Zoekresultaat: 57 artikelen

x
Annotatie

Het discriminatieverbod als katalysator van de negatieve vrijheid van religie in identiteitsgebonden organisaties

HvJ EU 17 april 2018, C-414/16 (Vera Egenberger/Evangelisches Werk für Diakonie und Entwicklung eV) en HvJ EU 11 september 2018, C-68/17 (IR/JQ)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Kaderrichtlijn 2000/78, Discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging, Identiteitsgebonden organisaties, Toegang tot de rechter, Proportionaliteit
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    In de hier besproken arresten buigt het Europese Hof van Justitie zich voor de tweede maal sedert de arresten Achbita en Bougnaoui (2017) over de draagwijdte van discriminatie op basis van godsdienst of overtuiging. Stond in de hiervoor genoemde arresten de vraag centraal of de indirecte discriminatie die een hoofddoekverbod in een neutrale organisatie impliceert kon worden gerechtvaardigd, dan botsen in de hier besproken arresten een sollicitant en een werknemer in identiteitsgebonden organisaties op het ethos van die organisatie. De vraag staat centraal in welke mate een identiteitsgebonden organisatie zich op dat ethos kan beroepen om een kandidaat te weigeren die géén lid is van een protestants kerkgenootschap, en om een arts te ontslaan die na het aangaan van een kerkelijk huwelijk dat noch werd nietig verklaard, noch door de dood van zijn voormalige echtgenote werd ontbonden een tweede civiel huwelijk aanging. In deze bijdrage wordt de wijze waarop het Europese Hof van Justitie met dergelijke loyaliteitsconflicten omgaat vergeleken met de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De verruimde mogelijkheid die identiteitsgebonden organisaties hebben om directe discriminatie op basis van geloof of overtuiging te rechtvaardigen wordt vergeleken met de gemene rechtvaardiging van directe discriminatie. Een ander punt van aandacht is de vergelijking tussen deze verruimde rechtvaardiging van directe discriminatie én de rechtvaardiging van beperkingen van de vrijheid van godsdienst. De oordelen van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens worden beschouwd in het licht van deze Luxemburgse jurisprudentie.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is gewoon hoogleraar aan de Université Catholique de Louvain en gastdocent aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Religie, belangenafweging en neutraliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Religie, Belangenafweging, Neutraliteit, Beperkingen, Proportionaliteit, Staatsrecht
Auteurs Mr. dr. Jos Vleugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Restrictions imposed by the state on the exercise of religion are always the result of a weighing of interests by a judge, an administrative body or a legislator. This weighing of interests is strongly influenced by the context within the exercise of religion take place. In this article four different spheres are distinguished: the internal religious sphere, the public sphere, the sphere of private institutions and the government sphere. The particular relationship that these spheres have with neutrality characterizes the balancing of interests. This explains and justifies why wearing religious clothing may be restricted in some situations and not in others.


Mr. dr. Jos Vleugel
Mr. dr. A. Vleugel is als universitair docent werkzaam bij de afdeling Staats-, Bestuursrecht en Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Hij promoveerde in 2018 op een proefschrift met de titel Het juridische begrip van godsdienst.
Artikel

Past een vaccinatieplicht binnen het EVRM-regime?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden vaccinatieplicht, kinderopvang, EVRM, AWGB, Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Auteurs Dr. R.H.M. (Roland) Pierik
SamenvattingAuteursinformatie

    Al jaren daalt in Nederland de vaccinatiegraad, waardoor ziekten als mazelen en de bof opnieuw dreigen de kop op te steken. Om dit tegen te gaan zijn recent in de Nederlandse politiek twee meer verplichtende maatregelen voorgesteld. Dit artikel analyseert de juridische mogelijkheden en onmogelijkheden van deze voorstellen, met name in de context de van de grondrechten waarmee ze zouden kunnen botsen: artikel 2 EVRM (recht op leven), artikel 8 EVRM (onaantastbaarheid van het lichaam) en/of artikel 9 EVRM: (vrijheid van godsdienst en levensovertuiging) en het daaruit volgende Nederlandse gelijkebehandelingsrecht.


Dr. R.H.M. (Roland) Pierik
Roland Pierik is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de afdeling Algemene Rechtsleer van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Wo viel Licht ist, ist starker Schatten?

Het recht op een effectieve (civiele) remedie naar Unierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden effectiviteitsbeginsel, effectieve rechtsbescherming, doorwerking, Unierecht, civiele remedie
Auteurs Mr. I.V. Aronstein
SamenvattingAuteursinformatie

    Het effectiviteitsbeginsel en het beginsel van effectieve rechtsbescherming vormen het fundament van de doorwerkingsvormen van Unierecht in privaatrechtelijke rechtsverhoudingen. Deze bijdrage geeft globaal inzicht in hoe private partijen Unierecht kunnen inroepen tegen een andere private partij, welke voorwaarden gesteld worden aan civiele remedies en hoe in die context de bovengenoemde beginselen andere beginselen beperken.


Mr. I.V. Aronstein
Mr. I.V. Aronstein is onderzoeker aan het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, Radboud Universiteit en daarnaast verzorgt zij postacademisch onderwijs op het gebied van de invloed van het Unierecht op de civiele rechtspraktijk.
Artikel

De kerk als werkgever

De spanningsvolle relatie tussen kerkelijk recht en het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Kerkgenootschap, Grondrechten, Gelijke behandeling, Tendenswerkgever, Ontslagrecht
Auteurs Wijnand Zondag
SamenvattingAuteursinformatie

    As a special employer, the church has an interest in shaping its own personnel policy in order to achieve the mission and objective. In part, the legislator has met this need. After all, various laws in the field of appointment, terms of employment and dismissal take account of the specific interests of the church as described before. The external border consists of fundamental human rights that are included in the ECHR and the European Directive on equal treatment. It is not always clear where the external border is exactly. The Dutch legislation regarding the battle of ‘church law’ and fundamental rights is not consistent. Moreover, there we notice a tension between national law and the European directive.


Wijnand Zondag
Dr. W. Zondag was van 2003 tot 2015 hoogleraar Arbeidsecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2015 is hij voorganger in een kerkelijke gemeente. Daarnaast publiceert hij op het terrein van het snijvlak religie en recht en verricht hij onder andere promotieonderzoek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.
Artikel

Access_open Arbeidsvermogensschade van jonge kinderen

Naar een nieuwe wijze van schadeberekening vanuit het perspectief van gelijkebehandelingswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebegroting, arbeidsvermogensschade, kinderen, non-discriminatiebeginsel, alternatieven
Auteurs Mr. I. Karimi
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van het huidige wettelijke systeem heeft de Nederlandse rechter de ruimte om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te differentiëren naar al hun persoonlijke kenmerken. Daar waar het gaat om persoonlijke kenmerken op basis waarvan het verboden is om onderscheid te maken, levert dit een spanningsveld op met gelijkebehandelingswetgeving. In deze bijdrage worden alternatieve benaderingen verkend. Gekeken zal worden in hoeverre de Nederlandse alternatieven aansluiten bij de normen zoals neergelegd in de Grondwet en Europese regelgeving.


Mr. I. Karimi
Mr. I. Karimi heeft in 2017 de master Privaatrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht. Aansluitend aan haar afstuderen is ze als juridisch medewerker in dienst getreden bij Asselbergs & Klinkhamer Advocaten. Dit artikel is gebaseerd op de masterscriptie van de auteur. Hiervoor heeft zij drie scriptieprijzen mogen ontvangen, namelijk die van het Juridisch Bureau Letselschade en Gezondheidsrecht, van het Molengraaff Instituut en die van de Stichting Beer Impuls.
Artikel

Access_open Verbanning uit het semipublieke domein

Toegangsverboden in juridisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden The semi-public domain, Misconduct, Exclusion orders, Civil court, Complaints committees
Auteurs Mr. dr. Mandy van Rooij
SamenvattingAuteursinformatie

    The semi-public domain covers the places that are accessible to the public but which are controlled by private entities. Shopping malls, public transport, bars and sports events are examples of such places. In case of misconduct, the private manager may impose exclusion orders. This sanction relies on legal contracts and the exclusive nature of the right to property. The legal framework consists therefore primarily of private law. Exclusion orders may not be imposed without reason. Prevention of disorder and harm may be a legitimate reason. The length and range of the ban must relate to the gravity of the disruption. In addition to this, public laws on non-discrimination and privacy are applicable. The civil court is competent to check the exclusion orders in de semi-public domain. The author sees added value in complaints committees, in which both public and private actors partake. Complaint committees can thrive if their assessment frameworks are transparent.


Mr. dr. Mandy van Rooij
Mr. dr. A.E. van Rooij verdedigde in 2017 aan de Vrije Universiteit Amsterdam haar proefschrift Orde in het semipublieke domein. Particuliere en publiek-private orderegulering in juridisch perspectief, uitgegeven bij Boom juridisch (Den Haag). Deze bijdrage is gebaseerd op dit promotieonderzoek. Inmiddels is zij werkzaam als wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en verbonden als onderzoeker aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de VU.
Artikel

Woonwagenbewoners in Nederland: een strijdbaar volk

Een onderzoek naar het belang van mensenrechten voor woonwagenbewoners

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Travellers/Roma/Sinti, Cultural rights and cultural identity, Legal consciousness, Ewick & Silbey, Empirical research
Auteurs Claire Loven
SamenvattingAuteursinformatie

    Legal institutions as well as European and international organisations have criticised Dutch policy regarding travellers (including Roma and Sinti living in a caravan). Main point of this criticism is that the Dutch government should do more to protect and facilitate the travellers culture.
    In academic literature, the policy has also been criticised from a human rights perspective. In most of these official and academic publications the perspective of travellers was missing. This gave reason for a qualitative research in the form of ten interviews with travellers in the Netherlands. Questions as what does it mean to be a traveller, how should your culture be protected and what do you do to protect your culture (using the law for instance) were, among others, part of these interviews.
    This article not only discusses the results of the interviews, but places them also against the theoretical background of legal consciousness, in particular the research of Ewick and Silbey (1998) in which three categories of attitudes towards the law and legal institutions were distinguished.
    At forehand it was expected that, as being a minority group, travellers would fall in the category ‘against the law’. Yet the findings of this research suggest that travellers, at least the respondents, fall in the category ‘with the law’. They use the law to reach a better position, i.e. to protect their cultural identity.


Claire Loven
Claire Loven is masterstudent Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Discriminatoir ontslag in de diverse samenleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Ontslag, Gelijke behandeling, Diversiteit, Discriminatie, College voor de Rechten van de Mens
Auteurs mr. Marieke ten Broeke
SamenvattingAuteursinformatie

    In onze diverse maatschappij bestaat veel aandacht voor het tegengaan van discriminatie, bijvoorbeeld in het proces van werving en selectie. In deze bijdrage onderzoekt de auteur aan de hand van rechtspraak en oordelen van het College voor de Rechten van de Mens welke rol discriminatie een rol speelt bij de beëindigingen van arbeidsovereenkomsten. Op grond van de onderzochte zaken wordt geconcludeerd dat een beroep op de gronden geslacht of chronische ziekte en handicap het vaakst aan de rechter of het College worden voorgelegd, waarbij het bij discriminatie op grond van geslacht meestal gaat om discriminatie wegens zwangerschap.


mr. Marieke ten Broeke
Lawyer
Artikel

Ontslag vanwege een hoofddoek; de arresten Achbita en Bougnaoui en de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden directe en indirecte discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, religieuze symbolen op de werkplek, rechtvaardigingsgronden, Richtlijn 2000/78/EG, College voor de Rechten van de Mens
Auteurs Mr. A. Swarte en Mr. dr. J.P. Loof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich op 14 maart 2017 in twee verschillende zaken uitgesproken over het ontslag van een vrouwelijke werknemer vanwege het dragen van een islamitische hoofddoek. Naar beide arresten werd al enige tijd met spanning uitgekeken, onder meer vanwege de eerder gepubliceerde volkomen uiteenlopende conclusies van advocaten-generaal Kokott en Sharpston. Het Hof van Justitie lijkt veel ruimte te laten aan werkgevers om het dragen van religieuze symbolen op de werkplek te verbieden, mits zo’n verbod op een algemene en neutrale manier geformuleerd wordt. Er blijven echter veel vragen onbeantwoord en daardoor is onduidelijk hoe richtinggevend de arresten nu precies zijn.
    HvJ 14 maart 2017, zaak C-157/15, Samira Achbita/G4S Secure Solutions NV, ECLI:EU:C:2017:203 en zaak C-188/15, Asma Bougnaoui/Micropole SA, ECLI:EU:C:2017:204


Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. dr. J.P. Loof
Mr. dr. J.P. (Jan-Peter) Loof is wnd. ondervoorzitter onderzoek & advies van het College voor de Rechten van de Mens en doceert staatsrecht en mensenrechten aan de Universiteit Leiden. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Access_open Uitbreiding WGBH/CZ met goederen en diensten

Rechtsbescherming van personen met een handicap neemt toe

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. C.A. Goudsmit
Auteursinformatie

Mr. C.A. Goudsmit
Mr. C.A. (Stans) Goudsmit is lid van het College voor de Rechten van de Mens. Met dank aan Annejet Swarte voor haar hulp bij de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Uitsluiting van homoseksuele mannen als bloeddonor: het arrest Léger en de Nederlandse praktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2015
Trefwoorden Richtlijn 2004/33/EG, discriminatie, volksgezondheid, Handvest, bloeddonor
Auteurs Prof. mr. J.C.J. Dute en Mr. A. Swarte
SamenvattingAuteursinformatie

    Verschillende lidstaten, waaronder Nederland en Frankrijk, sluiten mannen die seksueel contact hebben (gehad) met mannen levenslang uit als bloeddonor. Het Hof van Justitie heeft zich op 29 april 2015 uitgesproken over deze permanente uitsluiting van MSM en heeft voorwaarden geformuleerd waaraan in dat geval moet zijn voldaan.
    HvJ 29 april 2015, zaak C-528/13, Geoffrey Léger/Ministre des Affaires sociales, de la Santé et des Droits des femmes, en Établissement français du sang, ECLI:EU:C:2015:288


Prof. mr. J.C.J. Dute
Prof. mr. J.C.J. (Jos) Dute is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. A. Swarte
Mr. A. (Annejet) Swarte is stafjurist bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

    Bloeddonatie; permanente uitsluiting; onderscheid seksuele voorkeur; niet gerechtvaardigd; discriminatie

Artikel

De zaak van Sinterklaas

Zwarte Piet staat terecht

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Zwarte Piet, racisme, uitingsvrijheid, rechtsstaat
Auteurs Dr. A. Bijnaar en Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In De zaak van Sinterklaas: Zwarte Piet staat terecht bespreken Aspha Bijnaar en Cees Maris de maatschappelijke en juridische controverses rond Zwarte Piet vanuit het rechtsfilosofische ideaal van de liberale rechtsstaat. Ze betogen dat Zwarte Piet is besmet met het racisme van het koloniale verleden. Wegens het belang van de uitingsvrijheid moet de overheid discriminerende uitingen niet verbieden, maar met argumenten tegenspreken. Een neutrale rechtsstaat mag zelf niet discrimineren: Sinterklaasevenementen waarbij overheidsinstellingen direct zijn betrokken, moeten vrij zijn van racistische smetten.


Dr. A. Bijnaar
Dr. A. Bijnaar is wetenschappelijk onderzoeker bij het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis.

Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is emeritus hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Voorwaardelijke procedures in het nieuwe ontslagrecht

Tijdschrift ARBAC, april 2015
Auteurs Prof. mr. dr. W.H.A.C.M. Bouwens en mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
Samenvatting

    In het huidige ontslagrecht kan de werkgever zich indekken tegen onzekerheid over het einde van de arbeidsovereenkomst – en het daarmee gepaard gaande risico van een oplopende loonvordering – door het doen van een voorwaardelijk ontbindingsverzoek of het vragen van toestemming ‘voor zover rechtens vereist’. Als uitvloeisel van de Wet werk en zekerheid treedt op 1 juli 2015 een nieuw ontslagrecht in werking. De auteurs bespreken in deze bijdrage wat deze wetswijziging betekent voor de hiervoor genoemde voorwaardelijke ontslagprocedures. Zijn deze nog mogelijk na inwerkingtreding van het nieuwe ontslagrecht en zo ja, wat is het nut van deze procedures onder het nieuwe recht?


Prof. mr. dr. W.H.A.C.M. Bouwens

mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
Artikel

Access_open Religieuze voorgangers tussen Schrift en recht

Botsing van godsdienstvrijheid en het gelijkheidsbeginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Religieuze voorgangers, Godsdienstvrijheid, Discriminatie, Afwegingsprincipes
Auteurs Kirsten Smeets en Carl Sterkens
SamenvattingAuteursinformatie

    What freedom of speech do religious leaders have when their religious speech discriminates others? Freedom of religion and freedom of expression may collide with the right to equality (including the principle of non-discrimination). Religious plurality and social polarization in Dutch society induce conflict between these fundamental rights.
    This article reviews two legal cases where an imam and a minister were accused of discrimination of homosexuals. From this jurisprudence the authors deduce three principles in judicial decisions weighing freedom of religion and freedom of speech against equality rights: interpretative reluctance, cautiousness and the position of the religious leader.


Kirsten Smeets
K.I.M. Smeets, MA Religiewetenschappen en BA Theologie, is voorganger van de Orde der Transformanten en masterstudent theologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: KirstenSmeets@student.ru.nl

Carl Sterkens
Dr. C.J.A. Sterkens is universitair hoofddocent Empirische religiewetenschappen aan de faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. E-mail: C.Sterkens@ftr.ru.nl

    Huisarts; intieme relatie met twee patiënten; stelt zich onder behandeling; wil op termijn weer als huisarts werkzaam zijn; gedeeltelijke ontzegging: niet toegestaan om rechtstreekse contacten met vrouwelijke patiënten te hebben

Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Artikel

Access_open Religiestress op het werk?

Non-discriminatie, neutraliteit en diversiteit in het arbeidsdomein

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2013
Auteurs Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Religion-related stress is the product of a predominantly secular society in which people are confronted with diverse religious practices. The phenomenon occurs where public meets private. How can employers ensure compliance with conflicting religious and other commitments in the workplace? The concept of respectful pluralism as formulated by Douglas Hicks in his book Religion and the Workplace, may go a long way to negotiating a solution to the debate between conformity and diversity.


Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel BA is publiciste en bachelor Religiewetenschappen. rikmar@hotmail.com.
Jurisprudentie

Fernandez Martinez, een gehuwde priester die een schandaal moet vermijden

EHRM 15 mei 2012, 56030/07, EHRC 2012/168 (Martinez/Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2013
Trefwoorden arbeidsverhouding, identiteit, tendensinstelling, grondrechten, belangenafweging
Auteurs Mr. dr. S. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reeks procedures heeft de rechtspositie van de identiteitsgebonden werkgever in het arbeidsrecht nader omlijnd. In de zaak van Martinez tegen Spanje oordeelt het EHRM over de vraag of de rooms-katholieke kerk het contract van een gehuwde priester als leraar katholieke godsdienst en zedenleer aan een openbare school al dan niet hoeft te verlengen. Het EHRM acht geen schending van de persoonlijke levenssfeer aanwezig (art. 8 EVRM). De auteur bespreekt vier deelvragen. Het gaat achtereenvolgens over identiteitseisen die op het imago zien, de toetsing van de belangenafweging, de betekenis van de status geestelijke en de collectieve dimensie van godsdienstvrijheid.


Mr. dr. S. de Jong
Mr. dr. S. de Jong is in 2012 aan de Rijksuniversiteit Groningen gepromoveerd op het onderwerp ‘De identiteitsgebonden werkgever in het arbeidsrecht’. De auteur is momenteel wethouder in de gemeente Staphorst.
Toont 1 - 20 van 57 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.