Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 983 artikelen

x

    Op 21 april 2020 vernietigde de Hoge Raad het oordeel van de medische tuchtcolleges in de zaak van de verpleeghuisarts die het leven van een patiënte met dementie beëindigde zonder de levensbeëindiging eerst met de patiënte te bespreken. Volgens het Regionaal Tuchtcollege Den Haag en het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg had de arts wel met de patiënte moeten praten over het voornemen om haar leven te beëindigen. Deze rechtsopvatting van de tuchtcolleges heeft een hechte grondslag in gezondheidsrechtelijke en mensenrechtelijke rechtsnormen. Daarom had de Hoge Raad de rechtsopvatting van de tuchtcolleges hierover niet moeten vernietigen, maar bevestigen.


Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond
Mr. dr. N. Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Wetenschap

Access_open Verscherpt Kader goed bestuur in de zorg: schoenmaker(s), blijf bij je leest!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wet toetreding zorgaanbieders, IGJ, Wet toelating zorginstellingen, wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen, governance zorginstellingen
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel bespreekt de auteur de belangrijkste wijzigingen voor de interne toezichthouder (raad van commissarissen/raad van toezicht) in het nieuwe aangescherpte Kader goed bestuur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza), het (concept-)Uitvoeringsbesluit Wtza en het wetsvoorstel Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR). Vervolgens wordt nagegaan of deze wijzigingen logisch op elkaar aansluiten en in de praktijk leiden tot wenselijke resultaten. De conclusie is dat zowel de Wtza als het (concept-)Uitvoeringsbesluit Wtza niet aansluit bij het in het WBTR neergelegde governancemodel en het Kader goed bestuur in de praktijk niet goed uitvoerbaar is.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.
Artikel

De nationale contactpunten voor de OESO-Richtlijnen

Een uniek systeem voor alternatieve geschillenbeslechting

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2020
Trefwoorden OESO, nationaal contactpunt, multinationale onderneming, maatschappelijk verantwoord ondernemen, due diligence
Auteurs Marianne Gratia en Cyril Liance
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1976 the OECD Guidelines for Multinational Enterprises, about corporate social responsibility and sustainability, were carried. To implement the guidelines national contact points inform people and enterprises, and mediate in case of a complaint. This article describes the structure, procedure and role of the Dutch and Belgian National Contact Points.


Marianne Gratia
Marianne Gratia is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Economie in Brussel.

Cyril Liance
Cyril Liance is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Economie in Brussel.
Artikel

Online jeugdcriminaliteit en ‘verkeerde vrienden’: wanneer is de samenhang het sterkst?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden cyber delinquency, cyber offenders, peer deviance, social network
Auteurs Yaloe van der Toolen MSc, Dr. Marleen Weulen Kranenbarg en Prof. dr. Frank Weerman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether cyber delinquent behaviour of school friends, other offline friends and online contacts is related to cyber delinquent behaviour of individuals, and whether this relation differs for cyber dependent, cyber enabled and traditional crime. We used both direct and indirect measures of cyber delinquency of friends. We employed data from the first wave of a large-scale study on the causes of online delinquency among Dutch juveniles (n=889; mean age=16.8 years). The results suggest that both direct and indirect measures of levels of friend delinquency were related to levels of individual cyber offending. However, indirect measures had a stronger association with individual online delinquency than direct measures. This suggests that respondents make incorrect estimates of their friends’ levels of online delinquency. Moreover, no differences were found in the strength of the relation between individual online offending and indirect measures of online offending of school friends, offline friends and online friends. This suggests that friends of different types all play an important role in individual online offending.


Yaloe van der Toolen MSc
Y. van der Toolen MSc is junior onderzoeker bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Dr. Marleen Weulen Kranenbarg
Dr. M. Weulen Kranenbarg is universitair docent Criminologie bij de sectie Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Frank Weerman
Prof. dr. F.M. Weerman is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Jeugdcriminologie bij de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De gouverneur, landsorgaan én koninkrijksorgaan

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden aanwijzing, gouverneur, koninkrijksorgaan, landsorgaan, toezicht
Auteurs Prof. mr. L.J.J. Rogier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ambt van gouverneur van de Caribische landen van het Koninkrijk is één en ondeelbaar, maar de gouverneur is tegelijk landsorgaan én koninkrijksorgaan. De positie en de verantwoordelijkheden van de gouverneur als landsorgaan verschillen van die van koninkrijksorgaan, maar het object van bemoeienis en de wijze waarop beide rollen worden vervuld verschillen niet zo veel van elkaar. De belangrijkste vraag is wanneer en onder welke condities de gouverneur van rol wisselt. Het is van belang dat de gouverneur de regie daarover zo veel mogelijk in eigen hand houdt. Een aanwijzing door de koninkrijksregering kan daarbij een nuttige rol vervullen en de gouverneur een steuntje in de rug geven.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de University of Curaçao en redactievoorzitter van het Caribisch Juristenblad.
Artikel

Access_open De OESO, BEPS en de impact voor het fiscale stelsel van Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2020
Trefwoorden belastingherziening, belastingfaciliteiten, territorialiteitsregime, substance, BEPS
Auteurs Mr. G.D. Rekwest en Prof dr. P. Kavelaars
SamenvattingAuteursinformatie

    Ongeveer een decennium geleden is door de OESO en de EU een aanvang gemaakt met de strijd tegen het ontwijken van belastingen door met name internationaal opererende ondernemingen. Deze operatie staat bekend onder de naam BEPS: de strijd tegen Base Erosion and Profit Shifting. De bedoeling is dat uiteindelijk alle landen hun fiscale wetgeving zodanig vormgeven dat belastingontwijking niet meer aan de orde kan zijn op straffe van plaatsing op een zwarte lijst. Dat is een omvangrijk operatie die ook voor het Caribisch Koninkrijk gevolgen heeft gehad, met name voor Aruba en Curaçao. In dit artikel bespreken de auteurs de consequenties voor het fiscale stelsel van Curaçao zoals dat uiteindelijk na diverse stappen per 1 januari 2020 is aangepast; daarmee is Curaçao BEPS-proof.


Mr. G.D. Rekwest
Mr. G.D. Rekwest is promovenda aan de University of Curaçao en de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof dr. P. Kavelaars
Prof. dr. P. Kavelaars is hoogleraar Fiscale Economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Uit het veld

Kijken naar het toezicht op de politie

Selectiviteit, prudentie en responsiviteit bij de Inspectie JenV

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden inspectie, politie, selectiviteit, responsiviteit, prudentie
Auteurs Ira Helsloot en Peter van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) houdt toezicht op de politie. In dit artikel kijken we of dat toezicht voldoet aan daaraan te stellen eisen van selectiviteit, responsiviteit en prudentie. Aan de hand van de zaak Hümeyra concluderen we dat de Inspectie JenV kennelijk niet heeft overwogen om de evaluatie over te laten aan interne of (andere) externe toezichthouders en zich ook niet heeft gebaseerd op een voorafgaande risicoanalyse (selectiviteit). Daarnaast heeft de Inspectie JenV haar onderzoek maar zeer beperkt in dialoog en interactie met de politie uitgevoerd en niet (ook) het perspectief vanuit de politie in beeld gebracht (responsiviteit). Bovendien heeft de Inspectie JenV geen rekening gehouden met de bijzondere positie van de politie (prudentie).


Ira Helsloot
Prof. dr. I. Helsloot is hoogleraar besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en editor van het Journal of Contingencies and Crisis Management.

Peter van Lochem
Mr. dr. P. van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut van de Universiteit Leiden en senior onderzoeker bij het Crisislab.
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.
Artikel

Kerkelijk dienstrecht en civiel arbeidsrecht volgens NGK/Gort

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2020
Trefwoorden art. 2:2 BW, eigen statuut, kerkelijk dienstrecht, rechtspositie geestelijke, fundamenteel dwingend recht
Auteurs Mr. dr. Pieter Pel
SamenvattingAuteursinformatie

    The judgment ‘NGK/Gort’ from the Supreme Court of the Netherlands (04-10-2019, ECLI:NL:HR:2019:1531) gives an important explanation about the church-state relation in general and the ecclestiacal service law-position concerning the pastor in particular. The legal starting point is not in civil law, but in church law. This is the consequence of the right of selfregulation (autonomy) of the church and the non-interference from the state, as recognized by article 2:2 Dutch Civil Code and article 9 jo. 11 ECHR. This principle stands against normal civil mandatory law, for example labor law. It will only be overruled in exceptional cases by civil law of fundamental nature. Than a judicial consideration is necessary taking into account the fundamental rights of the church and the opposant.


Mr. dr. Pieter Pel
Mr. dr. P.T. Pel is als advocaat verbonden aan Pel advocaten te Hattem. In 2013 promoveerde hij aan de RUG op het thema van de rechtspositie van geestelijk functionarissen. Hij is onder andere lid van de redactieraad van het NTKR, Tijdschrift voor Recht en Religie en publiceert als niet-geassocieerd onderzoeker regelmatig in het domein recht en religie.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak zorgverzekeringsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Zvw, AWBZ, Wlz
Auteurs Mr. C. van Balen en Mr. C.M.E. Michels
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een selectie van gepubliceerde rechtspraak die betrekking heeft op de Zorgverzekeringwet (Zvw), de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet langdurige zorg (Wlz), en beslaat de periode 1 januari 2019 tot 1 april 2020.


Mr. C. van Balen
Chris van Balen is senior inspecteur bij de afdeling systeemtoezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens, waar hij coördinator van het cluster gezondheidszorg is.

Mr. C.M.E. Michels
Elize Michels is senior beleidsmedewerker bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel

Het vaststellen van wilsonbekwaamheid bij patiënten met dementie ter zake van beslissingen over het beëindigen van hun leven

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, schriftelijke wilsverklaring, zelfbeschikkingsrecht, Wtl, Wzd
Auteurs Mr. dr. N. Rozemond
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Wet levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding is euthanasie bij wilsonbekwame patiënten met dementie toegestaan op grond van een schriftelijke wilsverklaring. Voor het vaststellen van wilsonbekwaamheid kunnen de regels daarvoor worden gevolgd uit de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en geestelijk gehandicapte cliënten.


Mr. dr. N. Rozemond
Klaas Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Titel

De Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade van De Letselschade Raad past naadloos in rechtspraak en regelgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2020
Trefwoorden rekenmodel, overlijdensschade, rekenmethodiek, Denktank, De Letselschade Raad
Auteurs Mr. Chr.H. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade kan rekenen op een breed draagvlak. Over de Richtlijn bestaat nog betrekkelijk weinig jurisprudentie, maar uit wat er is aan gepubliceerde uitspraken lijkt de conclusie te mogen worden getrokken dat de Richtlijn ook door de rechtspraak wordt omarmd en zonder veel omhaal van toepassing wordt geacht op overlijdenszaken. In de praktijk bestaat nog wel eens discussie over het antwoord op de vraag of de Richtlijn wel past in de door de Hoge Raad over overlijdensschade gewezen rechtspraak en in het wettelijk kader. De auteur betoogt in dit artikel dat dit wel het geval is.


Mr. Chr.H. van Dijk
Mr. Chr.H. van Dijk is advocaat bij Kennedy van der Laan te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2020
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), Mr. J. Boonstra-Verhaert, Mr. dr. S.S. Buisman e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

Mr. J. Boonstra-Verhaert

Mr. dr. S.S. Buisman

Mr. A.A. Feenstra

Mr. K.M.T. Helwegen

Mr. dr. I. Koopmans

Mr. V.S.Y. Liem

Prof. mr. M. Nelemans

Mr. dr. J.S. Nan

Mr. dr. E. Sikkema

Mr. dr. drs. B. van de Vorm

Mr. dr. W.S. de Zanger
Artikel

Contractvrijheid voor de bank? Opzegging van een betaalrekening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden opzegging overeenkomst, bankrekening, contractdwang, integriteitsrisico
Auteurs Mr. I.S.J. Houben
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij opzegging door een bank van een overeenkomst inzake een betaalrekening kan spanning ontstaan tussen het belang van de bank, die moet voldoen aan internationale afspraken en toezichtswetgeving, en het belang van de klant, die zonder betaalrekening niet kan functioneren. In twijfelgevallen prevaleert in de civiele jurisprudentie vaak het belang van de klant.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent bij de afdeling civiel recht, Universiteit Leiden.
Artikel

Vrijheid in het internationaal privaatrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2020
Trefwoorden Partijautonomie, Consumentenbescherming, aansprakelijkheid van multinationals, tweede-generatieverordeningen, Arbeidsovereenkomsten
Auteurs Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aantekeningen vanuit ipr-perspectief geformuleerd omtrent ‘vrijheid’ én vrijheidsbeperking. Gefocust wordt op diverse actuele thema’s. Daarbij worden zowel directe als indirecte verschijningsvormen van vrijheid blootgelegd. Een verkenning van de verhouding van ‘vrijheid’ tot ‘bescherming van kwetsbare partijen’ blijkt te nopen tot waakzaamheid bij regulering.


Prof. dr. V. Van Den Eeckhout
Prof. dr. V. Van Den Eeckhout is Senior Research Fellow van het Max Planck Institute Luxembourg for International, European and Regulatory Procedural Law en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Artikel

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft een aantal opmerkingen

Kroniek van twee jaar wetgevingsadviezen van de Autoriteit Persoonsgegevens onder de Algemene verordening gegevensbescherming

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden consultatieverplichting, adviesrecht, bescherming persoonsgegevens, privacy
Auteurs Mr. L.H. von Meijenfeldt
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een thematisch overzicht van de wetgevingsadviezen die de Autoriteit Persoonsgegevens sinds de inwerkingtreding van de Algemene verordening gegevensbescherming heeft gepubliceerd. Deze adviezen geven een fraai inzicht in de uitleg die de Autoriteit aan de verordening geeft en in de verwachtingen die zij heeft van de wetgever.


Mr. L.H. von Meijenfeldt
Mr. L.H. (Lester) von Meijenfeldt is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Uit de wetgevingspraktijk

De overheidsjurist: bondgenoot en bewaker

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden rijksoverheid, juridische functie, Raad van State, rechtsstaat, wetgeving
Auteurs Mr. Th.C. de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een lichte bewerking van een voordracht, gehouden op het lustrumsymposium van de Academie voor Overheidsjuristen op 10 september 2019, met als titel: ‘Fake lawyers? Over de rol en positie van overheidsjuristen bij het Rijk’.


Mr. Th.C. de Graaf
Mr. Th.C. (Thom) de Graaf is vicepresident van de Raad van State.
Uit de wetgevingspraktijk

De lat voor de wetgevingsjurist

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wetgeving, juridische functie, rol ambtenaar, wetgevingskwaliteit, politiek-bestuurlijke verhoudingen
Auteurs Mr. J. Schipper-Spanninga en Mr. G.P. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs stellen de vraag of de lat voor wetgevingsjuristen nu hoger lijkt te liggen dan voorheen. De inhoudelijke eisen aan goede wetgeving zijn niet wezenlijk veranderd, hoewel zij een sterke verfijning te zien geven. Ook de roep om een betere verbinding tussen wetgeving, beleid en uitvoering is niet nieuw. Wel zien de auteurs dat maatschappelijke ontwikkelingen als de meer participerende rol van de overheid, de complexiteit van de maatschappelijke vraagstukken en de toenemende druk op het totstandkomingstempo van wetgeving de omgeving van de wetgevingsjurist en de omstandigheden waaronder hij zijn werk verricht aanzienlijk hebben veranderd. Op de vaardigheden als samenwerking, flexibiliteit, je kunnen verplaatsen in anderen en snel schakelen wordt in de loop der tijd een steeds sterker beroep gedaan.


Mr. J. Schipper-Spanninga
Mr. J. (Hanneke) Schipper-Spanninga is directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Mr. G.P. Visser
Mr. G.P. (Gerine) Visser is directiesecretaris bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Access_open Derdeninterventie bij collectieve arbeidsconflicten na de Wnra

Het ‘vergeten’ derde lid van artikel 6 ESH

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Normalisering, Derdeninterventie, Bemiddeling, Arbitrage, Cao-conflicten
Auteurs Mr. N. Hummel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari 2020 hebben de meeste overheidssectoren de overstap gemaakt naar het cao-stelsel. De Ambtenarenwet 2017 bevat geen wettelijke grondslag meer voor een regeling ter beslechting van collectieve arbeidsconflicten. In de ambtelijke cao’s keert de (Lokale) Advies- en Arbitragecommissie (AAC) terug in de vorm van een derdeninterventieclausule. In deze bijdrage wordt ingegaan op de rol van de AAC voor en na 1 januari 2020, mede in het licht van de wijze waarop derdeninterventie bij cao-conflicten gestalte heeft gekregen in de marktsector. Ook wordt de vraag gesteld of de wijze waarop een voorziening ter beslechting van collectieve arbeidsgeschillen is verwezenlijkt, invloed heeft op het collectief actierecht. Daarbij spreekt de auteur een sterke voorkeur uit voor (her)invoering van een wettelijke grondslag voor een geschillenregeling voor sectoren die essentiële diensten leveren, zowel in de publieke als in de private sector.


Mr. N. Hummel
Mr. N. (Nataschja) Hummel is als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht en doet promotieonderzoek naar de bijzondere rechtspositie van de militair.
Annotatie

Gedeeltelijke beëindiging en het toetsingsmoment in ontslagzaken

HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283 (werkneemster/Schoonmaakbedrijf Victoria B.V.) en ECLI:NL:HR:2020:284 (werknemer/werkgever)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Gedeeltelijke ontbinding, Ex tunc, Ex nunc, Vermindering arbeidsduur, Wijziging arbeidsvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 februari 2020 wees de Hoge Raad een tweetal beschikkingen waarin de vraag naar de mogelijkheid van gedeeltelijke ontbinding en het toetsingsmoment van ontbindingsbeschikkingen in hoger beroep centraal stond. Op beide punten was nadere richting gewenst. De Kolom-beschikking kon vermoeden dat een belangrijke stap gezet was richting de mogelijkheid van een gedeeltelijke ontbinding. Niets blijkt minder waar, getuige het oordeel in de Victoria-beschikking, of toch…? Ook de vraag naar het toetsingsmoment van ontslagzaken in hoger beroep heeft de gemoederen beziggehouden. De Hoge Raad komt niet tot een uniform antwoord. Gaat het om een afgewezen ontbindingsbeschikking, dan is de toetsing in hoger beroep ex nunc; gaat het om een toegewezen ontbindingsbeschikking, dan is de toetsing ex tunc. Deze bijdrage onderwerpt de twee beschikkingen aan een nadere analyse.


Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. dr. D.M.A. (Vivian) Bij de Vaate is universitair docent bij de Vrije Universiteit Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 983 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.