Zoekresultaat: 69 artikelen

x
Artikel

Integratief seksindustriebeleid in Nieuw-Zeeland

Succes voor een unieke sociale beweging

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2019
Trefwoorden sekswerk, Nieuw-Zeeland, decriminalisering, sociale beweging, beleidsverandering
Auteurs Dr. Joep Rottier
SamenvattingAuteursinformatie

    Contrary to its allies in other countries, the sex industry decriminalization movement in New Zealand, embodied by the New Zealand Prostitutes Collective (NZPC), achieved its goal in 2003. This article explores the reform of the sex industry policy in this country on the basis of a Social Movement Concept. Apart from the specific New Zealand culture, particularly the interaction between three social political aspects – awareness, political opportunities, and a strong social movement organisation – can be identified as crucial factors in realizing a decriminalized sex industry environment. The enactment of the Prostitution Reform Act 2003 meant a unique and huge success for a small sex workers movement.


Dr. Joep Rottier
Dr. Joep Rottier, onderzoeker, promoveerde in december 2018 aan de Universiteit Utrecht op de effecten van het seksindustrie decriminaliseringbeleid in Nieuw-Zeeland. Hij is bestuurslid van het Platform SekswerkExpertise Nederland.

    This article focusses on the question whether quantitative modelling and simulation is useful for judicial forecasting, ex-ante testing of judicial policies, and (re)designing chains of organisations like the judicial chain. Specific attention is given to methods that can be used in the face of complexity and deep uncertainty. That is, when facing many substantial uncertainties. Complexity and uncertainty are first of all focused on. Subsequently, modelling methods for dealing with complexity and uncertainty are discussed in more detail, examples are given, and the process needed to build such models in a participatory way is discussed.


Dr. Erik Pruyt
Dr. E. Pruyt is als universitair hoofddocent Policy Modelling verbonden aan de Technische Universiteit Delft. Hij is tevens founding partner van het Center for Policy Exploration Analysis and Simulation en directeur van het Institute for Grand Challenges.
Casus

Meervoudig stemrecht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden stemrecht, meervoudig stemrecht, beursvennootschappen
Auteurs Mr. J.S. Kalisvaart
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren zijn er diverse beursvennootschappen bij gekomen die Nederland als vestigingsplaats hebben gekozen en een structuur met meervoudig stemrecht hebben geïntroduceerd. Vaak zijn deze vennootschappen van origine buitenlands. Bij een aantal van deze vennootschappen is de mogelijkheid geïntroduceerd extra stemrecht toe te kennen aan ‘loyale’ aandeelhouders. De andere in de praktijk gebruikte vorm is de high/low voting stock-structuur, waarbij door introductie van aandelen met een verschillende nominale waarde verschil in stemrecht verbonden aan die aandelen wordt gecreëerd. In dit artikel bespreekt de auteur de kenmerken van de genoemde structuren en gaat hij in op de juridische ‘haken en ogen’.


Mr. J.S. Kalisvaart
Mr. J.S. (Jelmer) Kalisvaart is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

De algemene vergadering van aandeelhouders: van een niet-representatieve formaliteit naar een modern beslissingsplatform

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2018
Trefwoorden corporate governance, aandeelhouders, AVA, besluitvorming, beursvennootschappen
Auteurs Mr. A.J.F. Lafarre en Mr. C.F. van der Elst
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaat een duidelijke kloof tussen de ondernemingsrechtelijke theorie en de praktijk als het gaat om de AVA van beursvennootschappen. De auteurs gaan in op deze bestaande problematiek, stellen een grondige modernisering van de AVA voor met moderne technologie en werpen een korte nieuwe blik op het Nederlandse corporate governance-bestel.


Mr. A.J.F. Lafarre
Mr. A.J.F. Lafarre is assistant professor bij het departement Business Law, Tilburg University.

Mr. C.F. van der Elst
Mr. C.F. van der Elst is hoogleraar bij het departement Business Law, Tilburg University en de vakgroep Metajuridica, privaat- en ondernemingsrecht, Universiteit Gent.
Artikel

De rol van intermediairs in het Nederlandse prostitutiebeleid

Top-down toepassen of bottom-up aanpassen van regels?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Trefwoorden regulatory intermediaries, Social Working theory, Regulatory Intermediary Target model, prostitution policy
Auteurs Nicolle Zeegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Similar to the more current Regulator Intermediary Target (RIT) model, Griffiths’ Social Working (SW) theory points to the relevance of intermediaries for explaining rule following behavior. In this article, the author applies both theories (RIT and SW) concerning the role of intermediaries in rule following to explain developments in Dutch prostitution policy: the non-implementation of the emancipatory, sex workers’ rights based approach, and its replacement by a more repressive policy of closing down sex facilities. The analysis shows that although both theories contain useful starting point for explaining these developments, the SW theory’s special value is its acknowledgement of how regulatory intermediaries operate in a social field with existing social rules and a specific balance of power. Such rules and power relations have put barriers to the implementation of the Dutch prostitution policy as formulated in 1999. As illustrated in the article, the SW- theory offers more tools than the RIT- model for an analysis of how legal rules work in practice.


Nicolle Zeegers
Nicolle Zeegers is universitair docent politicologie bij de vakgroep Transboundary Legal Studies (TLS), Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. In haar onderzoek richt zij zich op vraagstukken over invloed en macht in de totstandkoming en werking van wetgeving. In augustus 1998 werd zij lid van de vakgroep Rechtstheorie waarvan John Griffiths de voorzitter was. Zij heeft verschillende malen over de sociale-werkingstheorie gepubliceerd (zie Weyers & Stamhuis 2003 en Zeegers, Witteveen & Van Klink 2005).

Dr. Nina Holvast
Nina Holvast is Universitair Docent Sociologie, Theorie en Methode van het recht aan de Erasmus School of Law. Zij doet onderzoek op het gebied van rechtspraak en de juridische professie. Daarnaast verzorgt ze verscheidene rechtssociologische bachelor en master vakken.
Artikel

Een inkijk in het leiderschap van Cannabis Social Clubs in België: criminelen, activisten, modelburgers?

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Cannabis, Cannabis Social Club, Leadership, Cannabis movement, Stigma
Auteurs Dr. Mafalda Pardal
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, Cannabis Social Clubs (CSCs) are understood as being social movement organizations advocating for the legalization of a closed, cooperative and non-profit model for cannabis supply among adult users. Drawing on qualitative data collected in Belgium, this paper analyses how one becomes a leader of a CSC as well as the functional role assumed by those individuals. It further unveils how Belgian CSC leaders’ engagement in those organizations and in the wider cannabis movement is perceived. We identify and discuss the techniques employed by those key activists to manage cannabis-related stigma drawing on a framework developed by Lindblom and Jacobsson’s (2014). While CSCs might contribute to normalizing cannabis use and supply, our analysis suggests that CSC leaders face some degree of stigmatization, shifting between conformist and confrontational techniques to manage the perceived cannabis-related stigma. Building on the case of Belgian CSC leaders, this paper makes a contribution to the understanding of an under-researched movement, and the role of the leaders within it, expanding also the application of Lindblom and Jacobsson’s (2014) framework to a novel area of activism.


Dr. Mafalda Pardal
Mafalda Pardal Postdoctorale onderzoeker BOF, Universiteit Gent mafalda.pardal@ugent.be

    Enige tijd terug zijn verschillende samenstellers van aandelenindices consultatieprocedures gestart over de opname van beursvennootschappen met een dual class-aandelenstructuur. In deze bijdrage wordt de opkomst van het fenomeen indexbeleggen beschreven en betoogd dat het uitsluiten van dual class-vennootschappen het rendement van beleggers negatief zal beïnvloeden.


Mr. T.A. Keijzer
Mr. T.A. Keijzer is als promovendus verbonden aan de Sectie Ondernemingsrecht & Financieel recht van de Erasmus School of Law, het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Article

Access_open Making Sense of the Law and Society Movement

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2018
Trefwoorden law and society, sociology of law, sociolegal, empirical legal studies
Auteurs Daniel Blocq en Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to deepen scholarly understanding of the Law and Society Movement (L&S) and thereby strengthen debates about the relation between Empirical Legal Studies (ELS) and L&S. The article departs from the observation that ELS, understood as an initiative that emerged in American law schools in the early 2000s, has been quite successful in generating more attention to the empirical study of law and legal institutions in law schools, both in- and outside the US. In the early years of its existence, L&S – another important site for the empirical study of law and legal institutions – also had its center of gravity inside the law schools. But over time, it shifted towards the social sciences. This article discusses how that happened, and more in general explains how L&S became ever more diverse in terms of substance, theory and methods.


Daniel Blocq
Daniel Blocq is assistant professor at Leiden Law School.

Maartje van der Woude
Maartje van der Woude is professor at Leiden Law School.
Article

Access_open Afterword

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2018
Auteurs Stuart Kirsch
Auteursinformatie

Stuart Kirsch
Professor of Anthropology, University of Michigan.

    Indigenous claims have challenged a number of orthodoxies within state legal systems, one of them being the kinds of proof that can be admissible. In Canada, the focus has been on the admissibility and weight of oral traditions and histories. However, these novel forms are usually taken as alternative means of proving a set of facts that are not in themselves “cultural”, for example, the occupation by a group of people of an area of land that constitutes Aboriginal title. On this view, maps are a neutral technology for representing culturally different interests within those areas. Through Indigenous land use studies, claimants have been able to deploy the powerful symbolic capital of cartography to challenge dominant assumptions about “empty” land and the kinds of uses to which it can be put. There is a risk, though, that Indigenous understandings of land are captured or misrepresented by this technology, and that what appears neutral is in fact deeply implicated in the colonial project and occidental ideas of property. This paper will explore the possibilities for an alternative cartography suggested by digital technologies, by Indigenous artists, and by maps beyond the visual order.


Kirsten Anker Ph.D.
Associate Professor, McGill University Faculty of Law, Canada. Many thanks to the two anonymous reviewers for their frank and helpful feedback.
Artikel

Extra bescherming van Nederlandse beursondernemingen: noodzaak of hypocrisie?

Verslag van het Eumedion-symposium 2017

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden beschermingsmaatregelen, bedenktijd, agenderingsrecht, aandeelhoudersactivisme, langetermijnwaardecreatie
Auteurs Mr. T.A. Keijzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van het Eumedion-symposium van 17 november 2017 bespreekt de auteur recente ontwikkelingen in het Nederlandse corporate governance-landschap, specifiek de mogelijkheden voor beursvennootschappen om zich te beschermen tegen een ongewenste overname. In dat kader wordt onder meer ingegaan op het agenderingsrecht van aandeelhouders, de aangekondigde invoering van de bedenktijd en de voorgenomen afschaffing van de dividendbelasting.


Mr. T.A. Keijzer
Mr. T.A. Keijzer is promovendus bij de sectie Ondernemings- en Financieel Recht van de Erasmus Universiteit Rotterdam en verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

Verstoorde veiligheidsbeleving

In gesprek met buurtbewoners over de ‘onveiligheid’ in hun buurt naar aanleiding van gestegen ‘gevoelens van onveiligheid’

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2017
Trefwoorden fear of crime, qualitative analysis, evidence based policy
Auteurs Remco Spithoven
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘fear of crime’ is a buzzword among citizens, media, politicians and professionals by now. But the phenomenon seems to be as intangible as it is important. The struggle of professionals with this concept is the result of a too wide and self-evident problem definition. This article contains an alternative approach. The focus is on disturbed fear of crime: a negatively changed and problematically experienced fear of crime on the level of the neighborhood.
    Through a review of the literature and previous research, we work towards this concept and apply it to the neighborhood of Kerckebosch in the municipality of Zeist in the Netherlands. As during 2014 the local quantitative indicators for ‘the fear of crime’ rose from 7% of the local population indicating to ‘sometimes feel unsafe’ to 22%, while the rest of the municipality remained quite stable. Additionally, several local professionals received complaints of multiple local inhabitants claiming to ‘feel unsafe’ in the neighborhood. Our research question was: What explanations for their ‘disturbed fear of crime’ do local inhabitants of the neighborhood Kerckebosch give?
    It was highly plausible that this local rise of the fear in Kerckebosch was connected to the social re-engineering of the neighborhood, but the exact nature of the quantitative rise was unclear. Therefore, we have interviewed 25 local inhabitants. Qualitative analyses showed the local rise of ‘the fear of crime’ to be the result of: (I) physical characteristics of the neighborhood; (II) events of burglary and intimidation from the past; (III) the presence of loitering youths and – primarily – (VI) a backlash of social integration as a side effect of the social re-engineering of the neighborhood. These qualitative explanations to the observed quantitative discontinuity led to several policy advises, which were based on international effect studies.


Remco Spithoven
Remco Spithoven is hoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid en het lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht. Daarnaast is hij research-fellow bij de leerstoel Veiligheid en Veerkracht aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie: een oplossing voor welk probleem ook alweer?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie, massaschade, schadevergoeding, collectieve actie, collectieve rechtshandhaving
Auteurs Prof. mr. I.N. Tzankova
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel werd ingevoerd als gevolg van de motie Dijksma, die de positie van belangenorganisaties in collectieve schadevergoedingsacties moest verbeteren. Terwijl het systeem van de exclusieve belangenbehartiger in combinatie met het voorgestelde opt-outregime vroeg in de procedure verweerders een grote dienst bewijst, doet het wetsvoorstel weinig voor de adequate financiering van collectieve acties, waardoor een tekort aan rechtsbescherming dreigt. De auteur pleit voor een wettelijke introductie van de ‘common fund’, gekoppeld aan de bevoegdheid voor de rechter om de ‘success fee’ voor de procesfinanciers te bepalen. Dit dient wel te worden geflankeerd door een passende opleiding en training van de rechters die over collectieve acties oordelen. Ook dient de registratieplicht te worden uitgebreid met rapportageplicht aan het einde van een collectieve actie of schikking.


Prof. mr. I.N. Tzankova
Prof. mr. I.N. Tzankova is hoogleraar Global Dispute Resolution and Mass Claims aan Tilburg University en zelfstandig adviseur.

Marieke Borren
Dr. Marieke Borren werkte tot voor kort als postdoctoraal onderzoeker aan de faculteit filosofie van de Universiteit van Pretoria, Zuid-Afrika. Op dit moment is ze UD filosofie aan de Open Universiteit en UD gender en postcolonial studies aan de Universiteit Utrecht.
Article

Access_open Exit, Voice and Loyalty from the Perspective of Hedge Funds Activism in Corporate Governance

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Uncertainty, entrepreneurship, agency costs, loyalty shares, institutional investors
Auteurs Alessio M. Pacces
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses hedge funds activism based on Hirschman’s classic. It is argued that hedge funds do not create the loyalty concerns underlying the usual short-termism critique of their activism, because the arbiters of such activism are typically indexed funds, which cannot choose short-term exit. Nevertheless, the voice activated by hedge funds can be excessive for a particular company. Furthermore, this article claims that the short-termism debate cannot shed light on the desirability of hedge funds activism. Neither theory nor empirical evidence can tell whether hedge funds activism leads to short-termism or long-termism. The real issue with activism is a conflict of entrepreneurship, namely a conflict between the opposing views of the activists and the incumbent management regarding in how long an individual company should be profitable. Leaving the choice between these views to institutional investors is not efficient for every company at every point in time. Consequently, this article argues that regulation should enable individual companies to choose whether to curb hedge funds activism depending on what is efficient for them. The recent European experience reveals that loyalty shares enable such choice, even in the midstream, operating as dual-class shares in disguise. However, loyalty shares can often be introduced without institutional investors’ consent. This outcome could be improved by allowing dual-class recapitalisations, instead of loyalty shares, but only with a majority of minority vote. This solution would screen for the companies for which temporarily curbing activism is efficient, and induce these companies to negotiate sunset clauses with institutional investors.


Alessio M. Pacces
Professor of Law & Finance, Erasmus School of Law, and Research Associate, European Corporate Governance Institute.
Editorial

Access_open Introduction

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2016
Auteurs Kristin Henrard
Auteursinformatie

Kristin Henrard
Kristin Henrard is professor of fundamental rights and minorities at the Erasmus School of Law as well as associate professor International and European Law. She teaches courses on advanced public international law, international criminal law, human rights, and on minorities and fundamental rights.
Article

Access_open Keck in Capital? Redefining ‘Restrictions’ in the ‘Golden Shares’ Case Law

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Keck, selling arrangements, market access, golden shares, capital
Auteurs Ilektra Antonaki
SamenvattingAuteursinformatie

    The evolution of the case law in the field of free movement of goods has been marked by consecutive changes in the legal tests applied by the Court of Justice of the European Union for the determination of the existence of a trade restriction. Starting with the broad Dassonville and Cassis de Dijon definition of MEEQR (measures having equivalent effect to a quantitative restriction), the Court subsequently introduced the Keck-concept of ‘selling arrangements’, which allowed for more regulatory autonomy of the Member States, but proved insufficient to capture disguised trade restrictions. Ultimately, a refined ‘market access’ test was adopted, qualified by the requirement of a ‘substantial’ hindrance on inter-State trade. Contrary to the free movement of goods, the free movement of capital has not undergone the same evolutionary process. Focusing on the ‘golden shares’ case law, this article questions the broad interpretation of ‘capital restrictions’ and seeks to investigate whether the underlying rationale of striking down any special right that could have a potential deterrent effect on inter-State investment is compatible with the constitutional foundations of negative integration. So far the Court seems to promote a company law regime that endorses shareholders’ primacy, lacking, however, the constitutional and institutional legitimacy to decide on such a highly political question. It is thus suggested that a refined test should be adopted that would capture measures departing from ordinary company law and hindering market access of foreign investors, while at the same time allowing Member States to determine their corporate governance systems.


Ilektra Antonaki
Ilektra Antonaki, LL.M., is a PhD candidate at Leiden University, The Netherlands.
Toont 1 - 20 van 69 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.