Zoekresultaat: 20 artikelen

x
Artikel

Gelijkebehandelingswetgeving en identiteitsgebonden benoemingsbeleid van orthodox-protestantse scholen

Onzekerheid over consistentie en het enkele feit

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Equal treatment / anti-discrimination, Orthodox-protestant schools, Religious norms, Semi-autonomous social fields, Uncertainty
Auteurs Mr. dr. Niels Rijke
SamenvattingAuteursinformatie

    Within orthodox-protestant schools in The Netherlands there is growing diversity and uncertainty about internal religious, cultural and social norms. Though orthodox-protestant schools are among the strongest semi-autonomous social fields, where it is difficult for equal treatment law to pervade, this growing diversity and uncertainty about internal norms can make this pervasion possible. The uncertainty about the meaning of the exception clause in equal treatment legislation for the appointment policy of religious schools also affects this.
    Because of the uncertainty about the meaning of the exception clause the position of the school board was strengthened in comparison to the employee, even though the intention of the equal treatment law was the opposite. At a later stage the clarification of the anti-discrimination norm by changing the exception clause has strengthened the position of the employee. Though this is only possible when religious, cultural and social norms are changing. In that case orthodox-protestant schools, as semi-autonomous fields, are more open for the effects of this legal norm.
    Uncertainty about the meaning of the requirement of a consistent appointment policy has led both to tightening as well as relaxation of the policy. In the first place tightening or relaxation of policies depends on the development of religious, cultural and social norms within different school denominations. Thus, uncertainty about internal norms works both contrary as well as strengthening to uncertainty about equal treatment legislation.


Mr. dr. Niels Rijke
Niels Rijke was van 2015 tot 2019 als buitenpromovendus verbonden aan de Universiteit Utrecht en voerde hij onderzoek uit naar identiteitsgebonden benoemingsbeleid ten aanzien van personeel op orthodox-protestantse basis- en middelbare scholen in Nederland in relatie tot mensenrechten.
Artikel

Religie, belangenafweging en neutraliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Religie, Belangenafweging, Neutraliteit, Beperkingen, Proportionaliteit, Staatsrecht
Auteurs Mr. dr. Jos Vleugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Restrictions imposed by the state on the exercise of religion are always the result of a weighing of interests by a judge, an administrative body or a legislator. This weighing of interests is strongly influenced by the context within the exercise of religion take place. In this article four different spheres are distinguished: the internal religious sphere, the public sphere, the sphere of private institutions and the government sphere. The particular relationship that these spheres have with neutrality characterizes the balancing of interests. This explains and justifies why wearing religious clothing may be restricted in some situations and not in others.


Mr. dr. Jos Vleugel
Mr. dr. A. Vleugel is als universitair docent werkzaam bij de afdeling Staats-, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 2018 op een proefschrift met de titel Het juridische begrip van godsdienst.
Artikel

Access_open Vijf jaar ‘passend onderwijs’: een kinderrechtenperspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Jeugdrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Onderwijs, Recht (op onderwijs), Inclusief (onderwijs), Passend (onderwijs), Leerrecht
Auteurs Mr. T.R. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de evaluatie van de Wet passend onderwijs in het vooruitzicht wordt in dit artikel het daarop toepasselijke kader voor het recht op onderwijs uiteengezet. Hierbij wordt ingezoomd op het recht op onderwijs in een inclusief onderwijssysteem. Gesteld wordt dat het recht op onderwijs zoals vastgelegd in internationale verdragen centraal zou moeten staan bij het evalueren van het huidige systeem en het nemen van stappen om het systeem te veranderen, zoals bij de verankering van het ‘leerrecht’. Want verandering is nodig, blijkt na toetsing aan het internationale kinderrechtenkader.


Mr. T.R. Veldman
Mr. T.R. Veldman is juridisch adviseur Jeugdrecht bij Defence for Children.
Artikel

Meer ruimte voor nieuwe scholen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Vrijheid van onderwijs, artikel 23 Grondwet, schoolstichting, burgerschap, richtingvrije planning
Auteurs Mr. Stefan Philipsen
Auteursinformatie

Mr. Stefan Philipsen
Mr. S. Philipsen is universitair docent staatsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij promoveerde in 2017 op de vrijheid van schoolstichting en artikel 23 van de Grondwet. Email: philipsen@law.eur.nl.
Artikel

Access_open Maatschappelijk initiatief voor nieuwe scholen

Over een verruiming van het richtingbegrip

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2017
Trefwoorden vrijheid van onderwijs, Richtingbegrip, oprichting van scholen, bekostiging van scholen, richtingvrije planning
Auteurs Mr. Hansko Broeksteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch freedom to set up schools has become illusory. The foundation standards (the number of students) are high and the current interpretation of the concept of direction (religion or philosophy of life) does not seem to be sufficiently connected with today’s pluriform society. The alternative of direction-free planning of schools had practical and fundamental objections. Parent statements are insufficiently reliable and a school without direction does not have a foundation. An extension of direction is neither without disadvantages: the government will have to test whether there is a sufficiently coherent concept to be able to count as a direction.


Mr. Hansko Broeksteeg
Mr. J.L.W. Broeksteeg is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Radboud Universiteit. Hij was voorzitter van een commissie, ingesteld door de katholieke onderwijsbonden KBO en KBVO (inmiddels opgegaan in Verus), die in 2011 adviseerde over de toekomst van het Nederlandse onderwijsstelsel.
Artikel

De verschuivende functies van de Awb

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2015
Trefwoorden harmonisatie, rechtseenheid, borging van rechtsstatelijkheid
Auteurs Prof. dr. B.J. Schueler
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat aan de hand van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in op een van de drie hoofdcategorieën van rechtseenheid die Stip en Zijlstra onderscheiden, namelijk de rechtseenheid die ziet op het voorkomen van verschillende uitleg en toepassing van dezelfde rechtsnormen binnen een rechtsorde. De auteur bespreekt de vijf belangrijkste redenen om algemene regels van bestuursrecht in de Awb op te nemen in plaats van een regeling te maken voor deelterreinen. Hij bespreekt deze redenen vanuit vijf invalshoeken: rechtseenheid, kenbaarheid, voorspelbaarheid, efficiëntie van wetgeving en borging van rechtsstatelijkheid. In het huidige tijdsgewricht zijn met name die laatste twee van belang door twee ontwikkelingen. Ten eerste proberen bestuur en wetgevers de slagkracht van het bestuur te vergroten. De Awb waarborgt dat burgers de middelen houden die nodig zijn om voor hun belangen en rechten op te komen. Ten tweede komt door verschuivingen het zwaartepunt in wetgeving steeds meer bij het bestuur te liggen: normstelling wordt meer bestuurlijk ingekleurd, de rechter wordt op afstand gezet en de wetgever laat inhoudelijke regelgeving over aan het bestuur. Dit werpt een nieuw licht op de waarborgfunctie van de Awb, die het handelen van het bestuur normeert.


Prof. dr. B.J. Schueler
Prof. dr. B.J. Schueler is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder het omgevingsrecht, aan de Universiteit Utrecht en staatsraad in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Access_open De toekomst van het begrip ‘richting’ in de onderwijswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden freedom of education, denominational education, Roman Catholic education
Auteurs Mr. René Guldenmund
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands has a unique educational system, based on freedom of education, that provides for public and denominational education both financed on equal terms by the state. Only schools belonging to formally recognized denominations are qualified for public finance. School education is one of the few policy fields in The Netherlands where a formal recognition of faith actually occurs.
    A denomination is qualified for recognition when four formal conditions are met: (1) it is a fundamental orientation well founded on a specific faith or philosophy of life, (2) that is apparently entrenched in Dutch society, (3) distinguishable from other recognized denominations, and (4) implemented in the bye-laws that must safeguard the religious or philosophical character of the school. In the Roman Catholic denomination only the bishop is competent to recognize a school as Roman Catholic. This system is now under discussion in the political arena, where two alternatives are presented: extension as opposed to abolition of the concept of denomination. The present article concludes that denominational school education is rooted in the concept of civil society and argues the extension of the concept of denomination to include also pedagogical visions. But also in its extended application a connection with a shared contemplation of man should be put first and foremost.


Mr. René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund was enige jaren leerkracht en directeur van een rooms-katholieke basisschool in Voorburg. Na zijn studie Burgerlijk recht en internationaal recht was hij van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, eerst aan het Europa Instituut, vervolgens aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen. Daarna werkte hij als senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het ministerie van Economische Zaken. Hij publiceerde onder andere over de rechten van de mens en de strafrechtelijke handhaving van het EU-recht. Thans is hij legal adviser on public international law van de apostolische nuntiatuur en werkt hij aan het proefschrift God in de publieke ruimte.
Artikel

Access_open Religieuze voorgangers tussen Schrift en recht

Botsing van godsdienstvrijheid en het gelijkheidsbeginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Religieuze voorgangers, Godsdienstvrijheid, Discriminatie, Afwegingsprincipes
Auteurs Kirsten Smeets en Carl Sterkens
SamenvattingAuteursinformatie

    What freedom of speech do religious leaders have when their religious speech discriminates others? Freedom of religion and freedom of expression may collide with the right to equality (including the principle of non-discrimination). Religious plurality and social polarization in Dutch society induce conflict between these fundamental rights.
    This article reviews two legal cases where an imam and a minister were accused of discrimination of homosexuals. From this jurisprudence the authors deduce three principles in judicial decisions weighing freedom of religion and freedom of speech against equality rights: interpretative reluctance, cautiousness and the position of the religious leader.


Kirsten Smeets
K.I.M. Smeets, MA Religiewetenschappen en BA Theologie, is voorganger van de Orde der Transformanten en masterstudent theologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: KirstenSmeets@student.ru.nl

Carl Sterkens
Dr. C.J.A. Sterkens is universitair hoofddocent Empirische religiewetenschappen aan de faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: C.Sterkens@ftr.ru.nl
Article (without peer review)

Access_open Nut en noodzaak van een algemene codificatie van bestuursrecht

Tijdschrift Netherlands Administrative Law Library, februari 2014
Auteurs Rolf Ortlep, Willemien den Ouden, Ymre dr. Schuurmans Ph.D. e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article on the usefulness of a general codification of administrative law forms the closing contribution of a NALL-special. In this special, various authors have reflected on the successfulness of a broad codification process in 1998, which introduced rules on the notification of decisions, policy rules, subsidies, enforcement and supervision of administrative authorities in the Dutch General Administrative Law Act (GALA). The editors asked the contributors whether the objectives of the rules introduced were met and how the rules turned out to function in practice. In this overarching article, the NALL-editors reflect on the general lessons to be learned for the GALA-legislator. In these lessons they also take into consideration the initiatives for a law of administrative procedure of the European Union.


Rolf Ortlep
Rolf Ortlep (UU), Willemien den Ouden en Ymre Schuurmans (beide UL), Albertjan Tollenaar en Gerrit van der Veen (beiden RUG) en Johan Wolswinkel (VU) vormen de NALL redactie. Zij bedanken redactiesecretaris Alke Metselaar (UL), zonder wie deze bijdrage en special niet in de huidige vorm zou hebben kunnen verschijnen.

Willemien den Ouden
NALL redactie

Ymre dr. Schuurmans Ph.D.
NALL redactie

Albertjan Tollenaar
NALL redactie

Gerrit van der Veen
NALL redactie

Johan Wolswinkel
NALL redactie

    This article examines the subsidy rules as they have developed since the introduction of the subsidy title into the General Administrative Law Act (GALA) fifteen years ago. What did experts at that time consider to be the most important parts of the subsidy title and what were their expectations in that regard? We will consider, for certain selected topics, which main developments have taken place in legal practice over the past fifteen years, based mainly on an analysis of the case law. The most important features and trends will be outlined in this article. Finally, we will consider whether these features and trends can teach us anything about (the development of) the GALA that may still be relevant for the legislator today, when designing general rules of administrative law.


Rianne Jacobs
Rianne Jacobs is raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het Ministerie van V&J

Willemien den Ouden
Willemien den Ouden is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Leiden
Discussie

Nieuw facultair onderwijsprogramma: waarom eigenlijk?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden legal education, education policy, academic freedom, higher education
Auteurs Miek Laemers
Auteursinformatie

Miek Laemers
Miek Laemers is senior onderzoeker rechtspleging aan de Radboud Universiteit te Nijmegen en bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In haar onderzoek streeft ze ernaar beide rechtsgebieden te combineren. Voor haar oratie, getiteld Onderwijsrecht in het geding (Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2012), onderzocht zij de wijze waarop de rechter recht vindt in onderwijszaken.
Artikel

Een algemene periodieke keuring van de nationale grondrechten

Korte analyse van de grondrechtenparagraaf van de Staatscommissie Grondwet 2009/2010

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, grondrechten, mensenrechten, toegevoegde waarde
Auteurs Mr. dr. R. Nehmelman
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staatscommissie Grondwet doet in haar rapport enkele prikkelende voorstellen tot het opnemen van nieuwe grondrechtelijke bepalingen. In een korte analyse van de grondrechtenparagraaf staat de auteur kritisch stil bij de specifieke voorstellen die de Staatscommissie over de grondwettelijke grondrechten doet. Geconcludeerd wordt dat een beperkt aantal van deze voorstellen dient te worden nagevolgd. De meerderheid van de voorgestelde vernieuwingen heeft volgens de auteur echter geen toegevoegde waarde ten opzichte van de huidige nationale en internationale grondrechtenbescherming.


Mr. dr. R. Nehmelman
Mr. dr. R. Nehmelman is universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht. r.nehmelman@uu.nl
Artikel

Access_open Scheiding van kerk en staat in het onderwijsrecht

Het aanhoudende debat over het beleid van de staat ten opzichte van het openbaar en bijzonder onderwijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2010
Trefwoorden scheiding kerk en staat, schoolstrijd, openbaar onderwijs, bijzonder onderwijs
Auteurs Dick Mentink
SamenvattingAuteursinformatie

    From the beginning of the 19th century until today, education in the Netherlands has been a prime battleground in the search for the right balance of church and state. This article discusses five parliamentary debates regarding the position of public and private (particularly religious) education. Although two of these debates took place a long time ago, they are anything but mere history: they laid the foundation for the current dual educational system of public and private education (in 1857) and the unique constitutional provision on the financial equality of public and private schools (in 1917). The three other debates concerned the religious neutrality of public schools and the freedom of education, and these topics are recurring topics of parliamentary debate. This debate is fed by changing societal circumstances and governmental principles regarding the quality of education. This is no surprise, concludes the author. These issues concern essential questions regarding educational policy on pluralism in education. Every time such a question arises, the legislator must justify its political explanation based on what the constitutional provision regarding education (Article 23) requires and allows on the separation of church and state.


Dick Mentink
Prof. dr. mr. D. Mentink is emeritus hoogleraar Onderwijsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Onderwijsrecht.
Artikel

In blijde verwachting?

Een analyse van de oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling over zwangerschapsdiscriminatie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Kirsten Bolier en Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we report on our research which aimed to investigate which fac-tors influence the outcome of pregnancy discrimination cases of the Dutch Equal Treatment Commission (CGB) and the compliance of respondents with this outcome. We studied equal treatment legislation and all 188 cases between the period of September 1994 and March 2008. The results show that equal treatment legislation hardly leaves any room for objections raised by the re-spondents. The arguments made by the employers are often based on financial or other business-related burdens, even though these arguments are legally irrelevant. We assume that the strictness of the legislation might cause the lack of willingness to comply with the outcome. This presumption is confirmed by the fact that the legal representatives of employers put forward these irrelevant arguments as well. Furthermore, the results show that the nature of the relation of the applicant with the respondent has an influence on the compliance of the respondent with the outcome. Respondents are more likely to comply in cases where the applicant is already working for the employer instead of applying for a job. The results also show that non-profit organizations are more likely to comply with the outcome than profit organizations.


Kirsten Bolier
Kirsten Boliervolgt de Legal Research Master van het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij deed in opdracht van de Commissie Gelijke Behandeling onderzoek naar de oordelen met betrekking tot zwangerschapsdiscriminatie. Haar afstudeeronderzoek betreft een juridisch onderzoek naar algemene rechtsbeginselen in het EG-recht.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbosis universitair docente Rechtssociologie bij het Depar-tement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2006 op een rechtssociologisch onderzoek naar de wijze waarop asielzoekers worden gehoord in het kader van de asielprocedure. Haar onderzoeksinteresses betref-fen onder meer de wisselwerking tussen recht en communicatie en het functio-neren van klachten- en geschillenprocedures.


mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. mm.d.boer@minvws.nl
Artikel

Naar een effectief toezicht op de woningcorporaties

Balanceren tussen staat en markt

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden woningcorporaties, toezicht, diensten van algemeen economisch belang, extern en intern toezicht, toezichthouder voor de corporatiesector
Auteurs mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen en D. Özmis
SamenvattingAuteursinformatie

    Woningbouwcorporaties zijn hybride organisaties die opereren op het snijvlak tussen staat en markt. Vanwege hun hybride status vallen zij tussen het wal en schip wat betreft toezicht en controle. Enerzijds vertoont het publiekrechtelijk toezicht door de minister van Wonen Wijken en Integratie en het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting hiaten. Anderzijds zijn de corporaties beperkt onderhevig aan de tucht van de markt. Woningcorporaties kampen momenteel met een slecht imago dat zij hebben gekregen doordat verschillende corporaties waren betrokken bij omstreden projecten. Ook is een beeld ontstaan dat de maatschappelijke prestaties van de corporaties inzake de realisatie en verhuur van sociale woningen ondermaats zijn. Inmiddels zijn vele rapporten verschenen over het functioneren van de woningcorporaties. Een rode draad in deze rapporten is, dat het publiekrechtelijk toezicht op de corporaties niet transparant en effectief is geregeld. Bovengenoemde ontwikkelingen en de imagoschade hebben de roep om een steviger extern publiekrechtelijk toezichtkader verhevigd, niet in de laatste plaats vanuit de sector zelf. Oud-minister van der Laan heeft inmiddels voorstellen gedaan tot aanscherping van het toezicht op de corporaties, inclusief de oprichting van een nieuwe toezichthouder voor de corporatiesector. Dit artikel beziet op kritische wijze of het voorstel van de oud-minister zal bijdragen aan een transparanter en effectiever toezicht op de woningcorporaties.


mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen
Mr. dr. S.A.C.M. Lavrijssen is universitair hoofddocent economisch publiekrecht bij het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht. s.a.c.m.lavrijssen@uu.nl

D. Özmis
D. Özmis rondt momenteel de master Recht en onderneming af en is als student-assistent verbonden aan het Europa Instituut.
Artikel

Toezicht op het bijzonder onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden bijzonder onderwijs, intern en extern toezicht, verticaal en horizontaal toezicht, (quasi)bestuurlijk toezicht, maatschappelijke onderneming
Auteurs prof. mr. P.J.J. Zoontjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de staat en de toekomst van het toezicht in het onderwijs? In deze bijdrage wordt nader ingegaan op het karakter van het toezicht in voornamelijk het bijzonder onderwijs en op de verschuivingen en veranderingen die daarbij zijn te onderkennen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen onderwijstoezicht en (quasi)bestuurlijk toezicht, verticaal en horizontaal toezicht en intern en extern toezicht. Geconcludeerd kan worden dat het verticale toezicht afneemt ten gunste van het horizontale toezicht. Als beloning voor bewezen kwaliteit van het onderwijs en de bestuurlijke professionaliteit en financiële betrouwbaarheid van de school kan het inspectietoezicht terughoudend worden vormgegeven. Er vindt ook een belangrijke verschuiving plaats van extern naar intern toezicht. De regels in de onderwijswetgeving inzake goed bestuur binden de bijzondere instellingen aan het doel van scheiding van bestuur en toezicht in de interne verhoudingen van de organisatie, maar laten hen in hoge mate vrij om aan deze scheiding concreet vorm te geven. Het is overigens afwachten of de versterkte nadruk op intern toezicht zal blijken te werken. Naar verwachting zal de eventuele regeling inzake de Maatschappelijke Onderneming in het Burgerlijk Wetboek maar beperkte betekenis hebben voor het onderwijs. Scholen moeten er niettemin vrij voor kunnen kiezen. Het toezicht kan in een quasi markt, welke het stevig publiekrechtelijk gefundeerde bekostigde onderwijs is, soms de schijn van markttoezicht krijgen, maar voorlopig is het niet meer dan dat. Uiteindelijk zou het systeem van accreditatie in het hoger onderwijs op termijn nog het meest met markttoezicht in verband kunnen worden gebracht, maar dan moet wel aan een aantal feitelijke voorwaarden worden voldaan die zich nu nog niet aandienen.


prof. mr. P.J.J. Zoontjens
Prof. mr. P.J.J. Zoontjens is bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de Universiteit van Tilburg en lid van de Onderwijsraad. p.j.j.zoontjens@uvt.nl
Titel

Zorgplichten in het onderwijs: Ondraaglijke lichtheid of serieus geschut?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 04 2008
Trefwoorden Zorgplicht, Onderwijs, Bestuurder, Toezicht, Voorstel van wet, Medezeggenschap, Aansprakelijkheid, Leerling, Ouders, Personeel
Auteurs Zoontjens, P.J.J.

Zoontjens, P.J.J.
Artikel

Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken en deeluitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden tussentijds beroep, tussenvonnis, deelvonnis, verlof
Auteurs Mr. drs. S.M. Kingma
SamenvattingAuteursinformatie

    Over weinig procesrechtelijke onderwerpen is de afgelopen veertig jaar zo’n omvangrijke en fijnmazige jurisprudentie verschenen als over tussentijds hoger beroep en cassatieberoep tegen tussen- en deeluitspraken (tussenvonnissen, tussenbeschikkingen, deelvonnissen en deelbeschikkingen). In ‘Tussentijds beroep tegen tussenuitspraken en deeluitspraken’ geeft S.M. Kingma een uitgebreid overzicht van de huidige stand van het recht en betoogt hij dat uit het uitgangspunt dat tussenuitspraken en de einduitspraak samen één geheel vormen, verdergaande consequenties te trekken zijn dan nu worden getrokken. Verder geeft hij enkele wenken voor wijzigingen van het stelsel, zoals een aanpassing van het systeem van verlening van toestemming voor tussentijds beroep en een herziening van de regeling van (tussentijds beroep van) voorlopige en niet-voorlopige voorzieningen.


Mr. drs. S.M. Kingma
Mr. drs. S.M. Kingma is cassatieadvocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te ’s-Gravenhage.
Jurisprudentie

Status en de toekomst van de kringenrechtspraak

HR 9 november 2001, NJ 2001, 692, JAR 2001, 240

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 02 2002
Trefwoorden Kringenrechtspraak, bijzonder onderwijs, commissie van beroep, bindend advies, arbitrage, kennelijk onredelijk ontslag
Auteurs C.W. Noorlander

C.W. Noorlander
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.