Zoekresultaat: 17 artikelen

x
Redactioneel

Enkele observaties over de Netherlands Commercial Court

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden ondernemingsrecht
Auteurs Prof. mr. H. Koster
Auteursinformatie

Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling Ondernemingsrecht) van de Universiteit van Leiden als hoogleraar Ondernemingsrecht. Hij is tevens verbonden aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2019

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2020
Auteurs Robert Hendrikse, Justin Interfurth, Floris-Jan Werners e.a.

Robert Hendrikse

Justin Interfurth

Floris-Jan Werners

Bas van Zelst
Article

Access_open Requirements upon Agreements in Favour of the NCC and the German Chambers – Clashing with the Brussels Ibis Regulation?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden international commercial courts, the Netherlands Commercial Court (NCC), Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen), Brussels Ibis Regulation, choice of court agreements, formal requirements
Auteurs Georgia Antonopoulou
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, the Netherlands and Germany have added themselves to the ever-growing number of countries opting for the creation of an international commercial court. The Netherlands Commercial Court (NCC) and the German Chambers for International Commercial Disputes (Kammern für internationale Handelssachen, KfiH) will conduct proceedings entirely in English and follow their own, diverging rules of civil procedure. Aspiring to become the future venues of choice in international commercial disputes, the NCC law and the legislative proposal for the establishment of the KfiH allow parties to agree on their jurisdiction and entail detailed provisions regulating such agreements. In particular, the NCC requires the parties’ express and in writing agreement to litigate before it. In a similar vein, the KfiH legislative proposal requires in some instances an express and in writing agreement. Although such strict formal requirements are justified by the need to safeguard the procedural rights of weaker parties such as small enterprises and protect them from the peculiarities of the NCC and the KfiH, this article questions their compliance with the requirements upon choice of court agreements under Article 25 (1) Brussels Ibis Regulation. By qualifying agreements in favour of the NCC and the KfiH first as functional jurisdiction agreements and then as procedural or court language agreements this article concludes that the formal requirements set by the NCC law and the KfiH proposal undermine the effectiveness of the Brussels Ibis Regulation, complicate the establishment of these courts’ jurisdiction and may thus threaten their attractiveness as future litigation destinations.


Georgia Antonopoulou
PhD candidate at Erasmus School of Law, Rotterdam.
Artikel

Access_open De dialectiek bij Paul Scholten: haar aard, oorsprong en bronnen

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Paul Scholten, dialectiek, existentialisme, Artificiële Intelligentie, ethische theologie
Auteurs Wim Borst
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bekend kenmerk van Scholtens beschouwingswijze was zijn dialectiek.
    Langemeijer heeft de aard ervan scherp geduid, maar erkend in het duister te tasten over haar oorsprong en bronnen. Hegel en Barth komen niet in aanmerking. Ik wijs op de betekenis die de theoloog P.D. Chantepie de la Saussaye (1848-1920) gehad kan hebben voor de ontwikkeling van Scholtens denken, zowel inhoudelijk als qua dialectiek. Sommige contemporaine auteurs lijken Scholten schatplichtig te achten aan Kierkegaard; ik acht dat te speculatief. Moderne digitale technologie opent potentieel grote mogelijkheden voor de toepassing van computers en artificiële intelligentie (AI) in de rechtspleging. Scholtens dialectiek stelt ons voor fundamentele rechtsfilosofische vragen ten aanzien van de mogelijkheid en wenselijkheid van ‘rechtspraak door computers’.


Wim Borst
Wim Borst is beleidsadviseur op het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Access_open Waarheidsplicht en bewijslastverdeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2019
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, waarheidsplicht, bewijslastverdeling, bewijsrecht, artikel 21 Rv
Auteurs Redouan El Gamali en Eric Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de verhouding tussen de waarheidsplicht en de bewijslastverdeling aan een nader onderzoek onderworpen. Besproken zal worden de praktische uitwerking van de interactie tussen de twee leerstukken. Het wetsvoorstel vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wordt daarbij betrokken. Geconcludeerd zal worden dat de waarheidsplicht in zeker opzicht breder is dan de bewijslastverdeling, maar zij is niet los te denken van de vraag wie het bewijsrisico draagt. Een verbeterd sanctiestelsel zou de waarheidsplicht beter doen aansluiten bij de praktijk van het civiele proces.


Redouan El Gamali
Mr. R. El Gamali is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag en afgestudeerd aan Tilburg Law School.

Eric Tjong Tjin Tai
Prof. mr. ir. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburg Instituut voor Privaatrecht (TIP).
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2017-2018

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2019
Auteurs Robert Hendrikse en Leonie Rammeloo

Robert Hendrikse

Leonie Rammeloo
Artikel

Woord in beeld

Legal design in opmars

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2018
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd, Martijn Gijsbertsen en Maurits Fornier
Auteursinformatie

Nathalie Gloudemans-Voogd

Martijn Gijsbertsen
Beeld

Maurits Fornier
Beeld

    It is often claimed in the media and in political and academic debates that more law nurtures more research, which in turn should generate more information. However, the question researchers are left with is: What does this mean for comparative law and its methods? This paper takes the context of European consumer sales law as an example of the web of rules applicable at both European and national level. In this context, the main idea behind this article is that looking at law and research as data to be built upon and used in further analysis can revolutionise the way in which legal research is understood. This is because current research methods in European consumer sales law fall short of systematically analysing the essential weaknesses of the current regulation system. In this contribution, I argue that the volume of regulation in European consumer law is large enough for it to be considered Big Data and analysed in a way that can harness its potential in this respect. I exemplify this claim with a case-study consisting in the setting up of a Convergence Index that maps the converging effect of harmonizing policies adopted by the European legislator in the field of


Catalina Goanta
Assistant Professor of Private Law, Maastricht Law School, Maastricht University, The Netherlands.
Jurisprudentie

Arbitragerecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. drs. M.H. de Boer en Mr. M. van de Hel-Koedoot

Mr. drs. M.H. de Boer

Mr. M. van de Hel-Koedoot
Artikel

De overwegingen en keuzemogelijkheden bij het opstellen van een arbitrageclausule

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden arbitrage, arbitragereglement, arbitrage-instituut, arbitrageovereenkomst, arbitrageclausule
Auteurs Mr. J. van der Kraan
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaak wordt in een contract gemakshalve een standaard arbitrageclausule opgenomen met een verwijzing naar een bestaand arbitragereglement. Maatwerk hoeft niet ingewikkeld te zijn en voorkomt dat een cliënt voor vervelende verrassingen komt te staan. In deze bijdrage worden de verschillende aandachtsgebieden beknopt onder de aandacht gebracht.


Mr. J. van der Kraan
Mr. J. van der Kraan is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff, als docent verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit en als promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Beklemd tussen het recht en de feiten

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden rechtsontwikkeling, rechtsbescherming, civiele kamer, feitenrechtspraak, framing
Auteurs Prof. mr. A. Hammerstein
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt gesteld dat rechtsontwikkeling en rechtsbescherming hand in hand gaan en de cassatierechter daardoor soms in de knel raakt tussen het recht en de feiten.


Prof. mr. A. Hammerstein
Prof. mr. A. Hammerstein is waarnemend Advocaat-generaal bij de Hoge Raad.
Artikel

HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen

Over de moeizame relatie tussen het Unierecht en arbitrage

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Arbitrage, EEX-Verordening, EEX-herschikking, anti-suit injunction
Auteurs Mr. dr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat de EEX-Verordening niet van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale anti-suit injunctions. Die vraag wordt beheerst door het nationale en het internationale recht dat van toepassing is in de lidstaat waar de erkenning en tenuitvoerlegging van de anti-suit injunction wordt gezocht.
    HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen, ECLI:EU:C:2015:316


Mr. dr. B. van Zelst
Mr. dr. B. (Bas) van Zelst is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Contracteren met arbiters

Aandachtspunten bij de rechtsrelatie tussen arbiters en procespartijen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2014
Trefwoorden overeenkomst, arbiters, procespartijen, verschoning, opdracht
Auteurs B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de aard en inhoud van de rechtsverhouding tussen het scheidsgerecht en de procespartijen nader geanalyseerd. Aan de orde komen: het toepasselijk recht, de verplichtingen van partijen en de rol van het scheidsgerecht in post-arbitrage geschillen.


B. van Zelst
B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne N.V. te Amsterdam en als onderzoeker verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit.
Artikel

De nieuwe arbitragewet bezien vanuit het perspectief van de gewone rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden arbitragewet, arbiters, arbitraal vonnis, vernietiging, remission
Auteurs Mr. I.P.M. van den Nieuwendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe arbitragewet treedt op 1 januari 2015 in werking. Er wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen van de arbitragewet vanuit het perspectief van de gewone rechter. Naast de afbakening van de bevoegdheid van de gewone rechter in verband met het bestaan van een geldige arbitrageovereenkomst, heeft de gewone rechter een assisterende rol en een controlerende rol ten aanzien van arbitrage. Aan de orde komen onder andere de plaatsing van het arbitraal beding in algemene voorwaarden op de zwarte lijst, de institutionele wraking, de tenuitvoerlegging en vernietiging van een arbitraal vonnis, de mogelijkheid tot terugverwijzing naar het scheidsgerecht en het overgangsrecht.


Mr. I.P.M. van den Nieuwendijk
Mw. mr. I.P.M. van den Nieuwendijk is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

Remission in de nieuwe arbitragewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Remission, Terugverwijzing, Vernietiging, Herroeping, Arbitrage
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de voorgestelde mogelijkheid van remission in de nieuwe arbitragewet. Daarbij signaleren zij een aantal mogelijke onduidelijkheden en discussiepunten. Zij trachten daar antwoorden op te geven en stellen een aantal oplossingen voor. De auteurs concluderen dat de mogelijkheid van remission bijdraagt aan een efficiënte(re) procesvoering. Daarom valt zij toe te juichen.


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij Banning N.V. alsmede docent en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. B. van Zelst
Mr. Van Zelst is docent aan de Radboud Universiteit.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.