Zoekresultaat: 16 artikelen

x
Artikel

Access_open De Vlaamse inbreng in de VWR

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2019
Trefwoorden rechtstheorie, rechtsfilosofie, universitair beleid, Vlaanderen, professionalisering
Auteurs Mark Van Hoecke
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een beperkte Vlaamse participatie tussen 1935 en 1970, kwam er een geleidelijke verankering van de VWR in Vlaanderen, met een grote bloei in de jaren tachtig en negentig, met jonge professoren die voltijds actief waren op het gebied van de rechtsfilosofie en/of de rechtstheorie. Na 2000 vermindert de inbreng van Vlaanderen echter in belangrijke mate. Er wordt nog vrij veel gepubliceerd in R&R/NJLP, maar nauwelijks nog door professionele rechtsfilosofen of rechtstheoretici. Institutioneel wordt de internationale (Engelstalige) dimensie van de VWR versterkt (redactieraad, sprekers), maar vermindert de Vlaamse aanwezigheid in redactie, redactieraad en bestuur. De Vlaamse aanwezigheden op VWR-vergaderingen zijn vaak eenmalig en steeds minder van professionele rechtsfilosofen of rechtstheoretici. De afbouw van de leerstoelen en zelfs van het onderwijs in deze domeinen in Vlaanderen is de belangrijkste verklaring hiervoor.


Mark Van Hoecke
Mark Van Hoecke is hoogleraar Rechtsvergelijking aan de Queen Mary University of London.
Artikel

De bestraffende handhaving van de Omgevingswet: bestuurlijke strafbeschikking of bestuurlijke boete?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden strafrecht, bestuursrecht, omgevingsrecht, handhaving, sanctiestelsels
Auteurs Prof. mr. B.F. Keulen en Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2014 is het voorstel voor de Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend. Aanvankelijk was het kabinet van plan over de volle breedte van de Omgevingswet de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete in te voeren. De Raad van State heeft zich daar in zijn advies tegen gekeerd. Dat heeft het kabinet ertoe gebracht opdracht te geven tot nader onderzoek. Dit artikel bouwt voort op dat onderzoek, dat vanaf de zomer van 2014 tot in maart 2015 is uitgevoerd door medewerkers van de Groningse rechtenfaculteit, onder wie de auteurs van dit artikel. In deze bijdrage richten wij ons vooral op de voorstellen die in de slotbeschouwing zijn gedaan. Het accent ligt op de samenwerking tussen bestuurlijke en justitiële autoriteiten.


Prof. mr. B.F. Keulen
Prof. mr. B.F. Keulen is hoogleraar Straf(proces)recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. Bröring is hoogleraar Integrale rechtsbeoefening aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.
Artikel

Asielzoekers in Europa: de geopolitieke context

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2015
Trefwoorden refugees, asylum seekers, Europe, geopolitical context, unrest in the Arabic world
Auteurs Dr. R.P.W. Jennissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the number of asylum seekers in Europe has increased again. According to the figures of Eurostat, more than 600.000 applications for asylum were submitted in the countries of the EU in 2014. This is more than double compared to 2010. This article seeks to provide explanations for this sudden increase. Furthermore, this article contains a detailed description of the long route which refugees who lodge an asylum application in a Northern or Western European country have to accomplish. Many considerations have to be made during this route. Other people than the refugees themselves (i.e. traffickers) make these considerations as well and they are often restricted by the circumstances.


Dr. R.P.W. Jennissen
Dr. Roel Jennissen is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het WODC en aan de WRR.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Artikel

Kiezen voor stadsrepublieken? Over administratieve afhandeling van overlast in de steden

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden social disorder, incivility, governance, communal sanctions, Mayor
Auteurs Elke Devroe
SamenvattingAuteursinformatie

    The theme of governing anti-social behaviour and incivilities in the public space became more important on the policy and research agenda over the last twenty years. This article describes the law on incivilities in Belgium, namely the ‘administrative communal sanctions’ (GAS). This law is studied in a broader context of contemporary crime control and its organizing patterns. The development of the politics of behaviour can be explained by different characteristics of the period referred to as the late modernity. In the dissertation ‘A culture of control?’ (Devroe 2012) we studied the application and the concrete strategies behind the governance of incivilities on a national and on a city level. The incivility law broadened the competences of the Mayor and the city council especially in the completion of anti social behaviour and public disorder problems in his/her municipality. Instead of being dealt with on a traditional judicial way by the police magistrate, the Mayor can, by this law; himself lay on fines until maximum 250 euro. We mention ‘city republics’ as this punitive sanction became a locally assigned matter, which means that one municipality differs from another in their ‘incivility policy’. Due to the split up of competences of the Belgian state arrangements of 1988, each municipality finds itself framed in different political and organisational executive realities. In this view, Mayors can be called ‘presidents’ of their own municipality, keeping and controlling the process of tackling incivilities as their main responsibility and determining what behaviour had to be controlled and punished and what behaviour can be considered as normal decent behaviour in the public space. Problems of creating a ‘culture of control’, creating inequality for the poor, the beggars and the socially ‘unwanted’ can arise, especially in big cities.


Elke Devroe
Dr. Elke Devroe is Universitair Hoofddocent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, Universiteit Leiden. E-mail: e.devroe@law.leidenuniv.nl
Artikel

Agenten volgen via Twitter bevordert positieve beeldvorming, stimuleert de meldingsbereidheid en verandert de veiligheidsbeleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Twitter, community policing, transparency, perception, willingness to report
Auteurs Leon Veltman, Marianne Junger en Roy Johannink
SamenvattingAuteursinformatie

    Since November 2009, the regional police of Groningen facilitated their community officers with Twitter. According to the principles of community policing, they are enabled to shorten the distance between the police and citizens by giving them a direct connection. Such a connection should stimulate interaction, while at the same time it should make people feel more safe. In addition, Twitter also creates possibilities for the police to be transparent. Sharing of information should alter citizens’ perception towards the police.
    A comparison has been made, by using an online questionnaire, between followers and two kinds of non-followers. The effects of following twittering community officers have been demonstrated by using statistical analyses, taking into account relevant control variables. On the basis of these analyses it has been demonstrated that following a twittering community officer did not positively or negatively alter the perception of safety of their followers. However, an enhanced information position has made followers much more aware of local disorder and crime. Thanks to shared information about police actions to sustain and improve local safety and livability, followers’ perception of safety has not been altered negatively.
    Followers’ perception towards the police organization has been positively altered, thanks to the twittering community officers. Especially the sharing of information and involving citizens into local policing helps the police to alter the perception of citizens towards their organization. In addition, it has been shown that followers’ willingness to report has been improved. Thanks to the ease of use of Twitter and the shortened distance between the police and citizens, followers do frequently contact the police or a community officer to share some information, or to report some crime or disorder. However, it has been shown that Twitter should just be presented as complementary to existing ways to contact the police.


Leon Veltman
L. (Leon) Veltman MSc is adviseur beleid en onderzoek bij VDMMP Focus op veiligheid. E-mail: veltman@vdmmp.nl

Marianne Junger
Prof.dr. M. (Marianne) Junger is Professor Social Safety Studies aan de Universiteit Twente. E-mail: m.junger@utwente.nl

Roy Johannink
Drs. R. (Roy) Johannink MCDm is senior adviseur beleid en onderzoek bij VDMMP Focus.
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Artikel

Access_open De halve waarheid van het populisme

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2011
Trefwoorden populism, self-inclusion, vitalism, democracy, Lefort
Auteurs Bert Roermund
SamenvattingAuteursinformatie

    Does populism add value to the political debate by showing that the ideals of Enlightenment are too abstract and rationalist to understand politics in democratic terms? The paper argues two theses, critically engaging Lefort’s work: (i) instead of offering valuable criticism, populism feeds on the very principle that Enlightenment has introduced: a polity rests on self-inclusion with reference to a quasi-transcendent realm; (ii) populism’s appeal to simple emotions feeds on the vitalist (rather than merely institutionalist) pulse in any polity. Both dimensions of politics are inevitable as well as elusive. In particular with regard to the vitalist pulse we have no response to the half-truths of populism, as both national and constitutional patriotism seem on the wrong track.


Bert Roermund
Bert van Roermund has held the Chair in Legal Philosophy at Tilburg University and is currently Professor of (Political) Philosophy at the same University as well as 2010-2011 Visiting Professor at K.U. Leuven.
Artikel

Lokaal veiligheidsbeleid in Nederland en België: op zoek naar verschil

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden lokaal veiligheidsbeleid, politie, gemeente, Nederland en België
Auteurs Lex Cachet en Ruth Prins
SamenvattingAuteursinformatie

    Public safety has always been a core task for local, municipal authorities. However, until rather recently only the police has been actively involved in addressing local problems of public safety and maintaining order instead. Local public safety policy – as a responsibility for local authorities together with many other partners – is a relatively new phenomenon.This article compares the main developments and trends in local public safety policy in the Netherlands and Belgium. Special attention is paid to the role and position of the local, municipal authorities. What strikes most, are the strong similarities between the two countries. National governments played an important and catalyzing role in the development of public safety policy in the Netherlands as well as in Belgium. After many years and not without a lot of trouble, the monopoly of the police on designing and implementing policy for addressing public safety and order came to an end in both countries. Which, amongst other effects, presented the local authorities with new challenges.


Lex Cachet
Dr. Lex Cachet is universitair hoofddocent Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Opleiding Bestuurskunde. E-mail: cachet@fsw.eur.nl.

Ruth Prins
Ruth Prins MSc is promovendus Burgemeester en Veiligheid, Erasmus Universiteit Rotterdam, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Opleiding Bestuurskunde. E-mail: prins@fsw.eur.nl.
Redactioneel

Introduction

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 03 2008
Auteurs Liesbeth Huppes-Cluysenaer, Robert Knegt en Oliver Lembcke
Auteursinformatie

Liesbeth Huppes-Cluysenaer
Liesbeth Huppes-Cluysenaer teaches philosophical aspects of penal law and constitutional law at the department General Jurisprudence of the University of Amsterdam. PhD (1995) on the relevance of theory of science for jurists. Her research interests are history of epistemology of empirical and normative sciences. Recent publications downloadable: http://home.medewerker.uva.nl/e.a.huppes-cluysenaer/ .

Robert Knegt
Robert Knegt is Research director of the Hugo Sinzheimer Instituut (UvA, Amsterdam). 1979 Law degree/1982 MA Sociology/1986 PhD. His research interests incluse implementation of social security schemes, rules and practices as to dismissal and to other situations of deconstructing socio-economic relations and a historical-sociological approach of labour law as it has developed from the 11th century, with special interest in the formative role of legal concepts in the development of socio-economic/labour relations. Recent publication: The Employment Contract as an Exclusionary Device (Intersentia, 2008).

Oliver Lembcke
Oliver Lembcke is Assistant Professor of political theory at Friedrich- Schiller-University, Jena; secretary general of the Hellmuth Loening Center for Political Science – 1995 MA Political Science, 2002 Mediator, 2004 PhD - Research on political theory and legal theory; history of political ideas; ethics and politics. Recent publications: Hüter der Verfassung. Eine institutionentheoretische Studie zur Autorität des Bundesverfassungs-gerichts. (Tübingen 2007); Des Menschen Würde – entdeckt und erfunden im Humanismus der italienischen Renaissance (Politika, 2008).
Artikel

Turning the State into a Household

From Judicial Law to Administrative Law

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 03 2008
Auteurs Liesbeth Huppes-Cluysenaer
Auteursinformatie

Liesbeth Huppes-Cluysenaer
Liesbeth Huppes-Cluysenaer teaches philosophical aspects of penal law and constitutional law at the department General Jurisprudence of the University of Amsterdam. PhD (1995) on the relevance of theory of science for jurists. Her research interests are history of epistemology of empirical and normative sciences. Recent publications downloadable: http://home.medewerker.uva.nl/e.a.huppes-cluysenaer/ .

Harry Willekens
Harry Willekens teaches jurisprudence and juvenile law at the University of Hildesheim and comparative inheritance law at the University of Hannover. His research focuses on the history and sociology of the legal regulation of the family in a broad sense. His last sociological publication: Child Care and Preschool Institutions in Europe. (Houndmills, Palgrave MacMillan 2008, coedited with Kirsten Scheiwe).

Niels van van Manen
Niels van Manen is lecturer General Jurisprudence at the Law Faculty of the University of Amsterdam, substitute judge in the High Court of Amsterdam, and chairman of the Committee on Police complaints in Amsterdam- Amstelland. See for research subjects and recent publications: http://home.medewerker.uva.nl/n.f.vanmanen/ .
Titel

Overheid, kinderbescherming en 'het belang van het kind'

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 08 2008
Trefwoorden Kind, Ouders, Opvoeding, Aansprakelijkheid, Gezinsvoogd, Ondertoezichtstelling, Bestuurder, Hulpverlener, Ouderlijk gezag, Citaat
Auteurs Kruithof, B.

Kruithof, B.
Discussie

Portalis en de Aanwijzing der Aanwijzingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 01 2005
Trefwoorden Aanwijzing, Wetgeving, Gewoonterecht, Zelfregulering, Noodzakelijkheid, Burgerlijk recht, Citaat, Gevangenis, Raad van state, Tot stand brengen
Auteurs Witteveen, W.J.

Witteveen, W.J.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.