Zoekresultaat: 69 artikelen

x

    This article collects publications in this journal about the emergence and effects of legislation. It covers the developments and results of research of the last four decades. First it is concluded that there has been considerable attention to the subject. Second a clear broadening and (theoretical) deepening from different perspectives can be observed. Social-legal research of legislation also appears to have specific characteristics. Subsequently, various points of attention are pointed out, such as more attention to the relationship between legal characteristics and effects, more variation in research methods and more systematic theory-driven research. Finally, attention is drawn to the relationship between (the working of) legislation and social transformations such as globalization, digitization and the increasing and profound influence of social media in society.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is rector van de Academies voor Wetgeving en Overheidsjuristen in Den Haag en bijzonder hoogleraar Empirische Rechtssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is lid en voorzitter van de redactie geweest en is op dit moment lid van de redactieraad.
Discussie

Van big five naar high five?

Plaats en invloed van de rechtssociologische hoogleraren aan de Nederlandse juridische faculteiten

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Rechtssociologie, Juridische opleidingen, Eén inleiding voor studenten, Samenwerking tussen hoogleraren, Sociaal wetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. Mr Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    In From big five to high five the author analyzes the developments of sociology of law at the law faculties in the Netherlands since the 1970ies until today. Focusing on the professors (‘chairs’) he argues that after a strong start with five prominent scholars the discipline is now placed in the periphery of the law curriculum. Sociology of law is ‘intellectually strong, but institutionally weak’.
    The author encourages the present generation professors (‘chairs’) to cooperate more. He claims that writing one modern Dutch Introduction to Sociology of law is crucial to win the hearts and minds of the law students. Furthermore, he suggests that collaborative research projects contributes to the visibility of sociology of law in policy arenas and public debates.


Prof. Mr Nick Huls
Nick Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden. Van 2001 tot 2006 was hij lid van de redactie van Recht der Werkelijkheid. Zijn huidige onderzoeksbelangstellingen zijn de schuldenproblematiek tijdens corona, vechtscheidingen en probleemoplossende rechtspraak.
Artikel

Manoeuvreren binnen smalle marges

Over de rol van wetgevingsjuristen bij de totstandkoming van wet- en regelgeving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Legislation, Legislative drafting, Professionalism, Legal Ethics, Sociology of Law
Auteurs Dr. Nienke Doornbos en Mr. dr. Arnt Mein
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past five years, the Council of State, the National Ombudsman and several academics have criticized the way in which new legislation has been made. In their view, principles of law and the rule of law are insufficiently uphold due to an instrumentalist view on law. This criticism urged the authors to conduct an empirical study into the question how legislative drafters deal with legislative plans which are problematic from a legal or rule of law point of view, and how they justify their role in the legislative process. This study is explorative and qualitative in nature. During the summer of 2018, 24 legislative lawyers from five different Dutch ministries have been interviewed. The results show that the role of legislative lawyers can best be characterized as constructively critical. As their tasks encompass much more than solely the actual drafting of legislation, they more and more resemble their colleagues from the policy department. The authors suggest that legislative lawyers should articulate their distinctive professional ethics in order to strengthen the checks and balances within the ministries.


Dr. Nienke Doornbos
Nienke Doornbos is universitair docent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich onder meer op beroepsethische kwesties bij juridische beroepen.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is lector Legal Management aan de Hogeschool van Amsterdam, faculteit Maatschappij en Recht. Hij doet onderzoek naar onder meer de beroepshouding van juristen.
Artikel

De beslispraktijk van het Schadefonds Geweldsmisdrijven: een kwalitatieve studie naar de beoordeling van verzoeken tot tegemoetkoming

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden slachtoffers, geweldscriminaliteit, schade, tegemoetkoming, beslispraktijk
Auteurs Mara Huibers MSc., Prof. dr. mr. Maarten Kunst en Dr. mr. Sigrid van Wingerden
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims who suffer severe damages due to the act of a violent crime can request state compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). VOCF workers who decide on these requests use their discretionary powers to translate the VOCF’s rules and policy into concrete actions. This study investigated (1) to what extent these VOCF workers match Lipsky’s definition of street-level bureaucrats and (2) what routines and heuristics they use to deal with time and information constraints. On the basis of document analysis and interviews, we found that the decision makers of the VOCF can to a certain extent be seen as street-level bureaucrats. To make decisions timely, some of them use routines such as the ‘downstream orientation’. This means that they award requests for compensation if they think that the applicant would be able to successfully contest a rejecting decision. To deal with a lack of information, they sometimes include a review clause in the text of a rejection decision. The use of heuristics was not found among the lawyers who decide in first instance, but in case of appeal hearings heuristics such as the affect and representativeness heuristic seem to play a role in the decision-making process. Future research should investigate whether these routines and heuristics lead to disparities in outcomes.


Mara Huibers MSc.
Mara Huibers is docent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Maarten Kunst
Maarten Kunst is hoogleraar criminologie aan Universiteit Leiden.

Dr. mr. Sigrid van Wingerden
Sigrid van Wingerden is universitair hoofddocent criminologie aan Universiteit Leiden.
Artikel

Het werk van Wibo van Rossum – een bloemlezing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Wibo van Rossum, Legal anthropology, Administration of Justice, Empirical research, The Netherlands
Auteurs Dr. mr. Marc Simon Thomas en Prof. mr. Rick Verschoof
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about the work of Wibo van Rossum who passed away in April 2018. Trained as a legal anthropologist he has conducted empirical research on the administration of justice in the Netherlands for many years. This anthology is about four research reports he produced and many articles he has written in two decades. This article provides an academic as well as a practical review of his work.


Dr. mr. Marc Simon Thomas
Marc Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. Rick Verschoof
Rick Verschoof is senior rechter en bijzonder hoogleraar rechtspraak aan de Universiteit Utrecht.
In Memoriam

In memoriam John Griffiths (1940-2017)

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Auteurs Keebet von Benda-Beckmann en Heleen Weyers
Auteursinformatie

Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1984 in Nijmegen op een proefschrift over geschillenbeslechting in West Sumatra. Zij doceerde rechtssociologie en rechtsantropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2000 tot 2012 samen met Franz von Benda-Beckmann hoofd van de Projectgroep Rechtspluralisme aan het Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle, Duitsland. Zij is honorair hoogleraar aan de Martin Luther Universiteit Halle/Wittenberg. Zij deed voorts onderzoek naar sociale zekerheid op Ambon, en leidde een onderzoeksproject naar rechten op water in India en Nepal. Haar laatste empirische onderzoek betrof de gevolgen van het Indonesische decentralisatie beleid voor de verhouding tussen statelijk recht, adatrecht, en Islamitisch recht in West Sumatra.

Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.
Artikel

Access_open De rechtsfilosofische grondslagen van John Griffiths’ rechtssociologie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden sociology of law, Hart, Dworkin, Legal Realism, Black
Auteurs Jeroen Kiewiet
SamenvattingAuteursinformatie

    The topic of this article is the legal philosophical foundation of John Griffiths’s sociology of law. Griffiths has developed his foundation of sociology of law in discussion with three positions: legal realism, Hart and Dworkin. These three positions give three different answers on the question ‘what is law?’. In the first part Griffiths’s discussion of legal realism is analyzed. From the outset, a legal realistic approach to law has the benefit of its strong focus on the empirical determinants of predicting the outcomes of cases. Problematic, according to Griffiths, is a naïve instrumentalism, often related to legal realism. The second part on Hart’s theory discussed Hart’s notion of rule-following as the core of Griffiths’s sociology of law. Also the different perspectives on law are discussed. According to Griffiths, Black’s extreme external perspective is problematic, but Hart’s moderate external perspective is also not suitable for the external comparative purpose of sociology of law. In the third part, Dworkin’s theory is discussed. Griffiths, in my opinion, unsuccessfully, tried to reconcile Dworkin’s theory with legal positivism. Dworkin’s theory is an interpretive theory from the participant’s point of view, which makes it hard to use it as an adequate foundation of an empirical theory of law. For a sociologist of law, choosing an adequate conception of law is just as important as the choice for an empirical method. The contribution of Griffiths to sociology of law is in this sense unique and of great value for the sociology of law.


Jeroen Kiewiet
Jeroen Kiewiet was student-assistent bij John Griffiths in de collegejaren 2003/2004 en 2004/2005. In 2002 maakte hij met Griffiths en de rechtssociologie kennis tijdens de ‘contractwerkgroep’ van het vak Inleiding rechtssociologie. Het onderwijs tijdens de ‘contractwerkgroep’ ervoer hij als zeer inspirerend; hij zag een échte wetenschapper aan het werk die de inbreng van studenten uiterst serieus nam. Sinds augustus 2015 werkt Jeroen als universitair docent aan de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Heeft John Griffiths de rechtssociologie verder gebracht?

Een evaluatie van zijn werk vanuit het perspectief van het empirisch-theoretische onderzoeksprogramma

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden P-T-O-scheme, sociology of law, concept of law, empirical research, Karl Popper
Auteurs Albert Klijn en Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    A central ambition that Griffiths expressed rather frequently was to realize progress in the sociology of law by formulating informative theoretical propositions and testing them empirically according to the maxim of the critical-rational metatheoretical program of Karl Popper. Our analysis of Griffiths’s contributions suggests, however, that he actually refrained from following Popper’s path: to put a Problem – formulate a Theory – testing that provisional answer by empirical Observation. Instead, Griffiths focussed mostly on the rigorously clear formulation of concepts accordingly to his strong philosophical inclination.


Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoekopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Marnix Croes
Marnix Croes (1968) studeerde historische en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in de sociale wetenschappen aan het Interuniversity Center for Social Science Theory and Methodology (ICS) op een proefschrift over de overlevingskansen van joden in de Nederlandse gemeenten (Gif laten wij niet voortbestaan, 2004). Hij was van 2003-2016 verbonden aan het WODC, waar hij zich in het kader van een onderzoek over de Bruikbare Rechtsorde (2007) intensief met het werk van Griffiths heeft beziggehouden.
Redactioneel

John Griffiths 1940-2017

Herinneringen – Commentaren – Verwerkingen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Auteurs Albert Klijn, Heleen Weyers, Keebet von Benda-Beckmann e.a.
Auteursinformatie

Albert Klijn
Albert Klijn (1946) studeerde theoretische sociologie en rechtssociologie te Utrecht en Nijmegen (1975). Hij begon zijn onderzoeksloopbaan in 1978 bij het WODC. Zijn eerste onderzoeksopdracht was de evaluatie van de door Justitie gesubsidieerde Advokatenkollektieven (De Balie geschetst, 1981). John Griffiths maakte deel uit van de begeleidingscommissie. Sindsdien zijn er professionele en vriendschappelijke contacten gebleven. Zo schreef Griffiths op zijn verzoek een bijdrage aan het themanummer van Justitiële verkenningen ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan van de NOVA (JV 1992 nr. 6). Klijn promoveerde bij Griffiths en Wippler op een proefschrift over onderzoek naar de ontwikkelingen in de gesubsidieerde rechtsbijstand in Nederland tussen 1978-1988 (Rechtshulp onderzocht en overdacht, 1991). Hij maakte gedurende de periode 2000-2002 deel uit van het onderzoeksteam dat zich onder leiding van Griffiths bezighield met de regulering van het medisch handelen rondom het stervensproces (MBPSL); zijn aandachtsgebied was de meldingsplicht van de arts.

Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.

Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1984 in Nijmegen op een proefschrift over geschillenbeslechting in West Sumatra. Zij doceerde rechtssociologie en rechtsantropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2000 tot 2012 samen met Franz von Benda-Beckmann hoofd van de Projectgroep Rechtspluralisme aan het Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle, Duitsland. Zij is honorair hoogleraar aan de Martin Luther Universiteit Halle/Wittenberg. Zij deed voorts onderzoek naar sociale zekerheid op Ambon, en leidde een onderzoeksproject naar rechten op water in India en Nepal. Haar laatste empirische onderzoek betrof de gevolgen van het Indonesische decentralisatie beleid voor de verhouding tussen statelijk recht, adatrecht, en Islamitisch recht in West Sumatra.

Carolien Jacobs
Carolien Jacobs studeerde International Development aan de Wageningen Universiteit en deed promotieonderzoek in de rechtsantropologie bij Franz en Keebet von Benda-Beckmann aan het Max Planck Institute for Social Anthropology. Haar onderzoek richtte zich op de rol van religie in geschillenbeslechting op lokaal niveau in Mozambique. Sinds 2014 werkt ze als universitair docent aan het Van Vollenhoven Instituut voor Recht, Bestuur en Samenleving. Haar huidige onderzoek richt zich op toegang tot recht voor ontheemden in de Democratische Republiek Congo.
Artikel

John Griffiths’ streven naar een theoretisch kader voor de rechtssociologie

Een kritische analyse

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden socio-legal theory, social control, Rules, legal pluralism, Law
Auteurs Roel Pieterman
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution focuses on John Griffiths’ relentless attempt at developing a general theoretical perspective for socio-legal studies. Hence, attention to Griffiths’ important contributions to legal pluralism and the social working of law approach is paid only in passing. Similar to a much earlier assessment, the analysis of Griffiths’ proposal in this contribution is quite critical. Measured against five criteria this author deems important for any socio-legal theoretical framework, the verdict is that Griffiths’ proposal falls short of all of them. The analysis itself focuses primarily on Griffiths’ attempt to redefine the subject for socio-legal studies in terms of social control, the way he uses the concept ‘law’, and his primary focus on rules and rule following. One overall conclusion is that Griffiths remained a legal scholar to a much greater extent than he would have liked.


Roel Pieterman
Roel Pieterman (1953) is hoofddocent rechtssociologie aan Erasmus School of Law. Zijn onderzoeksbelangstelling is vooral gericht op de politiek-juridische omgang met ‘risico’s’. In die lijn schreef hij De voorzorgcultuur (2008) en Gewicht zit niet tussen je oren (2017). Zijn voornaamste onderwijstaak betreft het verzorgen van inleidend onderwijs in de rechtssociologie. In die lijn heeft hij, vooral in de jaren 1990, veel gebruikgemaakt van de door John Griffiths geredigeerde ‘RUG-bundel’. In die periode hield hij zich, evenals John, bezig met onderzoek naar een geschikt theoretisch kader voor de rechtssociologie. Het resultaat daarvan publiceerde hij in 1998 in Recht der Werkelijkheid. In dat tijdschrift discussieerde hij in die periode diverse malen met John over de vraag wat een goede benadering zou zijn.
Artikel

Verdergaan met de sociale-werkingsbenadering

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Effectiveness of law, social working approach, semi-autonomous social fields, smoking bans, impact assessments
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    John Griffiths’ social working approach of legislation tries to estimate the direct effects of laws which prescribe certain behavior. The basic idea of the approach is that rule-guided behavior (direct effect) is influenced by the different groups citizens belong to. Griffiths refers to these groups using the concept coined by Sally Moore (1971) ‘semi-autonomous social fields’. Although Griffiths never formulated hypotheses regarding the relation between SASFs and direct effects, the article explores two of them: If the relevant SASFs accept the new norm, direct effects will occur; and if the relevant SASFs are not ‘though’ (and don’t accept the new norm) direct effects will occur. These two hypotheses are related to the results of smoking bans in bars in the Netherlands. The acceptance of the smoking bans in bars is low. The thoughness of the SASFs in bars and their organization differ in time and so did the compliance with the smoking bans. Because this article is not based on research that depart from the hypotheses, further research based on the hypotheses is needed to draw firm conclusions. The article is rounded up with a plea to use Griffiths approach in impact assessments of legislation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving, maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.

Kees Schuyt
Kees Schuyt (1943) was van 1974 tot 1980 collega van John Griffith als hoogleraar in de rechtssociologie. Promoveerde na zijn studie sociologie en Nederlands recht op het rechtssociologische proefschrift Recht, Orde en Burgerlijke ongehoorzaamheid (1972) te Leiden. Werd vervolgens benoemd als lector (1972) en vervolgens hoogleraar (1974) rechtssociologie te Nijmegen. Bekleedde nadien de leerstoel in de empirische sociologie te Leiden (1980 – 1990). Na de opheffing van de sociologie-opleiding in Leiden werd hij in 1991 benoemd in Amsterdam voor het vak sociologie van beleid. Hij ging in 2007 met emeritaat. Was onder meer lid van de WRR en werd in 1991 benoemd tot gewoon lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Hij bekleedde de Cleveringa-wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden (2006-2007). Hij beëindigde zijn loopbaan als lid van de Raad van State (2005- 2013). Gedurende zijn loopbaan verschenen tal van rechtssociologische publicaties; daaruit hieronder een selectie. Rechtssociologie, een tereinverkenning (1971), Rechtvaardigheid en effectiviteit in de verdeling van levenskansen (1973), De weg naar het recht (met K. Groenendijk en B. Sloot, 1976); Een beroep op de rechter (met A. Jettinghoff en F. Zwart, 1978); Ongeregeld Heden, (1982), Recht en samenleving (1983); De plaats van de Hoge Raad in de Nederlandse samenleving (1988); The Rise of Lawyers in the Dutch Welfare State (1988), Cultures of Unemployment (met G. Engbersen en J. Timmer 1993); Publiek recht in de multiculturele samenleving, pre-advies voor de Nederlandse Juristen Vereniging (2008); Daarnaast publiceerde hij op het gebied van de (geschiedenis van de) verzorgingsstaat en over de filosofie van de sociale wetenschappen. Hij schreef sociologische biografieën van de Nederlandse juristen Willem Nagel (2010) en R.P. Cleveringa (verschijnt januari 2019).

    De Dienstenrichtlijn bevat een opmerkelijke wetgevingshypothese voor het omgevingsrecht: dat schaarse vergunningen in het bijzonder geschikt zijn voor het management van schaarse natuurlijke hulpbronnen en dat deze door een selectie tussen gegadigden verdeeld moeten worden. Wat maakt schaarse vergunningen voor natuurlijke schaarste zo bijzonder? Deze bijdrage verkent deze hypothese in het licht van de economische theorie en een analyse van de betekenis van schaarste voor publieke rechten. Het resultaat is een economische blik op het omgevingsrecht en enkele reflecties op de rechtsontwikkeling van schaarse publieke rechten.


Mr. O. (Olaf) Kwast
Mr. O. Kwast is wetgevingsjurist en oprichter van Wetgevingswerken in Rotterdam.

Mr. dr. Arnt Mein
Arnt Mein is als lector verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam, bij de Faculteit Maatschappij en Recht.
Artikel

Euthanasie bij een verlaagd bewustzijn: de richtlijn en de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden euthanasie bij verlaagd bewustzijn, euthanasie bij coma, combinatie euthanasie en palliatieve sedatie, consultatieplicht bij euthanasie
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de KNMG-richtlijn uit 2010 kan euthanasie bij een verlaagd bewustzijn alleen worden uitgevoerd als bij de patiënt nog tekenen van ernstig lijden waarneembaar zijn, of als de bewustzijnsverlaging het onbedoelde gevolg is van medicatie en dus in principe reversibel. Hoewel de richtlijn dat niet aangeeft zijn deze criteria ook van toepassing wanneer de bewustzijnsverlaging intreedt door opzettelijke sedatie op een moment dat de euthanasie nog niet kan worden uitgevoerd. De richtlijn bespreekt evenmin de situatie waarin de bewustzijnsverlaging intreedt voor het bezoek van de consulent. De toetsingscommissies gaan er nu van uit dat in dat geval toch aan het wettelijk consultatievereiste kan zijn voldaan. Dat de consulent echter niet uit eigen waarneming kan vaststellen of aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen is voldaan, zou ertoe moeten leiden dat op de meldend arts een zwaardere bewijslast rust om aannemelijk te maken dat dit toch het geval is.


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hij was lid van een regionale toetsingscommissie euthanasie van 1998 tot 2010 en was voorzitter van de commissie die de KNMG-richtlijn Euthanasie bij een verlaagd bewustzijn heeft opgesteld. Dit artikel geeft alleen zijn eigen opvattingen weer. Andermaal dank aan Henri Wijsbek voor nuttig en deskundig commentaar.

Dr. Agnes Schreiner
Agnes Schreiner is oud-redacteur van Recht der Werkelijkheid en op het moment lid van de redactieraad. Als universitair docent is Schreiner werkzaam bij de Afdeling Algemene Rechtsleer, sectie Rechtssociologie/antropologie, van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam. In 1990 promoveerde ze op Roem van het recht. Tegenwoordig draagt ze bij aan het onderwijs van de genoemde afdeling, onder meer de vakken Recht en menselijk gedrag en Europese rechtsgeschiedenis. Ze begeleidt studenten met belangstelling voor Australische en Europese rechtsculturen. Over deze onderwerpen heeft ze regelmatig gepubliceerd.
Artikel

‘Ik ben slecht in het legen van mijn brievenbus en heb een telefoonfobie’

Het belang van een match in het soort contact tussen uitkeringsgerechtigden en uitkeringsinstanties

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Satisfaction, Digital contact, Matching, Public Assistance
Auteurs Dr. Willem Bantema
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, contacts between citizens and the government have increasingly become digital. Most people believe that the development toward more digital and thus more impersonal contact could be negative in terms of procedural justice and policy effectiveness. Higher educated and younger citizens embrace contact through the internet more than lower educated and older citizens. This study questions the call for more personal contact. Based on a panel survey, two different kinds of recipients of public assistance are compared: recipients of municipal social services (N=596) and recipients of unemployment benefits (N=709). Because of the social-demographic characteristics mentioned earlier, the recipients of the former are expected to be more negative about digital contact than the latter. This study identifies how these types of recipients of public assistance prefer to have contact with their municipality or agency, and how that works in practice. It shows that neither personal contact preferences, nor the way contact works in practice are decisive for satisfaction with the contact, but the way those two elements are matched. A match of impersonal contact leads to similar satisfaction as a match of personal contact.


Dr. Willem Bantema
Dr. Willem Bantema is senior onderzoeker binnen de interdisciplinaire onderzoeksgroep ‘Handhaving van onderop’ aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als docent-onderzoeker aan het lectoraat Cybersafety aan de Noorderlijke Hoge School Leeuwarden (NHL). Hij is gespecialiseerd in kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden en geïnteresseerd in de wijze waarop mensen in hun dagelijks leven met wetgeving omgaan.
Artikel

Mediale verbeelding en politiecultuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0203 2016
Trefwoorden Police, culture, media
Auteurs Lianne Kleijer-Kool en Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the traditional understanding of police culture as well as in the criticism against the use of the concept of ‘police culture’, not much attention has been paid towards the influence of the representation of police work and crime in the media. Although since the pioneering studies in the sixties and seventies of the last century it has been made clear that police work is not limited to dealing with crime and criminal justice, the mass media for decades have presented a completely different image: one of thrill seeking and hardcore action. Police officers themselves tend to ‘sensationalize’ their work. Police culture is no longer understood as a deterministic coping mechanism, but is rooted in active and constructive participation of police officers. As a consequence we must pay attention to representation of ‘the police’ by the media and ask ourselves how identity work by police officers is influenced by the representation of crime and the police in the (new) media.


Lianne Kleijer-Kool
Lianne Kleijer-Kool is onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader en docent Integrale Veiligheidskunde bij Hogeschool Utrecht.

Janine Janssen
Janine Janssen is Lector Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties bij het expertisecentrum Veiligheid van Avans Hogeschool en hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de nationale politie.
Artikel

Toepassing van rechtssociologisch en rechtspsychologisch onderzoek in de rechtspraktijk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Sociology of law, Legal psychology, Legal practice, Policy, Empirical research
Auteurs Mr. dr. M. Malsch, L. ten Hove MSc en Prof. dr. H. Elffers
SamenvattingAuteursinformatie

    Findings of empirical research may have direct or indirect relevance to legal practice and policy. This article investigates the relevance of findings from both research in sociology of law and legal psychology and law for legal practice and policy. It then discusses an empirical study in the Netherlands among scholars from these two disciplines into actual use in practice of empirical findings. A distinction is made between direct and indirect application of empirical findings. Both a survey and face-to-face interviews have been conducted. Findings suggest that, although the criminal justice system and policymakers do apply empirical knowledge to a certain degree, the actual use of empirical results seems defective.


Mr. dr. M. Malsch
Mr. dr. Marijke Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam.

L. ten Hove MSc
Leonie ten Hove MSc heeft als stagiaire bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam meegewerkt aan het in dit artikel beschreven onderzoek.

Prof. dr. H. Elffers
Prof. dr. Henk Elffers is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam en emeritus hoogleraar aan de Vrije Universiteit aldaar.
Artikel

Social theory and the significance of free will in our system of criminal justice

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden free will, determinism, communicative action, legitimacy, social theory
Auteurs Dr. Rob Schwitters
SamenvattingAuteursinformatie

    Free will is a key assumption of our system of criminal justice. However, the assumption of a free will is questioned by the rapidly growing empirical findings of the neuro and the brain sciences. These indicate that human behavior is driven by subconscious forces beyond the free will. In this text I aim to indicate how social theory might contribute to this debate. This text is an attempt to demonstrate that social theory does not automatically side with the deterministic attacks on free will. The denial of the free will is to a great extent based on a flawed interpretation of free will, in which it is seen as a capacity of separate individuals. I will suggest that it is the sociological realization that free will is embedded in intersubjective relations that helps to clarify which value is at stake when we deny free will. Free will presumes social practices and social relations that facilitate moral and political discourse. As long as we see human actors as capable to evaluate these practices and contexts in moral and political terms, we cannot deny them a free will. My argumentation will build on the theories of Peter Strawson, Anthony Giddens and Jürgen Habermas.


Dr. Rob Schwitters
Rob Schwitters is Associate Professor of Sociology of Law and connected to the Paul Scholten Centre at the University of Amsterdam. He publishes on tort law, responsibility and liability, the welfare state and compliance.
Toont 1 - 20 van 69 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.