Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Redactioneel

Access_open 60 jaar TvC

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2019
Auteurs Arjan Blokland, André van der Laan, Stefaan Pleysier e.a.

Arjan Blokland

André van der Laan

Stefaan Pleysier

Lisa van Reemst

Robby Roks

Toine Spapens

Antoinette Verhage

Karin van Wingerde

    Trendwatching is a tool to get a better grip on what happens next and as such it is used by the Dutch Financial and Fiscal Investigation Service (FIOD) to explore possible futures of financial crime with a time lap of two years. The author describes how trendwatching works. In this case a platform Trends4fi (www.trends4fi.org) was created with a website, a mobile app and trend groups to generate foresights in cooperation with connected networks from public and private organisations. This is called network trendwatching, in fact a social intelligence tool designed to generate as much new information and new insights on developments which might have an impact on financial crime and the fight against it.


Drs. Andrea Wiegman
Drs. A.K. Wiegman is projectleider van Trends4fi bij de FIOD en auteur van De Tijdgeest ontrafeld. Van Snapshots naar Trends (Boom/Nelissen 2014).
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2019
Auteurs Bob van der Vecht en Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Bob van der Vecht
Gastredacteur dr. B van der Vecht is als senior researcher verbonden aan TNO. Hij is tevens lid van de redactieraad van Justitiële verkenningen.

Marit Scheepmaker
Mr.drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden trends in juvenile and young adult crime, crime drop, Cybercrime, explanations for the crime drop, social media
Auteurs Dr. A.M. van der Laan, Dr. M.G.C.J. Beerthuizen en Dr. H. Goudriaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2008 juvenile crime rates in the Netherlands annually decreased. The decrease is shown in official police and justice crime, as well as in self-reported delinquency. However, this crime drop mainly accounts traditional offline crime, whereas little is known about cybercrime amongst juveniles and young adults. According to the Juvenile Crime Monitor, approximately 20% of juveniles and young adults report involvement in cyber or digitized delinquency. Trends with regard to cyber or digitized crime are not (yet) available. Previous research indicates that multiple factors are responsible for the crime drop amongst juveniles. These explanations mainly regard to offline factors and are primarily focused on traditional offline crime. In this article the increased use of social media is also discussed as a potential explanation.


Dr. A.M. van der Laan
Dr. André van der Laan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/AndrevanderLaan.aspx.

Dr. M.G.C.J. Beerthuizen
Dr. Marinus Beerthuizen is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/RikBeerthuizen.aspx.

Dr. H. Goudriaan
Dr. Heike Goudriaan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Team Rechtsbescherming en Veiligheid van het CBS in Den Haag.
Praktijk

Voorhangprocedures voor inwerkingtredingsbesluiten: een staatsrechtelijk gedrocht?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden wetgeving, inwerkingtredingsbesluiten, voorhangprocedures, Aanwijzingen voor de regelgeving, amendementen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de eeuwwisseling lijkt een fenomeen in opkomst dat wat de juridische vormgeving betreft gelijkenis vertoont met parlementaire betrokkenheid bij gedelegeerde wetgeving, maar bij nadere beschouwing toch heel wat anders is: voorhangprocedures voor koninklijke besluiten waarmee een wet in werking wordt gesteld. Op het eerste gezicht lijkt dat vreemd: als de Tweede en Eerste Kamer een wet aannemen, mag toch worden verondersteld dat zij ook willen dat de wet in werking treedt. Maar zo simpel blijkt dat toch niet te zijn. De wet wordt dan weliswaar door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen, maar zij behouden zich daarbij uitdrukkelijk het recht voor om te beslissen of en wanneer de wet (of een gedeelte) daarvan) daadwerkelijk effect krijgt. Dit is een nieuw fenomeen, dat staatsrechtelijk bijzonder is te noemen. Immers, de behandeling van een wet in de Tweede en Eerste Kamer kan daarmee eigenlijk nog een keer worden overgedaan. De aanvaarding in de Tweede en Eerste Kamer krijgt daarmee slechts het karakter van een voorwaardelijk groen licht. De inwerkingtreding van de wet is formeel gesproken niet langer een vanzelfsprekend sequeel van de totstandkoming ervan. Sinds 2001 zijn er op dertien wetsvoorstellen amendementen ingediend waarin een voorhangprocedure voor een inwerkingtredingsbesluit werd voorgesteld. Daarnaast zijn er twee gevallen waarin de regering het initiatief nam. Al deze gevallen worden in het artikel besproken en van enkele conclusies voorzien.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

De seksuele tiener en de sociale orde

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2015
Trefwoorden youth, sex, transgression, criminal law
Auteurs Mr. drs. Juul Gooren
SamenvattingAuteursinformatie

    A taboo serves the social order for it facilitates social control. This article will focus on taboos related to sexual contact by youngsters. The way authorities guard sexual taboos is indicative of the way authorities envision the organization of society. It is this organization through the control of youth and sex which will receive attention. In the classic study by Mary Douglas on pollution and taboo dirt is understood as ‘matter out of place’. The sexual teenager is an illustration of this ‘matter out of place’ because it is difficult to categorize sexual teenagers on the basis of asexual children and sexual adults as an organizing principle for society. In criminal law lewd conduct by youngsters refers to wrong sex at the wrong age. By criminalizing these sexual transgressions the proper place of youth and sex is once again restored. This is necessary for it will be argued that the interests of society are somewhat under pressure because of transgressions when it comes to children as asexual and when it comes to sex as something for within a relationship. The perpetrator of lewd conduct should be understood as a scapegoat reestablishing when and how sex should take place. By restoring the asexual child and the sexual relationship it is hoped sex and youngsters can once again offer some guidance in a social order lacking these clear markers.


Mr. drs. Juul Gooren
Mr. drs. Juul Gooren is docent voor Safety & Security Management Studies aan De Haagse Hogeschool.
Artikel

Tussen ‘gele kaart’ en omzettingswetgeving

De veranderde rol van het Nederlandse parlement in Europa

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Auteurs Prof. dr. B. Steunenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de invloed van de aanzwellende stroom van Europese wetgeving op het functioneren van het Nederlandse parlement? In deze bijdrage wordt ingegaan op die veranderingen aan de hand van verschillende rollen die ons nationale parlement kan hebben in het bredere Europese beleidsproces. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de rol van ‘lobbyist’ en ‘netwerker’, ‘waakhond’ en, ten slotte, ‘beleidsregisseur’. Die rollen worden verder verkend waarbij opvalt dat in de afgelopen jaren het parlement meer aandacht is gaan besteden aan ex-ante vormen van politieke controle. Dat is positief omdat daarmee Europese beleidsvoorstellen ook in het Nederlandse debat aandacht krijgen. Tegelijkertijd krijgen door de verschuiving vraagstukken rondom de uitvoering van Europees beleid minder aandacht. Dat zou kunnen worden versterkt omdat ontoereikend beleid een overtuigend argument oplevert om, met andere lidstaten, Europa tot verandering te verleiden.


Prof. dr. B. Steunenberg
Prof. dr. B. Steunenberg is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Hij doceert en publiceert over de Europese besluitvorming en de wijze waarop Europees beleid door de lidstaten wordt omgezet en uitgevoerd. Voor meer informatie zie <http://campusdenhaag.leiden.edu/publicadministration/organisation/faculty-staff/steunenberg.html>.
Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden eerste aanleg, verzoekschriftprocedure
Auteurs Mr. J. Ekelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bestrijkt ontwikkelingen in de periode vanaf 1 januari 2010. Ook in die periode is het nog niet gekomen van het wetsvoorstel tot herziening van de procedure in eerste aanleg. De minister kondigde dat wetsvoorstel in 2007 aan in zijn reactie op het eindrapport van de fundamentele herbezinning. Het wetsvoorstel zou moeten voorzien in stroomlijning van de procedure in eerste aanleg door de introductie van één uniforme verzoekschriftprocedure. Na 2007 is niet meer over het wetsvoorstel vernomen. Het opstellen van een zo veel omvattend wetsontwerp is arbeidsintensief. Over de inhoud ervan valt te twisten. Het zou zomaar kunnen dat van uitstel afstel komt. Het achterwege blijven van een herziene algemene regeling laat natuurlijk onverlet dat de ontwikkelingen op deelgebieden gestaag voortgaan.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer advocaten te Den Haag.
Artikel

Een upgrade van het zorgbeleid van de NMa: de derde versie van de Richtsnoeren voor de zorgsector

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2010
Trefwoorden zorg en mededinging, publieke belangen en mededinging, diensten van algemeen economisch belang, begrip onderneming
Auteurs Prof. mr. J.W. van de Gronden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 maart 2010 stelde de NMa haar Richtsnoeren voor de zorgsector vast. Dit is alweer de derde versie van deze richtsnoeren die de NMa publiceert. De NMa wil graag tegemoet komen aan de onzekerheden die in de zorgsector over toelaatbaarheid van bepaalde afspraken en andere praktijken bestaan. Een belangrijke kwestie in dit verband is welke rol publieke belangen spelen. In de onderhavige bijdrage staat daarom de vraag centraal of de NMa in de Richtsnoeren de verhouding tussen het mededingingsrecht en de publieke zorgbelangen heeft verduidelijkt.


Prof. mr. J.W. van de Gronden
Prof. mr. J.W. van de Gronden is hoogleraar Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Professor Wolf Sauter wordt hartelijk dank gezegd voor zijn commentaar op een conceptversie van dit artikel.

Mr. H.A.J. Gierveld
Henk Gierveld is werkzaam bij de Hoofddirectie Juridische Zaken bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat.



D.J. Bakker

    Each of the more than four hundred Dutch municipalities is governed by an executive board led by a mayor. This board of municipal executives is formed by a coalition of political parties reflecting the balance in the general council of elected members. The mayor is a member of the board; he is not elected by the people. The mayor is officially appointed by the national cabinet of ministers, but in fact since recently selected by the local council. In the Netherlands there has been a significant rise in the number of forced resignations by mayors. From 2000 to 2010 more than fifty mayors were forced to resign before the end of their term. The impression that the mayor's position has recently weakened, is confirmed by case studies. The Dutch mayor is in limbo between being elected and being appointed. In itself this is a major factor contributing to the weakening of Dutch mayors in general. This might give more room than before to private reasons and micro factors causing mayors to resign early. Mayors wishing to survive, should give more attention to signals about ‘strengths and weaknesses’ of their position in a field of political ‘stakeholders’.


A.F.A. Korsten
Prof. dr. Arno Korsten is hoogleraar bestuurskunde aan de Open Universiteit Nederland en bijzonder hoogleraar bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Mediation & Rechtswetenschap. Tien jaar verder

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 01 2007
Trefwoorden Mediation, Rechtspraak, Doorverwijzing, Mediator, Geschilbeslechting, Auteur, Ministerie, Overheidsrechtspraak, Aanbeveling, Aansprakelijkheid
Auteurs Jagtenberg, R.

Jagtenberg, R.
Titel

Mediation in de praktijk: Ervaringen met de MediationLijn

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 03 2003
Trefwoorden Mediation, Telefonie, Mediator, Ondernemer, Website, Arbiter, Doorverwijzing, Geschilbeslechting, Optie, Tussenkomst, Mediation, Telefonie, Mediator, Ondernemer, Website, Arbiter, Doorverwijzing, Geschilbeslechting, Optie, Tussenkomst
Auteurs Wiegman, C.

Wiegman, C.
Artikel

Het Verdrag van Lissabon, het instemmingsrecht en het parlementair behandelingsvoorbehoud

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2009
Trefwoorden parlementair behandelingsvoorbehoud, Verdrag van Lissabon, instemmingsrecht, informatieverplichting, ministeriële verantwoordelijkheid
Auteurs Mw. mr. B. van Mourik
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de discussie over het instemmingsrecht en het parlementair behandelingsvoorbehoud in het kader van de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon heeft in staatsrechtelijk opzicht iets belangrijks plaatsgevonden. De discussie over het instemmingsrecht heeft duidelijk gemaakt dat het Nederlandse parlement voor zichzelf een minder belangrijke rol ziet weggelegd als het Europees Parlement verdergaande bevoegdheden krijgt. Dit is opmerkelijk, onder andere gelet op het feit dat de laatste jaren juist ook veel is gesproken over een belangrijke aanvullende rol die nationale parlementen zouden moeten vervullen als het gaat om Europese besluitvorming. Ook al heeft het Europees Parlement op een bepaald terrein medewetgevende bevoegdheden, ze heeft geen leden van de Raad ter verantwoording te roepen. Hier ligt dus een belangrijke controletaak voor het Nederlandse parlement. Met de invoering van de bijzondere informatieverplichting voor de regering ten aanzien van voorstellen die door het parlement van bijzonder politiek belang worden geacht, is het instrumentarium waarmee het parlement de regering controleert in het kader van Europese besluitvorming uitgebreid. Zo bezien lijkt het debat over de goedkeuringswet van het Verdrag van Lissabon op winst voor het parlement. Paradoxaal gegeven is echter dat het debat over het parlementair behandelingsvoorbehoud heel duidelijk de dominante positie van de regering ten opzichte van het parlement heeft weergegeven. De regering domineerde de parlementaire discussie en oefende veel druk uit op de coalitiefracties in de Kamer. Uit het debat blijkt dan ook vooral de tandenloosheid van het parlement ten opzichte van de regering, iets wat niet als winst maar als verlies dient te worden beschouwd.


Mw. mr. B. van Mourik
Mw. mr. B. van Mourik is promovenda bij de afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. B.vanMourik@uu.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.