Zoekresultaat: 92 artikelen

x
Artikel

Van tellen naar voorspellen - Sturen op risico’s met een voorspellend wiskundig model op basis van historische brandweerdata

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2021
Trefwoorden chimney fires, prediction, spatial statistics, historical data, schoorsteenbranden
Auteurs Martine School, Maurits de Graaf, Marie-Colette van Lieshout e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper, we present a mathematical model for the prediction of chimney fires using data collected by the Twente safety region over the years 2004 up to 2015. The explanatory variables used are the number of inhabitants per areal unit of 500 by 500 metres, the daily mean temperature and an indicator variable for October. Spatially and temporally correlated noise is added to be able to capture latent factors such as human behaviour. The model is validated using the data over the years 2016 and 2017. The model is implemented as a dashboard on a public website and yields as output a hazard map for chimney fires in Twente based on the weather forecast for the coming six days. This way, the dashboard can be used for prevention and planning purposes.


Martine School
Tineke School is als Data Science Consultant werkzaam bij Dat.mobility. m.l.school@outlook.com

Maurits de Graaf
Maurits de Graaf is werkzaam als innovatiemanager bij Thales Nederland B.V., en als associate professor mathematics of operations research bij de Universiteit Twente. m.degraaf@utwente.nl

Marie-Colette van Lieshout
Marie-Colette van Lieshout is als senior onderzoeker werkzaam bij het CWI en als hoogleraar ruimtelijke stochastiek bij de Universiteit Twente. colette@cwi.nl

Emiel Sanders
Emiel Sanders is werkzaam als zelfstandig adviseur informatie gestuurd werken bij Sanders Consulting en Advies. emiel@sandersconsultingadvies.nl

Ron de Wit
Ron de Wit is brandweerofficier en als plaatsvervangend commandant brandweer werkzaam in de Veiligheidsregio Twente. r.dewit@brandweertwente.nl
Artikel

Het ontbinden van een overeenkomst en de Tenzij-jurisprudentie

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Ontbinding, Tekortkoming, Tenzij-clausule, Rechtszekerheid, Eigen Haard
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh
SamenvattingAuteursinformatie

    Meijers heeft een ontbindingsregime ontwikkeld dat voornamelijk was geënt op het (eenzijdig) belang van de schuldeiser. De Hoge Raad heeft zowel voor als na de invoering van het BW het door Meijers ontworpen regime mijns inziens gerelativeerd door bij de beoordeling van de ontbindingsbevoegdheid de belangen van de schuldenaar via een open belangenafweging te laten meewegen. In de Tenzij-jurisprudentie heeft de Hoge Raad zijn eerdere – meer gefragmenteerde – rechtspraak op het gebied van ontbinding bevestigd en gepresenteerd als een meer coherent systeem. Alhoewel het misschien (rechtspolitiek) wenselijk kan zijn om de belangen van een schuldenaar zwaarder te laten meewegen, wordt hiermee wel afbreuk gedaan aan het – aanvankelijk – scherpe normenkader van artikel 6:265 lid 1 BW. De auteur betoogt dat als gevolg daarvan de ontbindingsrechtspraak minder voorspelbaar is. Zo valt in het Tenzij-arrest op dat voorzieningenrechter en hof tot verschillende uitkomsten komen. De onvoorspelbaarheid wordt volgens de auteur versterkt doordat de omstandigheden die de rechter bij een beslissing over een ontbinding kan meewegen, zowel aan de kant van de schuldeiser als aan die van de schuldenaar, tot het moment van vonnis moving targets kunnen zijn.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat te Amsterdam en werkt als buitenpromovendus aan de Open Universiteit aan een proefschrift over partiële aantasting van overeenkomsten.
Artikel

Kwantificering van de voor- en nadelen van duurzaamheidsafspraken onder artikel 6 lid 3 Mededingingswet

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4-5 2020
Trefwoorden duurzaamheid, afspraken, KBA, WZA, capaciteitenbenadering
Auteurs Eva van der Zee
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage richt zich op de mogelijkheden en beperkingen om voor- en nadelen van een duurzaamheidsafspraak te kwantificeren onder artikel 6 lid 3 Mededingingswet gebaseerd op de kosten-batenanalyse, de welzijnsanalyse en de capaciteitenbenadering.


Eva van der Zee
Dr. E. van der Zee LL.M. is universitair docent aan het Instituut Recht en Economie van de Universiteit van Hamburg.
Kroniek

Plattelandscriminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Rural criminology, Policing, Critical criminology, Cultural criminology, Environmental crime
Auteurs Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminology has traditionally focused on urban areas where crime visibly concentrates. However, since the 1990s, attention for ‘rural criminology’ has steadily increased. First, rural areas are confronted with partly different and less visible crime problems, such as environmental crimes. Second, public actors such as enforcement and other agencies are less present and ‘available’ in rural areas, and people on average trust the government less to provide support when necessary. This chronicle presents an overview of international and Dutch research in the context of rural criminology. The paper addresses cultural differences between urban and rural areas, high-volume crimes, gender-related violence, alcohol and drug abuse, environmental crime, and enforcement in rural areas.


Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Vrijheid rond vergoeden

Over de (te) losse teugels in het nadeelcompensatierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden nadeelcompensatie, concernbenadering, speciale last, advisering, normaal maatschappelijk risico
Auteurs Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans en Mr. N. van Triet
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs behandelen in deze bijdrage vijf vormen van vrijheid die de overheid heeft bij de besluitvorming op een verzoek om nadeelcompensatie. Aan de orde komen de vrijheid rond advisering door een adviescommissie, de invulling van het normaal maatschappelijk risico, de invulling van de voorzienbaarheid van overheidsmaatregelen, het al dan niet hanteren van de concernbenadering en de invulling van de speciale last.


Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans
Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans is bijzonder hoogleraar Onteigeningsrecht aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) en partner bij Van der Feltz advocaten in Den Haag.

Mr. N. van Triet
Mr. N. van Triet is promovenda op het gebied van de overheidsaansprakelijkheid aan de Radboud Universiteit (Nijmegen) en advocaat bij Van der Feltz advocaten in Den Haag.
Brexit

Europese en Nederlandse visserij na Brexit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Brexit, markt, toegang, vis, visgronden
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het Britse referendum van juni 2016 was duidelijk dat Brexit voor de Europese en Nederlandse visserij een enorm probleem zou worden. De Leavers hadden immers campagne gevoerd met de leuze ‘soevereiniteit in eigen wateren’, dat betekende dat ze de Britse visgronden wilden reserveren voor Britse vissers en de buitenlandse vissersschepen daaruit wilden weren. Dit betrof vooral het Kanaal, de Noordzee en de wateren rond Schotland, waar bijvoorbeeld Nederlandse vissersschepen al decennia lang vissen op bijvoorbeeld tong, schol, makreel, haring.
    De vraag kan gesteld worden of en in hoeverre het Verenigd Koninkrijk de toegang tot zijn visgronden kan verbieden of beperken. Deze vraag zal in dit artikel als eerste behandeld worden.
    Ook Britse schepen vissen in wateren van de lidstaten van de Europese Unie en zouden dit na Brexit zonder toestemming niet meer mogen doen. Het lijkt dan ook in het belang van beide partijen om een overeenkomst te sluiten waarin men elkaars schepen in zekere mate toegang tot elkaars visgronden geeft. In dat geval komt de volgende vraag aan de orde: hoe zit het met de toewijzing aan de Europese Unie van de in de Britse respectievelijk EU-wateren te vangen hoeveelheden vis? Deze zijn immers beperkt teneinde de visbestanden niet uit te putten.
    Tot slot, er is natuurlijk een nauw verband tussen de gevangen vis en de toegang tot de markt. Daarom is de laatste vraag die hier behandeld zal worden die van de toegang tot de Europese en Britse markten.


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is voormalig juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie. Het artikel is op 23 juni 2020 afgesloten.

    Na de bevrijding ontstond al snel het beeld dat ‘de’ Nederlanders zich tijdens de oorlog heldhaftig hadden verzet tegen de Jodenvervolging en het nationaalsocialistische onrecht. De naoorlogse berichten over de moord op meer dan 102.000 Nederlandse Joden brachten dit zelfbeeld nauwelijks aan het wankelen. Dat werd anders, toen in de jaren zestig van de vorige eeuw bleek dat de nazi’s gedurende de Tweede Wereldoorlog uit geen enkel land in West-Europa zo veel Joden hadden gedeporteerd en omgebracht als uit Nederland. Deze bijdrage staat stil bij het verzet van Nederlandse juristen tegen onrechtvaardig recht, in het bijzonder tegen de antisemitische maatregelen.


Prof. mr. C.J.H. (Corjo) Jansen
Corjo Jansen is hoogleraar Rechtsgeschiedenis en Burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open De gevaarlijke asielzoeker en het Unierecht

Gevaarzetting als grond voor uitsluiting van internationale bescherming

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Europees recht, openbare orde, asiel
Auteurs Mr. Hans van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    The dangerous asylum seeker easily captures the public's attention. Policies increasingly focus on strong repercussions for asylum seekers who cause disturbances or can be considered dangerous. This article distinguishes between categories of asylum seekers based on the kind of disturbance or danger they cause in the view of the general public. It is argued that EU law provides a strong basis for denying or withdrawing the residence rights of asylum seekers based on public order considerations. In practice however, it seems difficult to meet the threshold of the public order criteria developed by the Court of Justice.


Mr. Hans van Oort
Mr. J.C.M. van Oort is advocaat bij Kroes Advocaten Immigration Lawyers.

Georges Dictus
Mr. G.A. Dictus is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Sebastiaan Cnossen
Mr. S.H.G. Cnossen is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Access_open Havens en georganiseerde criminaliteit: een historische bespiegeling

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2019
Trefwoorden international harbors, organized crime, history, smuggling, Rotterdam
Auteurs prof. dr. Cyrille Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The structural vulnerability of the port of Rotterdam to organized crime is dealt with in this article from a broader, historical perspective. Using examples from ports in Italy and the United States, among others, the author shows how at the end of the last century local criminal groups managed to gain a dominant position in the handling of good flows. The author discusses various research reports that have been published over the years on the import of drugs into the port of Rotterdam and other European ports. Drug traffickers turn out to respond very flexible to stricter controls by simply moving to alternative ports or opting for transferring drug loads to small fast boats in open water. The author emphasizes that ports should not be studied as isolated transition points, but must be considered as nodes in networks that extend far inland and abroad. This is the only way to see the broader strategic and tactical options for stopping or reducing drug trafficking. In addition, attention must be paid to the problem of corruption among port workers, police and customs officers.


prof. dr. Cyrille Fijnaut
Em. prof. dr. C.J. Fijnaut is emeritus hoogleraar criminologie aan de Universiteit Tilburg.
Artikel

Over een grens: Nederlandse vondelingen uit of naar het buitenland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vondeling, migratie, Nederland, rationelekeuzetheorie, gelegenheidstheorie
Auteurs Kerstin van Tiggelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the group of Dutch foundlings, 28% are migratory foundlings: children coming from abroad to the Netherlands (inbound foundlings), and children going abroad from the Netherlands (outbound foundlings). According to the rational choice theory, there is at some point a rational decision behind human action, based on consideration of costs and benefits – terminology reminiscent of the origins within economic science. When viewed from that perspective, cross-border abandonment may be regarded to be a conscious effort to hinder detection. After all, abandonment of foundlings has been a criminal offence in the Netherlands since at least the Middle Ages. There is therefore also a vested interest in not attracting attention. Anyone abandoning a child and wishing to protect their identity will be attracted to locations that lack effective supervision, defined as guardianship within the criminological routine activities theory. However, the less familiar a location, the trickier it is to avoid visibility. Does the rational consideration of costs and benefits result in migratory foundlings being abandoned just over the border (in order that the perpetrators attract the least possible attention) or actually further inland (in order to detract from the cross-border activity, for example)? Is there a comparable choice in terms of distance when people abandon native foundlings – children found in their country of birth? Relevant questions indeed, as greater insight into such variables can support the direction taken by detection activities. This study is an exploratory analysis of the distance between the domicile or birth location and the abandonment location of cross-border foundlings. The results will then be compared with the distances in the case of domestic foundlings.


Kerstin van Tiggelen
Kerstin van Tiggelen is gepromoveerd in de Humanistiek en voorzitter van stichting Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen (NIDAA).
Artikel

De inzet van privaat gewapend maritiem beveiligingspersoneel of Privately Contracted Armed Security Personnel (PCASP) aan boord van Belgische en Nederlandse koopvaardijschepen

Een rechtsvergelijkende analyse van de wetgeving van Europese vlaggenstaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Maritime piracy, private maritime security company, PMSC, vessel protection detachment, privately contracted armed security personnel
Auteurs Ilja Van Hespen
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, Dutch merchant ships could not rely on privately contracted maritime security staff to protect themselves against pirates. On the one hand, the argument prevailed that the State had to retain the monopoly on the use of force and, on the other hand, one also feared for the escalation of violence or international incidents. Nowadays, however, more and more European countries allow for the use of privately contracted armed security personnel on board merchant ships. As a result, the Dutch Parliament has adopted a bill containing rules for the use of armed private security guards on board Dutch maritime merchant ships (Law to Protect Merchant Shipping 2019 (published in the Dutch official Gazette on June 7th, 2019)).
    The author addresses the question whether because of the new law a level playing field will emerge with the Merchant Navies from the neighboring Flag States of Belgium, the United Kingdom, Spain and Denmark, presenting a comparative analysis of their domestic legislation.
    The Dutch law clearly regulates the use of force and the master has the final responsibility for everything that happens under his authority. In principle, the security guards may only apply violence as the master has determined that it is necessary. Innovative is that there is a reporting obligation whereby every incident should be reported with images and sound recordings. It seems, however, that the law is especially made to protect and secure and not necessarily to provide a solution for situations in which pirates come on board.
    It is clear that the intention of the legislator is to leave the monopoly on the use of force in the hands of the State. However, the adoption of this law to protect merchant shipping could constitute a first step in enabling the use of force by other actors than the State, which in itself is groundbreaking. Before being able to go on this road, there are still countless political (mainly related to the sovereignty of a State) and legal challenges (mainly concerning the use of force and respect for human rights) to be addressed.


Ilja Van Hespen
Ilja Van Hespen is luitenant-ter-zee eerste klasse bij de Belgische Marinecomponent, hoofd van de Sectie Governance van de Naval Policy Staff van het Operationeel Commando van de Marine, doctorandus in de Sociale en Militaire Wetenschappen aan de Koninklijke Militaire School, doctorandus in de Rechten aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent, master Handelsingenieur en doctoral researcher aan het Rolin-Jaequemyns International Law Institute Ghent.
Rechtsbescherming

Access_open Het particulier beroep tot nietigverklaring en het Montessori-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Montessori-arrest, particulier beroep, nietigverklaring, regelgevende handelingen
Auteurs Prof. mr. R. Barents
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het Verdrag van Lissabon (2009) is in de vierde alinea van artikel 263 VWEU een derde zinsnede ingevoegd, op grond waarvan een particulier beroep kan instellen tegen ‘regelgevingshandelingen die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen’. In het op 6 november 2018 gewezen arrest in de gevoegde zaken C-622/16 t/m C-624/16 P, Montessori e.a./Commissie e.a., ECLI:EU:C:2018:873 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het begrip ‘regelgevingshandeling’ betrekking heeft op ‘alle niet-wetgevingshandelingen van algemene strekking’. Daaronder vallen ook besluiten van de Commissie over nationale steunregelingen. Met dit arrest is een bijna tien jaar durende zoektocht naar de strekking van dit begrip voorlopig afgesloten. In deze bijdrage worden de achtergronden en gevolgen van deze uitspraak nader toegelicht.
    HvJ 6 november 2018, gevoegde zaken C-622/16 t/m C-624/16 P, Montessori e.a./Commissie e.a., ECLI:EU:C:2018:873.


Prof. mr. R. Barents
Prof. mr. R. (René) Barents is rechter in het Gerecht van de EU.
Artikel

Het punitieve karakter van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG)

Een analyse aan de hand van het begrip criminal charge ex artikel 6 lid 1 EVRM

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden EMG, Huftercursus, Snelheidscursus, Vorderingsprocedure
Auteurs Victor Huurman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution deals with the punitive aspects of the Dutch ‘Educational Measure Behaviour and traffic’ rehabilitation course (EMG), thereby using the criminal charge concept (article 6 ECHR) and the alcohol interlock case law as indicators for the level of punitivity. As of 2009, Dutch drivers whom (repeatedly) commit traffic violations may be subjected to an EMG. Failing this course can cause a driver to have his or her driving licence suspended. The Dutch Driving Test Organization (CBR) lacks the possibility to take any individual circumstances into account. The question then arises as to whether the EMG may have a disproportionate impact in certain cases. It is argued that the imposition of the EMG predominantly qualifies as a criminal charge, requiring an extension of the current regime of legal protection. It is furthermore argued that the dominant position of the police officer who makes an EMG report should be reconsidered.


Victor Huurman
Victor Huurman is student Straf- en strafprocesrecht en Staats- en bestuursrecht te Leiden.
Artikel

Wie moderniseert de bijzondere strafvordering?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Modernisering strafvordering, Wet op de economische delicten, Wet wapens en munitie, Opiumwet, toezicht
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de modernisering van het Wetboek van Strafvordering blijven de strafprocessuele bevoegdheden uit het bijzondere strafrecht vooralsnog buiten beeld. Gegeven de bijzondere aard van deze bevoegdheden, de wisselende verdenkingsgraad en de complexe verhouding met de commune strafvordering, wordt bepleit aandacht te schenken aan de vraag of een modernisering van met name de bevoegdheden inzake de inbeslagneming, de doorzoeking en het onderzoek aan de kleding uit de Opiumwet en de Wet wapens en munitie gewenst is.


Prof. mr. H.J.B. Sackers
Prof. mr. H.J.B. Sackers is hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

VEILIG THUIS: multidisciplinaire aanpak van intrafamiliaal geweld en kindermishandeling onder één dak

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Family Justice Center, Multidisciplinary approach, Domestic Violence and Child abuse, Client-centered approach
Auteurs Pascale Franck
SamenvattingAuteursinformatie

    The Family Justice Centers are an international model where victims of domestic violence and child abuse can find all help needed under one roof. The FJCs are a collaboration of police, justice, welfare, help centers and authorities. The main target is empowering survivors of violence.
    The development of the FJC-model is situated in an evolution of the approach of these forms of violence, starting with the recognition of violence against women and child abuse towards a multidisciplinary and collaborative model starting from the needs of survivors of violence. The FJC-model is explained from a field worker point of view and further developments and expected evolutions are mentioned.


Pascale Franck
Pascale Franck is de co-director van het Family Justice Center te Antwerpen (vanuit de afdeling Justitiehuizen, departement WVG, Vlaamse overheid) en de vice-president van de European Family Justice Center Alliance. Zij werkt 27 jaar in het veld van intrafamiliaal geweld, seksueel geweld en kindermishandeling.
Artikel

Gevallen helden van bedrijfsleven en openbaar bestuur

De ‘fall from grace’ van witteboordencriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2018
Trefwoorden white-collar crime, status degradation, sanctioning, executives, punishment
Auteurs Prof. dr. Wim Huisman en Drs. Dennis Lesmeister
SamenvattingAuteursinformatie

    In criminology, it is generally assumed that the high social status of white-collar offenders prevents them of being targeted by criminal law enforcement. But when they do, they suffer greater social and economic damage because of this high social status. Empirical research on the consequences of criminal law enforcement and conviction for white-collar offenders is scarce, and limited to the US and the UK. This paper used biographies of convicted former executives in business and public office in the Netherlands, to analyse these consequences and the process of the ‘fall from grace’ of white-collar offenders. The consequences are described in four life-domains: health, the private sphere, the occupational sphere and the social sphere. The results show that Dutch executives, in line with findings for the Anglo-American white-collar offenders, experience status degradation and suffer much collateral damage of criminal law enforcement. After the initial horror of imprisonment, they endure prison life fairly well. Individual competences and remaining social and economic capital enable them to return to normal life, although they cannot return to pre-conviction levels of social status.


Prof. dr. Wim Huisman
Prof. dr. Wim Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. Dennis Lesmeister
Drs. Dennis Lesmeister is veroordeeld in de Klimop-zaak en is geassocieerd onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Jan De Cock
Jan De Cock is auteur van onder meer het boek Hotel Prison (2003) waarin hij verslag uitbrengt over zijn wereldreis als ‘tralietrotter’. Hij is tevens oprichter van de vzw Within-Without-Walls, een dialoog- en werkgroep rond gevangenen, slachtoffers, ex-gevangenen en maatschappij.
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).
Artikel

Access_open Democratie van de rede?

Burgerparticipatie en de Nederlandse constitutie

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2018
Auteurs Jerfi Uzman
Auteursinformatie

Jerfi Uzman
Mr. dr. J. (Jerfi) Uzman is als universitair docent staatsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 92 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.