspension of the) public court hearing. The public hearing takes place in the majority of the civil lawsuits in the Netherlands. The qualitative empirical research I am carrying out, intents to give insight in these settlement negotiations and questions what lawyers actually do during these negotiations. The research intents to contribute to the effectiveness of settlement negotiations in the sense that (i) the number of settlements increases and of compulsory settlements decreases, (ii) the perceived fairness of procedure and outcome in settled cases increases, and (iii) the number of resolved underlying conflicts increases.
    I expect to find that most settlement negotiations can be qualified as distributive negotiations (as opposed to integrative negotiations). Furthermore, based on a literature review on biases and heuristics I hypothesized that settlement could be more effective than they actually are. The paper touches on the methodology and on both hypotheses.


Mr. Lucas Lieverse
Lucas Lieverse is docent en onderzoeker bij Zuyd Hogeschool en voor zijn PhD-onderzoek als buitenpromovendus verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Hij heeft als gewezen advocaat ervaring met en is geïnteresseerd in civiel (proces)recht en (juridische) conflictoplossing, waarbij hij inzichten uit verschillende disciplines verbindt.
Artikel

Wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie: een oplossing voor welk probleem ook alweer?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie, massaschade, schadevergoeding, collectieve actie, collectieve rechtshandhaving
Auteurs Prof. mr. I.N. Tzankova
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel werd ingevoerd als gevolg van de motie Dijksma, die de positie van belangenorganisaties in collectieve schadevergoedingsacties moest verbeteren. Terwijl het systeem van de exclusieve belangenbehartiger in combinatie met het voorgestelde opt-outregime vroeg in de procedure verweerders een grote dienst bewijst, doet het wetsvoorstel weinig voor de adequate financiering van collectieve acties, waardoor een tekort aan rechtsbescherming dreigt. De auteur pleit voor een wettelijke introductie van de ‘common fund’, gekoppeld aan de bevoegdheid voor de rechter om de ‘success fee’ voor de procesfinanciers te bepalen. Dit dient wel te worden geflankeerd door een passende opleiding en training van de rechters die over collectieve acties oordelen. Ook dient de registratieplicht te worden uitgebreid met rapportageplicht aan het einde van een collectieve actie of schikking.


Prof. mr. I.N. Tzankova
Prof. mr. I.N. Tzankova is hoogleraar Global Dispute Resolution and Mass Claims aan Tilburg University en zelfstandig adviseur.
Praktijk

‘Een beetje wet kost drie dagen’: het bevriezingswetje eigen risico zorgverzekering en andere spoedwetten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden wetsprocedure, spoedwet, Eerste Kamer, Tweede Kamer, zorgverzekering
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetje waarmee de hoogte van het eigen risico voor de zorgverzekering voor 2018 werd bevroren op € 385 (Stb. 2017, 356) kwam binnen drie dagen tot stand. De Tweede en Eerste Kamer behandelden het wetsvoorstel op dezelfde dag. In deze bijdrage wordt ingegaan op dit bijzondere wetgevingsproces. Onder meer wordt daarbij aandacht besteed aan de figuur van een mondeling eindverslag, waar de Eerste Kamer tegenwoordig anders mee omgaat dan voorheen. Ook wordt de vraag besproken waarom het wetje per se vóór 1 oktober in het Staatsblad moest staan. Op de ranglijst van de snelst tot stand gebrachte wetten ooit neemt het bevriezingswetje waarschijnlijk een (gedeelde) tweede plaats in. De eerste plaats wordt ingenomen door twee crisiswetten uit 1914. Ook die wetten uit 1914 behandelden de Tweede en Eerste Kamer op dezelfde dag. Dat gebeurde later nog een keer in 1938. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt overigens dat die totstandbrenging van een wet in enkele weken geen unicum is. Vaak worden wetten die heel snel tot stand moeten komen, aangeduid als ‘spoedwet’ of ‘noodwet’. Aan het slot van de bijdrage wordt deze terminologie besproken.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

    Het leerstuk van ambtshalve toetsing in consumentenzaken heeft zich ontwikkeld tot een gewichtige factor, waarbij een aantal nationale begrenzingen van het processueel debat in eerste aanleg en appel is losgelaten. Ambtshalve toetsing is gestoeld op de veronderstelling dat de consument zich tegenover zijn professionele wederpartij in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie beschikt. Dit artikel gaat in op de vraag of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor ambtshalve toetsing als de processuele belangen van een consument worden behartigd door een belangenorganisatie.


Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. T.L. Schasfoort
Mr. T.L. Schasfoort is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 59 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.