Zoekresultaat: 41 artikelen

x
Artikel

Urgenda als civielrechtelijk geschil

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden cassatie, rechterlijk bevel, executiegeschil, beleidsvrijheid
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans en Mr. W.Th. Nuninga
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de Urgenda-procedure als civielrechtelijk geschil. Waarom leent het Nederlands privaatrecht zich zo goed voor dit oordeel? Hoe goed past het in de civielrechtelijke traditie? En – wellicht belangrijker – hoe zou een eventueel vervolg hierop er binnen dat civielrechtelijk kader uit kunnen zien?


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Den Haag.

Mr. W.Th. Nuninga
Mr. W.Th. Nuninga is verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden als Meijers PhD Fellow.
Artikel

Het Europees arrestatiebevel

Toch nog mogelijkheden voor een goede verdediging?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2020
Trefwoorden overlevering, Europees aanhoudingsbevel, opgeëiste persoon, kaderbesluit, HvJ EU
Auteurs Mr. W.R. Jonk en Mr. R. Malewicz
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 12 mei 2004 is in Nederland de Overleveringswet van kracht, waarmee de procedure van uitlevering binnen de EU drastisch veranderde. Sindsdien is het Europees aanhoudingsbevel een populair middel voor lidstaten geworden om gezochte verdachten en veroordeelden naar hun grondgebied te krijgen. De rechtsbescherming voor opgeëiste personen is, onder meer door enkele uitspraken van het HvJ EU, allengs minder geworden. De bijstand in overleveringszaken vergt dan ook meer dan alleen het voeren van verweren in overleveringsprocedure zelf. Een proactieve houding, mogelijk zelfs in de fase voorafgaand aan het EAB, kan de opgeëiste persoon een gedwongen reis naar het buitenland besparen.


Mr. W.R. Jonk
Mr. W.R. Jonk is advocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten.

Mr. R. Malewicz
Mr. R. Malewicz is advocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten.
Artikel

Wie krijgt zijn geld terug?

Acties van slachtoffers tot schadevergoeding bij bankfraude

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2020
Trefwoorden banking fraud, victimization, crime reporting, reimbursement, capability to act
Auteurs Dr. Johan van Wilsem, Dr. Take Sipma en Dr. Esther Meijer-van Leijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Internet era, banking fraud has become a common way of stealing money. According to victim surveys, this offense has already led to significant numbers of victims. In this article, the authors focus on illegal bank account withdrawals, which are an indication of identity fraud. For this they use data on 636 victims who were surveyed in the LISS panel. Using the concept of ‘capability to act’, as used in the WRR report Why knowing what to do is not enough (2017), the authors model which type of victim takes action to get the stolen amount reimbursed and which type of victim succeeds in doing so. They expect that the less educated and people with low self-control more often refrain from contact with authorities (bank, police) and therefore more often receive no compensation and remain with higher residual damage. The results show that approximately four in five victims of unauthorized bank debits are fully compensated. For the group of victims for whom this is not the case – remaining with residual damage – most of the hypotheses are confirmed.


Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is strateeg-onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer.

Dr. Take Sipma
Dr. T. Sipma is als onderzoeker verbonden aan het WODC.

Dr. Esther Meijer-van Leijsen
Dr. E. Meijer-van Leijsen is als onderzoeker werkzaam bij de Algemene Rekenkamer.
Artikel

Coronamaatregelen in de ggz: zorgen over rechtmatigheid en rechtsbescherming

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden coronapandemie, vrijheidsbeperkingen, rechtsbescherming, intramurale ggz, patiëntenrechten
Auteurs Mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op de coronapandemie zijn in de intramurale ggz beduidende beperkingen doorgevoerd: het ontvangen van bezoek, de vrijheid van bewegen in de kliniek en het verlof om de kliniek te verlaten worden aanmerkelijk begrensd. In deze bijdrage worden vraagtekens geplaatst bij de rechtmatigheid van deze collectieve maatregelen die op instellingsniveau worden vastgesteld. Bedenkingen zijn er tevens ten aanzien van te signaleren beperkingen in het klachtrecht en inspectietoezicht. De rechtsbescherming van opgenomen psychiatrische patiënten lijkt medio april 2020 niet op orde.


Mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is jurist bij Stichting PVP en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Bestuurdersaansprakelijkheid en internetcriminaliteit in de bioscoop: een spannende film?

Rb. Amsterdam (kanton) 31 oktober 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:7881 (CEO-fraude Pathé)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, werknemersaansprakelijkheid, opzet of bewuste roekeloosheid, ernstig verwijt
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze praktisch-wetenschappelijke bijdrage wordt aan de hand van de CEO-fraude bij Pathé stilgestaan bij het onderscheid tussen de aansprakelijkheidspositie van de bestuurder en de aansprakelijkheidspositie van de werknemer en de in dat verband gehanteerde terminologie.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam en verbonden aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Een tweelingstudie naar indicatoren van genetische en culturele transmissie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden intergenerational continuity, rule-breaking behavior, genes, environment, twin study
Auteurs Camiel van der Laan MSc, Dr. Steve van de Weijer, Dr. Michel Nivard e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the present study, the role of genetic and cultural transmission in intergenerational continuity of rule-breaking behavior (RBB) was investigated. Based on the resemblance within 3,982 Dutch twin pairs, aged 13 to 17 years, the relative importance of genetic (G), shared environmental (C), and unique environmental (E) influences on RBB was estimated. Cultural transmission, the process of passing on knowledge, norms and values, can lead to similarities within families, and forms part of the shared environment of children growing up in the same family. The authors found no evidence for shared environmental influences, and consequently no indication of a role for cultural transmission. Genetic influences explained 60 percent of the variance in rule-breaking behavior at age 13 to 17, implying that intergenerational continuity at this age is mainly driven by genetic transmission.


Camiel van der Laan MSc
C.M. van der Laan is promovendus bij de afdeling Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Steve van de Weijer
Dr. S.G.A. van de Weijer is postdoctoraal onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Michel Nivard
Dr. M.G. Nivard is universitair docent bij de afdeling Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Dorret Boomsma
Prof. dr. D.I. Boomsma is hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Nederlands Tweelingen Register.
Artikel

Gemoderniseerde voordeelsontneming

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Voordeelsontneming, Ontnemingsmaatregel, Ontnemingsprocedure, Misdaadgeld, Modernisering van het Wetboek van Strafvordering
Auteurs Mr. dr. W.S. de Zanger
SamenvattingAuteursinformatie

    De modernisering van het Wetboek van Strafvordering zal ook het proces ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aanpassen. Deze wetgevingsoperatie zal de ontnemingsmaatregel grotendeels ontdoen van zijn bijzondere karakter. Zo komt het strafrechtelijk financieel onderzoek te vervallen en wordt voorgesteld de oplegging van de ontnemingsmaatregel als hoofdregel in het reguliere strafproces te laten plaatsvinden. Deze bijdrage brengt in kaart welke wijzigingen worden voorgesteld en hoe die moeten worden beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat de moderniseringsplannen kunnen worden onderschreven, maar wel nader dienen te worden doordacht.


Mr. dr. W.S. de Zanger
Mr. dr. W.S. de Zanger is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) en het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Angst voor de dood als schade(post)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2018
Trefwoorden angstschade, doodsangst, angst, dood, overlijden
Auteurs A.M. Overheul LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over angst voor de dood als schade(post) in het Nederlandse recht. Aanleiding hiervoor is een arrest van het Franse Cour de Cassation, waarin het Hof arrest wijst over angst voor de dood. De auteur spitst angst als schade toe op de dood, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussen drie verschillende situaties: het slachtoffer weet niet óf hij doodgaat; het slachtoffer heeft het ongeval – tegen de verwachting in – overleefd en het slachtoffer weet dat hij gaat overlijden.


A.M. Overheul LLM
Mw. A.M. Overheul LLM is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Naar een blauwe criminologie?

Over illegale visserij, visfraude en criminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2018
Trefwoorden illegal fishing, fish fraud, organization crime, green criminology, blue criminology
Auteurs Prof.dr.mr. Wim Huisman, Kees Camphuysen en Prof.dr.mr. Catrien Bijleveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Illegal (IUU) fishing is a relatively understudied area within criminology. In this article the authors briefly describe what IUU fishing entails, what is known about the consequences of such fishing, and will list law enforcement issues. They illustrate how illegal fishing can be organized in different ways, and will give some examples of fish fraud. The authors also discuss the (massive) measurement issues. The ecological impact of IUU fishing constitutes an important reason for more research into this phenomenon.


Prof.dr.mr. Wim Huisman
Prof.dr.mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit.

Kees Camphuysen
K. Camphuysen is senior onderzoeker aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ).

Prof.dr.mr. Catrien Bijleveld
Prof.dr.mr. C. Bijleveld is hoogleraar Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam en directeur van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

    Experimenteel karakter bestemmingsplan. Uitnodigingsplanologie. Voortzetting bestaand gebruik. Afwijkingsmogelijkheden. Programma. Begrip erf.


Tycho Lam
Artikel

De strafrechtelijke aanpak van meisjesbesnijdenis in een rechtsvergelijkende context

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2016
Trefwoorden besnijdenis, genitale verminking, culturele delicten, burgerschap, recht en religie
Auteurs Mr. Sohail Wahedi en Mr. dr. Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    In Europe, female circumcision has been considered a grave violation of human rights. However, many European countries fail to combat this illegal practice. This article answers the question why criminal law enforcement with regard to female circumcision seems to fail in various European states, with the exception of France. To answer this question, this article analyses various models of citizenship.


Mr. Sohail Wahedi
Mr. S. Wahedi studeerde rechten in Utrecht. Hij is als promovendus verbonden aan de afdeling Sociology, Theory and Methodology van de Erasmus School of Law en verricht onderzoek op het terrein van recht en religie.

Mr. dr. Renée Kool
Mr. dr. R.S.B. Kool is als universitair hoofddocent Straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen en het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL). Zij heeft in het kader van haar onderzoek naar het aansprakelijkheidsrecht ook gepubliceerd over culturele delicten, zoals meisjesbesnijdenis en huwelijksdwang.

prof. mr. A.W. Jongbloed
Prof. mr. A.W. Jongbloed is redactielid van de Gerechtsdeurwaarder en o.a. raadsheer-plaatsvervanger bij het Hof Amsterdam (Notaris- en Gerechtsdeurwaarderskamer). Sommige gedeelten (o.a. de beschrijving van de casus die leidde tot Rb. Rotterdam 18 mei 2016, ECLI:NL:​RBROT:2016:4166) zijn ontleend aan een artikel dat ik schreef voor het oktober-nummer van het Tijdschrift voor Curatoren.

    A cassation court traditionally has two tasks: a unifying task and a corrective task. The unifying task consists of verifying the internal legality of a lower court’s decision (the correct application and interpretation of the law by the lower courts). The corrective task refers to verifying the external legality of the lower court’s decision. The cassation court must ensure that the decisions of the courts concerned are in conformity with the requirements of proper administration of justice. This article focuses on the following question: is it necessary that the Belgian Council of State, acting in the capacity of a cassation court, performs both traditional tasks (corrective and unifying)? This is by no means self-evident, given the specific judicial structure in which the Belgian Council of State operates.


Elsbeth Loncke
Ph.D. at Hasselt University, Belgium, and attorney at the bar of Limburg, Belgium.
Discussie

Forensische psychologie, neurobiologie en preventie: kritische reflectie op nieuwe ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden preventie, gedragsstoornis, Pro Justitia beoordeling, neurobiologie, Ethiek
Auteurs Dr. Dorothee Horstkötter, Dr. Carla van El, Dr. Thomas Rinne e.a.
Auteursinformatie

Dr. Dorothee Horstkötter
Dr. D. Horstkötter is onderzoeker bij de afdeling Health, Ethics and Society van de Universiteit Maastricht.

Dr. Carla van El
Dr. C.G. van El is onderzoeker bij de Sectie Community Genetics, Afdeling Klinische Genetica en het EMGO Instituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg van het VU medisch centrum .

Dr. Thomas Rinne
Dr. T. Rinne is wetenschappelijk directeur van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychologie en Psychiatrie (NIFP).

Prof. dr. Guido de Wert
Prof. dr. G.M.W.R. de Wert is hoogleraar Biomedische Ethiek bij de afdeling Health, Ethics and Society van de Universiteit Maastricht.

Prof. dr. Toine Pieters
Prof. dr. A.H.L.M. Pieters is directeur van het Freudenthal Institute van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wederopsluiting na elektronische detentie en reguliere detentie in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden electronic monitoring, incarceration, propensity score matching, re-imprisonment
Auteurs Prof. mr. dr. Arjan Blokland, Dr. Hilde Wermink, Drs. Luc Robert e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Electronic monitoring is increasingly used as an alternative to imprisonment. Compared to imprisonment, electronic monitoring presumably is less costly. Furthermore, compared to imprisonment electronic monitoring may have less collateral consequences, as detainees who are electronically monitored are able to keep their job, housing and social networks, which are in turn associated with reduced recidivism. On the other hand electronic monitoring may have less of a deterrent effect than imprisonment, and deviant networks also remain intact, which may increase the likelihood of future crime and with it the likelihood of re-imprisonment. Here we make use of data from the Belgian penitentiary register to compare re-imprisonment of those having served their sentence under electronic monitoring and those regularly imprisoned, and limit our analyses to offenders with a prison sentence between six months and three years. We use propensity score matching to control for pre-existing differences between these groups. Our findings show that detainees are less likely to be re-imprisoned after electronic monitoring than after regular imprisonment.


Prof. mr. dr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Hilde Wermink
Dr. H.T. Wermink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Drs. Luc Robert
Drs. L. Robert is onderzoeker aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.

Dr. Eric Maes
E. Maes is onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.
Artikel

Non bis in idem in Europa: de zaken Spasic en M.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden non bis in idem, artikel 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst, artikel 50 Handvest EU, beperking grondrechten Handvest EU, tenuitvoerleggingsvoorwaarde
Auteurs Mr. dr. W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen Schengen en de EU geldt de regel dat iemand die onherroepelijk is berecht niet nog eens mag worden vervolgd of gestraft wegens hetzelfde feit (non bis in idem). Geldt deze bescherming ook wanneer de straf wel definitief is geworden maar nog niet ten uitvoer is gelegd? Artikel 54 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is hierover duidelijk: het stelt tenuitvoerlegging als voorwaarde voor toepassing van de waarborg tegen tweede vervolging of bestraffing. Artikel 50 Handvest stelt deze voorwaarde echter niet. In de zaak Spasic beoordeelt het Hof van Justitie – voor het eerst – de verhouding tussen beide non bis in idem-bepalingen.
    In de zaak M. is de vraag aan de orde of een ‘buitenvervolgingstelling’ een tweede vervolging in een andere lidstaat belet. Het betreft een strafrechtelijke beslissing die nationaal een minder sterke non bis in idem-werking heeft dan een onherroepelijk eindvonnis. Deze bijdrage laat aan de hand van beide zaken zien hoe het Hof van Justitie de balans probeert te houden tussen vrijheid, veiligheid en recht enerzijds en het voorkomen en bestrijden van criminaliteit anderzijds.
    HvJ 27 mei 2014 (GK), zaak C-129/14 PPU, Spasic, prejudiciële spoedprocedure op verzoek Oberlandesgericht Nürnberg (Duitsland), ECLI:EU:C:2014:586, n.n.g. en HvJ 5 juni 2014, zaak C-398/12, M., prejudiciële procedure op verzoek Tribunale di Fermo (Italië), ECLI:EU:C:2014:1057, n.n.g.


Mr. dr. W.F. van Hattum
Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Mediëren verhoortechnieken de verandering in verklaringsbereidheid van verdachten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden effectiveness of interrogations, interrogation tactics, suspects’ statement, Structural Equation Modeling
Auteurs Dr. Willem-Jan Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide more knowledge on the extent to which criminal investigators are able to influence suspects’ statement. For this purpose, 166 observed interrogations covering the whole interrogation were analyzed. Based on these longitudinal data Structural Equation Modeling was used to examine the extent to which interrogation tactics mediate the changing statement between the start and the end of the interrogation. The results show that particularly suspects who give a statement on personal affairs at the beginning of the interrogation change their statement. Manipulating techniques are used more often when suspects are silent and confrontational techniques are used more often when suspects declare about the crime. Only confrontational techniques seem to contribute to changes in suspects’ statement. Accusatory interrogation tactics do not mediate the relationship between the statement given at the beginning of the interrogation and the change in statement. It can be concluded that suspects who are silent at the beginning of the interrogation or who declare about the crime in most cases don’t change their statement and that with using accusatory interrogation techniques criminal investigators seem to be unable to influence their statement.


Dr. Willem-Jan Verhoeven
Dr. W.J. Verhoeven is universitair docent criminologie bij de sectie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Hoofdartikel

De systematiek van bewuste roekeloosheid als schuldcriterium bij arbeidsrechtelijke aansprakelijkheidskwesties

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Bewuste roekeloosheid, Werkgeversaansprakelijkheid, Werknemersaansprakelijkheid, Goed werkgeverschap, Verzekeringsplicht
Auteurs Mr. Bjorn Schouten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel stelt de vraag centraal of aan het gebruik van bewuste roekeloosheid als criterium voor eigen schuld van de werknemer een ‘arbeidsrechtelijke’ benadering ten grondslag ligt. In de verschillende contexten waarin het begrip ‘bewuste roekeloosheid’ in het civiele arbeidsrecht wordt gebruikt, heeft de Hoge Raad aan bewuste roekeloosheid dezelfde beperkte uitleg gegeven. Voor deze uitleg heeft de Hoge Raad leentjebuur gespeeld bij het vervoerrecht en het verzekeringsrecht. Gezien de verschillende grondslagen van deze rechtsgebieden, is de vraag of dit terecht is gerechtvaardigd. Binnen het arbeidsrecht zelf kan worden betwijfeld of de verschillende ratio’s die aan de regelingen voor werkgevers- en werknemersaansprakelijkheid ten grondslag liggen een gelijke benadering van eigen schuld van de werknemer rechtvaardigen. Daarnaast leidt het bestaan van ‘directe’ en (middels een verzekeringsplicht) ‘indirecte’ aansprakelijkheid van de werkgever tot vragen over de juiste benadering van de eigen schuld van de werknemer.


Mr. Bjorn Schouten
Mr. B. Schouten is advocaat bij Boontje Advocaten in Amsterdam.
Artikel

Buitencontractuele opzegging duurovereenkomst voor bepaalde tijd

Knelt het keurslijf van Mondia/Calanda?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2014
Trefwoorden opzegging duurovereenkomst, Mondia/Calanda, Auping/Beverslaap, onvoorziene omstandigheden, verschillen bepaalde tijd onbepaalde tijd
Auteurs Mr. M. Raas en Mr. J.E. Polet
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken een recente beschikking van het Hof Arnhem-Leeuwarden over een buitencontractuele opzegging van een duurovereenkomst voor bepaalde tijd. Ze vergelijken de sterk verschillende opzeggingsregimes die gelden voor duurovereenkomsten voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd en gaan in op de vraag of het regime voor bepaalde tijd nog houdbaar is.


Mr. M. Raas
Mr. M. Raas is advocaat-medewerker binnen de procespraktijk van Simmons & Simmons LLP in Amsterdam.

Mr. J.E. Polet
Mr. J.E. Polet is partner binnen de procespratktijk van Simmons & Simmons LLP in Amsterdam.
Hoofdartikel

De binding van werkgevers aan collectieve arbeidsovereenkomsten

Enkele beschouwingen over juridische factoren die binding bevorderen of verzwakken

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden cao, alternatieve binding, vakbonden, rechtsvergelijking, representativiteit
Auteurs Prof. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    De dekkingsgraad (vertaling van coverage) van cao's wordt gedefinieerd als de verhouding van het aantal werknemers dat gebonden is aan een cao tot het geheel van de werkende bevolking. In deze bijdrage beperk ik me tot een analyse van de juridische factoren die de binding van werkgevers bevorderen dan wel bemoeilijken. De volgende nationale rechtsordes worden in het onderzoek op systematische wijze betrokken: België, Nederland, Italië, Frankrijk en Duitsland. De problematiek van de binding aan (Europese) cao's wordt eveneens onderzocht binnen de rechtsorde van de Europese Unie.
    Het klassieke scenario van cao-binding (door een cao te sluiten dan wel door lidmaatschap van een ondertekenende werkgeversorganisaties) kan worden bevorderd door een verplichting voor werkgevers in te bouwen om tot onderhandelingen over te gaan. Omgekeerd kan de toegang tot de onderhandelingstafel worden belemmerd door aan werkgeversorganisaties representativiteitseisen op te leggen. Voor het klassieke bindingsscenario bestaan in een aantal nationale rechtsordes enkele ‘alternatieven’. Deze alternatieven leiden ertoe dat een werkgever die noch aan de onderhandelingen heeft deelgenomen, noch aangesloten is bij een onderhandelende organisatie alsnog verplicht wordt bepaalde cao-bepalingen toe te passen. De vraag of een gebondenheid (aan een sectorale of intersectorale cao) die niet op de wilsuiting van de werkgever berust per se strijdig is met de (negatieve) vakverenigingsvrijheid, komt aan bod. In de slotbeschouwingen wordt onderzocht welke 'alternatieven' dienstig kunnen zijn om de dekkingsgraad op te voeren.


Prof. F. Dorssemont
Prof. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit catholique de Louvain (België)
Toont 1 - 20 van 41 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.