Zoekresultaat: 277 artikelen

x
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

Extremisme gezien vanuit de Dialogical Self Theory

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Extremism, zelf, Democratie, Dialog, Diversiteit
Auteurs Prof. dr. Frans Wijsen en em. prof. dr. Hubert Hermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Extremism is a phenomenon that bothers various EU member states. It is difficult to define, and difficult to study. In this contribution we look at extremism from the perspective of the Dialogical Self Theory (DST). This theory is well-known in personality psychology. Recently is has got a development that could make it relevant for understanding, predicting and preventing extremism. The issue at stake is the relation between diversity, dialogue and democracy.


Prof. dr. Frans Wijsen
Prof. dr. F.J.S. Wijsen is hoogleraar Religie- en missiewetenschap, en decaan van de faculteit Theologie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij redigeerde onder andere (met Kocku von Stuckrad) Making Religion. Theory and Practice of Discursive Study of Religion (Brill, 2016).

em. prof. dr. Hubert Hermans
Dr. H.J.M. Hermans is emeritus hoogleraar Psychologie aan de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij is de grondlegger van de Dialogical Self Theory en president van de International Society for Dialogical Science. Hij is auteur van Society in the Self: A theory of identity in democracy (Oxford University Press 2018). hhermans@psych.ru.nl

    The Supreme Court has ruled that a baker’s refusal to provide a cake with a slogan supporting gay marriage was not sexual orientation discrimination, nor discrimination on grounds of political belief. The Northern Ireland bakery was owned by Christians who had religious objections to gay marriage (they thought Christian doctrine holds that marriage can only take place between a man and a woman). Gay marriage is not legal in Northern Ireland, although it is in the rest of the United Kingdom. Gay couples can enter into a ‘civil partnership’ in Northern Ireland, which formalises the relationship and provides it with legal recognition in a similar way to marriage.


Soren Kristophersen
Soren Kristophersen is a Legal Assistant at Lewis Silkin LLP.
Case Reports

2019/5 For how long may data of a job applicant be stored? (AT)

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Privacy, Discrimination, General
Auteurs Sophie Mantler en Andreas Tinhofer
SamenvattingAuteursinformatie

    A provision of Dutch law, according to which employees who lose their jobs upon retirement are excluded from the right to statutory severance compensation, is not in breach of the Framework Directive.


Sophie Mantler
Sophie Mantler is a senior associate and

Andreas Tinhofer
Andreas Tinhofer is a partner at MOSATI Rechtsanwälte in Vienna (www.mosati.at).

    The Employment Appeal Tribunal (EAT) has clarified the grounds on which bad faith can be alleged in a victimisation claim under the Equality Act 2010 (‘EqA’). The EAT held that although motive in alleging victimisation could be relevant, the primary question is whether the employee acted honestly in giving the evidence or information, or in making the allegation. The concept of ‘bad faith’ is thus different in victimisation claims than whistleblowing claims.


Soyoung Lee
Soyoung Lee is an Associate at Lewis Silkin LLP.
Rulings

ECJ 14 February 2019, case C-154/18 (Horgan), Age discrimination

Tomás Horgan, Claire Keegan – v – Minister for Education & Skills, Minister for Finance, Minister for Public Expenditure & Reform, Ireland, Attorney General, Irish case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Age discrimination
Samenvatting

Rulings

ECJ 4 December 2018, case C-378/17 (Minister for Justice and Equality and Commissioner of the Garda Síochána), Discrimination, General

Minister for Justice and Equality, Commissioner of An Garda Síochána – v – Workplace Relations Commission, Irish case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Discrimination, General
Samenvatting

Law Review

2019/1 EELC’s review of the year 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Auteurs Ruben Houweling, Catherine Barnard, Filip Dorssemont e.a.
Samenvatting

    For the second time, various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Catherine Barnard

Filip Dorssemont

Jean-Philippe Lhernould

Francesca Maffei

Niklas Bruun

Anthony Kerr

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Daiva Petrylaite

Andrej Poruban

Stein Evju
Artikel

The UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities in Practice

A Comparative Analysis of the Role of Courts

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden CRPD, disabilities, discrimination, court, human rights
Auteurs Prof. Dr. L.B. Waddington en Dr. A.C. Broderick
SamenvattingAuteursinformatie

    On the 25th and 26th October 2018, the Faculty of Law of Maastricht University hosted a conference on The UN Convention on the Rights of Persons with Disabilities in Practice: A Comparative Analysis of the Role of Courts. This article presents some of the key findings of the conference and summarises several of the speakers’ contributions to the conference.


Prof. Dr. L.B. Waddington
Prof. Dr. L.B. (Lisa) Waddington is European Disability Forum Chair in European Disability Law, Maastricht University.

Dr. A.C. Broderick
Dr. A.C. (Andrea) Broderick is Assistant Professor at Maastricht University.
Vrij verkeer

De definitieve nieuwe Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten: een eerste analyse

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten, mediaregulering,, video sharing platforms, mediadiensten op aanvraag, uitingsvrijheid
Auteurs Mr. E.W. Jurjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een eerste analyse van de inhoud van de definitieve herziene Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten, waarbij aandacht wordt besteed aan de uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn naar ‘video sharing platforms’. Daarbij komt aan de orde dat de richtlijn nieuwe regels stelt voor alle gereguleerde partijen over content die schadelijk kan zijn voor minderjarigen en content die kwalificeert als ‘hate speech’. Mede aan de hand van de positie van Nederland bij de onderhandelingen over de richtlijn en een analyse van artikel 7 Grondwet wordt tot slot een eerste aanzet gegeven voor de discussie over de implementatie van de richtlijn in Nederland.
    Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) in het licht van een veranderende marktsituatie, PbEU 2018, L 303/69.


Mr. E.W. Jurjens
Mr. E.W. (Emiel) Jurjens is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Access_open Mobile Individualism: The Subjectivity of EU Citizenship

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2019
Trefwoorden individualism, EU citizenship, depoliticisation, mobile individualism, citizenship and form of life
Auteurs Aristel Skrbic
SamenvattingAuteursinformatie

    The central aim of this article is to analyse the manner in which the legal structure of EU citizenship subjectifies Union citizens. I begin by explicating Alexander Somek’s account of individualism as a concept which captures EU citizenship and propose to update his analysis by coining the notion of mobile individualism. By looking at a range of CJEU’s case law on EU citizenship through the lens of the purely internal rule and the transnational character of EU citizenship, I suggest that movement sits at the core of EU citizenship. In order to adequately capture this unique structure of citizenship, we need a concept of individualism which takes movement rather than depoliticisation as its central object of analysis. I propose that the notion of mobile individualism can best capture the subjectivity of a model EU citizen, a citizen who is a-political due to being mobile.


Aristel Skrbic
Aristel Skrbic is a PhD candidate and teaching and research assistant at the Institute of Philosophy at the KU Leuven.
Annotatie

Bestaat er zoiets als een onbillijke prijs? Zaak C-177/16 (AKKA/LAA)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden excessieve prijzen, benchmark, kosten, rendement, United Brands
Auteurs Eric van Damme en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak wordt de norm voor excessieve prijzen aangevuld ten opzichte van de eerdere uitspraak in United Brands (1978). Prijsvergelijkingen staan hier centraal en kosten kunnen pas in een tweede stap aan de orde komen bij wijze van verweer na een eerste vaststelling van excessiviteit. De conclusie van A-G Wahl gaat nog verder en vereist het gebruik van een benchmarkprijs. Deze aanpak komt aan de orde in Pfizer/Flynn tegen CMA, een Engelse zaak die hier eveneens kort wordt aangestipt.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.

Wolf Sauter
Prof. dr. mr. drs. W. Sauter is in dienst bij de ACM en schrijft hier op persoonlijke titel.
Annotatie

Kan prijsdifferentiatie mededingingsbeperkend zijn? Zaak C-525/16 (MEO)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden misbruik economische machstpositie, discriminatie, uitsluiting, uitbuiting, prijsdifferentiatie
Auteurs Eric van Damme en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak stelt het Hof van Justitie vast onder welke voorwaarden sprake kan zijn van misbruik van economische machtspositie in de zin van discrimiminatie (dan wel prijsdifferentiatie) tussen ondeling concurrerende afnemers waarbij er geen verticaal verband met de leverancier bestaat. De effecten op de concurrent staan centraal. Advocaat-generaal Wahl draagt een kritische conclusie bij waarin onder meer de nadruk op de significantie van de mogelijke gevolgen voor de consument gelegd wordt.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.

Wolf Sauter
Prof. dr. mr. drs. W. Sauter is in dienst bij de ACM en schrijft hier op persoonlijke titel.
Pending cases

Case C-581/18, Age discrimination

YV, reference lodged by the Sąd Najwyższy (Poland) on 17 August 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2018

    A ‘false’ works agreement, which reduces the standard weekly working hours for permanent staff, also applies to leased employees. However, the pay of leased employees remains governed by the applicable collective bargaining agreement, rather than by the ‘false’ works agreement. Therefore, leased (part-time) employees benefitted from the reduced working hours by the ‘false’ works agreement, but received full pay based on the collective bargaining agreement.


Sarah Lurf
Sarah Lurf is an associate with Schima Mayer Starlinger Rechtsanwälte GmbH in Vienna, sms.law.

    A provision of Dutch law, according to which employees who lose their jobs upon retirement are excluded from the right to statutory severance compensation, is not in breach of the Framework Directive.


Peter C. Vas Nunes
Peter Vas Nunes is Of Counsel at BarentsKrans N.V., The Hague, the Netherlands.

    The Court of Appeal has confirmed that an expectation that a disabled employee would work long hours was a ‘provision, criterion or practice’ in a disability discrimination claim regarding reasonable adjustments. It also held that, on the facts, the employer’s conduct had caused the employee to resign and this entitled him to claim constructive unfair dismissal.


Tom McEvoy
Tom McEvoy is an Associate Solicitor at Lewis Silkin LLP.
Artikel

Het grondrecht op collectief onderhandelen van zelfstandigen versus het Europese mededingingsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Mededingingsrecht, Zelfstandige, Cao-exceptie, Vrijheid van vakvereniging, Recht op collectief onderhandelen
Auteurs Mr. R.F. Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal dat de beperking van de door het Hof van Justitie geformuleerde ‘cao-exceptie’ op het Europese mededingingsrecht tot ‘werknemers’ en ‘schijnzelfstandigen’ zich moeilijk tot een grondrechtenbenadering lijkt te verhouden. Zelfstandigen met een zwakke arbeidsmarktpositie hebben namelijk evenzeer behoefte aan collectieve middelen om hun arbeidsvoorwaarden te verbeteren en vallen ook onder grondrechtenverdragen. Door een uitgebreide beschouwing van de relevante rechtsinstrumenten van de VN, de IAO en de Raad van Europa en de uitleg die de toezichtorganen hieraan geven blijkt dat het grondrecht op vrijheid van (vak)vereniging, collectief onderhandelen en collectieve actie evenzeer aan deze groep lijkt toe te komen, en een te rigoureuze inperking vanwege het mededingingsrecht niet gerechtvaardigd wordt geacht. De conclusie bevat enkele gedachten over hoe het Europese mededingingsrecht met een grondrechtenbenadering overeenstemming te brengen. Daarbij passeren zowel de recente ontwikkelingen rondom het zelfstandigenvraagstuk in Nederland als initiatieven op Europees niveau de revue.


Mr. R.F. Hoekstra
Mr. R.F. (Robert) Hoekstra is werkzaam als onderzoeker bij de Wiardi Beckman Stichting Den Haag. Daarnaast is hij als promovendus verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn promotieonderzoek ziet op het snijvlak van cao’s en grondrechten.
Artikel

Access_open Consumenteninertie, mededinging en markttoezicht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden consumenteninertie, consumentenbescherming, complexiteit, naïviteitsdiscriminatie, informatieasymmetrie
Auteurs Annemieke Tuinstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Imperfecte informatie, complexiteit, en gedragsvalkuilen van consumenten kunnen resulteren in consumenteninertie, die op zijn beurt de concurrentie verzwakt. Zeker als marktwerking nog een ander publiek belang dient of als het om een essentieel product gaat, is het zaak om de concurrentie te beschermen en eventueel aan te jagen, door inertie te verminderen. Mededingingstoezicht en consumentenbescherming en -empowerment zijn in die zin complementair. Dit artikel schetst hoe de complementariteit tussen deze rechtsgebieden anno 2018 wordt vormgegeven in de praktijk, aan de hand van voorbeelden uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk.


Annemieke Tuinstra
Drs. A.A.M. Tuinstra is als Senior Econoom werkzaam bij het Economisch Bureau van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De auteur schrijft dit artikel op persoonlijke titel. De auteur dankt de redactie en collega’s bij de ACM voor enkele waardevolle opmerkingen bij een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

Access_open The Enemy of All Humanity

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hostis generis humani, piracy, crimes against humanity, universal jurisdiction, radical evil
Auteurs David Luban
SamenvattingAuteursinformatie

    Trationally, the term “enemy of all humanity” (hostis generis humani) referred to pirates. In contemporary international criminal law, it refers to perpetrators of crimes against humanity and other core. This essay traces the evolution of the concept, and then offers an analysis that ties it more closely to ancient tyrants than to pirates. Some object that the label is dehumanizing, and justifies arbitrary killing of the “enemy of humanity.” The essay admits the danger, but defends the concept if it is restricted to fair trials. Rather than dehumanizing its target, calling the hostis generis humani to account in a court of law is a way of recognizing that radical evil can be committed by humans no different from any of us.


David Luban
David Luban is University Professor in Law and Philosophy at Georgetown University.
Toont 1 - 20 van 277 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.