Zoekresultaat: 85 artikelen

x
Artikel

Verplichte clausules in overeenkomsten met banken: de ‘stay’-clausule uit hoofde van BRRD II

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2021
Trefwoorden bail-in, afwikkeling, resolutie, Richtlijn 2014/59/EU, financiële overeenkomst
Auteurs Mr. S. Uiterwijk en Mr. G. Hasami
SamenvattingAuteursinformatie

    Banken en beleggingsondernemingen zijn sinds 2015 verplicht om in niet-EU-contracten een contractuele afwikkelbaarheidsclausule (bail-in-clausule) op te nemen. Als gevolg van BRRD II zullen zij ook zogenoemde ‘stay-clausules’ moeten toevoegen. Dit artikel bespreekt de achtergrond, inhoud en reikwijdte van de verplichte stay-clausule, met een blik op de praktijk.


Mr. S. Uiterwijk
Mr. S. Uiterwijk is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. G. Hasami
Mr. G. Hasami is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De achterdeur op een gedoogde kier?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Trefwoorden artikel 13b Opiumwet, Damoclesbeleid, coffeeshop, bedrijfsruimte, evenredigheid
Auteurs Mr. M. van Weeren en Mr. R. Salverda
SamenvattingAuteursinformatie

    Het sluiten van bedrijfsruimte die wordt gebruikt als externe afroepbare voorraadlocatie voor coffeeshops op grond van artikel 13b Opiumwet, kan onder bepaalde omstandigheden onevenredig en niet noodzakelijk zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om het feit dat geen sprake is van verstoring van de openbare orde, dat het pand al jarenlang wordt gebruikt als externe afroepbare voorraadlocatie en geen sprake is van feitelijke handel vanuit het pand. Verder speelt de Wet gesloten coffeeshopketen een rol bij de vraag of een sluiting van 24 maanden is gerechtvaardigd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal zich hier binnenkort over buigen.


Mr. M. van Weeren
Mr. M. van Weeren is werkzaam als advocaat bij Blenheim advocaten.

Mr. R. Salverda
R. Salverda is werkzaam als juridisch medewerker bij Blenheim advocaten.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

Kroniek materieel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2020
Auteurs Rachel Bruinen, Dirk Dammers, Alexandra Emsbroek e.a.

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Chaimae Ihataren

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen

Ben Polman

Robert Malewicz

Debora Middelburg
Discussie, Nieuws en Analyse

De strafbaarstelling van gebruikers

Een onderzoek naar de legitimiteit en rechtvaardigheid van strafbaarstelling van harddrugsgebruik

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 6 2020
Trefwoorden Drugsgebruik, Legitimiteit, Rechtvaardigheid, Criteria voor strafbaarstelling, Strafbaarstelling
Auteurs Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van ontwrichtende criminaliteit ontstaat steeds meer aandacht voor de gebruikerskant. Zo ook voor de harddrugsgebruiker, die een ontwrichtende invloed op de samenleving heeft. Dit artikel beantwoordt daarom de vraag of strafbaarstelling van harddrugsgebruik legitiem en rechtvaardig is. Teneinde deze vraag te beantwoorden wordt getoetst aan de criteria voor strafbaarstelling en worden de argumenten die ten grondslag liggen aan de strafbaarstelling van de prostituant die misbruik maakt van prostituees die slachtoffer zijn van mensenhandel ter inspiratie gebruikt.


Mr. Y. (Yamit) Hamelzky
Yamit Hamelzky is docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2020
Trefwoorden toezicht, handhaving, kwaliteit van zorg, geneesmiddelen, openbaarheid
Auteurs Mr. M.L. Batting en mr. M.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek bespreken de auteurs de relevante bestuursrechtelijke uitspraken en ontwikkelingen op het terrein van de gezondheidszorg. Deze kroniek ziet op de periode van 1 februari 2019 tot en met 1 juni 2020.


Mr. M.L. Batting
Marije Batting is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

mr. M.A. de Vries
Merle de Vries is werkzaam als advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat, docent Verdiepend ondernemingsrecht aan de University of Curaçao en redacteur van het Caribisch Juristenblad.

Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker privaatrecht verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan het Tilburgs Instituut voor Privaatrecht, en redacteur van het Caribisch Juristenblad.

Jan van der Valk
Jan van der Valk is partner bij Forward Advocaten in Tilburg.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/62

HR 14 april 2020, 18/05085, ECLI:NL:HR:2020:619

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Artikel

Access_open Een einde aan ondermijning

Over de opkomst en werking van een nieuwe veiligheidsstrategie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2020
Trefwoorden ondermijning, speech act, veiligheidsbeleid, drugs
Auteurs Hans Boutellier, Ronald van Steden, Yarin Eski e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Undermining has become a buzz-word in Dutch politics and security governance. On national and local level there is great concern about the disappearing lines between the legal and illegal world, which affects the democratic order and rule of law in the Netherlands. Hence, everything possible should be done in order to combat the creeping threat of undermining. However, what is undermining actually? And why has the concept become so popular now? In this contribution, the authors will consider those and other relevant key questions about the rise and effect of the undermining concept to provide more conceptual clarity. By critically reflecting on undermining as a speech act, that is ‘underminization’ (cf. securitization), and based on empirical research, the authors suggest that there are two discourses at work that hinder the effectivity of the concept: one is specifically focused on the drugs industry with its illegal activities and one broadens the concept into unlawful and undesired developments that interfere with societal stability. The authors conclude that the concept of undermining may mobilize at policy level, yet seems to paralyze at operational level.


Hans Boutellier
Hans Boutellier is verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschappen en politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ronald van Steden
Ronald van Steden is verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschappen en politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Yarin Eski
Yarin Eski is verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschappen en politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mauro Boelens
Mauro Boelens was verbonden aan de afdeling Bestuurswetenschappen en politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en nu werkzaam bij TwynstraGudde.

Willem-Jan Kortleven
Willem-Jan Kortleven is universitair docent rechtssociologie aan de Erasmus School of Law en redacteur van Tijdschrift voor Veiligheid.
Artikel

Voorheen onvermoeibaar

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2020
Auteurs Erik Jan Bolsius en Jean-Pierre Jans
Auteursinformatie

Erik Jan Bolsius

Jean-Pierre Jans
Beeld
Artikel

Over een grens: Nederlandse vondelingen uit of naar het buitenland

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Vondeling, migratie, Nederland, rationelekeuzetheorie, gelegenheidstheorie
Auteurs Kerstin van Tiggelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the group of Dutch foundlings, 28% are migratory foundlings: children coming from abroad to the Netherlands (inbound foundlings), and children going abroad from the Netherlands (outbound foundlings). According to the rational choice theory, there is at some point a rational decision behind human action, based on consideration of costs and benefits – terminology reminiscent of the origins within economic science. When viewed from that perspective, cross-border abandonment may be regarded to be a conscious effort to hinder detection. After all, abandonment of foundlings has been a criminal offence in the Netherlands since at least the Middle Ages. There is therefore also a vested interest in not attracting attention. Anyone abandoning a child and wishing to protect their identity will be attracted to locations that lack effective supervision, defined as guardianship within the criminological routine activities theory. However, the less familiar a location, the trickier it is to avoid visibility. Does the rational consideration of costs and benefits result in migratory foundlings being abandoned just over the border (in order that the perpetrators attract the least possible attention) or actually further inland (in order to detract from the cross-border activity, for example)? Is there a comparable choice in terms of distance when people abandon native foundlings – children found in their country of birth? Relevant questions indeed, as greater insight into such variables can support the direction taken by detection activities. This study is an exploratory analysis of the distance between the domicile or birth location and the abandonment location of cross-border foundlings. The results will then be compared with the distances in the case of domestic foundlings.


Kerstin van Tiggelen
Kerstin van Tiggelen is gepromoveerd in de Humanistiek en voorzitter van stichting Nederlands Instituut voor de Documentatie van Anoniem Afstanddoen (NIDAA).
Artikel

Wie heeft een wiethok op zolder?

Een kwantitatief onderzoek naar risico- en beschermende factoren op persoons- en buurtniveau voor illegale hennepplantages in woningen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2019
Trefwoorden indoor cannabis cultivation, risk factors, individuals, neighbourhoods
Auteurs Emily Berger MSc, Vera de Berk MSc, Dr. Joris Beijers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal weed cultivation is increasingly perceived as an important societal problem. Most of existing research in this area focuses on the criminal organisations active on the cannabis market and the criminal profits that are gained here. The current study however focuses on the actors at the bottom of the cannabis market – the home growers – and aims at answering the following research question: what factors influence the chance of encountering an illegal weed cultivation at a certain residential address? In this study, the risk and protecting factors are taken into consideration on both the individual level (e.g. family composition and financial position of residents) and the neighbourhood level (e.g. social cohesion, physical disorganisation, level of criminality in a certain neighbourhood). In the current study, data of 401 illegal hemp cultivation sites discovered between 2011 and 2016 in homes in Eindhoven, the Netherlands, were analysed. Data from various quantitative data sources – like municipal data (BRP and data from the Social Domain) and data from the municipal neighbourhood monitors – were combined and analysed through a multilevel logistic regression. The results suggest that the likelihood of an illegal weed cultivation site is most prominently influenced by individual factors. Being married for instance seems to decrease the risk, whereas being divorced seems to increase the risk. The housing type also turns out to be of influence. On a neighbourhood level, physical disorganisation and the presence of other hemp cultivation sites in the neighbourhood are the only predictors for hemp cultivation. The results are discussed in the light of criminological theories regarding participation in crime, using the theoretical concepts motivation, opportunity, and control.


Emily Berger MSc
E. Berger, MSc is als junior-onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden en was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Universiteit Utrecht en stagiaire bij de gemeente Eindhoven.

Vera de Berk MSc
V.J. de Berk, MSc was ten tijde van het initiële onderzoek masterstudente aan de Universiteit Utrecht en stagiaire bij de gemeente Eindhoven.

Dr. Joris Beijers
Dr. J.E.H. Beijers is als docent verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht en werkzaam als analist bij de gemeente Eindhoven.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kroniek Materieel Strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2018
Auteurs Max den Blanken, Maike Bouwman, Rachel Bruinen e.a.

Max den Blanken

Maike Bouwman

Rachel Bruinen

Sophie Hof

Michiel Olthof

Ben Polman

Inge Raterman

Aram Sprey

Robert Malewicz
Artikel

De maatschappelijke integratie van de politie

Politieleiders over de actualiteit van een beladen concept

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden politie, maatschappelijke integratie, gebiedsgebonden politie
Auteurs Ivo van Duijneveldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the 1970s social integration of the police has been considered as a key element of the Dutch police. This article focusses on the question of the relevance of social integration of the contemporary police. The article is based on interviews with present and former strategic leaders of the Dutch police. This study shows that social integration is still often considered to be a highly important value for the Dutch police, particularly with regard to the growing polarisation in society. However, some of the police chiefs also express their disapproval of the concept of social integration; in their view the concept reminds us of the past. Also, police chiefs are critical of the value of the concept because of its supposed geographical focus. The paper shows that this criticism can be understood as an interpretation of social integration in terms of ‘neighbourhood policing’ and as an operational police strategy.


Ivo van Duijneveldt
Ivo van Duijneveldt is organisatieadviseur bij Andersson Elffers Felix en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit.
Artikel

De dringende reden en ernstige verwijtbaarheid; twee afwegingen op basis van de omstandigheden van één geval

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Ernstige verwijtbaarheid, Transitievergoeding bij ontslag op staande voet, Dringende reden, Ontslag op staande voet, Bagateldelict
Auteurs prof. mr. Stefan Sagel en mr. Rik van Haeringen
Samenvatting

    In een uitspraak van 30 maart 2018 maakte de Hoge Raad een einde aan de discussie over de vraag of een terecht gegeven ontslag op staande voet onder de Wwz kan samengaan met de verschuldigdheid van een transitievergoeding. De cassatierechter besliste dat het wettelijke systeem zich niet verzet tegen zulke samenloop. In al die gevallen waarin de door de rechter aangenomen dringende reden niet als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kwalificeert, is de transitievergoeding verschuldigd. De vraag komt dan vervolgens wel op, wanneer van die ernstige verwijtbaarheid sprake is. Deze bijdrage beoogt de praktijk enige handvatten aan te reiken voor de beantwoording van die vraag. Net als bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden, zullen ook hier de omstandigheden van het geval beslissend zijn. Maar hoewel er een grote mate van overlap is tussen de gezichtspunten die in aanmerking moeten worden genomen bij de afwegingen of sprake is van (i) een dringende reden en (ii) ernstige verwijtbaarheid, moeten de beide beoordelingen om verschillende redenen toch goed van elkaar worden onderscheiden. In de eerste plaats omdat bepaalde gezichtspunten in de beide wegingen voor verschillende partijen kunnen spreken. In de tweede plaats omdat aan bepaalde gezichtspunten die de Hoge Raad relevant acht in het kader van artikel 7:678 BW, geen gewicht toekomt in het kader van de op artikel 7:673 lid 7 onder c BW gestoelde weging van de ernstige verwijtbaarheid. Tot slot geldt bij weer andere van die gezichtspunten, dat het maar net van de omstandigheden van het geval afhangt, of zij ook van betekenis zijn voor de beoordeling of sprake is van ernstige verwijtbaarheid. Kortom: een genuanceerde benadering is vereist.


prof. mr. Stefan Sagel

mr. Rik van Haeringen
Artikel

De ontwikkeling van de Wet Damocles: burgemeesters trekken zwaard in de strijd tegen drugs

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden 13b Opiumwet, Drugscriminaliteit, Empirical legal research, Hennepteelt, Drugshandel
Auteurs Mr. L.M. Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 13b Opiumwet sluiten burgemeesters elk jaar honderden panden vanwege drugshandel en hennepteelt. Dit artikel geeft een zo volledig mogelijk overzicht van de ontwikkeling, uitleg en toepassing van deze sluitingsbevoegdheid. Allereerst wordt onderzocht hoe vaak de bevoegdheid wordt toegepast. Daarna vindt een kwantitatieve jurisprudentieanalyse plaats, waarbij o.a. wordt gekeken naar de winkans van belanghebbenden. Deze resultaten worden vervolgens verklaard aan de hand van een meer kwalitatieve jurisprudentieanalyse. Door gebruik van verschillende onderzoeksmethoden en de uitvoerige jurisprudentiebespreking levert dit onderzoek een wetenschappelijke bijdrage aan de discussie over de toepassing en uitbreiding van artikel 13b Opiumwet.


Mr. L.M. Bruijn
Mr. L.M. Bruijn is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen. Haar promotieonderzoek betreft de legalisering van cannabis en de niet-strafrechtelijke aanpak van drugscriminaliteit in Nederland en Amerika.
Artikel

Access_open Positieve uitlokking van ethisch hacken

Een onderzoek naar responsible-disclosurebeleid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden ethical hacking, responsible disclosure, positive incitement, negative incitement, intrinsic desirability
Auteurs Karel Harms
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the Dutch government’s acceptance of ethical hacking, by implementing a policy of responsible disclosure, is considered to be a beneficent development. Ethical hacking contributes to cybersecurity and is intrinsically desirable. The term positive incitement is proposed to describe the relatively new phenomenon of encouraging ethical hacking. Positive incitement will be analysed by making a comparison to the Dutch toleration policy regarding soft drugs, and to incitement by law enforcement. Positive incitement should not change into negative incitement, which would result in a serious breach of the rights of ethical hackers. Furthermore, it is argued that the intrinsic value of ethical hacking can justify searching for vulnerabilities in systems of organisations who do not approve of this in advance.


Karel Harms
Karel Harms studeert aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgt de master Rechtswetenschappelijk onderzoek.

    Amsterdam is a popular destination for tourists. The number of tourists visiting Amsterdam increases every year and is expected to hit 23 million by 2025. This article describes which implications increasing tourism has on security and crime in Amsterdam. It appears that increasing tourism has a negative effect on social cohesion and can be a serious threat to safety. Tourism also attracts crime. Tourists are far more likely to suffer from crimes than inhabitants of Amsterdam. In particular they become victims of crimes like pickpocketing, mugging and scams. Tourists are also often associated with drug- and alcohol-related incidents. Apart from being a victim, a tourist can also be a perpetrator of crime. Inhabitants of Amsterdam regularly complain about nuisance caused by tourists. Especially subletted apartments via Airbnb is a serious concern for residents of Amsterdam and local policymakers.


Dr. Joke Harte
Dr. Joke Harte is universitair hoofddocent bij de afdeling Strafrecht & Criminologie van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en redactielid van PROCES.

Ingrid van Houwelingen MSc
Ingrid van Houwelingen MSc is als junior onderzoeker werkzaam bij de afdeling Strafrecht & Criminologie van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 85 gevonden teksten
« 1 3 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.