Zoekresultaat: 31 artikelen

x
Redactioneel

Access_open Autonome systemen

‘Computer says no’

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Auteurs Rein Halbersma
Auteursinformatie

Rein Halbersma
Dr. R.S. Halbersma is onderzoekscoördinator bij de Kansspelautoriteit en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Essay

Autonoom toezicht op autonoom toezicht?

Enkele bestuursrechtelijke beschouwingen mede naar aanleiding van SyRI

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden geautomatiseerde besluitvorming, handhavingstoezicht, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, machine learning, SyRI
Auteurs Johan Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bestuursrecht is niet alleen van belang voor de vraag aan welke normen overheidstoezicht met behulp van autonome (zelflerende) systemen is onderworpen, maar ook voor de vraag wie deze normen stelt en effectueert. Niettemin lijkt de dominante opvatting momenteel dat het bestuursrecht onvoldoende in staat zou zijn om het gebruik van zelflerende systemen adequaat te reguleren. Dit essay schetst hoe de rechtsontwikkeling ten aanzien van autonoom overheidstoezicht vorm kan krijgen als een (zelflerend) proces van laveren tussen analoog en digitaal bestuursrecht, waarbij de bestuursrechtelijke verworvenheden van het analoge toezicht worden geconfronteerd met de uitdagingen van het digitale toezicht.


Johan Wolswinkel
Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel is hoogleraar Bestuursrecht, markt en data.
Essay

Toezicht op het gebruik van algoritmen door de overheid

Tijd voor een zorgplicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden zorgplicht, algoritmen, toezicht op algoritmen, AI, geautomatiseerde besluiten
Auteurs Thijs Drouen en Marlies van Eck
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid maakt in toenemende mate gebruik van systemen die taken verrichten die eerst door ambtenaren werden uitgevoerd. Denk aan het verlenen en uitbetalen van uitkeringen, het opleggen van boetes, bedienen van ophaalbruggen enzovoort. Bij de inzet van deze systemen wordt niet altijd onderkend dat hierbij voldaan moet worden aan de regels die voor de overheid gelden. Bovendien brengt de inzet van deze systemen – algoritmen – nieuwe, deels voorzienbare en deels onvoorzienbare risico’s met zich mee. Daarom wordt steeds vaker gevraagd om meer toezicht op algoritmen. Om dit toezicht effectief te laten zijn zou er een zorgplicht moeten worden ingevoerd.


Thijs Drouen
Mr. T.L.J. Drouen is principal consultant bij Hooghiemstra & Partners.

Marlies van Eck
Mr. dr. B.M.A. van Eck is docent en onderzoeker bij eLaw Instituut Universiteit Leiden en principal consultant bij Hooghiemstra & Partners.
Opinie

Tussen recht en datawetenschap

Toezicht door voorspellende algoritmische modellen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden toezicht, voorspellende algoritmische modellen, datawetenschap
Auteurs Giel Stoepker en Ivo Stoepker
SamenvattingAuteursinformatie

    Datawetenschap is voor het recht van groot belang. De daaruit voortvloeiende voorspellende algoritmische modellen kunnen worden gebruikt om toezicht uit te oefenen, bijvoorbeeld of geen uitkeringsfraude wordt gepleegd. Vaak leveren de inzichten uit de datawetenschap goede voorspellingen op over mogelijke fraudegevallen. In de praktijk zijn er toch problemen, bijvoorbeeld met de steekproef en de data op basis waarvan voorspellingen worden gedaan. Dat probleem is sterker aanwezig naarmate de gebruikte modellen complexer zijn. In deze bijdrage wordt op deze problemen ingegaan en wordt betoogd dat menselijk handelen van groot belang is wanneer gebruik wordt gemaakt van voorspellende modellen.


Giel Stoepker
Mr. G.J. Stoepker is juridisch medewerker bij de Centrale Raad van Beroep en docent staats- en bestuursrecht aan Tilburg University.

Ivo Stoepker
I.V. Stoepker M.Sc. is promovendus aan de Department of Mathematics and Computer Science faculteit Mathematics and Computer Science van Eindhoven University of Technology.
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Vrij verkeer

Inbesteding bij schaarse vergunningen?

Institutionele excepties op de transparantieverplichting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden vrij verkeer, schaarse vergunningen, gelijkheidsbeginsel, transparantieverplichting, (quasi-)inbesteding
Auteurs Mr. drs. R.G.J. Wildemors en Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van schaarse vergunningen moet de overheid in beginsel mededingingsruimte voor potentiële gegadigden creëren. Op deze mededingingsplicht zijn echter uitzonderingen denkbaar die onderhandse vergunningverlening rechtvaardigen. Een van die uitzonderingen is van institutionele aard en richt zich op de bijzondere relatie tussen de vergunningverlener en de vergunninghouder. Deze uitzonderingscategorie is aanvankelijk in het aanbestedingsrecht onder de noemer van (quasi-)inbesteding ontwikkeld. Centraal in deze bijdrage staan de vragen in hoeverre vergelijkbare institutionele excepties ook van toepassing zijn bij de verdeling van schaarse vergunningen en hoe die excepties kunnen worden ingepast in het Unierecht en in het nationale verdelingsrecht.


Mr. drs. R.G.J. Wildemors
Mr. drs. R.G.J. (Roy) Wildemors is als senior jurist werkzaam bij de Kansspelautoriteit en heeft deze bijdrage op persoonlijke titel geschreven.

Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
Prof. mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is hoogleraar Bestuursrecht, Markt & Data aan Tilburg University en tevens als research partner verbonden aan de Kansspelautoriteit. Vanwege deze betrokkenheid wordt in deze bijdrage zo min mogelijk inhoudelijk ingegaan op zaken waarbij de Kansspelautoriteit partij is (geweest).
Artikel

De Europese kreukelzone van de wetgever

Goede wetgeving vanuit het EU- en EVRM-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EU, EVRM, wetgever, toetsing, Verenigbaarheid
Auteurs Mr. dr. A. Cuyvers en Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is een ‘goede wet’ voor de Nederlandse rechter vanuit het EU-recht en het EVRM bezien? Een ‘goede wet’ – daaronder mede begrepen de toelichting bij de wet – stelt de rechter afdoende in staat om (1) de verenigbaarheid van een wet met het EU-recht of het EVRM te beoordelen en (2) potentiële conflicten met het EU-recht of het EVRM constructief op te lossen zonder te hoeven grijpen naar ‘zware’ opties. Maar hoe, en tot op welke hoogte, kan of moet de wetgever rekening houden met de Europese taak en habitat van de Nederlandse rechter, zowel qua inhoud als qua motivering van wetgeving? En welke wetgevende kreukelzone mag de rechter onder Europees recht en het EVRM aan de wetgever laten alvorens in te grijpen? Ter beantwoording van deze vragen gaat deze bijdrage in op de verschillende vereisten die het EU-recht en het EVRM stellen aan goede wetgeving, waarbij mede wordt ingegaan op de structuur van de stapsgewijze toetsing door de Europese Hoven van nationale wetgeving.


Mr. dr. A. Cuyvers
Mr. dr. A. (Armin) Cuyvers is universitair hoofddocent Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Leiden.

Mr. P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr.dr. P.B.C.D.F. (Paul) van Sasse van Ysselt is plaatsvervangend hoofd afdeling Constitutionele Zaken bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    In dit redactioneel wordt naar aanleiding van de Invoeringswet omgevingsrecht verkend of de term ‘Onze Minister die het aangaat’ voldoende kenbaar maakt welke minister een bevoegdheid uit de wet kan inzetten. Aan het slot van deze bijdrage wordt de verdere inhoud van dit nummer van TO toegelicht.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Schaarse rechten in het omgevingsrecht? Een tegenconclusie voor de rechtsontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, omgevingsvergunning
Auteurs Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 juni 2018 verscheen de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over schaarse rechten bij ruimtelijke besluitvorming. Kern hiervan is dat een bestemmingsplan geen besluit is dat schaarse rechten toekent, terwijl een omgevingsvergunning slechts in bijzondere omstandigheden schaarse rechten toekent. Dit artikel betoogt dat de (vermeende) eigenaardigheden van het ruimtelijk bestuursrecht niet tot een uitzonderingspositie zouden moeten leiden wat betreft de toepasselijkheid van het door de Afdeling ontwikkelde verdelingsregime, maar juist tot een kritischer toepassing hiervan in dit ‘bijzondere’ rechtsgebied. Er is geen aanleiding om ruimtelijke besluitvorming wezenlijk anders te behandelen dan andere besluitvorming over de verdeling van schaarse rechten.


Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel
Mr. dr. C.J. Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University en verbonden aan Tilburg Institute for Law and Economics (TILEC) en Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).
Artikel

Evenementenvergunning: is bij concurrerende aanvragen sprake van een schaarse vergunning?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, evenementen, APV
Auteurs Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of, en zo ja wanneer, een evenementenvergunning kan worden aangemerkt als een schaarse vergunning, en – bij een bevestigend antwoord op die vraag – hoe die schaarse evenementenvergunning dan moet worden verleend met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.


Mr. dr. A. (Annemarie) Drahmann
Mr. dr. A. Drahmann is universitair (hoofd)docent aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

    De Dienstenrichtlijn bevat een opmerkelijke wetgevingshypothese voor het omgevingsrecht: dat schaarse vergunningen in het bijzonder geschikt zijn voor het management van schaarse natuurlijke hulpbronnen en dat deze door een selectie tussen gegadigden verdeeld moeten worden. Wat maakt schaarse vergunningen voor natuurlijke schaarste zo bijzonder? Deze bijdrage verkent deze hypothese in het licht van de economische theorie en een analyse van de betekenis van schaarste voor publieke rechten. Het resultaat is een economische blik op het omgevingsrecht en enkele reflecties op de rechtsontwikkeling van schaarse publieke rechten.


Mr. O. (Olaf) Kwast
Mr. O. Kwast is wetgevingsjurist en oprichter van Wetgevingswerken in Rotterdam.
Artikel

Schaarse rechten bij gebiedsontwikkeling: de rol van beleid en grondeigendom

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden schaarse rechten, verdelingsrecht, ruimtelijk bestuursrecht, bestemmingsplan, gronduitgifte
Auteurs Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen en Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van gebiedsontwikkeling wordt door overheden regelmatig op beleidsmatige gronden schaarste gecreëerd. Auteurs bespreken in het licht van de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven de beperkingen die in een dergelijk geval van toepassing zijn op planvorming, gronduitgifte en afspraken met gebiedsontwikkelaars.


Mr. J.R. (Jurgen) Vermeulen
Mr. J.R. Vermeulen is advocaat bij Ten Holter Noordam te Rotterdam. In deze hoedanigheid is hij in veel kwesties rond onder andere gebiedsontwikkeling betrokken – waaronder de kwestie Vlaardingen – waarbij de thematiek van de verdeling van schaarse rechten een rol speelt.

Mr. dr. C.N. (Cornelis) van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is advocaat bij Ten Holter Noordam te Rotterdam. In deze hoedanigheid is hij in veel kwesties rond onder andere gebiedsontwikkeling betrokken – waaronder de kwestie Vlaardingen – waarbij de thematiek van de verdeling van schaarse rechten een rol speelt. Hij komt met dit onderwerp ook in aanraking in zijn rol als rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Oost-Brabant.
Vrij verkeer

De Unierechtelijke evenredigheidstoets bij het verlies van het Nederlanderschap: drie gevallen nader toegelicht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Unieburgerschap, Unierechtelijke evenredigheidstoets, Nederlanderschap, Brexit, jihadisten
Auteurs Mr. dr. V.M. Bex-Reimert, Mr. G. Karapetian en S.M. de Mik
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het befaamde arrest Rottmann van het Hof van Justitie dient een Unierechtelijke evenredigheidstoets te worden uitgevoerd indien intrekking van Nederlanderschap gepaard gaat met verlies van het Unieburgerschap.1xHvJ 2 maart 2010, zaak C-315/08, Janko Rottmann/Freistaat Bayern, ECLI:EU:C:2010:104. Deze bijdrage bespreekt de betekenis van deze toets in drie uiteenlopende gevallen, variërend van het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie tot een verondersteld nationaal veiligheidsbelang. De vraag die zich voordoet, is hoe een Unierechtelijke evenredigheidstoets wordt uitgevoerd en wat de invloed is van de Unierechtelijke evenredigheidstoets op deze gevallen.

    • Rijkswet van 10 februari, houdende wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in verband met het intrekken van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid, Stb 2017, 52;

    • ABRvS 19 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1098;

    • Draft Agreement on the withdrawal of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland from the European Union and the European Atomic Energy Community, 19 maart 2018, TF50 (2018) 35

Noten

  • 1 HvJ 2 maart 2010, zaak C-315/08, Janko Rottmann/Freistaat Bayern, ECLI:EU:C:2010:104.


Mr. dr. V.M. Bex-Reimert
Mr. dr. V.M. (Viola) Bex-Reimert is universitair docent migratierecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. G. Karapetian
Mr. G. (Gohar) Karapetian is promovendus staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

S.M. de Mik
S.M. (Margje) de Mik is student European Market Law aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

Lex Special

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. M.N. (Marlon) Boeve
Auteursinformatie

Mr. M.N. (Marlon) Boeve
Mr. M.N. Boeve is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Water, Oceans and Sustainability Law (UCWOSL) van de Universiteit Utrecht en is tevens redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

De rollen van de wetgever bij de verdeling van schaarse vergunningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, verdelingsrecht, schaarse vergunningen, competitie
Auteurs mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever vervult een essentiële rol bij de verdeling van schaarse vergunningen, omdat die de speelruimte van het verdelende bestuur bepaalt. In de praktijk blijkt de wetgever zich echter lang niet altijd bewust te zijn van die rol, waardoor het risico aanwezig is dat het reguleringspotentieel van schaarse vergunningen onvoldoende wordt benut. Deze bijdrage identificeert de verschillende houdingen die de (bijzondere) wetgever in de praktijk aanneemt ten aanzien van de verdeling van schaarse vergunningen. Deze houdingen lopen uiteen van een zwijgende wetgever die weinig tot geen richting geeft aan de verdeling tot een overijverige wetgever die het verdelende bestuur juist verhindert om maatwerk te leveren. Op basis van de vraagstukken die kenmerkend zijn voor de verdeling van schaarse vergunningen, schetst deze bijdrage vervolgens de contouren van optimale verdelingswetgeving. Daarbij wordt bepleit dat de wetgever zich breed oriënteert op het Unierecht, zelf keuzes maakt ten aanzien van kernelementen van de verdeling, tegelijk ruimte durft te laten aan het verdelende bestuur, maar in elk geval oog houdt voor de samenhang tussen verschillende verdelingen.


mr. dr. C.J. Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is universitair hoofddocent bestuursrecht aan Tilburg University.
Artikel

Verhandelbare rechten, tussen markt en overheid

Over het dierrechtenstelsel in de Meststoffenwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verhandelbare rechten, vergunningstelsel, algemene wettelijke regels, mestregelgeving
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too much love will kill you’, zong Brian May van Queen ooit. Van iets moois kun je ook te veel hebben, waardoor het in het tegenovergestelde verandert. Zo is het ook met mest: een waardevol product waarvan we in Nederland veel te veel hebben en dat dus tot problemen kan leiden. ‘Tot de schijt ons doodt.’ Dat betekent dat er maatregelen nodig zijn om de boel in goede banen te leiden. Dat gebeurt door regels te stellen over het aanwenden van mest, maar ook over de productie ervan. Dat laatste is gebeurd in de vorm van een dierrechtenstelsel. Dierrechten zijn de rechten voor veehouders om dieren (varkens en pluimvee) te houden. Die rechten zijn gelimiteerd (schaars) en vrij verhandelbaar gemaakt. In dit artikel wordt dit dierrechtenstelsel aan een nadere beschouwing onderworpen en afgezet tegen drie alternatieven, te weten een ‘traditioneel’ vergunningstelsel zonder verhandelbaarheid, een verplichting om via privaatrechtelijke overeenkomsten het publiek belang te borgen, en het stellen van algemene regels. De twee laatstgenoemde alternatieven zijn daadwerkelijk uitgewerkt in wetsvoorstellen, die in het artikel ook worden beschreven. Geconstateerd wordt dat uiteraard alle stelsels hun voor- en nadelen hebben, maar dat een stelsel van verhandelbare rechten als het dierrechtenstelsel als aanvullend sturingsinstrument waarschijnlijk de beste optie is en blijft. Dat komt met name door de eenvoud, de harde bovengrens en de goede uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.


Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. (Frank) van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Is het gras bij de buren groener? Over de (on)mogelijkheid van territoriale samenhang binnen lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden vrij verkeer van diensten, kansspelen, geschiktheid, samenhang, interne bevoegdheidsverdeling lidstaten
Auteurs Mr. dr. Johan Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Digibet geeft het Hof van Justitie een nieuwe, territoriale dimensie aan de eis dat een beperkende maatregel slechts geschikt is om een legitiem doel te verwezenlijken indien de verwezenlijking van dit doel op samenhangende wijze wordt nagestreefd. Deze eis van territoriale samenhang blijkt op gespannen voet te staan met het respecteren van de interne bevoegdheidsverdeling binnen lidstaten. In het bijzonder kan het regime van een deelstaat dat afwijkt van het regime van andere deelstaten, de geschiktheid van het regime van die andere deelstaten ondermijnen.
    HvJ EU 12 juni 2014, zaak C-156/13, Digibet en Gert Albers/Westdeutsche Lotterie, ECLI:EU:C:2014:1756


Mr. dr. Johan Wolswinkel
Mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is als universitair docent staats- en bestuursrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Sanne Taekema
Toont 1 - 20 van 31 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.