Zoekresultaat: 52 artikelen

x
Article

Access_open The Potential of Positive Obligations Against Romaphobic Attitudes and in the Development of ‘Roma Pride’

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Roma, Travellers, positive obligations, segregation, culturally adequate accommodation
Auteurs Lilla Farkas en Theodoros Alexandridis
SamenvattingAuteursinformatie

    The article analyses the jurisprudence of international tribunals on the education and housing of Roma and Travellers to understand whether positive obligations can change the hearts and minds of the majority and promote minority identities. Case law on education deals with integration rather than cultural specificities, while in the context of housing it accommodates minority needs. Positive obligations have achieved a higher level of compliance in the latter context by requiring majorities to tolerate the minority way of life in overwhelmingly segregated settings. Conversely, little seems to have changed in education, where legal and institutional reform, as well as a shift in both majority and minority attitudes, would be necessary to dismantle social distance and generate mutual trust. The interlocking factors of accessibility, judicial activism, European politics, expectations of political allegiance and community resources explain jurisprudential developments. The weak justiciability of minority rights, the lack of resources internal to the community and dual identities among the Eastern Roma impede legal claims for culture-specific accommodation in education. Conversely, the protection of minority identity and community ties is of paramount importance in the housing context, subsumed under the right to private and family life.


Lilla Farkas
Lilla Farkas is a practising lawyer in Hungary and recently earned a PhD from the European University Institute entitled ‘Mobilising for racial equality in Europe: Roma rights and transnational justice’. She is the race ground coordinator of the European Union’s Network of Legal Experts in Gender Equality and Non-discrimination.

Theodoros Alexandridis
Theodoros Alexandridis is a practicing lawyer in Greece.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden aansprakelijkheid hulpverlener, causaal verband, behandelovereenkomst
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste uitspraken besproken in de periode van 15 juni 2017 tot en met 15 juni 2019. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid van de hulpverlener kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op de productaansprakelijkheid, het causaal verband, en de jurisprudentie inzake polisdekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in het medisch dossier, het beëindigen c.q. niet-aangaan van de geneeskundige behandelovereenkomst en immateriële schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
PS van een redacteur

Forensische zorg onder een vergrootglas

Lessen uit de casus Michael P.?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2019
Auteurs Dr. Jaap van Vliet
Auteursinformatie

Dr. Jaap van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is zelfstandig gevestigd onderzoeker en adviseur en lid van de redactie van PROCES.
Jurisprudentie

De Hoge Raad over het recht op inzage van de patiënt in de medische analyse van een adviseur van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis

HR 16 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:365

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden artikel 843a Rv, artikel 35 Wbp, inzagerecht, medisch advies
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Na door een patiënt aansprakelijk te zijn gesteld, heeft de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis, zonder medeweten van de patiënt, een radioloog geraadpleegd. Op grond van artikel 843a Rv vordert de patiënt bij het Hof Amsterdam inzage in de medische analyse van de radioloog, daarbij nadrukkelijk refererend aan het inzagerecht op grond van de Wbp. Het hof wijst de vordering af. De Hoge Raad bekrachtigt dit oordeel. De medische analyse van de radioloog betreft geen persoonsgegevens in de zin van Richtlijn 95/46/EG. Op grond van de Wbp komt de patiënt daarom geen recht toe op inzage in de medische analyse.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

De informatieplicht van een zorgaanbieder bij de afwikkeling van medische schade

Over finale kwijting, geschilleninstanties en ongeïnformeerde patiënten

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Wkkgz, medisch, schade, informatieplicht, informed consent
Auteurs Mr. B.S. Laarman
SamenvattingAuteursinformatie

    Schikkingsonderhandelingen in de Wkkgz-voorfase en bindend advies worden vaak afgerond met een vaststellingsovereenkomst. De aard van de vaststellingsovereenkomst geeft veel gewicht aan de wilsvorming vooraf. Dat veronderstelt een informatieplicht. In de Wkkgz-voorfase betekent de informatieplicht dat een vaststellingsovereenkomst bij voorkeur pas wordt gesloten na deskundig advies. Een zorgaanbieder die zich achteraf op de verplichtingen uit het bindend advies van een geschilleninstantie wil beroepen, zal eveneens aan zijn informatieplicht moeten voldoen. De wijze van informatieverstrekking van de geschilleninstanties is dermate gebrekkig, dat aantasting van het bindend advies achteraf goed denkbaar is. Inspiratie wordt gezocht bij het medisch informed consent.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling Privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit, en de uitvoerend onderzoeker in project OPEN. OPEN is een leernetwerk van ziekenhuizen en onderzoekers van de VU, het NIVEL en AMC/UvA, dat inzichten opdoet over de organisatie van openheid na medische incidenten (www.openindezorg.nl). OPEN wordt gefinancierd door het Fonds Slachtofferhulp.

Mr. dr. A. Wilken
Annelies Wilken is universitair docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is lid van de redactie van dit tijdschrift.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Jurisprudentie, Civiel recht, Causaal verband, kansschade, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 juni 2015 tot en met 15 juni 2017. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd. Voorts wordt ingegaan op het causaal verband en komen de ontwikkelingen op het gebied van de kansschade en proportionele aansprakelijkheid aan bod. Andere uitspraken die in de kroniek worden besproken hebben betrekking op: verjaring, bewijslastverdeling, (voorlopige) deskundigenberichten, inzage in stukken en afgifte van materialen en schadevergoeding.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

De afwikkeling van medische schade onder de Wkkgz

De beloften van het klachtrecht voor patiënten, de eerste stappen naar verwezenlijking door de ziekenhuizen en de eerste verrichtingen van de Wkkgz-geschilleninstanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden schadeafwikkeling, medisch, klacht, claim, Wkkgz
Auteurs Mr. B.S. Laarman en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de Wkkgz vindt de buitengerechtelijke afwikkeling van medische schadeclaims plaats in het klachtrecht in plaats van het aansprakelijkheidsrecht. Zorgaanbieders moeten zelf proactief en oplossingsgericht schadeclaims onderzoeken en beoordelen. De rol van de patiëntencontactpersoon in het ziekenhuis, van de zorgverlener en de samenwerking tussen ziekenhuis en verzekeraar zijn daarmee ingrijpend veranderd. Dit overzichtsartikel bespreekt de eerste stappen naar implementatie van de Wkkgz, de aard van het klachtrecht, de noodzaak van triage, de werkwijzen van zelfregelende ziekenhuizen, de noodzaak van informed consent, BGK , de zeswekentermijn, de eerste resultaten van de Wkkgz-geschilleninstanties, en het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet BIG.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL).

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en geeft leiding aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL).
Artikel

De reclassering en de lokale samenwerking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Reclassering, sociaal domein,, samenwerken in het sociaal domein, frontlinie werker
Auteurs Drs. Lous Krechtig en Drs. Mirjam Wildeboer
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently the Dutch probation is faced with changes in the local situation: new forms of cooperation and networks have emerged, due to the transformation of the social domain. The probation officers participate on different levels in these networks. They can no longer simply deliver their ‘products’, but have to ‘do what is necessary. A lot of decisions have to be made on the operational level.
    Examples of the changes are given. Recent research on cooperation in the social domain show that ‘cooperation’ is easier sad then done. These changes ask for a new set of competences.


Drs. Lous Krechtig
Drs. Lous Krechtig is senior ontwikkelaar en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel Kader bij het Kenniscentrum Sociale Innovatie van de Hogeschool Utrecht.

Drs. Mirjam Wildeboer
Mirjam Wildeboer is kwaliteitsfunctionaris voor de regio zuid-west van Reclassering Nederland en neemt deel aan de Master Forensisch Sociale Professional.
Artikel

Inzage in medische gegevens van de patiënt; een illustratie van het belang van een goede medische machtiging

Een bespreking van RTG Groningen 21 juli 2015, ECLI:NL:TGZRGRO:2015:45 en HvD 26 augustus 2016, ECLI:NL:TAHVD:2016:178

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2017
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, medisch beroepsgeheim, inzage in medische gegevens patiënt, medische machtiging, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. dr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee tuchtzaken besproken waarin respectievelijk het RTG Groningen en het HvD hebben geoordeeld dat in civiele medische aansprakelijkheidsprocedures geen toestemming van de patiënt nodig is voor het gebruik van diens medische gegevens voor zover dat noodzakelijk is in het kader van het verweer van de aangesproken hulpverlener. De KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens gaat er echter van uit dat in civiele zaken – anders dan in tuchtzaken – wél toestemming van de patiënt nodig is voor het gebruik van zijn medische gegevens. Daarbij wordt het overgrote deel van de medische aansprakelijkheidszaken buiten rechte afgewikkeld en ook buiten rechte is niet duidelijk welke regels er precies gelden met betrekking tot inzage in medische gegevens van de patiënt. Om onduidelijkheid en geschillen in dat kader te kunnen voorkomen, is het belangrijk dat partijen direct aan het begin van de schadebehandeling goede afspraken maken over wie wanneer welke medische gegevens mag inzien en onder welke voorwaarden, en dat de patiënt daar ook toestemming voor geeft. Een goede medische machtiging is derhalve van groot belang.


Mr. dr. A. Wilken
Mr.dr. A. Wilken is universitair docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL). Daarnaast is zij raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en is zij als lid-jurist verbonden aan de Regionale Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg te Amsterdam en Den Haag.
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek – toekomstmuziek of werkelijkheid?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden empirical legal studies, law in action, law in the real world, evidence-based law
Auteurs Dr. N.A. Elbers
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) are studies investigating the law in the real world, using empirical methods. Internationally, ELS is on the rise. However, not much is known about what is being done around ELS in the Netherlands. This article describes the results of a systematic review, investigating how many PhD researchers who defended their thesis at a Dutch law faculty in 2015 have collected empirical data, what topic they investigated, which method they used and what background they have. The findings are that 33% of the PhD theses could be labelled as ELS. The majority of ELS were conducted by researchers who have a social science degree. Some of the (only few) lawyers collecting empirical data did not aim to conduct ELS, even though their research questions were very empirical. It is concluded that more empirical education and research funding are needed to stimulate lawyers to conduct more ELS.


Dr. N.A. Elbers
Dr. Nieke Elbers is postdoc-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en projectleider voor de stimuleringsactie Empirical Legal Studies. Zij is als sociale wetenschapper (MSc (neuro)psychologie) gepromoveerd bij de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam (afdeling privaatrecht).
Artikel

De verzwaarde betwistplicht: gebrekkige verslaglegging en een rechtsvergelijkend perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden verzwaarde betwistplicht, gebrekkige verslaglegging, rechtsvergelijking
Auteurs Mr. A. Beekhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Een belangrijke factor die eraan bijdraagt dat medische schade weinig verhaald wordt, is dat de bewijslast bij de patiënt ligt, terwijl het bewijsmateriaal zich veelal bij de hulpverlener bevindt. In de Nederlandse rechtspraak is voor dit probleem een oplossing gevonden in de zogenoemde ‘verzwaarde stelplicht’ of ‘verzwaarde betwistplicht’. Een belangrijke vraag is wat in het kader van deze plicht rechtens is wanneer de medische verslaglegging gebrekkig is. De antwoorden op deze vraag geven aanleiding tot rechtsvergelijking: de bewijsrechtelijke positie van de patiënt heeft bij onze oosterburen in bepaalde situaties een meer afgewogen regeling gekregen.


Mr. A. Beekhof
Alexander Beekhof (25 jaar) studeerde cum laude af aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de scriptie ter afronding van de master Nederlands Recht (privaatrecht en bedrijfsrecht) met de titel: ‘De verzwaarde betwistplicht. Toegespitst op medische aansprakelijkheidszaken’. De auteur dankt prof. mr. dr. H.B. Krans voor de uitstekende begeleiding tijdens het scriptietraject.
Artikel

Disclosure statement voorafgaand aan het inhoudelijk onderzoek door de deskundige: een idee met haken en ogen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden civiel recht, disclosure, disclosure statement, deskundige, voorlopig deskundigenbericht
Auteurs Mr. M. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In een letselschadezaak wordt een verzoek gedaan aan de rechter om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen. Er wordt een deskundige benoemd, waarna deze wordt gevraagd om, voorafgaand aan het inhoudelijke deel van het deskundigenonderzoek, een disclosure statement af te geven. Aan de hand van drie tussenbeschikkingen wordt bezien wat de voor- en nadelen zijn van het loskoppelen van een disclosure statement van het inhoudelijke deel van het onderzoek. Geconcludeerd wordt dat wanneer enkele randvoorwaarden in acht worden genomen de voordelen uiteindelijk zwaarder wegen dan de nadelen.


Mr. M. Visser
Mr. M. Visser is werkzaam als promovendus bij de Open Universiteit Nederland.
Artikel

Estoppel vanuit civil law perspectief

Proefschrift van mr. J.H. Ermers

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden venire contra factum proprium, estoppel, rechtsvergelijking, rechtsverwerking, dwaling
Auteurs Prof. dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    In welke omstandigheden kan een beroep worden gedaan op de eerder door de wederpartij opgewekte schijn? Ermers onderzocht hoe het Engelse leerstuk van ‘estoppel’ als inspiratiebron kan dienen voor het Nederlandse recht.


Prof. dr. V. Mak
Prof. dr. V. Mak is hoogleraar Nederlands en Europees verbintenissenrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Het geheim van de smid

De Wbp en het recht op inzage in en afschrift van stukken tijdens het medisch beoordelingstraject bij personenschades: waar staan we inmiddels?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Wbp, medisch beoordelingstraject, recht op inzage, persoonsgegevens, personenschade
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Al geruime tijd staat binnen de letselschadebranche ter discussie in hoeverre benadeelden met een beroep op artikel 35 Wbp inzage in en afschrift van documenten kunnen krijgen van (de verzekeraar van) de aansprakelijke partij, wanneer daarin persoonsgegevens zijn verwerkt. In het bijzonder speelt daarbij de vraag of benadeelden tevens recht hebben op inzage in en afschrift van (1) interne notities die in het kader van de afwikkeling van personenschades door medewerkers van verzekeraars en andere aan de zijde van verzekeraars bij de afwikkeling betrokken personen zijn opgesteld en (2) adviezen van de medisch adviseur(s) van verzekeraars. Hoewel hierover inmiddels de nodige jurisprudentie is verschenen, bestaat er op dit gebied nog steeds onduidelijkheid en vormen deze vragen nog regelmatig voer voor discussie.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Leijnse Artz te Rotterdam.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Contracten maken

De klachtplicht vergeleken met het leerstuk estoppel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Estoppel, klachtplicht, rechtsverwerking, clean hands
Auteurs J.H. Mr. dr. Ermers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel omvat een rechtsvergelijkende beschouwing over de klachtplicht van de koper c.q. schuldeiser en het common law leerstuk estoppel, de leer dat men niet terug kan komen op een eerder ingenomen standpunt als de positie van de wederpartij daardoor onredelijk wordt bezwaard. Zowel bij estoppel als bij de klachtplicht ligt de ratio in het verantwoording nemen voor gedragingen van de wederpartij die de rechthebbende heeft uitgelokt. Evenals bij estoppel komt het bij de klachtplicht aan op de vraag of de positie van de schuldenaar onredelijk bezwaard wordt. Sleutelbegrippen daarbij zijn nadeel en clean hands bij de schuldenaar.


J.H. Mr. dr. Ermers
Mr. dr. J.H. (Jeroen) Ermers promoveerde 7 maart 2014 aan de Open Universiteit op het proefschrift ‘Estoppel vanuit civil law perspectief’. Hij is als docent verbonden aan de Open Universiteit en werkzaam als jurist bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Dit artikel omvat een bewerking van (met name) hoofdstuk 10 van zijn dissertatie (Zutphen: Uitgeverij Paris 2014).
Toont 1 - 20 van 52 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.