Zoekresultaat: 24 artikelen

x
Artikel

Access_open De vrijheden van vestiging en ondernemerschap en de preventieve toetsing van de a-grond door het UWV: is de toetsing in overeenstemming met AGET Iraklis?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond door het UWV, Vrijheid van vestiging, Vrijheid van ondernemerschap
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage onderzoekt de vraag of ons Nederlandse systeem van de preventieve toetsing door het UWV van ontslagen die het gevolg zijn van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub a BW (de a-grond) in overeenstemming is met het Unierecht. Een nauwgezette analyse van de rechtspraak van het HvJ EU, waaronder in het bijzonder het AGET Iraklis-arrest uit 2016, wijst uit dat de aanwijzingen die het HvJ geeft omtrent de uitlegging van het Unierecht, in het bijzonder ten aanzien van de toepassing van de vrijheid van vestiging in samenhang met de vrijheid van ondernemerschap, repercussies hebben voor het Nederlandse systeem van de preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond. De conclusie luidt dat de toetsing door het UWV van het besluit van de ondernemer dat de arbeidsplaats van een werknemer is vervallen door beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of structureel vervalt door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering, strijdig is met het Unierecht en daarom achterwege moet blijven. De oorzaak ligt bij het ontbreken van concrete, objectieve en controleerbare uitvoeringsbepalingen. De toetsing van de vervolgvraag betreffende de ontslagvolgorde lijkt wel te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de rechtspraak van het HvJ EU.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Wet overgang van onderneming in faillissement: wat heeft de werknemer eraan?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Pre-pack, Werknemersrechten, Vakbond, Doorstart, Overgang van onderneming
Auteurs mr. Jola Boot en Mr. Jeroen Ipenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs benaderen het Voorontwerp van de ‘Wet overgang van onderneming in faillissement’ vanuit het werknemersperspectief. De auteurs zoeken naar en geven een antwoord op de vraag wat de werknemer heeft aan het Voorontwerp. Toepassing van het Voorontwerp op de Smallsteps-zaak leidt er volgens de auteurs toe dat de ontslagen Estro-werknemers slechter af zijn onder het Voorontwerp. De auteurs benoemen diverse (arbeidsrechtelijke) bezwaren die kleven aan het Voorontwerp en constateren dat het Voorontwerp op diverse plaatsen (mogelijk) in strijd is met Richtlijn 2001/23/EG. De auteurs geven een aantal aanbevelingen om het Voorontwerp vanuit het werknemersperspectief te verbeteren.


mr. Jola Boot
advocaat

Mr. Jeroen Ipenburg
advocaat
Artikel

De ontslagbescherming van zeevarend personeel

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Ontslagrecht, Zeevarende, Zee-arbeidsovereenkomst
Auteurs mr. dr. Gerdien van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen het arbeidsrecht en meer specifiek het ontslagrecht, kent de zeevarende een aparte positie. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillende manieren waarop de zee-arbeidsovereenkomst kan eindigen en wordt aandacht besteed aan het recht op repatriëring van de ontslagen zeevarende. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het reguliere ontslagrecht.


mr. dr. Gerdien van der Voet
Gerdien van der Voet is advocaat bij AKD.
Case Reports

2019/20 How to interpret the Posting of Workers Directive in the cross-border road transport sector? Dutch Supreme Court asks the ECJ for guidance (NL)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Private International Law, Posting of Workers and Expatriates, Applicable Law
Auteurs Zef Even en Amber Zwanenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In this transnational road transport case, the Dutch Supreme Court had to elaborate on the ECJ Koelzsch and Schlecker cases and asks for guidance from the ECJ on the applicability and interpretation of the Posting of Workers Directive.


Zef Even
Zef Even is a lawyer with SteensmaEven, www.steensmaeven.com, and professor at the Erasmus University Rotterdam.

Amber Zwanenburg
Amber Zwanenburg is a lecturer and PhD Candidate at the Erasmus University Rotterdam.
Annotatie

Het concern en het ontslagrecht: de Hoge Raad eist maatwerk

HR 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:64 (Shell)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Werkgeverschap, Concern, Expat, Ontslag, Herplaatsing
Auteurs Mr. M.A.N. van Schadewijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 januari 2019 liet de Hoge Raad zich uit over de verhouding tussen het Nederlandse grondenstelsel en concernbrede herplaatsingsvereiste enerzijds en het afvloeiingsbeleid van het internationale Shell-concern anderzijds. In deze bijdrage analyseert de auteur de betekenis van de beschikking voor de plaats van het (internationale) concern in het Nederlandse ontslagrecht. Hij concludeert dat de beschikking van de Hoge Raad goed past binnen het systeem van de Ontslagregeling, waarin de wetgever op casuïstische wijze recht probeert te doen aan het concernlidmaatschap van de werkgever. Met die gefragmenteerde benadering is ook het probleem gegeven: zij stoelt niet op een duidelijke visie op het concern en leidt tot rechtsonzekerheid. In dat licht schetst de auteur enige gezichtspunten ten aanzien van de reikwijdte van het concernbrede herplaatsingsvereiste.


Mr. M.A.N. van Schadewijk
Mr. M.A.N. (Matthijs) van Schadewijk is promovendus en docent bij de vakgroep Sociaal recht van de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht) en redactiesecretaris van dit blad. Hij werkt aan een proefschrift over werkgeverschap in concernverband.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Annotatie

Overgang van onderneming in de publieke sector en de positie van de ‘geschorste’ werknemer

HvJ EU 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, AR 2017-0929 (Piscarreta Ricardo/Emarp; Portugal)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Overgang van onderneming, Economische activiteit, Publieke dienst, Identiteit, Geschorste werknemer
Auteurs Mr. L.C.J. Sprengers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJ EU heeft op 20 juli 2017, ECLI:EU:C:2017:574, inzake Piscarreta Ricardo geoordeeld over de vraag of de Richtlijn 2001/23 inzake overgang van onderneming ook van toepassing is op een (eenzijdig) overheidsbesluit om een onderneming waar een gemeente enig aandeelhouder van is te ontbinden en de activiteiten over te hevelen deels naar de gemeente en deels naar een andere onderneming. Ingegaan wordt op de betekenis van deze uitspraak voor de Nederlandse praktijk tegen de achtergrond van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA), die met ingang van 1 januari 2020 van kracht gaat. Een andere vraag die door het HvJ EU is behandeld, is of een persoon die wegens de schorsing van zijn arbeidsovereenkomst niet in actieve dienst is, valt onder het begrip ‘werknemer’ in de zin van artikel 2 lid 1 onderdeel d van de richtlijn. Op de betekenis van dit arrest voor de Nederlandse rechtspraak hierover wordt eveneens ingegaan.


Mr. L.C.J. Sprengers
Mr. L.C.J. Sprengers is advocaat in Utrecht en verbonden aan de sectie arbeidsrecht van de EUR. Hij heeft zich zowel in zijn proefschrift als in zijn universitaire werkzaamheden beziggehouden met de vergelijking van de ontwikkelingen in de ambtelijke arbeidsverhoudingen met de civielrechtelijke arbeidsverhoudingen. Hij is gespecialiseerd in individueel en collectief arbeidsrecht en ambtenarenrecht.
Case Reports

2018/7 ‘Ryanair’ after ‘Ryanair’: Crew member still left empty-handed? (NL)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Private international law, Competency, Applicable law
Auteurs Amber Zwanenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    A Dutch first instance court applies the recent ECJ Ryanair ruling (C-168/16 and C-169/16) in another Ryanair private international law dispute. Even though the Dutch court accepted jurisdiction, it applied Irish law to the employees’ unfair termination claim.


Amber Zwanenburg
Amber Zwanenburg is a lecturer in labour law at the Erasmus University, Rotterdam.
Law Review

Access_open 2018/1 EELC’s review of the year 2017

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2018
Auteurs Ruben Houweling, Catherine Barnard, Zef Even e.a.
Samenvatting

    This is the first time we have produced a review of employment law cases from the previous year, based on analysis by various of our academic board members. But before looking at their findings, we would first like to make some general remarks.


Ruben Houweling

Catherine Barnard

Zef Even

Amber Zwanenburg

Daiva Petrylaitė

Petr Hůrka

Jean-Philippe Lhernould

Erika Kovács

Jan-Pieter Vos

Andrej Poruban

Luca Ratti

Niklas Bruun

Francesca Maffei
ECJ Court Watch

ECJ 14 September 2017, case C-168/16 and C-169/16 (Ryanair), Private international law

Sandra Nogueira and Others – v – Crewlink Ireland Ltd and Miguel José Moreno Osacar – v – Ryanair Designated Activity Company

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Private international law
Samenvatting

    When determining the place from which airline cabin crewmembers habitually carry out their work, the concept of ‘home base’ is a significant indicator.

Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en corporate governance

Hebben bestuurders wat te vrezen als ze de Corporate Governance Code schenden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, Corporate Governance Code, corporate governance, bestuurder, commissaris
Auteurs Mr. drs. R.T.L. Vaessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Afgelopen jaar was er veel aandacht voor de nieuwe Corporate Governance Code. De Code kent veel bepalingen die het handelen van bestuurders en commissarissen normeren. Dit artikel behandelt de vraag of bestuurders en commissarissen op dit moment vaak aansprakelijk worden gesteld vanwege schending van de Corporate Governance Code, en of zij in dat geval in rechte wat te vrezen hebben.


Mr. drs. R.T.L. Vaessen
Mr. drs. R.T.L. Vaessen is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Navigeren door het labyrint van grensoverschrijdende detachering

De fundamentele verkeersvrijheden, de Detacheringsrichtlijn en het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Rome I-Verordening, Vrijheid van diensten, Grensoverschrijdende detachering, Regime-shopping, Detacheringsrichtlijn
Auteurs Mr. dr. Femke Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag hoeveel werknemersbescherming lidstaten aan uit het buitenland gedetacheerde werknemers kunnen toekennen, heeft de gemoederen lange tijd bezig gehouden. De zaak Laval bracht duidelijkheid, maar heeft ook tot nieuwe uitdagingen geleid. Verschillende constructies zijn ingezet om de loonkosten zo laag mogelijk te houden. Denk aan het vermijden van permanente detachering, maar ook aan het oprichten van buitenlandse bv’s die werknemers naar Nederlandse concernonderdelen detacheren. De constructies zijn lucratief omdat de juridische status bepaalt waarop de buitenlandse werknemer recht heeft. De ene keer bestaat recht op de hardekern-arbeidsvoorwaarden en de andere keer op alle (dwingende) arbeidsrechtelijke bepalingen uit het werkland. Bovendien kennen de verschillende typen detachering uit de Detacheringsrichtlijn – contracting, intra-concernuitlening en uitzending – ook elk hun eigen arbeidsrechtelijke regime. In dit artikel staat centraal wanneer nu welk arbeidsrechtelijk regime geldt en waarom. De auteur beantwoordt deze vraag aan de hand van de fundamentele verkeersvrijheden, het internationaal privaatrecht en het Nederlandse nationale arbeidsrecht. Ook is er aandacht voor het voorstel tot aanpassing van de Detacheringsrichtlijn van maart dit jaar.


Mr. dr. Femke Laagland
Mr. dr. F.G. Laagland is universitair hoofddocent Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit (Onderzoekscentrum Onderneming & Recht) en tevens redacteur van Arbeidsrechtelijke Annotaties.
Article

Access_open Private International Law: An Appropriate Means to Regulate Transnational Employment in the European Union?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2014
Trefwoorden private international law, applicable law, overriding mandatory provisions, transnational employment relations, posting of workers
Auteurs Prof.dr. Aukje A.H. Ms van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    The regulation of transnational employment in the European Union operates at the crossroads between private international law and internal market rules. The private international law rules are currently laid down in the Rome I Regulation. This regulation is complemented by the Posted Workers Directive, a directive based on the competences of the EU in the field of free movement of services. The current contribution first describes the rules which determine the law applicable to the employment contract under Article 8 Rome I Regulation and the way these rules are interpreted by the CJEU before critically analysing these rules and the reasoning that seems to lie behind the court’s interpretation (section 2). The law applying to the contract is, however, only of limited relevance for the protection of posted workers. This is due inter alia to the mandatory application of certain rules of the country to which the workers are posted, even if a different law governs their contract. This application of host state law is based on Article 9 Rome I Regulation in conjunction with the Posted Workers Directive. Section 3 describes the content of these rules and the – to some extent still undecided – interaction between the Rome I Regulation and the PWD. The conclusion will be that there is an uneasy match between the interests informing private international law and the interests of the internal market, which is not likely to be resolved in the near future.


Prof.dr. Aukje A.H. Ms van Hoek
Aukje van Hoek is Professor at the University of Amsterdam.
Jurisprudentie

Grenzeloze problemen bij grensoverschrijdende arbeid

De IPR-systematiek van het EVO-Verdrag en de Rome I-Verordening nader beschouwd, HR 3 februari 2012, LJN BS8791, JAR 2012/69 (Schlecker/Boedeker)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2012
Trefwoorden EVO-Verdrag, Rome I-Verordening, toepasselijk recht, vrij werknemersverkeer, VWEU
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een werknemer in een ander land werkzaamheden verricht dan waar hij zijn dienstverband heeft, bevindt de (reikwijdte van zijn) arbeidsovereenkomst zich niet langer onder de glazen stolp van één nationaal rechtsstelsel. De stap over de grens maakt dat de arbeidsovereenkomst raakvlakken vertoont met meer landen, die elk hun eigen normen, waarden en regels kennen inzake het arbeidsrecht. Die eigenheid van het nationale arbeidsrecht maakt de vraag naar het toepasselijke recht relevant. Dat het antwoord hierop niet altijd eenduidig is te geven, blijkt uit de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 3 februari 2012. De Hoge Raad stelt in dit arrest twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van het EVO-Verdrag indien sprake is van een permanente tewerkstelling in het ene land terwijl alle overige omstandigheden op een nauwe verbondenheid met een ander land wijzen. In deze bijdrage bespreekt de auteur de discussie tussen partijen over het toepasselijke recht in het licht van het EVO-Verdrag (en de Rome I-Verordening). Speciale aandacht gaat uit naar de betekenis van de fundamentele verdragsvrijheid inzake het vrije werknemersverkeer.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens als redactiesecretaris verbonden aan dit blad.
Artikel

Het toepasselijk recht op arbeidsovereenkomsten in de zeevaart

Een commentaar op HvJ EU 15 december 2011, zaak C-384/10, Voogsgeerd/Navimer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden toepasselijk recht/EVO, plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, vestiging van de werkgever, hiërarchie van aanknopingsfactoren, toerekenen van overeenkomst aan bepaald concernonderdeel
Auteurs Prof. dr. A.A.H. van van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het arrest Koelzsch (zaak C-29/10) bevat het onderhavige arrest opnieuw een uitleg van artikel 6 van het Europees Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO). Het Hof van Justitie continueert in belangrijke mate de lijn ingezet in het eerdere arrest. Het belang van deze uitspraak schuilt in (1) de toepassing van de eerder ontwikkelde criteria voor het bepalen van de gewone werkplek op een arbeidsverhouding in de zeevaart en (2) de nadere uitleg die wordt gegeven aan de aanknoping aan de vestiging die de werknemer in dienst heeft genomen.


Prof. dr. A.A.H. van van Hoek
Prof. dr. A.A.H. van Hoek is hoogleraar IPR en burgerlijk procesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Het Europese grondrecht van jaarlijkse vakantie: voorwaarden bij ziekte en (horizontale) doorwerking

HvJ EU 22 november 2011, C-214/10, JAR 2012/19 (KHS/Schulte) en HvJ EU 24 januari 2012, C-282/10, JAR 2012/54 (Dominguez/CICOA)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Arbeidstijdenrichtlijn, vakantie, grondrecht, horizontale werking, vervaltermijn bij ziekte
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bespreking van de recente arresten van het HvJ EU over het jaarlijkse vakantierecht met behoud van loon worden twee onderwerpen behandeld. Ten eerste het grondrechtelijk karakter van het vakantierecht, de effecten daarvan voor eventuele directe horizontale werking en de verhouding van dit EU-grondrecht met het vergelijkbare ILO-grondrecht. Ten tweede wordt op basis van de nieuwe Europese jurisprudentie, waarbij het verval van vakantierechten bij ziekte niet langer is uitgesloten, onderzocht of de nieuw ingevoerde Nederlandse vervaltermijn voor vakantierechten niet te kort is.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mw. mr. dr. A.G. Veldman is als universitair hoofddocent verbonden aan de vaksectie (Europees) arbeidsrecht en sociaal beleid van de Universiteit Utrecht.

    Analysis of recent European and Dutch case-law, dealing with issues of applicable law of international labour contracts.


Prof. Dr. Veerle Mrs. Van Den Eeckhout
Jurisprudentie

Het arrest Vicoplus

Bij grensoverschrijdende uitzendarbeid is zowel het vrij verkeer van werknemers als het vrij verkeer van diensten van toepassing

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2011
Trefwoorden vrij verrichten van diensten, richtlijn 96/71/EG, vrij verkeer van werknemers, toetredingsakte van 2003, overgangsmaatregelen
Auteurs Prof. mr. M.S. Houwerzijl
SamenvattingAuteursinformatie

    Poolse werknemers konden tot 1 mei 2007 in Nederland geen rechten tot verplaatsing ontlenen aan het vrij verkeer van werknemers. Maar niet alle werknemersmobiliteit vanuit Polen was onvrij. Detachering van werknemers om een dienst te verrichten in een andere lidstaat maakt deel uit van het vrij verkeer van diensten en leek dus wel onbelemmerd mogelijk. Nederland paste zijn overgangsregime echter ook toe op gedetacheerde Poolse uitzendkrachten. De vraag was of dit in strijd is met het vrij verkeer van diensten. In zijn arrest Vicoplus bepaalt het Hof van Justitie dat de Nederlandse regeling door de Europese beugel kan. Hiermee is aan de omzeiling van het overgangsregime door detacheringconstructies een halt toegeroepen.


Prof. mr. M.S. Houwerzijl
Prof. mr. M.S. Houwerzijl is als UHD verbonden aan de vaksectie sociaal recht, Radboud Universiteit Nijmegen en als hoogleraar Europees en rechtsvergelijkend arbeidsrecht werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Kroniek gelijke behandeling in het Unierecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kroniek, gelijke behandeling, unierecht
Auteurs Dr. S.D. Burri
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt vooral aandacht besteed aan de arresten van het Hof van Justitie over gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid en het aanbod van goederen en diensten, zwangerschap en beloning en bescherming tegen ontslag, ouderschapsverlof en leeftijdsdiscriminatie. Het Hof van Justitie heeft nationale bepalingen soms rechtstreeks getoetst aan het Handvest van de Grondrechten. Een bepaling van Richtlijn 2004/113/EG is ongeldig verklaard. De positie van zelfstandigen is enigszins versterkt met de inwerkingtreding van Richtlijn 2010/41/EU, hetzelfde geldt voor degenen die ouderschapsverlof willen opnemen (Richtlijn 2010/18/EU). Twee dossiers – wijzigingsvoorstellen voor de Kaderrichtlijn 2000/78/EG en de Zwangerschapsrichtlijn 92/85/EG zijn nog steeds aanhangig.


Dr. S.D. Burri
Dr. S.D. Burri (Susanne) is als universitair hoofddocent verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid (Gender en recht en Europa Instituut) van de Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht en is coördinator van het Europees Netwerk op het terrein van Gendergelijkheid van de Europese Commissie.
Jurisprudentie

Grenzen aan het oorsprongslandbeginsel? Over de afweging tussen de eisen van de interne markt en sociale rechten

HvJ EG 12 oktober 2004, Zaak C-60/03 (Wolff & Müller): HvJ EG 21 oktober 2004, Zaak C-445/03 (Commissie tegen Luxemburg)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2005
Trefwoorden Artikel 49 EG, beperkingen van vrijheid van dienstverrichting, ondernemingen in sector bouwnijverheid, onderaanneming, verplichting voor onderneming borg te staan voor minimumloon voor door onderaannemer tewerkgestelde werknemers
Auteurs H.H. Voogsgeerd

H.H. Voogsgeerd
Toont 1 - 20 van 24 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.