Zoekresultaat: 136 artikelen

x

    In dit redactioneel wordt naar aanleiding van de Invoeringswet omgevingsrecht verkend of de term ‘Onze Minister die het aangaat’ voldoende kenbaar maakt welke minister een bevoegdheid uit de wet kan inzetten. Aan het slot van deze bijdrage wordt de verdere inhoud van dit nummer van TO toegelicht.


Mr. H.A.J. (Henk) Gierveld
Mr. H.A.J. Gierveld is voorzitter van de redactie van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Access_open Totstandkoming, systeem en doelen van de Omgevingswet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2018
Auteurs Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel en Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Auteursinformatie

Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel
Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.

Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W (Wilco) de Vos is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Artikel

De naleving van wetstechnische aanwijzingen bij ministeriële regelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doet de auteur verslag van zijn onderzoek naar de wetstechnische kwaliteit van 28 ministeriële regelingen die in november en december 2017 in de Staatscourant verschenen. Bekeken is in hoeverre deze regelingen afwijkingen bevatten van de wetstechnische aanwijzingen uit de Aanwijzingen voor de regelgeving zoals die vóór 1 januari 2018 golden. Over het geheel genomen lijkt de wetstechnische kwaliteit van ministeriële regelingen te zijn verbeterd ten opzichte van de bevindingen uit eerdere onderzoeken uit 2002 en 2004. Het aantal onvolkomenheden is uiteindelijk immers tamelijk gering en geringer dan bij de eerdere onderzoeken. Nog steeds zijn er echter tamelijk veel onvolkomenheden in het opschrift en het slotformulier. Ook de terminologie ‘bedoeld’ en ‘als bedoeld’ en bijlagen verdienen de aandacht. Opvallend is verder dat de verplichting om in de toelichting melding te maken van het afwijken van de vaste verandermomenten of van de minimuminvoeringstermijn vaak niet wordt nageleefd.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

    Melkveehouderij. Regeling inzake hoogte meidoornhaag. Emissieplafond in plaats van dieraantallen.

    Ten onrechte is niet beoordeeld of de gevolgen van de uitbreiding van een veehouderij met dieren die volgens biologische productiemethoden worden gehouden, nopen tot het maken van een milieueffectrapport.

    Het college heeft in redelijkheid nadere bewijsstukken mogen verlangen waaruit de ongebruikelijke bedrijfsvoering blijkt.

    Project heeft niet zodanig nadelige grensoverschrijdende milieugevolgen dat Duitsland bij de m.e.r. moest worden betrokken. Voor gevolgen ammoniakdepositie in Duitsland mag aansluiting worden gezocht bij Duitse beoordelingsmethodiek.

    De Wet geurhinder en veehouderij ziet uitsluitend op geurhinder van dierenverblijven. De beoordeling van andere geurbronnen dient plaats te vinden op grond van de Wabo.

    Onlosmakelijke samenhang tussen beperkte milieutoets en activiteit bouwen.

    Beperken diersoorten en dieraantallen. Norm van 300 Nge. Activiteitenbesluit. Toetsing aan normen geurverordening. Uitbreiding veestapel. Planregels doorkruisen wettelijk stelsel en zijn in strijd met goede ruimtelijke ordening. Gezondheid. Minimale afstand van 100 m tussen veehouderijen en recreatieve functies.

    Conclusie dat Natura 2000-gebied niet zal worden aangetast, kan alleen worden gebaseerd op objectieve verifieerbare gegevens, verkregen uit (nader) onderzoek.


Marieke Kaajan

    Voorschriften uit het Activiteitenbesluit kunnen niet worden gebruikt om te concluderen dat geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen zodat geen MER hoeft te worden opgesteld.

Artikel

Ruimtelijk plannen met buisleidingen: verleden, heden en toekomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden buisleidingen, ondergrond, kabels, leidingen, ruimtelijke ordening
Auteurs Mr. I.J. (Ingeborg) Wind-Middel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op buisleidingen in het omgevingsrecht met een focus op ruimtelijke planning. Het betreft een overzichtsartikel en daarmee een handreiking voor degenen die zich willen oriënteren op de toepasselijke ruimtelijke kaders. Om het huidige beleid in perspectief te plaatsen, zal allereerst het belangrijkste ‘oude’ beleid voor buisleidingen in relatie tot ruimtelijke ordening worden besproken (‘verleden’). Vervolgens zal worden ingegaan op de thans geldende belangrijkste ruimtelijke wet- en regelgeving (‘heden’). Tot slot wordt het wetsvoorstel Omgevingswet kort besproken (‘toekomst’). Andere interessante aanpalende onderwerpen zoals gedogen (Belemmeringenwet Privaatrecht, BP), nadeelcompensatie, eigendom of de Telecommunicatiewet Publiekrecht komen in deze bijdrage niet of slechts zijdelings aan bod.


Mr. I.J. (Ingeborg) Wind-Middel
Mr. I.J. (Ingeborg) Wind-Middel is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en maakt daar onderdeel uit van het Public Law team. Zij is gespecialiseerd in het omgevingsrecht.

    Natura 2000-gebied. Aanhaakregeling Wabo. Passende beoordeling en MER. Onvoldoende onderzoek.

    De neerslag van fijn stof op gewassen wordt niet beoordeeld in het kader van de toetsing aan de geldende grenswaarden voor fijn stof.


Jelle van de Poel
Jelle van de Poel is senior juridisch medewerker bij de Rb. Midden-Nederland en lid van de werkgroep jurisprudentie van de Vereniging voor Milieurecht (VMR). Hij bedankt mr. Taco Leemans en mr. Frederik Mantel, beiden lid van de werkgroep jurisprudentie van de VMR, voor hun commentaar.

    De neerslag van fijn stof op gewassen wordt niet beoordeeld in het kader van de toetsing aan de geldende grenswaarden voor fijn stof.

    Effect van beweiden koeien en uitrijden mest op Natura 2000-gebied onvoldoende onderzocht.


Marieke Kaajan

    Uitbreiding varkenshouderij en oprichting vleeskuikenhouderij en bio-energiecentrale. Geen onlosmakelijke samenhang. Passende beoordeling. Gevolgen voor niet in Nederland gelegen natuurgebieden. Gevolgen per project. Gezondheid.

Toont 1 - 20 van 136 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.