Zoekresultaat: 176 artikelen

x
Titel

Innovatie en betere regelgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Experimenteerregelgeving, Toekomstbestendigheid, Innovatiebeginsel, Innovatiebeleid
Auteurs Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    Het innovatiebeginsel is tegenwoordig onderdeel van de geïntegreerde aanpak van de Europese Commissie voor betere regelgeving. Het innovatiebeginsel waarborgt dat bij de ontwikkeling van beleid en wetgeving de gevolgen voor innovatie volledig worden beoordeeld. De impact van nieuwe regels op innovatie wordt ook in Nederland geanalyseerd in het IAK en in het kader van de mkb-toets. Toch blijft de betekenis van het innovatiebeginsel ondoorgrondelijk. De literatuur is tevens terughoudend ten opzichte van de invoering van innovatie als een rechtsbeginsel. Dit artikel geeft aan de hand van interdisciplinaire literatuur een genuanceerd beeld van innovatievriendelijke regelgeving en het innovatiebeginsel. Het gaat in op de juiste interpretatie van het innovatiebeginsel en hoe dit principe kan bijdragen aan het realiseren van betere regelgeving.


Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
Prof. mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordas is adjunct-hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht en Rosalind Franklin Fellow, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat, docent Verdiepend ondernemingsrecht aan de University of Curaçao en redacteur van het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht, en redacteur van het Caribisch Juristenblad.
Uit de wetgevingspraktijk

De lat voor de wetgevingsjurist

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wetgeving, juridische functie, rol ambtenaar, wetgevingskwaliteit, politiek-bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. J. Schipper-Spanninga en Mr. G.P. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs stellen de vraag of de lat voor wetgevingsjuristen nu hoger lijkt te liggen dan voorheen. De inhoudelijke eisen aan goede wetgeving zijn niet wezenlijk veranderd, hoewel zij een sterke verfijning te zien geven. Ook de roep om een betere verbinding tussen wetgeving, beleid en uitvoering is niet nieuw. Wel zien de auteurs dat maatschappelijke ontwikkelingen als de meer participerende rol van de overheid, de complexiteit van de maatschappelijke vraagstukken en de toenemende druk op het totstandkomingstempo van wetgeving de omgeving van de wetgevingsjurist en de omstandigheden waaronder hij zijn werk verricht aanzienlijk hebben veranderd. Op de vaardigheden als samenwerking, flexibiliteit, je kunnen verplaatsen in anderen en snel schakelen wordt in de loop der tijd een steeds sterker beroep gedaan.


Mr. J. Schipper-Spanninga
Mr. J. (Hanneke) Schipper-Spanninga is directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. G.P. Visser
Mr. G.P. (Gerine) Visser is directiesecretaris bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

OV-verboden: tussen publiekrecht en privaatrecht

Het rechtskarakter van toegangsverboden op stations en in het openbaar vervoer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2020
Trefwoorden reisverbod, private regulering, buitengewoon opsporingsambtenaar, handhaving, sancties
Auteurs Mr. dr. A.E. van Rooij en Mr. S.O. Visch
SamenvattingAuteursinformatie

    OV-verboden worden opgelegd om overlast in het openbaar vervoer en op stations te bestrijden. Zowel het privaatrechtelijke huisrecht en contractenrecht als de Wet personenvervoer 2000 bieden vervoerders en hun veiligheidspersoneel een juridische basis voor dit optreden. Bij de totstandkoming van de wettelijke regeling is onduidelijk gebleven wat het rechtskarakter van de OV-verboden is. Dit heeft gevolgen voor de toepasselijkheid van de beginselen van behoorlijk bestuur, grondrechten en de laagdrempelige bestuursrechtelijke rechtsbeschermingsprocedure. Om onduidelijkheid in de (rechts)praktijk te voorkomen, zou in algemene zin nagegaan moeten worden wat privaatrechtelijk al kan en wat de noodzaak is van nadere publiekrechtelijke bevoegdheden, voordat wordt overgegaan tot wettelijke regeling van sancties die worden opgelegd door private partijen.


Mr. dr. A.E. van Rooij
Mr. dr. A.E. (Mandy) van Rooij is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij is tevens docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactiesecretaris van RegelMaat.

Mr. S.O. Visch
Mr. S.O. Visch is advocaat te Den Haag en werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Jurisprudentie

De reikwijdte van de term ‘opzettelijk’ in artikel 2 lid 1 Wet op de economische delicten

Noot bij ECLI:NL:GHARL:2019:7797

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Opzettelijk, subjectieve bestanddelen, artikel 2 lid 1 WED, Arbeidsomstandighedenwet, wist of redelijkerwijs had moeten weten
Auteurs Mr. dr. I.M. Koopmans MSHE
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest van september 2019 koppelt het Hof Arnhem de ‘wist-variant’ van de ten laste gelegde gevaarzetting aan de vraag of sprake is van opzettelijke overtreding van artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet. Het hof spreekt vrij van die wetenschap en tegelijk daarmee ook van opzettelijke overtreding van artikel 32 Arbeidsomstandighedenwet. Vervolgens wordt slechts de overtredingsvariant bewezen geacht. In deze bijdrage zal worden uiteengezet waarom het hof hiermee de systematiek die ten grondslag ligt aan de Wet op de economische delicten (WED) miskent.


Mr. dr. I.M. Koopmans MSHE
Mr dr. I.M. Koopmans MSHE is officier van justitie bij het Functioneel Parket.
Artikel

Zittingen in coronatijd

Water bij de rechtsstatelijke wijn

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2020
Auteurs Sabine Droogleever Fortuyn

Sabine Droogleever Fortuyn
Artikel

Access_open Realisatie van maatschappelijke initiatieven

Een overzicht van in te zetten instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2020
Trefwoorden zelfregulering, publiek-private afspraken, algemeenverbindendverklaring, verordeningen van de bedrijfslichamen, wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven
Auteurs Mr. J.W.M. Mentink
SamenvattingAuteursinformatie

    Nederland staat voor grote maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie, de energietransitie en de stikstofproblematiek. Maatschappelijke partijen laten zien dat zij samen willen werken aan die opgaven. Deze partijen zoeken naar manieren om hun initiatieven te realiseren. De overheid beschikt over een aantal instrumenten om maatschappelijke partijen hierin te ondersteunen. In een indeling van privaat naar publiek worden de volgende instrumenten besproken: zelfregulering, publiek-private afspraken, algemeenverbindendverklaring, verordeningen van de bedrijfslichamen, het wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven en reguliere wetgeving.


Mr. J.W.M. Mentink
Mr. J.W.M. (Judith) Mentink is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en betrokken bij het wetsvoorstel ruimte voor duurzaamheidsinitiatieven.
Essay

Autonoom toezicht op autonoom toezicht?

Enkele bestuursrechtelijke beschouwingen mede naar aanleiding van SyRI

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden geautomatiseerde besluitvorming, handhavingstoezicht, algemene beginselen van behoorlijk bestuur, machine learning, SyRI
Auteurs Johan Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bestuursrecht is niet alleen van belang voor de vraag aan welke normen overheidstoezicht met behulp van autonome (zelflerende) systemen is onderworpen, maar ook voor de vraag wie deze normen stelt en effectueert. Niettemin lijkt de dominante opvatting momenteel dat het bestuursrecht onvoldoende in staat zou zijn om het gebruik van zelflerende systemen adequaat te reguleren. Dit essay schetst hoe de rechtsontwikkeling ten aanzien van autonoom overheidstoezicht vorm kan krijgen als een (zelflerend) proces van laveren tussen analoog en digitaal bestuursrecht, waarbij de bestuursrechtelijke verworvenheden van het analoge toezicht worden geconfronteerd met de uitdagingen van het digitale toezicht.


Johan Wolswinkel
Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel is hoogleraar Bestuursrecht, markt en data.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

Access_open De ruimtegevende wetgever

Het right to challenge in vergelijking tot andere ruimtegevende instrumenten

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden ruimtegevende wetgevingsinstrumenten, right to challenge, experimenteerbepaling, vrijstelling, ontheffing
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn jaarverslag over 2018 presenteert de Raad van State zijn ideaal van de wet als een pijler van ‘buigzaam beton’. Met dat ‘beton’ (rechtszekerheid) zit het bij de Raad wel goed, maar die buigzaamheid (flexibiliteit) komt er wat bekaaid af. Daarom gaat dit artikel in op manieren om die flexibiliteit in wetgeving te bereiken. Die manieren worden gecategoriseerd en voorzien van commentaar. Uiteraard komt daarbij ook het right to challenge aan bod, als één van die instrumenten en als benchmark voor de andere. Het artikel sluit af met aanbevelingen tot aanpassing van de Aanwijzingen voor de regelgeving.


Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Een andere benadering van het right to challenge

De concessie als kern van een algemene regeling?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden uitdaagrecht, right to challenge, concessie, buurtconcessie, verordening
Auteurs Mr. O. Kwast
SamenvattingAuteursinformatie

    Een algemene regeling van het uitdaagrecht lijkt verkeken. Te veel knelpunten. Maar wat als dat geen obstakels zijn voor wettelijke regeling, maar symptomen van het ontbreken daarvan? Deze bijdrage laat zien dat een algemene regeling denkbaar is, door niet het uitdaagrecht zelf te regelen, maar de bevoegdheid om over een uitdaging te beslissen. De concessie is daarvan de kern. En als een algemene regeling van concessies denkbaar is, dan is een regeling voor buurtconcessies als gemeentelijk instrument voor het uitdaagrecht dat ook.


Mr. O. Kwast
Mr. O. (Olaf) Kwast is oprichter van en wetgevingsjurist bij Wetgevingswerken
Het ambacht

De parlementaire werkgroep-Van der Staaij en de wetgevingsprocedure

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2019
Trefwoorden Reglement van Orde Tweede Kamer, Tweede Kamer, wetgevingsprocedure, initiatiefvoorstellen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt het op 30 oktober 2019 door de parlementaire werkgroep-Van der Staaij gepresenteerde voorstel voor een nieuw Reglement van Orde van de Tweede Kamer. Na een bespreking van enkele algemene punten wordt specifiek ingegaan op de voorstellen die betrekking hebben op de wetgevingsprocedure. De conclusie is dat er bepaald geen grootscheepse wijzigingen worden voorgesteld ten opzichte van het huidige Reglement van Orde. Wel een wezenlijke verandering is de oplossing die de werkgroep heeft bedacht voor de problematiek van de zogeheten verweesde initiatiefvoorstellen (en amendementen). Daarnaast wordt ingegaan op de volgende onderwerpen en veranderingen die de werkgroep op dat vlak wel of juist niet heeft voorgesteld: de schriftelijke voorbereiding van wetsvoorstellen, het wetgevingsoverleg, artikelsgewijze behandeling en stemming, vernummering van een wetsvoorstel, technische briefings en de voorbereiding van initiatiefvoorstellen.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Is het mogelijk om alle woningeigenaren verplicht van het aardgas af te schakelen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden aardgas, energietransitie, wijkgerichte aanpak, verplichten, gemeente
Auteurs Mr. R.A. (Rieneke) Jager
SamenvattingAuteursinformatie

    Alle circa 7 miljoen woningen in Nederland moeten in 2050 aardgasvrij zijn. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeente. Onduidelijk is echter of, en zo ja hoe, de gemeente woningeigenaren met het (toekomstig) publiekrechtelijk instrumentarium tot afschakeling van het aardgas kan verplichten. In deze bijdrage wordt deze vraag beantwoord. Waar de gemeente nu nog geen verplichting tot het afschakelen kan opleggen, is dit na de inwerkingtreding van de Omgevingswet naar verwachting wel het geval. Het opleggen van de verplichting moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en blijft binnen de grenzen van het eigendomsrecht.


Mr. R.A. (Rieneke) Jager
Mr. R.A. Jager is advocaat bij Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

De veranderingen en groei van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht. Een historische analyse van zijn externe structuur in de periode 1886-2017

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2019
Trefwoorden Strafrechtsgeschiedenis, Wetboek van Strafrecht, Historische Criminologie, Historisch Wetboek van Strafrecht (HWvSr)
Auteurs Marieke Meesters, Prof. Paul Nieuwbeerta en Prof. dr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently a project was started that aims to systematically describe and explain the developments in the Criminal Code for the period 1886 - 2017. This article presents the first results of this new project, called the Historical Criminal Code (HWvSr). An overview is given of the long-term developments in the structure – the ‘external’ structure – of the Second Book of the Criminal Code since 1886. The analyzes show that its scope has been substantially expanded over the last 130 years, but also that various articles and article parts have been deleted. The article describes the most important changes in terms of both quantity and content.


Marieke Meesters
Marieke Meesters was in 2014 en 2017 onderzoeker bij het Instituut Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en momenteel promovenda bij de Wageningen Universiteit.

Prof. Paul Nieuwbeerta
Prof. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf- en procesrecht bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Wie het meerdere mag – over het gebruik van het recht van initiatief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2019
Trefwoorden wetgeving, initiatiefvoorstel, Tweede Kamer, parlement, oppositie
Auteurs Mr. dr. G.J. Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt verslag gedaan van een empirisch onderzoek naar het gebruik van het recht van de Tweede Kamer initiatiefwetsvoorstellen in te dienen. In de periode 2007-2018 werden 151 initiatiefvoorstellen ingediend, waarvan er 36 het Staatsblad bereikten; 83 waren nog in behandeling. Vanaf 2011 is sprake van een verdubbeling (gemiddeld 15 per jaar). De meeste worden ingediend door de oppositie; hun kans op aanvaarding is iets kleiner dan die van de coalitie. Gezamenlijke voorstellen hebben een grote kans wet te worden. Gepoogd wordt een relatie te leggen met de diverse functies die het initiatiefrecht kan hebben: de besturende, de politieke, de publicitaire en de parlementair expressieve functie.


Mr. dr. G.J. Veerman
Mr. dr. G.J. (Gert Jan) Veerman begon zijn loopbaan bij de toenmalige Stafafdeling Grondwetszaken en was later onder meer hoofd van het Kenniscentrum Wetgeving van het Clearing House voor Wetsevaluatie en hoogleraar wetgeving aan Maastricht University.

Mr. dr. G.J.M. Evers
Mr. dr. G.J.M. (Guido) Evers is jurist bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en redacteur van RegelMaat.
Artikel

De provinciale verordening

Heeft de centrale wetgever voldoende oog voor de decentrale wetgever?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden provinciale verordening, wettelijke grondslag, Aanwijzingen voor de regelgeving, digitalisering, regelgevingsjurist
Auteurs Mr. A.J. van Helden
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit het gezichtspunt van de wetgevingsjurist wordt gekeken naar de provinciale verordeningen en de wettelijke grondslagen voor die decentrale verordeningen. Bij de formulering van die grondslagen worden enkele kritische kanttekeningen geplaatst. Vervolgens worden suggesties gedaan voor de Aanwijzingen voor de regelgeving om deze wettelijke grondslagen te verduidelijken. Een belangrijke conclusie is dat de nationale wetgever via die Aanwijzingen voor de regelgeving te weinig aandacht heeft voor de digitale aspecten van de provinciale planologische verordening en de aanstaande omgevingsverordening.


Mr. A.J. van Helden
Mr. A.J. (Arko) van Helden is sinds juni 2017 werkzaam als juridisch adviseur bij de provincie Gelderland. Hij is voormalig wetgevingsjurist van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

De rol van de VNG bij de totstandkoming van gemeentelijke verordeningen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2019
Trefwoorden gemeenten, modelverordeningen, regelgeving, VNG
Auteurs Mr. V.K. Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ontwerpen en beschikbaar stellen van modelverordeningen is een van de diensten die de VNG aan haar leden verleent. Naar hun aard zorgen de modelverordeningen voor uniformiteit tussen gemeenten die het model volgen. In het licht van het motief voor decentralisatie en omdat het de VNG niet past om in haar modelverordeningen eenzijdig beleidsmatige keuzes te maken, wordt er bij het opstellen van de modelverordeningen naar gestreefd gemeenten zo veel mogelijk beleidsruimte van betekenis te laten. In het kader van dit themanummer over decentrale regelgeving verschaft dit artikel inzicht in de totstandkoming van VNG-modelverordeningen en het gebruik daarvan door gemeenten.


Mr. V.K. Smit
Mr. V.K. (Valérie) Smit is wetgevingsjurist en werkte tot en met 31 december 2018 bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Artikel

Pye v. United Kingdom: Hoe het constitutionele goederenrecht een kans miste onbillijke verjaringsverkrijgingen tegen te gaan

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden verkrijging door verjaring, adverse possession, Pye, openbare registers, constitutioneel goederenrecht
Auteurs Mr. dr. B. Hoops
SamenvattingAuteursinformatie

    In Pye besliste het EHRM dat het Engelse equivalent van verjaringsverkrijgingen niet in strijd was met art. 1 Eerste Protocol bij het EVRM. Het EHRM hield hierbij onvoldoende rekening met de verschillen tussen verjaringszaken. Dit artikel toont aan hoe een meer genuanceerde beoordeling onbillijke van billijke verjaringsverkrijgingen had kunnen scheiden.


Mr. dr. B. Hoops
Mr. dr. B. Hoops is universitair docent aan de Vakgroep privaatrecht en notarieel recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Uit het veld

Onder vuur? Convenanten in het belang van de veiligheid bij publieke samenkomsten en andere publieke plaatsen

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden convenant, evenement, handhaving, openbare orde, gemeente
Auteurs Mandy van Rooij
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij publieke evenementen en gebouwen is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid voor orde en veiligheid tussen de private organisator en de burgemeester. Convenanten waarin partijen gezamenlijk afspraken maken over veiligheid kunnen een nuttige aanvulling op de vergunningverlening zijn. In het geval van het incident met de Vreugdevuren in Scheveningen heeft de gemeente afspraken met de bouwers in een convenant neergelegd, in plaats van een vergunning. Uit het onderzoek van de OVV zal moeten blijken welke rol het convenant heeft gespeeld bij de ontstane onveilige situaties en wat die conclusies betekenen voor het gebruik van convenanten in het brede veiligheidsdomein.


Mandy van Rooij
Mr. A.E. van Rooij is werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Daarnaast is zij als gastonderzoeker verbonden aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit.
Toont 1 - 20 van 176 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.