Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 201 artikelen

x
Artikel

Boekbespreking

E.L.A. van Emden & J. Wareman, De door de Ondernemingskamer benoemde tijdelijk beheerder van aandelen (Prinsengrachtreeks), Nijmegen: Ars Aequi Libri 2020

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden OK-functionaris, voorziening, enquêterecht, overdracht
Auteurs Mr. K. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    De door de Ondernemingskamer benoemde tijdelijk beheerder van aandelen van Van Emden en Wareman biedt samen met het arrest van 30 april 2019 van de Ondernemingskamer steeds meer duidelijkheid over de rechtsfiguur sui generis van de tijdelijk beheerder van aandelen. Het boek beschrijft op overzichtelijke wijze de praktische en belangrijkste aspecten van deze voorziening.


Mr. K. Rutten
Mr. K. Rutten is advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.
Artikel

Access_open Notariële ambtsethiek als constante in de ­opleiding van de notaris: de deugd in het midden

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, maart 2021
Trefwoorden education, notaries, legal ethics
Auteurs Boudewijn Waaijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Behandeld wordt de vraag of en hoe door educatie een bijdrage kan worden geleverd aan beroepsethisch handelen in het notariaat. Ik doe dat door de opleidingseisen te differentiëren al naar gelang de verschillende gedaanten die de notarieel jurist aanneemt: die van student, beginnend notarieel jurist en notarieel jurist met een afgeronde beroepsopleiding.


Boudewijn Waaijer
Mr. dr. Boudewijn Waaijer is Of counsel bij Dentons Europe LLP, Amsterdam.
Artikel

Indringender rechterlijke toetsing van AVV

Over de processuele consequenties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, exceptieve toetsing, bestuursprocesrecht, toetsingsintensiteit, evidence base-toetsing
Auteurs Mr. L.A. van Heusden
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de bestuursrechter algemeen verbindende voorschriften voortaan indringender toetst door de zogenoemde ‘evidence base’ ervan te toetsen, waar loopt hij dan tegenaan in de praktijk? De processuele consequenties van een dergelijke toetsing worden in dit artikel beschreven. Specifiek wordt ingezoomd op het bestuursrechtelijke uitgangspunt van ex-tunctoetsing, het ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden en de partijstelling. De auteur concludeert dat ondanks de primaire focus van het bestuursprocesrecht op individuele geschilbeslechting, de Awb evidence base-toetsing mogelijk maakt. Om die toetsing in de praktijk aan effect te doen winnen, is echter ook de wetgever nodig.


Mr. L.A. van Heusden
Mr. L.A. (Louise) van Heusden is promovenda bij Tilburg University en werkzaam bij de kennisunit van de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Boulevard Zuid in Rotterdam: een onderzoek naar het vertrouwen van winkeliers in politie en gemeente

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2020
Trefwoorden shopkeepers, procedural justice, the Netherlands, ethnic minorities, performance theory
Auteurs Marc Schuilenburg, Laura Messie en Darnell de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we analyze which aspects of performance theory and the procedural justice-based model are explaining the trust of shopkeepers in the police and local government. Utilizing a survey of 156 shopkeepers and 94 semi-constructed interviews with shopkeepers, which are located at the South Shopping Boulevard in Rotterdam (The Netherlands), the study finds that shopkeepers have a relatively high trust in the police and local government. This is surprising because various attempts in the past 30 years to revive the high street by the government have failed to improve its bad image, as dwindling visitor numbers, poor turnover, limited range of retailers, empty shops and high crime and offence levels show only too plainly. The findings also highlight that ethnic minority respondents have more trust in local government than Dutch shopkeepers. The explanation therefor is sought in the dual frame of reference theory.


Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg is universitair docent Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Laura Messie
Laura Messie, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Darnell de Vries
Darnell de Vries, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Sustainability sells?

Over de toekomstige duurzaamheidsregelgeving voor de financiële sector en de impact op de relatie met de cliënt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden taxonomie, duurzaamheid, klimaat, financiëlemarktdeelnemer, zorgplicht
Auteurs Mr. drs. S.A.M. Vermeulen en Mr. F.W.J. van der Eerden
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel geven de auteurs een overzicht van de toekomstige (informatie)verplichtingen voor financiële ondernemingen in het kader van duurzaamheid, met name op basis van de Taxonomie- en Transparantieverordening. Ook gaan zij in op de mogelijke civielrechtelijke impact daarvan op de verhouding met retailbeleggers die ‘duurzame’ financiële producten afnemen.


Mr. drs. S.A.M. Vermeulen
Mr. drs. S.A.M. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam.

Mr. F.W.J. van der Eerden
Mr. F.W.J. van der Eerden is advocaat bij NautaDutilh in Amsterdam.

Ruth de Bock
Mr. dr. R.H. de Bock is advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en deeltijdhoogleraar Civiele rechtspleging aan de Universiteit van Amsterdam.
Titel

De verstrekking van juridische voorwaarden in het voorportaal van de cloud

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden account, cloudcontract, algemene voorwaarden, toestemming, gegevensbescherming
Auteurs Mr. dr. Evert Neppelenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds meer particulieren maken gebruik van een cloudprovider voor het delen of bewaren van documenten. Bij het aanmaken van het account voor de toegang tot deze digitale dienst moeten deze gebruikers akkoord gaan met de juridische voorwaarden. In deze bijdrage wordt de terbeschikkingstelling van deze voorwaarden kritisch bekeken vanuit de regelingen over algemene voorwaarden in het Burgerlijk Wetboek en over toestemming als grond voor gegevensverwerking in de Algemene Verordening Gegevensbescherming.


Mr. dr. Evert Neppelenbroek
Mr. dr. E.D.C. Neppelenbroek is universitair docent IT-recht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij dankt masterstudent Maarten Bouwman, die als paralegal voorbereidend werk heeft verricht.
Actualia contractspraktijk

Een nieuwe wet, een nieuw geluid – veranderingen voor de franchiseovereenkomst door de Wet franchise

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden franchise, contractenrecht, kwalificatie, goodwill, zorgplicht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Waarschijnlijk treedt per 1 januari 2021 de Wet franchise in werking. Deze wet brengt nogal wat wijzigingen mee voor de contractspraktijk. In dit artikel wordt bij enkele wezenlijke wijzigingen in de wet stilgestaan en worden denkrichtingen voor de kwalificatie van de overeenkomst, de informatieplicht, de zorgplicht en goodwill en non-concurrentie gegeven.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat onder de naam facily LAW advocatuur, adviseur bij La Gro Geelkerken Advocaten en honorair universitair docent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De huurprijsbetalingsverplichting van huurders van middenstandsbedrijfsruimte in coronatijd

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Coronacrisis, Huurprijsvermindering, Opschorting huur
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of en zo ja onder welke condities de huurder van middenstandsbedrijfsruimte bevoegd is zijn verplichting tot betaling van de huurprijs tijdelijk uit te stellen en/of vermindering van de huurprijs te vorderen indien de coronacrisis tot een verminderd gebruik van het gehuurde heeft geleid.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan Tilburg University.
Artikel

Kroniek internationaal privaatrecht Caribische koninkrijksdelen 2010-2020

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Internationaal privaatrecht, internationaal bevoegdheidsrecht, conflictenrecht, internationaal erkennings- en executierecht, internationaal privaatrecht
Auteurs Dr. mr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de belangrijkste ontwikkelingen binnen het internationaal privaatrecht van de Caribische koninkrijksdelen die zich in de periode 2010-2020 hebben voorgedaan besproken.


Dr. mr. M.V.R. Snel
Dr. mr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht.
Artikel

De huidige status van het rechtsgebied omgevingsrecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden omgevingsrecht, natuurbeheer, milieubeheer, ruimtelijke ontwikkeling
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Teruggeblikt wordt op de ontwikkelingen in het omgevingsrecht, zijnde natuur, milieu en ruimtelijke ontwikkeling, gedurende de laatste twintig jaar van de Caribische delen van het Koninkrijk.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de Raad van Advies (RvA) van Curaçao en bijzondere rechter in de Raad van Beroep Ambtenarenzaken en in LAR Sociale Verzekeringszaken van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (GHvJ). Hij is ook redactielid van het Caribisch Juristenblad. Deze bijdrage reflecteert geenszins de mening van de RvA Curaçao en/of die van het GHvJ.
Artikel

Een portret van het slachtoffer in het Tijdschrift voor Herstelrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden slachtoffer, basisbehoeften, sociaal construct, wraakzuchtig slachtoffer
Auteurs Alice Bosma
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘The victim’ is an important figure in restorative justice, but who is this victim? In this article, I will review articles published in this journal between 2005 and 2019 in order to establish the characteristics of victims recognized in the field of restorative justice. It first needs to be noted that there is not one homogeneous victim group. The diversity in victims and their needs calls for research investigating when, for whom, and under which circumstances restorative justice practices lead to victim satisfaction. Many articles reviewed address this question. When I nevertheless try to extract an ideal type of victim of restorative justice, it seems that the victim is agentic and resilient, expresses a wide range of emotions, prioritizes reparation over punitive measures and is overall very satisfied with the restorative justice practice.


Alice Bosma
Alice Bosma is werkzaam bij de vakgroep Strafrecht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Tilburg.
Artikel

Welzijn, primaire levensbehoeften en delinquentie bij adolescenten

Etiologische assumpties van het Good Lives Model getoetst

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden GLM, Rehabilitation, Juvenile delinquency, Life satisfaction, Youth
Auteurs Colinda Serie PhD, Prof. dr. Stefaan Pleysier, Prof. dr. Johan Put e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    A recent rehabilitation theory, the ‘Good Lives Model’ (GLM), states that interventions that work towards a higher well-being can reduce recidivism risk more sustainably by promising a happier, pro-social life, rather than just a less harmful one. Although the GLM theory appears promising, limited empirical research has examined its underlying assumptions, applicability and its effectiveness. Research into the GLM with youth is even more limited. Therefore, in the current study, we investigate the main etiological assumptions of the GLM in a large group of adolescents between 14 and 18 years old from the general population (N=5.776), by means of self-report survey data on well-being, primary human goods and delinquency. The results show that a lower subjective global well-being is related to delinquent behavior. Especially the primary human goods of relatedness and working towards a financially stable future appear to be important goals for interventions aimed at rehabilitation of juvenile offenders.


Colinda Serie PhD
C.M.B. Serie is PhD-onderzoeker aan de KU Leuven.

Prof. dr. Stefaan Pleysier
Prof. dr. S. Pleysier is hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven en coördinator van de Onderzoekslijn Jeugdcriminologie en Jeugdrecht aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC).

Prof. dr. Johan Put
Prof. dr. J. Put is gewoon hoogleraar jeugd- en welzijnsrecht aan de KU Leuven.

Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. C. de Ruiter is als hoogleraar Forensische Psychologie, verbonden aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Wie zijn jeugdige veelplegers?

Een onderzoek naar aantallen en kenmerken op basis van politieregistraties en zelfrapportage

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Juvenile delinquency, Frequent offending, Research methods, Self reports, Police registrations
Auteurs Prof. dr. Frank Weerman, Prof. dr. Gerben Bruinsma, Prof. dr. Wim Bernasco e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to provide more insight in prevalence and aetiology of juvenile frequent offending, employing police registered data as well as self-report information. We combined data about 519 youths that participated in a self-report study in the region of The Hague with police register data (the HKS system) from the police unit of The Hague. The results indicate that a substantial part of youths that report a large amount of offenses themselves are not formally known as ‘juvenile frequent offender’. Causal factors derived from four major criminological theories can be found in a more pronounced way among juvenile frequent offenders than among youths that incidentally commit offenses. In general, there are similarities between the characteristics of juvenile frequent offenders defined by police register data and those defined by self-reports, but, on average, frequent offenders that are known by the police spend more time unstructured socializing with friends. We conclude that research using the method of self-report is well capable to find juvenile frequent offenders, and that this method also leads to useful information about the causes of their delinquent behaviour.


Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Gerben Bruinsma
Prof. dr. G.J.N. Bruinsma is emeritus directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en emeritus hoogleraar Omgevingscriminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Wim Bernasco
Prof. dr. W. Bernasco is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Ruimtelijke analyse van criminaliteit aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L. Pauwels is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Gent.
Artikel

Online jeugdcriminaliteit en ‘verkeerde vrienden’: wanneer is de samenhang het sterkst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden cyber delinquency, cyber offenders, peer deviance, social network
Auteurs Yaloe van der Toolen MSc, Dr. Marleen Weulen Kranenbarg en Prof. dr. Frank Weerman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether cyber delinquent behaviour of school friends, other offline friends and online contacts is related to cyber delinquent behaviour of individuals, and whether this relation differs for cyber dependent, cyber enabled and traditional crime. We used both direct and indirect measures of cyber delinquency of friends. We employed data from the first wave of a large-scale study on the causes of online delinquency among Dutch juveniles (n=889; mean age=16.8 years). The results suggest that both direct and indirect measures of levels of friend delinquency were related to levels of individual cyber offending. However, indirect measures had a stronger association with individual online delinquency than direct measures. This suggests that respondents make incorrect estimates of their friends’ levels of online delinquency. Moreover, no differences were found in the strength of the relation between individual online offending and indirect measures of online offending of school friends, offline friends and online friends. This suggests that friends of different types all play an important role in individual online offending.


Yaloe van der Toolen MSc
Y. van der Toolen MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Dr. Marleen Weulen Kranenbarg
Dr. M. Weulen Kranenbarg is universitair docent Criminologie bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Een eerste blik op online delinquentie

Verkennend onderzoek bij Vlaamse jongeren en vergelijking met offline delinquentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden online crime, juveniles, self-reported delinquency, risk profiles, prevalence
Auteurs Ena Coenen
SamenvattingAuteursinformatie

    Given that the social life of youngsters develops more and more online, attention for cybercrime has grown as well. However, no Flemish data is available yet. This study uses data from two representative samples of the Flemish youth to research the prevalence and risk profiles of on- and offline crime. Compared to offline crime, online crime is relatively limited. In addition, results showed that online offenders had the least severe risk profile, while offenders of both on- and offline delinquency had the most severe profile. For victimization, it appeared that it is important to consider individual types of offences, since complex differences were found between various crime types. These results indicate a limited, but not ignorable, occurrence of online crime, and a difference in risk profiles for offline and online crime.


Ena Coenen
E. Coenen is wetenschappelijk medewerker bij het Leuvens Instituut voor Criminologie aan de KU Leuven.
Artikel

Over het recht op de smart city

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2020
Trefwoorden smart city, right to the city, technological solutionism, participation, disorder
Auteurs Dr. Maša Galič
SamenvattingAuteursinformatie

    While smart city initiatives claim to be ‘citizen-focused’ or ‘citizen-centric’, there are several troubling aspects of how citizenship and social relations are produced within them. First, they prioritize technological solutions to social and urban problems from the perspective of businesses and states, rather than serving local communities. With a focus on digital technology, they also exclude a wide range of marginalized publics from the possibility to participate in the smart city and only rarely address issues of social differences in cities. The smart city thus creates new or exacerbates existing challenges to the possibility of all city dwellers to fully enjoy urban life with all of its services and advantages, as well as taking direct part in the management of cities – in other words, it creates challenges for ‘the right to the city’. In this article, the author thus explores the notion of the right to the city in order to inform and recast the smart city in emancipatory and empowering ways, one that would work for the benefit of all citizens and not just selected populations.


Dr. Maša Galič
Dr. M. Galič is als onderzoeker verbonden aan het Tilburg Institute for Law, Technology and Society (TILT) van de Universiteit Tilburg.
Discussie

Commissie Regulering van Werk (commissie-Borstlap): iemand moet hardop zeggen wat we niet willen horen (maar stiekem allang wisten)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Arbeidsmarkt, Commissie-Borstlap, Zelfstandigen, Arbeidsverhoudingen, Fiscaliteit en sociale zekerheid
Auteurs Prof. mr. A.R. Houweling
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het rapport van de Commissie Regulering van Werk (commissie Borstlap) geanalyseerd. De inhoud van het rapport wordt besproken en voorzien van kritiek. Tevens worden op onderdelen voorstellen gedaan voor nadere uitwerking en/of verbetering. De algemene indruk is dat het rapport van waarde is. Het brengt een integrale benadering van de arbeidsmarkt mooi in kaart en reikt denkrichtingen aan waarlangs toekomstig beleid kan worden vormgegeven. Kritiek is er ook. Denkrichtingen zijn niet allemaal op eenzelfde wijze uitgewerkt en op onderdelen blijft de zoektocht naar de mate van insluiting en uitsluiting van bescherming ambigu. De auteur doet aan het slot een aantal voorstellen voor een (nog beter) spoorboekje naar modernisering van het arbeidsrecht.


Prof. mr. A.R. Houweling
Prof. mr. A.R. (Ruben) Houweling is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

De naleving van de Corporate Governance Code 2016 door (beurs)vennootschappen

Het eerste Monitoring Rapport van de commissie-Van der Meer Mohr

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Corporate Governance Code, monitoringrapport, corporate governance, beursvennootschap, Monitoring Commissie
Auteurs Mr. S. Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het op 13 december 2019 gepubliceerde Monitoring Rapport van de vierde Monitoring Commissie Corporate Governance Code. Hierin wordt voor het eerst verslag gedaan over de in 2016 herziene Corporate Governance Code en de naleving daarvan over boekjaar 2018. Daarnaast besteedt de Monitoring Commissie aandacht aan enkele specifieke governance onderwerpen en benoemt zij enkele aandachtspunten.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Staff Associate bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Turboliquidatie van de BV en doorstart van onderneming

Naar aanleiding van Hof ’s-Hertogenbosch 14 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1825

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden ontbinding wegens gebrek aan baten, doorstart, misbruik van identiteitsverschil, vereenzelviging, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. H. Beni Driss
SamenvattingAuteursinformatie

    Als de onderneming na turboliquidatie van de BV een doorstart maakt in een opvolgende BV, terwijl oude crediteuren onbetaald achterblijven, is sprake van misbruik. De wetgever zou dergelijk misbruik moeten voorkomen. Intussen weten crediteuren via de rechter de opvolgende vennootschap te vinden via vereenzelviging of de weg van de onrechtmatige daad.


Mr. H. Beni Driss
Mr. H. Beni Driss werkt aan de Universiteit van Amsterdam als docent bij de afdeling Privaatrecht.
Toont 1 - 20 van 201 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.