Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 996 artikelen

x

Mr. T. de Vette
Deze rubriek is samengesteld door mr. T. de Vette. De jurisprudentie is gepubliceerd op rechtspraak.nl tussen 13 november 2020 en 21 maart 2021.
Artikel

Access_open De ontwikkeling en implicaties van kinder- en mensenrechten op het gebied van klimaatverandering

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Klimaat, Kinderrechten/IVRK, Jeugdrecht, Mensenrechten, VN-Kinderrechtencomité
Auteurs Dr. M.J. Wewerinke-Singh, Mr. J.A.M. Stein MSc en Prof. mr. J.E. Doek
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel kinderen disproportioneel geraakt worden door klimaatverandering, is er tot op heden nog relatief weinig aandacht besteed aan de juridische kant hiervan. Dit artikel tracht bij te dragen door antwoord te geven op de vraag in hoeverre kinderen ‘klimaatrechten’ hebben op mensen- en kinderrechtelijk vlak. In dit kader worden de ontwikkelingen op het terrein van mensenrechten geschetst. Ook wordt ingegaan op de belangrijkste juridische implicaties van kinderrechten zoals neergelegd in het IVRK. Hiervoor zijn ook alle Concluding Observations uit 2019 op dit onderwerp bestudeerd. Bovendien wordt het analytisch rapport van de OHCHR over klimaat en kinderrechten besproken. Tot slot wordt ingegaan op de klimaatklacht die momenteel voorligt bij het VN-Kinderrechtencomité en de mogelijkheden van kinderen in Nederland voor de effectuering van hun rechten op dit vlak.


Dr. M.J. Wewerinke-Singh
Dr. M.J. Wewerinke-Singh is als universitair docent verbonden aan het Grotius Centre for International Legal Studies in Leiden.

Mr. J.A.M. Stein MSc
Mr. J.A.M. Stein is lid van de werkgroep Jeugd- en Gezondheidsrecht van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). Dit artikel vloeit voort uit de door het NJCM georganiseerde seminar ‘Kinderrechten & klimaat’ gehouden in februari 2020 te Den Haag.

Prof. mr. J.E. Doek
Prof. mr. J.E. Doek is Emeritus hoogleraar familie en jeugdrecht bij de VU Amsterdam en gastmedewerker bij de afdeling jeugdrecht van de Universiteit Leiden.
Artikel

Procesrechtelijke aspecten van de vordering benadeelde partij in het strafproces: welk wetboek gaat daar eigenlijk over?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden schadevergoeding, civiel schadeverhaal, benadeelde partij, verhouding Sv en Rv, strafprocedure
Auteurs Mr. Th.O.M. Dieben en Mr. O.S. Pluimer
SamenvattingAuteursinformatie

    In mei 2019 heeft de Hoge Raad een overzichtsarrest gewezen over de vordering benadeelde partij in strafzaken (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793). Hoewel nuttig voor de praktijk waar het de materiële kant van de vordering betreft, roept het arrest juist vragen op als het om procesrechtelijke aspecten gaat. De Hoge Raad verwijst namelijk meermaals naar bepalingen uit het Rv, terwijl de gemiddelde praktijkbeoefenaar er veelal van uitging dat aan dit wetboek helemaal geen relevantie toekomt in strafzaken. Is sprake van een koerswijziging van de Hoge Raad of houdt de Hoge Raad juist koers? En welk wetboek gaat eigenlijk over de procesrechtelijke kant van de vordering benadeelde partij? Het Sv, het Rv, of allebei? Deze en andere vragen worden beantwoord in dit artikel.


Mr. Th.O.M. Dieben
Mr. Th.O.M. Dieben is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.

Mr. O.S. Pluimer
Mr. O.S. Pluimer is advocaat bij JahaeRaymakers in Amsterdam.
Artikel

Access_open Vergoeding van shockschade sinds de invoering van de Wet vergoeding affectieschade

Een greep uit en op de rechtspraktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2021
Trefwoorden geestelijk letsel, cumulatie, hoogte, niet-ontvankelijkheid, confrontatievereiste
Auteurs Mr. A.M. Overheul
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt middels een eerste, verkennende jurisprudentieanalyse inzichtelijk gemaakt wat speelt op het gebied van vergoeding van immateriële schade in de context van shockschade na inwerkingtreding van de Wet vergoeding affectieschade. De uitspraken zijn geanalyseerd op basis van de cumulatie van de shock- en affectieschadevordering, de hoogte van de vergoeding van immateriële schade in geval van een shockschadevordering, de niet-ontvankelijkheid van de shockschadevordering, het confrontatievereiste en het vereiste van geestelijk letsel. Aan dit laatste vereiste komt in deze bijdrage bijzondere aandacht toe bij bespreking van het juridisch kader.


Mr. A.M. Overheul
Mr. A.M. Overheul is als promovenda verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en Empirical Research into Institutions for Conflict Resolution (ERI) van de Universiteit Utrecht. Haar onderzoek gaat over compensatiesystemen voor beroepsziekten als alternatief voor de klassieke route van het aansprakelijkheidsrecht.

    De begroting van de omvang van de schadepost huishoudelijke hulp leidt vaak tot verdeeldheid tussen (belangenbehartigers van) slachtoffers en verzekeraars. Dit is met name het geval wanneer de schadepost niet onder de normering van de Richtlijn Huishoudelijke Hulp van De Letselschade Raad valt. Dit artikel gaat in op de vraag wanneer het inschakelen van professionele huishoudelijke hulp normaal en gebruikelijk is, hetgeen als criterium voor vergoeding van huishoudelijke hulp heeft te gelden. Er worden – na een uitvoerige analyse van de rechtspraak – diverse handvatten aangereikt ter beantwoording van deze vraag.


Mr. M.W.H.M. Janssen
Mr. M.W.H.M. Janssen is advocaat bij REX Advocaten te Wijchen.
Artikel

De last tot een uitgave van geld of goed: verplichting en vorderingsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden geld, Legaat, aansprakelijkheid, Verhaal, goed
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur de last tot uitgave van geld of van een goed, al dan niet ‘uit de nalatenschap’, aan een of meer personen ten laste van een of meer (of de gezamenlijke) erfgenamen. De keuze van de wetgever om een dergelijke last niet meer als schuld van de nalatenschap te beschouwen, en de daaruit voortvloeiende aanpassingsoperatie van de nodige bepalingen in Boek 4 BW, heeft soms tot onnauwkeurige, soms tot inconsistente en soms zelfs tot onjuiste resultaten geleid.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Regionale Energiestrategie: juridisch instrumentarium en bestuurlijke praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden RES, Omgevingswet, omgevingsplan, beleidsregel, richtlijn
Auteurs R. (Rick) Poelwijk LLM en Prof. dr. A.R. (Richard) Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs in op het juridische kader voor en de bestuurlijke doorwerking van de Regionale Energiestrategie (RES). De auteurs behandelen de juridische status van de RES en het instrumentarium onder de Omgevingswet ter effectuering ervan, en toetsen de RES aan de criteria effectiviteit, zorgvuldigheid en legitimiteit. De mate van binding aan en doorwerking van de RES in het gemeentelijk omgevingsplan wordt in sterke mate beïnvloed door de zorgvuldigheid bij de totstandkoming ervan.


R. (Rick) Poelwijk LLM
R. Poelwijk LLM heeft recent de master Rechtsgeleerdheid (afstudeerrichting Jurist en Overheid) afgerond aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij gemeenteraadslid in de gemeente Diemen.

Prof. dr. A.R. (Richard) Neerhof
Prof. dr. A.R. Neerhof is hoogleraar bestuursrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.
Artikel

COVID-19 & Verzekering

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden verzekeringsrecht, pandemie-uitsluiting, modelclausules, evenementenverzekering, annuleringsverzekering
Auteurs Prof. mr. N. van Tiggele-van der Velde
SamenvattingAuteursinformatie

    De reis- en annuleringsverzekering, maar ook de evenementenpolis leidden tot de nodige COVID-19-uitspraken. Overeenkomstenrecht ten top, zowel in de consumentensfeer als (groot)zakelijk. De verzekeringsbranche kwam (op punten: samen met de overheid) in beweging. Auteur geeft inzicht in wat partijen binnen de branche op het terrein van COVID-19 heeft beziggehouden.


Prof. mr. N. van Tiggele-van der Velde
Prof. mr. N. van Tiggele-van der Velde is hoogleraar Verzekeringsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (Verzekeringsinstituut) en aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij is tevens raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en lid van het Tuchtcollege NIVRE.
Artikel

Access_open Het gewoonterecht anno 2021

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gewoonte, codificatie, algemene voorwaarden, redelijkheid en billijkheid, lex mercatoria
Auteurs Mr. J.J. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het praktisch belang van gewoonterecht is sterk afgenomen. De auteur wijst vier oorzaken aan: toenemende codificatie, de opkomst van gedetailleerde contracten, de opkomst van concurrerende open normen, en maatschappelijke ontwikkelingen. Gewoonterecht blijft echter in sommige gevallen van belang, bijvoorbeeld in de internationale handel en bij de invulling van open normen.


Mr. J.J. Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De csqn-toets bij een nalaten in het licht van het arrest Netvliesloslating: komt bovennormconform gedrag voor rekening van de laedens?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Causaal verband, Onrechtmatige daad, Schade, Schadevergoeding, aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier en Mr. L.A. Burwick
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Netvliesloslating-arrest oordeelt de Hoge Raad dat bij een onrechtmatig nalaten binnen de csqn-toets het feitelijke gedrag dat de laedens daadwerkelijk zou hebben vertoond bij nakoming van de norm doorslaggevend is. Dat bevreemdt, omdat de laedens daardoor soms voor méér schade aansprakelijk is dan als hij zuiver normconform zou hebben gehandeld. In dit artikel betogen de auteurs dat die invulling van de csqn-toets niet strookt met de empirisch logische uitgangspunten daarvan.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is cassatieadvocaat bij BarentsKrans te Den Haag en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. L.A. Burwick
Mr. L.A. Burwick is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Het vermogen van een beëindigde rechtspersoon

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden ontbinding, vereffening, rechthebbende, baten, toebehoren
Auteurs Mr. B. van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Een rechtspersoon kan ophouden te bestaan ondanks de aanwezigheid van baten. Vervolgens is het onduidelijk of het vermogen van de beëindigde rechtspersoon kan blijven bestaan, of dat het met de rechtspersoon eindigt. De auteur komt in dit artikel tot de conclusie dat het vermogen van de beëindigde rechtspersoon kan blijven bestaan.


Mr. B. van der Wal
Mr. B. van der Wal is docent burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Digitale markten

Access_open De Commissie aan de poort: de voorgenomen regulering van techreuzen onder de Digital Markets Act

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2021
Trefwoorden Digital Markets Act (DMA), Wet inzake Digitale Markten, Poortwachterplatforms, digitale interne markt
Auteurs Mr. Y. de Vries, Mr. M.S. Klijsen en Mr. H.M. Pannekoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 december 2020 publiceerde de Commissie haar ‘Digital Services Package’. Dit wetgevingspakket, waar met veel belangstelling naar is uitgekeken, omvat twee voorstellen: de Wet inzake digitale diensten (DSA) en de Wet inzake digitale markten (DMA). De DSA heeft tot doel om de rechten van gebruikers van digitale diensten te beschermen. De DMA bevat aanvullende regels en een nieuw toezichtregime voor machtige onlineplatforms, zogenoemde ‘poortwachters’. Het doel van de DMA is het beteugelen van oneerlijke gedragingen van deze poortwachters waarmee zij zowel concurrenten als consumenten benadelen. In deze bijdrage gaan wij in op het voorstel voor de DMA.
    Commissie Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector (Wet inzake digitale markten) COM/2020/842 def.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. M.S. Klijsen
Mr. M.S. (Midas) Klijsen is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. H.M. Pannekoek
Mr. H.M. (Marik) Pannekoek is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Het belang van de klassenindeling onder de WHOA

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden homologatie, dwangakkoord, klassen, rangregeling, priority rule
Auteurs Mr. M.R. van der Zee en Mr. B. Gideonse
SamenvattingAuteursinformatie

    De WHOA biedt de mogelijkheid om een dwangakkoord buiten surseance van betaling of faillissement op te leggen. De schuldenaar of herstructureringsdeskundige legt het akkoord ter stemming voor aan de schuldeisers en aandeelhouders en indien ten minste één klasse van schuldeisers of aandeelhouders vóór het akkoord stemt, kan de rechter het akkoord homologeren. Een juiste klassenindeling is cruciaal voor het al dan niet slagen van een WHOA-traject. In dit artikel wordt ingegaan op de vrijheid die de schuldenaar of herstructureringsdeskundige heeft bij het vormen van de klassenindeling, de rechterlijke toetsing daarvan en de mogelijke consequenties van die toets.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. (Maaike) van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

Mr. B. Gideonse
Mr. B. (Benjamin) Gideonse is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.
Wetenschap

Wanprestatie/onrechtmatige daad rechtspersoon = onrechtmatige daad bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2021
Trefwoorden aansprakelijkheid, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW, subsidiaire aansprakelijkheid, directe aansprakelijkheid
Auteurs Mr. H.J. Vetter
SamenvattingAuteursinformatie

    De bestuurder van een rechtspersoon kan op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk zijn tegenover een crediteur van de rechtspersoon en gehouden zijn diens schade te vergoeden. Bestuurdersaansprakelijkheid doet zich in de regel alleen voor bij aanwezigheid van een ‘persoonlijk ernstig verwijt’. Meestal is die aansprakelijkheid een subsidiaire aansprakelijkheid: biedt de rechtspersoon geen verhaal voor de vordering van de crediteur, dan richt hij zijn pijlen op de bestuurder, in de hoop daar wel verhaal te vinden. Zijn er gevallen waarin die aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad niet pas aan de orde komt als de rechtspersoon geen verhaal biedt? De voorbeelden liggen niet voor het oprapen, maar het kan zich voordoen als de rechtspersoon door toedoen van de bestuurder zeer ernstig wanprestatie pleegt of de bestuurder de rechtspersoon opzettelijk onrechtmatig laat handelen. In dergelijke gevallen kan de crediteur de bestuurder dadelijk met de rechtspersoon aansprakelijk stellen, ongeacht of de rechtspersoon verhaal biedt of niet.


Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de rechtbank Den Haag.
Artikel

Access_open Het fenomeen ‘pedojagen’: toepassingsbereik van artikel 359a Sv, bezien in het licht van een mogelijke strafzaak tegen de (vermeende) pedoseksueel

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden pedojagen/pedojagers, (evidente) pedoseksueel, (normering) burgeropsporing, (buitensporig) optreden, aanvulling/nuancering artikel 359a Sv
Auteurs Mr. J.D. (Jessica) Schmahl en Mr. L.W. (Lune) Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Pedojagen’ is een groeiend fenomeen, zo blijkt uit recente incidenten. Strafvorderlijke autoriteiten dragen uit dat zij door pedojagers ontmaskerde vermeende pedoseksuelen niet zullen vervolgen. Het is de vraag of dit standpunt in de praktijk ook wordt nageleefd en of naleving altijd wenselijk is. De auteurs beargumenteren dat het OM tot vervolging moet kunnen overgaan wanneer door pedojagers een ‘evidente pedoseksueel’ wordt ontmaskerd. Onderzocht is welke ruimte het klassieke beoordelingskader van artikel 359a Sv (genuanceerd in HR 1 december 2020) aan de rechter biedt, dan wel zou moeten bieden, om consequenties te verbinden aan buitensporig optreden door pedojagers jegens de beschuldigde pedoseksueel.


Mr. J.D. (Jessica) Schmahl
Mr. J.D. Schmahl is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Mr. L.W. (Lune) Verbeek
Mr. L.W. Verbeek is als docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Steekwapens binnen de Wet wapens en munitie

Het voornemen tot een algeheel draagverbod van messen voor minderjarigen bezien na een analyse van de huidige wet.

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden steekwapens, WWM, draagverbod, minderjarigen, messen
Auteurs Mr. J. (Jeroen) Geurts
SamenvattingAuteursinformatie

    Via een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer lieten ministers Grapperhaus en Dekker weten met een actieplan te komen om het (steek)wapenbezit en -gebruik onder jongeren aan banden te leggen. Als onderdeel van dit plan wordt een algeheel draagverbod van alle messen genoemd. In deze bijdrage wordt beschreven welke voorwerpen onder welke omstandigheden als strafbaar steekwapen onder de WWM vallen. Vervolgens wordt, bezien vanuit de huidige WWM, beschreven waarmee de wetgever rekening moet houden als deze over wil gaan tot een algeheel draagverbod van messen voor minderjarigen.


Mr. J. (Jeroen) Geurts
Mr. J. Geurts is advocaat bij Ausma De Jong Advocaten in Utrecht
Artikel

Niet gelijktijdig (consecutief) vervolgen binnen hetzelfde feitencomplex

De gevolgen van het niet gelijktijdig vervolgen, meer specifiek in het geval van artikel 140 Sr

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden criminele organisatie, artikel 140 Sr, vervolgingsbeslissing, ne bis in idem-beginsel, beginselen van een behoorlijke procesorde
Auteurs Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de onderzoeken 13Biscoe en 13Quebec en de daaruit voortkomende uitspraken van de rechtbank Amsterdam worden in deze bijdrage de mogelijke gevolgen beschreven van het niet gelijktijdig vervolgen voor eerst overige gepleegde misdrijven en later voor artikel 140 Sr of andersom, terwijl de misdrijven en artikel 140 Sr wel gaan over hetzelfde feitencomplex. De auteur besteedt hierbij bijzondere aandacht aan de beginselen van een behoorlijke procesorde.


Mr. dr. A.N. (André) Kesteloo
Mr. dr. A.N. Kesteloo is juridisch onderzoeker en auteur.
Trending Topics

Toelichting gewenst: de nieuwe Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden corruptie, aanwijzing, facilitation payments, nationaliteit rechtspersoon, omkoping
Auteurs Mr. J.J. Strijder en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Openbaar Ministerie (OM) publiceert geregeld zonder toelichting gewijzigde versies van zijn aanwijzingen. Aanwijzingen van het OM zorgen over het algemeen voor (meer) duidelijkheid over en gelijkheid binnen het vervolgingsbeleid. Het ontbreken van een toelichting op wijzigingen kan echter juist onzekerheid en ongelijkheid opleveren. Een toelichting bij nieuwe aanwijzingen is daarom aan te bevelen. Dit werd bijvoorbeeld duidelijk bij de nieuwe Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie (Aanwijzing) van het Openbaar Ministerie, die op 1 oktober 2020 in werking trad.1x Stcrt. 2020, 50178. De Aanwijzing vervangt de vorige aanwijzing over dit onderwerp uit 2012,2x Stcrt. 2012, 26939. en voorziet in enkele ingrijpende wijzigingen ten opzichte van haar voorganger. Zo is de uitzondering voor facilitation payments uit de Aanwijzing verdwenen alsook de visie van het OM op de vraag wanneer een rechtspersoon als Nederlander kwalificeert. Enige uitleg over de achtergrond en ratio van deze wijzigingen was op zijn plaats geweest.

Noten

  • 1 Stcrt. 2020, 50178.

  • 2 Stcrt. 2012, 26939.


Mr. J.J. Strijder
Mr. J.J. Strijder is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. Lopik is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De last onder dwangsom nieuwe stijl: een bestraffende sanctie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden last onder dwangsom, herstelsanctie, bestraffende sanctie, criminal charge, rechterlijke toetsing
Auteurs Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot en Mr. W. Zorg
SamenvattingAuteursinformatie

    Het onderscheid tussen herstelsancties en bestraffende sancties blijft vragen oproepen. Vanwege het verschil in rechtswaarborgen voor de overtreder is de kwalificatie van een sanctie als het een of het ander van belang. Dit geldt met name ook voor de inzet van de last onder dwangsom nieuwe stijl, die de laatste jaren als alternatief voor het stafrecht en de bestuurlijke boete door vooral gemeenten wordt gehanteerd. De ABRvS kwalificeert deze sanctie als niet-bestraffend. Daar is zeker iets voor te zeggen. Toch is enige twijfel op zijn plaats, met name in het licht van het criminal charge-begrip van artikel 6 EVRM.


Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce) en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL).

Mr. W. Zorg
Mr. W. Zorg is jurist bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden.
Artikel

Access_open Notariële ambtsethiek als constante in de ­opleiding van de notaris: de deugd in het midden

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, maart 2021
Trefwoorden education, notaries, legal ethics
Auteurs Boudewijn Waaijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Behandeld wordt de vraag of en hoe door educatie een bijdrage kan worden geleverd aan beroepsethisch handelen in het notariaat. Ik doe dat door de opleidingseisen te differentiëren al naar gelang de verschillende gedaanten die de notarieel jurist aanneemt: die van student, beginnend notarieel jurist en notarieel jurist met een afgeronde beroepsopleiding.


Boudewijn Waaijer
Mr. dr. Boudewijn Waaijer is Of counsel bij Dentons Europe LLP, Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 996 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.