Zoekresultaat: 26 artikelen

x
Artikel

De beperkingen van (en bij) functionele invaliditeit

Tijdschrift Afwikkeling Personenschade, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Letselschade, Functionele invaliditeit, Beperkingen, FIGP, BIGP
Auteurs Drs. J.A. Krol en Drs. D. Kerens
SamenvattingAuteursinformatie

    In de beoordeling van letselschade wordt de medisch adviseur geregeld gevraagd een uitspraak te doen over de blijvende invaliditeit en blijvende beperkingen van het opgelopen letsel, al dan niet na inschakeling van een onafhankelijke expertise. Daarin doen zich discrepanties voor. De mate van de functionele invaliditeit staat los van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en het ervaren van kwaliteit van leven.


Drs. J.A. Krol
Drs. J.A. (Jarno) Krol is werkzaam als medisch adviseur bij de Bureaus in Utrecht.

Drs. D. Kerens
Drs. D. (Dean) Kerens is werkzaam als medisch adviseur bij de Bureaus in Utrecht.
Artikel

Lotsverbonden overeenkomsten en de ontbindende voorwaarde

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2019
Trefwoorden lotsverbonden overeenkomst, ontbindende voorwaarde
Auteurs Mr. L.F. Kloppenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of een lotsverbonden overeenkomst te kwalificeren is als een voorwaardelijke overeenkomst met een ontbindende voorwaarde in de zin van de artikelen 6:21 en 6:22 BW. Dit kan onder omstandigheden aan de orde zijn indien lotsverbondenheid de grondslag vindt in de uitleg van de lotsverbonden overeenkomst of (wellicht) in de aanvullende werking van de redelijkheid en de billijkheid. Dit kan met name van belang zijn omdat het vervullen van de ontbindende voorwaarde in de zin van artikel 6:22 BW, in tegenstelling tot ontbinding in de zin van artikel 6:265 BW, goederenrechtelijke werking heeft.


Mr. L.F. Kloppenburg
Advocaat bij Groenendijk & Kloppenburg Advocaten
Artikel

Richtlijn auteursrecht mogelijk wolf in schaapskleren

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2019
Auteurs Maral van Brandwijk en Bauke van Laarhoven
Auteursinformatie

Maral van Brandwijk
Maral van Brandwijk (advocaat Intellectuele Eigendom) is verbonden aan Van As Advocaten in Den Bosch.

Bauke van Laarhoven
Bauke van Laarhoven-Severs (advocaat Intellectuele Eigendom) heeft haar eigen praktijk in Kaatsheuvel (Severs Advocatuur).
Forum

De wil van de wilsonbekwame patiënt

Commentaar op een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een opmerkelijke zaak van het RTG in Den Haag van 24 juli 2018, waarin het Tuchtcollege een berisping heeft gegeven aan een arts die een euthanasie had uitgevoerd bij een diep-demente vrouw op basis van haar schriftelijke wilsverklaring. Daarin doet het Tuchtcollege een aantal verrassende uitspraken over de manier waarop met de actuele wil van de patiënt rekening moet worden gehouden..


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam. Met dank aan mr. M. de Bontridder, mr. T.J. Matthijssen en dr. H.W.J.M. Wijsbek voor commentaar en discussie.
Artikel

De digitale schandpaal: opsporingsberichtgeving in een gedigitaliseerde samenleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden DIY-policing, online policing, wanted notices, right to privacy, procedural defect
Auteurs Gabry Vanderveen en Mojan Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    In the context of criminal investigations police and prosecution can appeal to the public for information to further their case. This decision cannot be taken lightly and requires a balancing exercise between the rights of the suspect (and other people involved), specifically the right to privacy, the interest of criminal investigations, such as the identification of the suspect or witnesses, and public pressure to fight crime.
    In the current digital society, the prosecutor can choose between a wide range of (new) media and modes of communication to ask for information. Next to wanted notices on paper posters and broadcasts on television, appeals for information are published on websites, social media platforms, apps and digital screens. Citizens can modify and share these appeals and they can comment on them. This necessitates careful consideration by the prosecutor on whether and how to appeal for information. After all, these appeals could lead to DIY-policing or online vigilantism (digilantism), leading to infringements on the right to privacy and even possibly to misidentification of suspects.
    This article contributes to the continuing debate. We describe the legal framework the prosecution has to take into account in such cases. The importance of a considered decision is illustrated by three cases in which judicial authorities appealed to the public for help in the criminal investigations, resulting in massive (media) attention and consequently affecting the eventual criminal case against the defendants. In two of these cases the prosecutorial decision to involve the public’s help resulted in a violation of the defendants’ rights to privacy and consequently had to be remedied by the court. Both cases led to social, legal and political debate about the balance between privacy and crime control.


Gabry Vanderveen
Gabry N.G. Vanderveen is als universitair docent verbonden aan de sectie Criminologie, Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam. Email: vanderveen@law.eur.nl.

Mojan Samadi
Mojan Samadi is als promovendus straf(proces)recht verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Email: m.samadi@law.leidenuniv.nl.
Redactioneel

Het ‘oprechte’ excuus

Pardonneren in een gevictimaliseerde cultuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2018
Auteurs Janny Dierx en Bas van Stokkom
Auteursinformatie

Janny Dierx
Janny Dierx is jurist en MfN-mediator. Zij is coördinator van de mediatorspool bij de Utrechtse pilot herstelbemiddeling in strafzaken en meewerkend voorvrouw. Zij is tevens redactielid van dit tijdschrift.

Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is hoofdredacteur van dit tijdschrift. Hij is verbonden aan de vaksectie Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen. Tot de thema’s die in zijn onderzoek aan bod komen, behoren politie, burgerschap en lokale veiligheidszorg, straftheorie en herstelrecht. www.basvanstokkom.nl
Artikel

Industry Codes of Conduct in a Multi-Layered Dutch Private Law

Bespreking van het proefschrift van mr. M. Menting

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden gedragscodes, juridische relevantie
Auteurs Mr. D.P.C.M. Hellegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Na systematisch onderzoek naar de functies van gedragscodes en de wijze waarop de Europese en Nederlandse wetgever en rechter omgaan met gedragscodes, concludeert Menting dat deze juridische relevantie verder gaat dan eerder werd aangenomen.


Mr. D.P.C.M. Hellegers
Mr. D.P.C.M. Hellegers is universitair docent privaatrecht bij de Open Universiteit, onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Insurance Studies van de UvA en voorzitter van de Geschillencommissies Private Lease, Rijopleidingen, Schadeherstelbedrijven, Tweewielers, Voertuigen en Voertuigverhuur.
Artikel

Relativiteit, eigen schuld en de collectieve actie

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3399, NJ 2016/245 m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (Stichting Gedupeerde Beleggers/ABN Amro)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden collectieve actie, relativiteit, eigen schuld, bancaire zorgplicht, beleggingsschade
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre staat onvoorzichtigheid van de belegger in de weg aan diens bescherming door de bancaire zorgplicht? De auteur bespreekt deze vraag in het kader van een collectieve actie en gaat tevens in op de mogelijkheid om daarin een oordeel te krijgen omtrent het beschermingsbereik van een geschonden norm (relativiteit ‘in strikte zin’).


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Column

Adequaat

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2016
Auteurs Matthijs Kaaks

Matthijs Kaaks
Artikel

Een gebouw van contracten: de contractengroep als juridisch kader voor bouwprocessen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden contractengroep, relativiteitsbeginsel, bouwcontracten, samenhangende overeenkomsten
Auteurs Mr. S. van Gulijk en Mr. L.H. Muller
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van derden in het contractenrecht heeft zich sterk ontwikkeld. Zo zijn door de rechtspraak bij samenhangende rechtsverhoudingen uitzonderingen op het relativiteitsbeginsel aangenomen. Samenhangende rechtsverhoudingen komen veel voor in het bouwcontractenrecht, waardoor problemen kunnen ontstaan bij het vestigen van aansprakelijkheid. Mogelijk biedt de contractengroep als overkoepelend juridisch kader voordelen voor de regulering van samenhangende rechtsverhoudingen in het bouwcontractenrecht.


Mr. S. van Gulijk
Mr. S. van Gulijk is universitair hoofddocent privaatrecht aan Tilburg University.

Mr. L.H. Muller
Mr. L.H. Muller is advocaat bouwrecht te Nijmegen.
Artikel

De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden franchise, zorgplicht, Nederlandse en Franchise Code, exploitatieprognose, precontractuele fase
Auteurs Mr. A.M.A. Schwegler
Samenvatting

    Op 17 februari jl. werd na een moeizame periode van consultatie de Nederlandse Franchise Code geïntroduceerd. In ‘De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?’ bespreekt Angela Schwegler de precontractuele zorgplicht van de franchisegever die een exploitatieprognose aan een potentiële franchisenemer verstrekt. De positie van de franchisenemer en met name zijn eigen verantwoordelijkheid, dient bij een eventuele wettelijke verankering van de Nederlandse Franchise Code en de rol die deze code zal gaan spelen in de rechtspraak, aldus de auteur, niet uit het oog verloren te worden. Want, zo concludeert zij, “de zorgplicht van de franchisegever, die is zo bijzonder niet”.


Mr. A.M.A. Schwegler
Artikel

Van ruilen komt huilen? Renteswaps in de rechtspraak

Een bespreking van de renteswap-jurisprudentie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden renteswaps, rentederivaten, renteswap-jurisprudentie, hedging, risico’s van renteswaps
Auteurs L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Problemen met rentederivaten halen de laatste tijd opvallend vaak het nieuws. Ging het in eerste instantie om renteswaps met een speculatief karakter en een noodzakelijkerwijs daaraan verbonden risico, steeds vaker ziet de berichtgeving op ondernemingen die meenden dat zij zich met behulp van een renteswap juist tegen (rente)risico’s hadden ingedekt. Dit heeft geleid tot een aantal uitspraken waarin deze financiële instrumenten centraal staan. In dit artikel wordt ingegaan op de achtergrond en werking van renteswaps, de risico’s die ze met zich kunnen meebrengen, en de hoofdlijnen uit de renteswap-jurisprudentie.


L.A. van Amsterdam
L.A. van Amsterdam is studentmedewerker bij het Amsterdam Center for Law & Economics.
Artikel

De gevolgen van samenhang tussen een leningsovereenkomst en een renteswap

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2013
Trefwoorden samenhangende overeenkomsten, Jans/FCN, swap, lening, lotsverbondenheid
Auteurs Mr. R.J.W. Analbers
SamenvattingAuteursinformatie

    Vonnis van de Rechtbank Noord-Nederland van 20 maart 2013: samenhang tussen een leningsovereenkomst en een renteswap leidt volgens de rechtbank niet tot lotsverbondenheid tussen die overeenkomsten. De auteur bespreekt het vonnis aan de hand van het leerstuk van de samenhangende overeenkomsten, zoals dit voor het eerst door de Hoge Raad is aanvaard in het arrest Jans/FCN.


Mr. R.J.W. Analbers
Mr. R.J.W. Analbers is advocaat bij Rutgers & Posch te Amsterdam en adviseert en procedeert op het gebied van het vermogensrecht en insolventierecht.
Casus

Pitfalls in ICT-contracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2013
Auteurs Mr. dr. T.J. de Graaf
Auteursinformatie

Mr. dr. T.J. de Graaf
Mr. Dr. T.J. de Graaf is advocaat bij NautaDutilh en universitair docent aan de Universiteit Leiden.

    Een overeenkomst kan de rechtspositie van een derde in principe niet wijzigen. Dit wordt wel aangeduid als het beginsel van de ‘relativiteit van de overeenkomst’. In deze bijdrage wordt ingegaan op de wijze waarop dit beginsel op het moment in de literatuur wordt benaderd en de praktische relevantie hiervan.


Mr. A.P. Koburg
Mr. A.P. Koburg is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. W. Dijkshoorn
Mr. W. Dijkshoorn is jurist bij de directie Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikel

Samenhangende overeenkomsten en de gevolgen voor de mogelijkheden van ontbinding en opschorting

HR 20 januari 2012, LJN BU3162 (AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s.) en HR 3 februari 2012, LJN BU4907 (Euretco/Naeije)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden samenhangende overeenkomsten, opschorting, ontbinding, opeisbaarheid vordering, rechtsgevolg
Auteurs Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad maakt in AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s. duidelijk dat het bereik van het argument van de nauwe samenhang tussen de overeenkomsten begrensd is voor wat betreft het rechtsgevolg dat aan de samenhang wordt verbonden. De Hoge Raad heeft zich twee weken na AgfaPhoto Finance/Foto Noort c.s. in Euretco/Naeije opnieuw uitgelaten over samenhangende overeenkomsten en de gevolgen voor de mogelijkheden van ontbinding en opschorting. Een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis uit de ene overeenkomst kan de opschorting rechtvaardigen van een verplichting die voortvloeit uit een daarmee samenhangende overeenkomst. Eventuele onzekerheid omtrent het bestaan en de omvang van een mogelijke vordering uit wanprestatie doet niet af aan de opeisbaarheid van die vordering. Een en ander staat ook niet in de weg aan de aanvaarding van een beroep op een opschortingsrecht.


Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek.
Artikel

Gemengde overeenkomsten

De betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk: kwalificatie van overeenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Gemengde overeenkomsten, Kwalificatie van overeenkomsten, Samenloop, Bijzondere overeenkomsten, Benoemde overeenkomsten
Auteurs Mr. M.E. Hinskens-van Neck en Mr. L.A.R. Siemerink
SamenvattingAuteursinformatie

    In de voorganger van het Maandblad voor Vermogensrecht is geschreven over gemengde overeenkomsten, de samenloop van verschillende door de wet benoemde bijzondere overeenkomsten, waarvoor art. 6:215 BW een grondslag biedt. Deze bijdrage bouwt hierop voort. Daartoe wordt ingegaan op de samenloop van verschillende wetsbepalingen en op de samenloop van overeenkomsten, om daarna in te gaan op de norm van art. 6:215 BW. Vervolgens wordt aan de hand van jurisprudentie de betekenis van art. 6:215 BW in de praktijk besproken.


Mr. M.E. Hinskens-van Neck
Mr. Hinskens-van Neck en mr. Siemering zijn gerechtsauditeurs bij de Hoge Raad der Nederlanden. Deze bijdrage is door hen geschreven op persoonlijke titel.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. Siemerink is redactielid van MvV.
Artikel

‘Supplier codes of conduct’ en mensenrechten in een keten van contracten

Over enige vermogensrechtelijke implicaties van gedragscodes met betrekking tot mensenrechten en milieu in contractuele relaties

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2011
Trefwoorden gedragscode, mensenrechten, ketenaansprakelijkheid, zelfregulering, transnationaal privaatrecht
Auteurs Mr. M.-J. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van ernstige mensenrechtenschendingen van toeleveranciers in ontwikkelingslanden en sterk groeiende economieën, zoals China en India, stellen steeds meer ondernemingen supplier codes of conduct agreements (gedragsregels voor hun leveranciers in overeenkomsten) op als zelfregulerende mechanismen die mensenrechtenschendingen zouden moeten tegengaan in een internationale context waarin ondernemingen niet door de internationale gemeenschap of gastlanden aansprakelijk gehouden worden. De achtergrond van het opstellen van de codes en daarmee de relevantie van het onderwerp worden kort in de inleiding besproken. Vervolgens wordt aangegeven wat de inhoud van deze gedragscodes is en hoe de verschillende codes zich tot elkaar verhouden in een context van een proliferatie van gedragscodes. Ondanks de diversiteit van codes is een proces van standaardisering zichtbaar, zodat enige algemene opmerkingen mogelijk zijn. Daarna wordt de vraag behandeld wat de juridische impact van de codes kan zijn, enerzijds door hun effect op de relatie tussen de contractspartijen en op de positie van werknemers in ontwikkelingslanden aan de hand van verschillende situatieschetsen te toetsen, en anderzijds door de status van de codes onder Nederlands recht te beoordelen. Afsluitend volgt een aantal slotopmerkingen over mogelijke (toekomstige) implicaties en hoe supplier codes of conduct agreements passen in ontwikkelingen van transnationaal privaatrecht, constitutionalisering van privaatrecht, zelfregulering, en aansprakelijkheid in een web van relaties.


Mr. M.-J. van der Heijden
Mr. M.-J. van der Heijden is werkzaam aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Welk spoor volgt Nederland?

Een reactie op Hans Dominicus

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden restorative justice, implementation, conditions for
Auteurs Annemieke Wolthuis en Eric Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    Comparing the developments in the Netherlands with those in Belgium the authors find important differences relating to the questions pertinent to implementation. Experiments have also been done in the Netherlands and their evaluations showed positive results, but there were different models which were not clearly – or not at all – related to the traditional criminal justice process. They all were lacking the formal collaboration with the courts, that was seen in Belgium. There has been no form of central direction and no important influence from the academic world and the various projects have officially been replaced in 2006 by a national policy of implementing ‘victim-offendertalks’. These talks have their merits and are appreciated by victims and offenders, but they do not amount to mediation in a restorative style, since restorative agreements are not allowed to result. Nevertheless, there are a number of indications that restorative justice practices could still become recognized and accepted. Staff of the police, the public prosecutors office and judges are interested and new experiments are beginning. The new development of local ‘veiligheidshuizen’ (‘front offices for safety’) offers a promising setting for interagency co-operation and conferencing with citizens in trouble and conflict. The conferencing-model has gained broad acceptance in the context of juvenile care and may continue to inspire justice personnel. In process now is the foundation of a new restorative justice network, called ‘Restorative Justice Netherlands’.


Annemieke Wolthuis
Annemieke Wolthuis is als onderzoekster verbonden aan het Hilde Verweij –Jonker Instituut te Utrecht.

Eric Wiersma
Eric Wiersma is werkzaam als beleidsconsulent bij Halt Nederland.

A.C de Die
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.