Zoekresultaat: 65 artikelen

x
Artikel

Access_open Professionele ethiek in het academisch juridisch onderwijs - Enige inhoudelijke en didactische aanknopingspunten

Special issue on Education in (Professional) Legal Ethics, ­Emanuel van Dongen & Jet Tigchelaar (eds.)

Tijdschrift Law and Method, juni 2021
Auteurs Emanuel van Dongen en Jet Tigchelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs inhoudelijke en didactische aanknopingspunten voor de integratie van professionele ethiek in de academische juridische opleiding. Dat gaat wat de auteurs betreft verder dan (enkel) het leren van gedragsregels, maar betreft ook de (kritisch-)ethische reflectie (op de professionele rol) van de jurist en ethische oordeelsvorming. Aanknopingspunten uit rechtstheoretische en onderwijskundige literatuur vragen om een curriculum brede, stapsgewijze, inbedding met passende toetsing. Dit onderwijs dient idealiter een combinatie te zijn van afzonderlijke meta-juridische vakken over recht en ethiek, positiefrechtelijke vakken die ethische elementen bevatten, klinische training en specifieke vakken over beroeps- of professionele ethiek. In dit artikel bespreken de auteurs diverse methoden die kunnen worden gebruikt om het onderwijs vorm te geven en illustreren dit met enkele voorbeelden uit het Utrechts universitair juridisch onderwijs. Actieve participatie, reflectie en – idealiter – eigen ervaringen zijn daarbij van groot belang. Een aantal modellen uit niet-juridische disciplines kan behulpzaam zijn bij het bieden van structuur voor ethische reflectie, voor zover het morele sensitiviteit en morele oordeelsvorming stimuleert. Verscheidene toetsingselementen op het terrein van de ethiek zijn door het curriculum heen nodig. Leeractiviteiten en toetsing kunnen worden opgebouwd in het curriculum van kennis en begrip, naar competenties ten aanzien van ethische dilemma’s en moreel oordelen.


Emanuel van Dongen
Dr. Emanuel van Dongen is Assistant Professor Private Law at the Molengraaff Institute for Private Law, researcher at the Utrecht Centre for Accountability and Liability Law and the Montaigne Centre for Rule of Law and Administration of Justice, Utrecht School of Law.

Jet Tigchelaar
Dr. Jet Tigchelaar is Assistent Professor Legal Theory at the Institute for Jurisprudence, Constitutional and Administrative Law, researcher at the Utrecht Centre for European Research into Family Law, Utrecht School of Law.
Artikel

Het digitale strafproces: een procedural justice-perspectief

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Videorechtspraak, Procedural justice, Eerlijk proces, Participatie, Rechterlijke besluitvorming
Auteurs Mr. dr. C. (Christina) Peristeridou, Dr. A. (Anna) Pivaty en Dr. D.L.F. (Dorris) de Vocht
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de coronacrisis heeft het gebruik van technologie in de rechtszaal een enorme vlucht genomen. In deze bijdrage wordt gereflecteerd op de vraag of – en zo ja, in hoeverre – videorechtspraak bepaalde fundamentele, rechtstatelijke beginselen van ons strafproces raakt. Hiertoe worden de (potentiële) effecten van remote justice besproken in het licht van het brede (niet strikt juridische) procedural justice perspectief waarbij de nadruk wordt gelegd op de deelaspecten participatie en zorgvuldigheid van besluitvorming.


Mr. dr. C. (Christina) Peristeridou
Christina Peristeridon is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Maastricht.

Dr. A. (Anna) Pivaty
Anna Pivaty is universitair docent straf(proces)recht en onderzoeker Conflictoplossende Instituties aan de Radboud Universiteit.

Dr. D.L.F. (Dorris) de Vocht
Dorris de Vocht is universitair docent straf(proces)recht aan de Universiteit Maastricht en tevens rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg.
Artikel

De aanvang van de korte verjaringstermijn bij beroepsaansprakelijkheidsvorderingen na het arrest van de Hoge Raad van 9 oktober 2020

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden beroepsfout, bekendheid, art. 3:310 BW, schadevergoeding
Auteurs Mr. M. de Haan en Mr. E.A.L. van Emden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over het moment waarop de verjaringstermijn van de beroepsaansprakelijkheidsvordering van de (voormalig) cliënt op zijn adviseur een aanvang neemt. In dit artikel wordt het arrest bekeken in de context van eerdere rechtspraak over dit onderwerp en wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven norm in de praktijk kan uitwerken.


Mr. M. de Haan
Mr. M. de Haan is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.

Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Article

Access_open How Far Should the State Go to Counter Prejudice?

A Positive State Obligation to Counter Dehumanisation

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden prejudice, soft paternalism, empathy, liberalism, employment discrimination, access to goods and services
Auteurs Ioanna Tourkochoriti
SamenvattingAuteursinformatie

    This article argues that it is legitimate for the state to practice soft paternalism towards changing hearts and minds in order to prevent behaviour that is discriminatory. Liberals accept that it is not legitimate for the state to intervene in order to change how people think because ideas and beliefs are wrong in themselves. It is legitimate for the state to intervene with the actions of a person only when there is a risk of harm to others and when there is a threat to social coexistence. Preventive action of the state is legitimate if we consider the immaterial and material harm that discrimination causes. It causes harm to the social standing of the person, psychological harm, economic and existential harm. All these harms threaten peaceful social coexistence. This article traces a theory of permissible government action. Research in the areas of behavioural psychology, neuroscience and social psychology indicates that it is possible to bring about a change in hearts and minds. Encouraging a person to adopt the perspective of the person who has experienced discrimination can lead to empathetic understanding. This, can lead a person to critically evaluate her prejudice. The paper argues that soft paternalism towards changing hearts and minds is legitimate in order to prevent harm to others. It attempts to legitimise state coercion in order to eliminate prejudice and broader social patterns of inequality and marginalisation. And it distinguishes between appropriate and non-appropriate avenues the state could pursue in order to eliminate prejudice. Policies towards eliminating prejudice should address the rational and the emotional faculties of a person. They should aim at using methods and techniques that focus on persuasion and reduce coercion. They should raise awareness of what prejudice is and how it works in order to facilitate well-informed voluntary decisions. The version of soft paternalism towards changing minds and attitudes defended in this article makes it consistent with liberalism.


Ioanna Tourkochoriti
Ioanna Tourkochoriti is Lecturer Above the Bar, NUI Galway School of Law.

    Beroepsbeoefenaars kunnen met hun opdrachtgever overeenkomen dat het kantoor waaraan zij zijn verbonden als enig opdrachtnemer heeft te gelden. De vraag is in hoeverre daarmee ook de persoonlijke aansprakelijkheid van de beroepsbeoefenaar kan worden uitgesloten. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag in hoeverre het uitsluiten van persoonlijke aansprakelijkheid door beroepsbeoefenaars mogelijk is.


Mr. E.A.L. van Emden
Mr. E.A.L. van Emden is advocaat bij NN Advocaten (Nationale-Nederlanden) te Den Haag.
Artikel

Defaunatie en de coronapandemie

Overexploitatie bezien vanuit een groen criminologisch perspectief

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2020
Trefwoorden defaunation, corona, wildlife trade, excess, ecological interaction
Auteurs Dr. Daan van Uhm
SamenvattingAuteursinformatie

    The overexploitation of nature has led to anthropogenic defaunation, which results in complex socioeconomic, political and ecological consequences. Influenced by the economic growth of modernization and the interconnectedness of globalization, zoonotic diseases emerge as incalculable side effects of defaunation. By rejecting anthropocentric worldviews, this article critically examines anthropogenic defaunation and the causes and consequences of the coronavirus pandemic from a green criminological perspective.


Dr. Daan van Uhm
Dr. Daan van Uhm is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Risicogedrag van jongeren

In hoeverre verschilt de invloed van leeftijdsgenoten op het beginnen met risicogedrag en aanpassen in risicogedrag?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden antisocial behavior, social network analysis, SIENA, subtance use, onset
Auteurs Dr. Aart Franken, Dr. Jan Kornelis Dijkstra, Dr. Zeena Harakeh e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies investigating peer influence on risk behaviors, such as antisocial behavior and substance abuse, mostly study the amount of change in which adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends. Onset of risk behavior, changing form having no experience to having any experience with risk behavior, has been studies far less. This study investigates friends’ influence on the onset of risk behavior and their influence in changes in risk behavior. Hypotheses were tested using SNARE (Social Network Analysis of Risk behavior in Early adolescence) data (N=1.144), containing information on risk behavior (i.e. antisocial behavior, alcohol use, and tobacco use) and friendship networks at three timepoints during the first year of secondary education (Mage= 12.7; SD=0.47). Analyses, using longitudinal social network analysis (RSIENA), showed that although adolescents adapt their risk behavior to become more similar to their friends, they are not influence in by their friends in the onset of risk behavior. These findings suggest s more nuanced role of friends in the onset of risk behavior. Interventions aiming at friends might benefit from differentiating between the onset and further (dis)continuation of risk behavior as these friendship influence processes might be less relevant for the onset of risk behavior.


Dr. Aart Franken
Dr. A. Franken is psycholoog NIP (i.o.t. gz-psycholoog) bij de Praktijk voor leer- en gedragsadviezen.

Dr. Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is UHD Sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en senior-analist RIEC Noord.

Dr. Zeena Harakeh
Dr. Z. Harakeh is onderzoeker bij TNO, expertisegebied Child Health.

Dr. Wilma Vollebergh
Prof. dr. W.A.M. Vollebergh is emeritus hoogleraar Jeugdstudies aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Waarom melden burgers?

Individuele, sociale en institutionele drijfveren voor meldgedrag in het verleden en toekomstige meldingsbereidheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden reporting behavior, crime, citizen participation, psychological drivers, response efficacy
Auteurs Wendy Schreurs
SamenvattingAuteursinformatie

    Reports by citizens are a great source of information for the police. Local residents often know well what is going on in their neighborhood and which situations are suspicious. In this study, an online survey was conducted to investigate what drives citizens to report to the police. A wide range of individual, social and institutional drivers were explored. The results show that the more often people have reported anything to the police in the past, the higher their risk perception, self-efficacy, citizen participation and police legitimacy. Furthermore, participants with a higher degree of self-efficacy, response efficacy, trust in the police and police legitimacy appeared to be more willing to report in the future. An open question regarding what motivates people the most to report show that response efficacy (the idea to what extent reporting has an effect on increasing safety and reducing crime) and altruistic values (justice, to help society and punish the perpetrators) were mentioned most frequently.


Wendy Schreurs
Wendy Schreurs is werkzaam bij de Politieacademie.
Article

Access_open The Singapore International Commercial Court: The Future of Litigation?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international commercial court, Singapore, dispute resolution, litigation
Auteurs Man Yip
SamenvattingAuteursinformatie

    The Singapore International Commercial Court (‘SICC’) was launched on 5 January 2015, at the Opening of Legal Year held at the Singapore Supreme Court. What prompted the creation of SICC? How is the SICC model of litigation different from litigation in the Singapore High Court? What is the SICC’s track record and what does it tell us about its future? This article seeks to answer these questions at greater depth than existing literature. Importantly, it examines these questions from the angle of reimagining access of justice for litigants embroiled in international commercial disputes. It argues that the SICC’s enduring contribution to improving access to justice is that it helps to change our frame of reference for international commercial litigation. Hybridisation, internationalisation, and party autonomy, the underpinning values of the SICC, are likely to be the values of the future of dispute resolution. International commercial dispute resolution frameworks – typically litigation frameworks – that unduly emphasise national boundaries and formalities need not and should not be the norm. Crucially, the SICC co-opts a refreshing public-private perspective to the resolution of international commercial disputes. It illuminates on the public interest element of the resolution of such disputes which have for some time fallen into the domain of international commercial arbitration; at the same time, it introduces greater scope for self-determination in international commercial litigation.


Man Yip
BCL (Oxon).
Artikel

Access_open Schadeveroorzakende toestanden

Wanneer begint de lange verjaringstermijn van twintig jaar te lopen bij een vordering op grond van art. 6:174 BW?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden verjaring, rechtsvordering, aansprakelijkheid, schade, art. 3:310 BW
Auteurs Mr. B.T. Berends en Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Zandvoortse muur oordeelt de Hoge Raad dat de objectieve verjaringstermijn in het geval van een schadeveroorzakende gebeurtenis met een voortdurend karakter begint te lopen zodra deze gebeurtenis is opgehouden te bestaan. Dat is een nuancering van zijn rechtspraak, waarvan de reikwijdte volgens de auteurs echter beperkt lijkt.


Mr. B.T. Berends
Mr. B.T. Berends is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.

Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Jongerenrechtbanken: oplossingsgerichte lekenrechtspraak voor en door leerlingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2018
Trefwoorden youth courts, restorative justice, active citizenship, schools, community
Auteurs Drs. Gert Jan Slump en Prof. dr. Jessica Asscher
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the backgrounds, the development and first findings on youth courts in the Netherlands. A Dutch version of the USA youth courts was developed and piloted in 4 Amsterdam schools. Cases referred are small (partly illegal) incidents committed in the school environment. The Dutch youth court practice is described against the background of transformational change in society and the development of restorative justice and (peer oriented) development of citizenship. Although the model is still in development and schools are somewhat reluctant to deliver and refer cases, practice is growing.


Drs. Gert Jan Slump
Drs. G.J. Slump is criminoloog en landelijk projectleider voor de Stichting Jongerenrechtbanken Nederland. Hij heeft een eigen adviespraktijk voor projecten op strafrechtelijk gebied en geeft trainingen op het terrein van herstelrecht en herstelgericht werken.

Prof. dr. Jessica Asscher
Prof. dr. J. Asscher is hoogleraar Forensische Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is lid van de Raad van Advies van de stichting Jongerenrechtbanken.
Redactioneel

Groene criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2018
Auteurs Dr. Daan van Uhm en Prof. dr. Toine Spapens
Auteursinformatie

Dr. Daan van Uhm
Dr. D.P. van Uhm is universitair docent criminologie bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Drie perspectieven op de illegale vogelhandel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2018
Trefwoorden green criminology, illicit trade in species of endangered birds, CITES convention
Auteurs Dr. Daan van Uhm en Prof. dr. Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands are considered as an important hub for the illicit trade in species of endangered birds protected by the CITES convention. In this article the authors analyze five substantial criminal cases from three different perspectives. First, from a criminal business perspective, the cases illustrate that logistics vary from relatively simple to highly complex, but always require in-depth knowledge of the animals as well as regulations, to be able to keep the birds alive to make a profit, and to smuggle them to the Netherlands, respectively. Second, from a network perspective, it is clear that those who are involved in the illicit trade – suppliers, traders and customers – are part of a closed and often long-lasting group of people who know the trade. Finally, from a green criminological perspective, the authors conclude that harms of the illicit trade in protected birds are mentioned only to a limited extent in court rulings, contrary to what one might expect based on social construction theories of criminalization and sentencing.


Dr. Daan van Uhm
Dr. D.P. van Uhm is universitair docent criminologie bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.

    The Court of Appeal has overruled the recent Employment Appeal Tribunal (EAT) decision in Efobi – v – Royal Mail [2017] IRLR 956 (reported in EELC 2017/41), restoring the previous position that a claimant in a discrimination case has the initial burden of proof – which ‘shifts’ to the respondent to provide an explanation of why its conduct was non-discriminatory if a prima facie case is proven.
    The Court of Appeal disagreed with Mrs Justice Elisabeth Laing’s ruling in Efobi, that section136 of the Equality Act 2010 had made a substantial change to the law when it was introduced, on the basis that it could not be fair that a respondent should have to discharge the burden of proof without the claimant first showing that there is a case to be answered. Lord Singh ruled that it could not have been Parliament’s intention to remove this initial burden of proof when it enacted the Equality Act.


Kayleigh Williams
Kayleigh Williams is a paralegal at Lewis Silkin LLP.
Artikel

Extra bescherming van Nederlandse beursondernemingen: noodzaak of hypocrisie?

Verslag van het Eumedion-symposium 2017

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden beschermingsmaatregelen, bedenktijd, agenderingsrecht, aandeelhoudersactivisme, langetermijnwaardecreatie
Auteurs Mr. T.A. Keijzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het Eumedion-symposium van 17 november 2017 bespreekt de auteur recente ontwikkelingen in het Nederlandse corporate governance-landschap, specifiek de mogelijkheden voor beursvennootschappen om zich te beschermen tegen een ongewenste overname. In dat kader wordt onder meer ingegaan op het agenderingsrecht van aandeelhouders, de aangekondigde invoering van de bedenktijd en de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting.


Mr. T.A. Keijzer
Mr. T.A. Keijzer is promovendus bij de sectie Ondernemings- en Financieel Recht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

Access_open De daling in jeugddelinquentie: minder risico, meer bescherming?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2018
Trefwoorden crime drop, juvenile delinquency, risk and protective factors, ecological model, self-reported delinquency
Auteurs Dr. André van der Laan, Dr. Josja Rokven, Dr. Gijs Weijters e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    According to police statistics, juvenile crime in the Netherlands decreased annually since 2007. Explanations for the crime drop primarily focused on single macro explanations, such as increasing prosperity, focused policing or decreasing alcohol use. The prevalence of self-reported delinquency also dropped in the period 2005 till 2015. In three consecutive cohorts of the Youth Delinquency Survey (YDS; 2005, 2010, 2015) changes in exposure to risk and protective factors offered potential explanations for the drop in juvenile delinquency. Compared to previous cohorts, juveniles in the 2015-cohort were less exposed to risk factors like alcohol use and delinquent friends, and more exposed to protective factors like perceived emotional support, solicitation and monitoring by parents. Amongst serious delinquents, however, the exposure to individual risk behavior and delinquent friends was stable over time. Serious delinquents also showed stability over the cohorts in frequency and seriousness of offenses. The vulnerability for risk and protective factors was consistent amongst the three cohorts, regardless the seriousness of delinquency. Changing social cultural attitudes towards risk behavior, e.g. delinquency, could be an additional explanation for the juvenile crime drop. Implications for theory and policy are discussed.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Josja Rokven
Dr. J. Rokven is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G. Weijters is senioronderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Dr. Marinus Beerthuizen
Dr. M.G.C.J. Beerthuizen is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Selectieve ‘culturalisering’ in de praktijk van de jeugdbescherming in België

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2017
Trefwoorden youth justice, Roma, Caucasian migrants, refugees, selectivity, deviance
Auteurs dr. Olga Petintseva
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper focuses on the practice of youth justice (termed ‘youth protection’ in Belgium) in which professional actors ascribe deviant behaviour of youngsters to different cultural and migration backgrounds. Intra-European Roma migrants and refugees from the Northern Caucasus in Belgium are chosen as case studies. Discourse analysis of 55 youth court files and 41 expert interviews with professional actors show that deviant behaviour of these young people is explained in different manners. Two discourses are identified: ‘criminal vagabonds’ and ‘war torn children’. These discourses and their effects in practice differ tremendously for both groups. The broader discussion this article touches upon is the selective inclusion and exclusion in the institutions of formal social control, through social practices of culturalisation.


dr. Olga Petintseva
dr. Olga Petintseva is doctor-assistent aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht, Universiteit Gent. Haar onderzoeksinteresse situeert zich binnen de narratieve criminologie, cultuurstudies en sociolinguïstiek. E-mail: olga.petintseva@ugent.be.

    The Employment Appeal Tribunal (EAT) has adopted a new approach to the burden of proof in discrimination cases. Up to now, the courts have held that the claimant must, in the first instance, prove sufficient facts from which (in the absence of any other explanation) an inference of discrimination can be drawn. Once the claimant has established these facts, the burden of proof shifts to the respondent to show that he or she did not breach the provisions of the Act. The EAT has now said that courts should consider all of the evidence (both the claimant’s and the respondent’s) when making its finding of facts, in order to determine whether or not a prima facie case of discrimination has been made out. It is then open to the respondent to demonstrate that there was no discrimination. This is an important development in how the burden of proof is dealt with in discrimination cases. It clarifies that it is not only the claimant’s evidence which will be scrutinised in determining whether the burden of proof has shifted, but also the respondent’s evidence (or lack thereof).


Hannah Price
Hannah Price is a Legal Director at Lewis Silkin LLP.
Artikel

Liquidaties in Nederland in historisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden contract killings, history, the Netherlands, drugs, population groups
Auteurs Drs. E. Slot
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the subsequent waves of contract killings in the Netherlands since the twentieth century. Contract killings appear to happen especially within ethnic groups which are newcomers to Dutch society. The Chinese community in Amsterdam fought two internal ‘wars’. The first one was from 1918 till 1935 and circled around the trade in opium and arms. The second one took place between 1969 and the mid-seventies and was fueled by conflicts about the heroin trade. Then Turkish criminals took over the heroin trade, which resulted in a wave of Turkish victims of contract killings throughout the second half of the seventies and into the eighties. The cocaine trade came up in the eighties and was run first by Chileans and later by Colombians, which resulted in several murders within the criminal circles of these communities. While contract killings of (by birth) Dutch criminals had always been very rare, this changed from the mid-eighties. These killings not only took place in Amsterdam, but also in the southern provinces of Limburg and Brabant, as well as in Rotterdam. Most Dutch criminals specialized in cannabis growing and trading. In the nineties the number of contract killings reached a peak. By then Yugoslavs had entered the criminal scene in the Netherlands. They cooperated with Dutch criminals and offered their services as hitmen. From 2000 onwards the number of contract killings has been dropping constantly and has now reached a more or less constant level of around twenty yearly. In the last couple of years many young Moroccan Dutch criminals have been killing and killed in conflicts on drugs trade. The author signalizes a lack of ‘professionalism’ in contract killers today and draws a parallel with the period when Chinese criminals were fighting their wars in Amsterdam. The hitmen are young, have little experience, are not intelligent and use far too many bullets to do the job.


Drs. E. Slot
Drs. Eric Slot is freelance journalist en doet sinds 1992 onderzoek naar moord en doodslag in Nederland. Hij publiceerde onder meer Moordatlas van Amsterdam (2014), Met groot verlof. Liquidaties in crimineel Nederland (2009) en Wrede straten. Wandelingen door moorddadig Amsterdam (1998).
Artikel

Wanneer start de korte verjaringstermijn?

De Hoge Raad houdt koers. HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:552 (De Mispelhoef)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2017
Trefwoorden verjaring, rechtsvordering, aansprakelijkheid, schade, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. J.M. Fluitsma en Mr. dr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Niettegenstaande een andere conclusie van de A-G houdt de Hoge Raad vast aan zijn eigen rechtspraak inzake de start van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 BW. Daarmee is een juiste balans gevonden tussen de beide rationes van de verjaringsregeling, de rechtszekerheid en de billijkheid.


Mr. J.M. Fluitsma
Mr. J.M. Fluitsma is als advocaat verbonden aan Nysingh advocaten-notarissen in Arnhem.

Mr. dr. R.D. Lubach
Mr. dr. R.D. Lubach is als advocaat verbonden aan Nysingh advocaten-notarissen in Arnhem.
Toont 1 - 20 van 65 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.