Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 7106 artikelen

x
Europees strafrecht

Het Europees Openbaar Ministerie en het hervormde OLAF uit de startblokken

Een nieuwe impuls voor Europese fraudebestrijding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2022
Trefwoorden EOM, rechtsbescherming, OLAF, fraude, strafrecht
Auteurs mr. S.J. Lopik, mr. E.M.R.H. Vancraybex en mr. Y. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    De strijd tegen fraude die ten koste kan gaan van EU-middelen heeft een nieuwe impuls gekregen. Op 1 juni 2021 is het Europees Openbaar Ministerie (EOM) met zijn werkzaamheden begonnen. De komst van het EOM brengt ook veranderingen met zich voor de rol en de taakuitoefening van het Europees bureau voor fraudebestrijding (OLAF). In dit artikel gaan de auteurs in op deze ontwikkelingen en leggen daarbij de nadruk op het spanningsveld rond deze bevoegdheidsoverdracht en de noodzaak om te voorzien in effectieve procedurele waarborgen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (‘EOM’) (PbEU 2017, L 283/1-71).
    Wet van 17 maart 2021 tot aanpassing van enkele wetten ter uitvoering van de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (‘EOM’) (PbEU 2017, L 283) (Invoeringswet EOM) (Stb. 2021, 155).
    Verordening (EU, Euratom) 2020/2223 van het Europees Parlement en de Raad van 23 december 2020 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 wat betreft samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie en de doeltreffendheid van de door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (‘OLAF’) uitgevoerde onderzoeken (PbEU 2020, L 437/49).
    Verordening (EU, Euratom) 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PbEU 2013, L 248), zoals gewijzigd bij de Wijzigingsverordening.


mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.

mr. E.M.R.H. Vancraybex
Mr. E.M.R.H. (Eline) Vancraybex is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam en redactielid van NtEr.
Artikel

Maatschappelijk verantwoord afscheid nemen onder de WNT – geen gouden handdruk voor de topfunctionaris?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden WNT / Wet normering topinkomens, Beëindigingsovereenkomst, Topfunctionaris, Beëindigingsvergoeding, Vertrekregeling
Auteurs mr. Michelle Immerzeel
SamenvattingAuteursinformatie

    Na bijna tien jaar WNT beoogt dit artikel een overzicht te geven van de aandachts- en discussiepunten bij het sluiten van een vertrekregeling met een WNT-topfunctionaris. Daarbij komen verschillende onderdelen van de beëindigingsovereenkomst aan bod, waaronder de beëindigingsvergoeding, de vrijstelling van werkzaamheden en het uitbetalen van vakantiedagen.


mr. Michelle Immerzeel
Michelle Immerzeel is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Access_open Reële executie in het ontslagrecht: toepassing van artikel 3:300 BW bij beëindiging van een slapend dienstverband

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden abpslapend dienstverband, beëindiging, art. 3:300 BW, reële executie, Amsta-beschikking
Auteurs mr. Koos Janssens en mr. Marieke ten Broeke
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoeken de auteurs de mogelijkheid om art. 3:300 BW toe te passen bij de beëindiging van slapende dienstverbanden. In dat geval veroordeelt de rechter de werkgever niet tot instemming met beëindiging, maar treedt de uitspraak in de plaats van de beëindigingsovereenkomst. De auteurs zien ruimte voor deze toepassing en schetsen de mogelijke voordelen voor werknemers. Zij zien geen beletsel in de kritiek die op de Amsta-beschikking van de Hoge Raad is geuit. Tot slot bespreken de auteurs de inhoud van de beëindigingsovereenkomst die met toepassing van art. 3:300 BW kan worden afgedwongen.


mr. Koos Janssens
Koos Janssens is werkzaam als wetenschappelijk medewerker (civiel) bij de Hoge Raad der Nederlanden.

mr. Marieke ten Broeke
Marieke ten Broeke is werkzaam als wetenschappelijk medewerker (civiel) bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De regeling voorbehouden handelingen en criteria voor regulering van beroepen in de Wet BIG

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden individuele gezondheidszorg, toekomstbestendigheid, beroepenregulering, patiëntenbescherming, kwaliteitswetgeving
Auteurs Mr. N.O.M. Woestenburg en Prof. dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het huidige systeem van voorbehouden handelingen en de regulering van beroepen komt steeds meer onder druk te staan door veranderingen in de zorg. Dit artikel geeft een reflectie op de toekomstbestendigheid van de huidige regels voor voorbehouden handelingen en de criteria voor het reguleren van beroepen binnen de Wet BIG. In de praktijk blijken rond beide regelingen onduidelijkheden, misvattingen en interpretatieverschillen te spelen. Onder meer wordt voorgesteld om de criteria en afwegingskaders te verduidelijken.


Mr. N.O.M. Woestenburg
Nicolette Woestenburg is werkzaam bij Pro Facto als (senior) onderzoeker en adviseur.

Prof. dr. H.B. Winter
Heinrich Winter is directeur van Pro Facto en hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Verslag jaarvergadering Vereniging voor Gezondheidsrecht 2022

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden samenwerking zorg, preadvies, bekostiging
Auteurs Mr. J.Q. Hooglugt
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de jaarvergadering van de Vereniging voor Gezondheidsrecht van 8 april 2022 met als thema samenwerking in de zorg en als sprekers de preadviseurs mr. M.R.D. Crijns, mr. R. Hagendoorn, mr. drs. L.G.J.M. van Wijck, mr. dr. R.P. Wijne, mr. dr. W.I. Koelewijn en mr. B.A. van Schelven, en de coreferenten prof. mr. dr. J. Legemaate, dr. ir. R. Friele en mr. drs. K.D. Meersma.


Mr. J.Q. Hooglugt
Jean-Luc Hooglugt is juridisch medewerker voor de Praktijkgroep zorg & sociaal domein bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.
Artikel

Access_open De reikwijdte van de centrale aansprakelijkheid, de schakelbepaling en netwerkzorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden behandelingsovereenkomst, aansprakelijkheid hulpverlener, behandeling binnen ziekenhuis, behandeling buiten ziekenhuis
Auteurs Mr. dr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft inzicht in de gedachte achter en de reikwijdte van de centrale aansprakelijkheid van het ziekenhuis wanneer zich een fout binnen de muren van dat ziekenhuis voordoet. Via een schakelbepaling kan de werkingssfeer van de centrale aansprakelijkheid worden uitgebreid. Een probleem blijft echter de figuur van netwerkzorg.


Mr. dr. R.P. Wijne
Rolinka Wijne is universitair docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast bekleedt zij diverse andere functies binnen het gezondheidsrecht.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2022/47

HR 22 april 2022, 21/04295, ECLI:NL:HR:2022:653

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Artikel

Het Europees onderzoeksbevel: vergaande Europese samenwerking op basis van het beginsel van wederzijdse erkenning

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden EOB, rechtsbescherming, rechterlijke toetsing, geheimhouding, beklag
Auteurs Mr. T.M. (Tessa) de Groot en Mr. P. (Paul) van Glabbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees onderzoeksbevel (EOB) is een instrument, gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning, dat vergaande samenwerking tussen EU-lidstaten op het gebied van de bewijsvergaring voor strafzaken mogelijk maakt. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mate van rechtsbescherming die aan de betrokkene kan worden geboden bij de uitvoering van een EOB. De auteurs concluderen dat het EOB grote voordelen kent, maar ook spanning kan opleveren met de mate van rechtsbescherming die in de uitvoerende staat kan worden geboden.


Mr. T.M. (Tessa) de Groot
Mr. T.M. (Tessa) de Groot is wetenschappelijk medewerker strafrecht bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. P. (Paul) van Glabbeek
Mr. P. (Paul) van Glabbeek is wetenschappelijk medewerker strafrecht bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Access_open De strafbaarstelling van seks tegen de wil: een verkenning van de culpa

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden culpa, bewuste schuld, schuldverkrachting, onvrijwillige seksuele handelingen, onbewuste schuld
Auteurs Mr. L. (Linda) Kesteloo, Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. N. (Nicole) Korthals
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2021 publiceerde de Minister van Justitie en Veiligheid zijn ‘Wetsvoorstel seksuele misdrijven’. Hierin wordt o.m. voorgesteld een culpoze variant van verkrachting in het Wetboek van Strafrecht op te nemen (‘schuldverkrachting’). De formulering van de culpa in dit voorstel verschilt echter van die in het (op de Kamerbrief uit 2019 gebaseerde) Voorontwerp uit 2020 in die zin dat het ‘redelijkerwijs moeten vermoeden dat bij de ander de wil ontbreekt’ is gewijzigd in ‘ernstige reden om te vermoeden dat bij de ander de wil ontbreekt’. De reden voor deze wijziging is vooralsnog onduidelijk. In dit artikel hebben wij kritiek op het feit dat er verschillende voorstellen met verschillende formuleringen van de culpa zijn, zonder dat wordt verduidelijkt wat de relevante verschillen precies zijn. Die duidelijkheid moet er wel komen en gepleit wordt (mede daarom) voor een terugkeer naar het ‘redelijkerwijs had moeten vermoeden’ uit het eerste voorstel.


Mr. L. (Linda) Kesteloo
Mr. L. (Linda) Kesteloo is docent/onderzoeker bij de Afdeling Strafrecht & Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel.

Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. (Rob) ter Haar is docent bij het Willem Pompe Instituut van de Utrecht University en rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Overijssel.

Mr. N. (Nicole) Korthals
Mr. N. (Nicole) Korthals is coördinator en docent straf(proces)recht aan o.a. de Politieacademie en de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De Hoge Raad als klankbord

Over het stellen van prejudiciële vragen aan de strafkamer van de Hoge Raad

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden prejudiciële procedure, Hoge Raad, innovatiewet, strafvordering
Auteurs Mr. S. (Sam) van den Akker
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de toekomstige procedure voor het stellen van prejudiciële zaken aan de Hoge Raad in strafzaken. De auteur bespreekt onder meer de voor- en nadelen van deze procedure en geeft handvatten aan de feitenrechter in de vorm van een beslissingsschema dat de rechter voorafgaand aan het stellen van een prejudiciële vraag kan doorlopen.


Mr. S. (Sam) van den Akker
Mr. S. (Sam) van den Akker is advocaat bij Baumgardt Strafcassatie Advocatuur te Rotterdam.
Artikel

Een nieuw licht op het verbieden van ‘radicale’ organisaties en de democratische paradox

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2022
Trefwoorden weerbare democratie, artikel 2:20 BW, verboden rechtspersoon, vrijheid van vereniging, radicalisering
Auteurs Mr.dr. L.A. (Marloes) van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een beschouwing van de per 1 januari 2022 verruimde wettelijke mogelijkheden om een rechtspersoon te verbieden en te ontbinden wegens strijd met de openbare orde (art. 2:20 BW) vanuit het perspectief van de discussie over democratische weerbaarheid en grond- en mensenrechten. Deze wetswijziging beoogt onder meer om de rechtsstaat weerbaarder te maken tegen radicale organisaties. Bij de noodzaak, selectieve focus en invulling worden verschillende kritische vragen gesteld. Geconcludeerd wordt dat de wijze waarop van de verbodenverklaring gebruik zal worden gemaakt, zal moeten getuigen van terughoudendheid, wijsheid en mensenrechtelijk besef.


Mr.dr. L.A. (Marloes) van Noorloos
Mr. dr. L.A. (Marloes) van Noorloos is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan Tilburg Law School.
Artikel

Access_open De procederende executeur

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden advocaatkosten, procespartij, privatieve, vertegenwoordigingsbevoegdheid, ontvankelijkheid
Auteurs Mr. drs. R. van Dijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage over de procederende executeur gaat – met name aan de hand van gepubliceerde jurisprudentie – in op perikelen die dit fenomeen met zich kan brengen en die in de praktijk soms tot problemen of discussies leiden. Aan de orde komen: van wanneer tot wanneer sprake is van executele, procespartijperikelen, de privatieve vertegenwoordigingsbevoegdheid en de advocaatkosten van de executeur.


Mr. drs. R. van Dijken
Mr. drs. R. van Dijken is advocaat bij Houthoff in Amsterdam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2022
Auteurs Mr. M.C.A. Scholten
Auteursinformatie

Mr. M.C.A. Scholten
Mw. mr. M.C.A. Scholten is notarieel en fiscaal jurist en vakcoördinator fiscaliteit en familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Artikel

De inhoud van het begrip inboedel: een evoluerend concept

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2022
Trefwoorden inboedel, artikel 3:5 BW, verzamelingen, huisraad, stoffering
Auteurs Mr. R. van der Beek-Lugten, Mr. J.W.A. Schenk en Mr. T.S. van Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 3:5 BW geeft een definitie voor het begrip inboedel: ‘het geheel van tot huisraad en tot stoffering en meubilering van een woning dienende roerende zaken, met uitzondering van boekerijen en verzamelingen van voorwerpen van kunst, wetenschap of geschiedkundige aard’. De auteurs zijn in de praktijk evenwel verschillende keren tegen het vraagstuk aangelopen wat eigenlijk onder de uitzonderingen valt. Zij onderzochten de totstandkoming van het artikel 3:5 BW en de (wettelijke) interpretaties daarvan. Ze concluderen dat huns inziens het begrip inboedel behelst het geheel van tot huisraad en tot stoffering en meubilering van een woning tot blijvend gebruik dienende roerende zaken, met uitzondering van boekerijen en (verzamelingen van) voorwerpen van kunst, wetenschap of geschiedkundige aard.


Mr. R. van der Beek-Lugten
Mw. mr. R. van der Beek-Lugten is Senior Tax Manager bij HVK Stevens, Amsterdam.

Mr. J.W.A. Schenk
Mr. J.W.A. Schenk is notaris bij HVK Stevens, Amsterdam.

Mr. T.S. van Veen
Mr. T.S. van Veen is counsel bij HVK Stevens, Amsterdam.
Analyse

Corona & huur

De herontdekking van een verloren leerstuk

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2022
Auteurs Jan Spanjaard
Auteursinformatie

Jan Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat onder de naam facily LAW advocatuur.
Vak & mens

Overnames verzekerd

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2022
Auteurs Bendert Zevenbergen

Bendert Zevenbergen
Vak & mens

45 jaar lang geen moment verveeld

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2022
Auteurs Nathalie de Graaf

Nathalie de Graaf
Toont 1 - 20 van 7106 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.