Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 565 artikelen

x
Recent

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2021
Auteurs KEES PIJNAPPELS

KEES PIJNAPPELS
Artikel

Access_open Het gewoonterecht anno 2021

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden gewoonte, codificatie, algemene voorwaarden, redelijkheid en billijkheid, lex mercatoria
Auteurs Mr. J.J. Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het praktisch belang van gewoonterecht is sterk afgenomen. De auteur wijst vier oorzaken aan: toenemende codificatie, de opkomst van gedetailleerde contracten, de opkomst van concurrerende open normen, en maatschappelijke ontwikkelingen. Gewoonterecht blijft echter in sommige gevallen van belang, bijvoorbeeld in de internationale handel en bij de invulling van open normen.


Mr. J.J. Valk
Mr. J.J. Valk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Leigh Hancher
Dr. L. Hancher is senior advisor bij Baker Botts te Brussel.
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2020

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2021
Auteurs Robert Hendrikse, Floris-Jan Werners, Justin Interfurth e.a.

Robert Hendrikse

Floris-Jan Werners

Justin Interfurth

Bas van Zelst
Artikel

Van twee walletjes

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Nathalie de Graaf

Nathalie de Graaf
Artikel

Access_open Franchise: is artikel 7:922 BW een voorrangsregel waar de praktijk op moet voorsorteren?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Franchisewet, voorrangsregel, internationaal privaatrecht, artikel 9 Rome I Verordening
Auteurs Prof. mr. dr. Edwin van Wechem en Mr. Michiel Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 7:922 BW van de nieuwe Wet franchise bepaalt dat ten aanzien van in Nederland gevestigde franchisenemers niet ten nadele kan worden afgeweken van de Titel franchise en dat een beding in strijd met artikel 920 nietig is, ongeacht het recht dat de franchiseovereenkomst beheerst. In deze bijdrage wordt onderzocht of dit de betekenis en status kan hebben van een voorrangsregel in het internationaal privaatrecht, meer precies in de zin van art. artikel 9 Rome I Verordening.


Prof. mr. dr. Edwin van Wechem
Prof. mr. dr. T.H.M. van Wechem is hoogleraar Corporate Legal Counseling aan de Open Universiteit en redacteur van Contracteren.

Mr. Michiel Bijloo
Mr. M. Bijloo is advocaat en counsel bij BakerMcKenzie advocaten en notarissen te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Selectieve betalingen in het zicht van (mogelijke) insolventie – ruim baan voor de bestuurder?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Ontvanger/Roelofsen, faillissement, bestuurdersaansprakelijkheid, Ingwersen q.q./Kromme Leek c.s., verhaalsfrustratie
Auteurs Mr. L.M. Linskens en Mr. S.C.M. van Thiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Een bestuurder van een bv of nv wordt in tijden van financiële krapte veel vrijheid gegund om zelf te bepalen welke schuldeisers hij wel en welke hij (nog) niet voldoet. Deze vrijheid wordt slechts begrensd door de wet (pauliana) en door de jurisprudentie omtrent selectieve betalingen. Op grond van die jurisprudentie is een bestuurder die in een situatie waarin er blijvend meer schulden dan middelen zijn gelieerde crediteuren boven andere crediteuren behandelt, in beginsel persoonlijk aansprakelijk jegens die andere crediteuren. In de literatuur is bepleit dat deze ‘in beginsel’-regel zou moeten gelden voor alle betalingen die een bestuurder verricht nadat het faillissement van de vennootschap onvermijdelijk is geworden. Uit het arrest Ingwersen q.q./Kromme Leek c.s., dat eerder dit jaar werd gewezen, volgt dat de Hoge Raad hier echter geen aanleiding voor zag. In deze bijdrage staat de vraag centraal of dit betekent dat de Hoge Raad de bestuurder zelfs in een dergelijke situatie nog ruim baan geeft om zijn eigen keuzes te maken. Aan het einde wordt bezien hoe de lagere jurisprudentie tot nu toe hierop heeft gereageerd.


Mr. L.M. Linskens
Mr. L.M. (Lisa) Linskens is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

Mr. S.C.M. van Thiel
Mr. S.C.M. (Stein) van Thiel is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.
Artikel

Rapport van de Adviescommissie belastingheffing van multinationals nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden concerns, fiscaliteit, belastingconcurrentie, vennootschapsbelasting, hoofdkantoren
Auteurs Prof. mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 15 april 2020 heeft de Adviescommissie belastingheffing van multinationals haar rapport getiteld ‘Op weg naar balans in de vennootschapsbelasting. Analyses en aanbevelingen’ gepubliceerd. In dit artikel bespreekt de auteur dit rapport.


Prof. mr. H. Koster
Prof. mr. H. Koster is verbonden aan de Universiteit Leiden, afdeling ondernemingsrecht, en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Access_open Institutioneel misbruik en geweld uit het verleden

Een vergelijking van twee herstelgerichte responsmodellen in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden institutioneel misbruik en geweld, responsmodellen, rooms-katholieke kerk, Centrum voor Arbitrage inzake seksueel misbruik, Permanente Arbitragekamer
Auteurs Ivo Aertsen en Martien Schotsmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, an analysis is made of two response models for different forms of abuse and violence that occurred in the past on children in institutional settings. Two programmes are compared, as they operated during last 10 years in Belgium: on the one hand the Centre of Arbitration for sexual abuse and violence in the Catholic Church at the national level, on the other hand the Commission for Recognition and Mediation for various types of abuse and violence in youth and educational institutions and other organisational contexts in the Flemish Community. Both models are analysed and compared at the conceptual and empirical level from a restorative justice approach, looking at the elements that may reveal a certain form of restorative justice and/or may contain lessons for the further development of restorative justice. The background and origins of both programmes are presented into detail, followed by a comparison with respect to the political options on the basis of their creation, the composition of their boards, their scope of application and their procedures. Some numbers and characteristics of cases dealt with are presented.
    The analysis of both models points at the presence – in varying degrees – of important restorative justice elements as provided in the international literature. However, restorative justice standards are more prominent in the Flemish Commission for Recognition and Mediation as compared to the national Centre of Arbitration for sexual abuse in the Church. Both programmes also demonstrate that restorative action is needed at different, mutually interwoven levels: the personal (micro) level, the institutional (meso) level and the societal (macro) level. At the institutional and societal level the transformative potential of the interventions is very much needed, but also most challenging in terms of the development of effective restorative methods.


Ivo Aertsen
Ivo Aertsen is emeritus hoogleraar criminologie aan de KU Leuven. Hij was aangesteld als expert bij de federale parlementaire Bijzondere Commissie in 2010-2011 en fungeerde vier jaar als lid van de Permanente Arbitragekamer inzake seksueel misbruik in de Kerk.

Martien Schotsmans
Martien Schotsmans is advocaat en verzoeningsexpert. Zij was als arbiter betrokken bij twee dossiers inzake seksueel misbruik in de kerk en was tot september 2020 coördinator van de Vlaamse Commissie voor Erkenning en Bemiddeling inzake misbruik en geweld uit het verleden.
Artikel

Twintig jaar groei van herstelrechtelijke programma’s

Reflecties op basis van de tweede editie van het UNODC Handboek

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden UNODC handbook, Restorative Justice programmes, Basic Principles, cases of serious crime, community
Auteurs Jee Aei Lee en Yvon Dandurand
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the authors take stock of the many diverse restorative justice programs that have been implemented in many countries, worldwide, over the past twenty years, and that have involved a number of problems. They also discuss a number of new developments and areas of concern, including victim participation, the relationship with common law, cases of serious crime and the role of the community. The authors hope the new UNODC Handbook on Restorative Justice Programmes to be as successful as the previous edition in promoting new ways to apply restorative justice principles in criminal matters and helping practitioners benefit from each other’s experience.


Jee Aei Lee
Jee Aei Lee is Crime Prevention and Criminal Justice Officer, Justice Section, United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC), Vienna, Austria.

Yvon Dandurand
Yvon Dandurand is Professor Emeritus, Criminology, University of the Fraser Valley, and Fellow and Senior Associate at the International Centre for Criminal Law Reform, Vancouver, Canada.
Artikel

Aansprakelijkheid van arbiters

Enkele gedachten over maatstaf, vernietiging, grondslag, ipr en exoneratie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2020
Trefwoorden arbiteraansprakelijkheid, internationaal privaatrecht, uitsluiting aansprakelijkheid, vernietigingsprocedure, arbitrage
Auteurs Prof. mr. N. Peters en Mr. J.J. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden enkele aspecten van arbiteraansprakelijkheid besproken. Ingegaan wordt op de grondslag en maatstaf voor arbiteraansprakelijkheid, de vraag of vernietiging vereist is, de aard van de rechtsverhouding tussen arbiters en partijen, alsmede de mogelijkheid tot exoneratie. Verder wordt aandacht besteed aan enkele vragen van internationaal privaatrecht, te weten bevoegdheid en toepasselijk recht.


Prof. mr. N. Peters
Prof. mr. N. Peters is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam en hoogleraar internationale handelsarbitrage aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. J.J. Bakker
Mr. J.J. Bakker is advocaat bij Simmons & Simmons te Amsterdam.

Hedy Jak
Artikel

Online platform voor coronageschillen

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2020
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Article

Access_open Basel IV Postponed: A Chance to Regulate Shadow Banking?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Basel Accords, EU Law, shadow banking, financial stability, prudential regulation
Auteurs Katarzyna Parchimowicz en Ross Spence
SamenvattingAuteursinformatie

    In the aftermath of the 2007 global financial crisis, regulators have agreed a substantial tightening of prudential regulation for banks operating in the traditional banking sector (TBS). The TBS is stringently regulated under the Basel Accords to moderate financial stability and to minimise risk to government and taxpayers. While prudential regulation is important from a financial stability perspective, the flipside is that the Basel Accords only apply to the TBS, they do not regulate the shadow banking sector (SBS). While it is not disputed that the SBS provides numerous benefits given the net credit growth of the economy since the global financial crisis has come from the SBS rather than traditional banking channels, the SBS also poses many risks. Therefore, the fact that the SBS is not subject to prudential regulation is a cause of serious systemic concern. The introduction of Basel IV, which compliments Basel III, seeks to complete the Basel framework on prudential banking regulation. On the example of this set of standards and its potential negative consequences for the TBS, this paper aims to visualise the incentives for TBS institutions to move some of their activities into the SBS, and thus stress the need for more comprehensive regulation of the SBS. Current coronavirus crisis forced Basel Committee to postpone implementation of the Basel IV rules – this could be perceived as a chance to complete the financial regulatory framework and address the SBS as well.


Katarzyna Parchimowicz
Katarzyna Parchimowicz, LLM. Finance (Frankfurt), is PhD candidate at the University of Wrocław, Poland, and Young Researcher at the European Banking Institute, Frankfurt, Germany.

Ross Spence
Ross Spence, EURO-CEFG, is PhD Fellow at Leiden University Law School, and Young Researcher at the European Banking Institute and Research Associate at the Amsterdam Centre for Law and Economics.
Actualia contractspraktijk

Ontwikkelingen jurisprudentie agentuurovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Agentuur, Klantenvergoeding, Beëindiging agentuurrelatie, Artikel 7:428 BW, Provisie
Auteurs Mr. drs. H.S. Kleinjan
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de in 2017 tot en met 2020 gewezen jurisprudentie over agentuurovereenkomsten besproken. Een breed scala aan onderwerpen met betrekking tot agentuurovereenkomsten passeerde de afgelopen drie jaar de revue bij de rechtbanken, de gerechtshoven en het Europese Hof van Justitie.


Mr. drs. H.S. Kleinjan
Mr. drs. H.S. Kleinjan is advocaat bij Lexence N.V.

Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat bij de balie te Gent en te Brussel (Everest Advocaten), erkend bemiddelaar in burgerlijke en handelszaken bij de Federale Bemiddelingscommissie in België, en redacteur van dit tijdschrift. Hij volgt sedert verschillende jaren als waarnemer de vergaderingen van de werkgroep arbitrage en conciliatie van UNCITRAL en was lid van de werkgroep arbitrage en ADR van de NOAB die het Reglement Bindende derdenbeslissing uitwerkte.
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.
Artikel

Hetzelfde ≠ gelijk

Aandachtspunten bij elektronische zittingen: een arbitragerechtelijk perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Auteurs Bas van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbitragerecht geeft een scheidsgerecht de discretionaire bevoegdheid om te beslissen dat een hoorzitting ‘langs elektronische weg’ wordt gevoerd. Deze bijdrage beoordeelt het idee dat deze bevoegdheid van verplichte aard is. De bevoegdheid van arbiters om voor een elektronische hoorzitting te kiezen, is volgens haar beperkt door de fundamentele beginselen van het procesrecht, met name het gelijkheidsbeginsel. Het artikel somt relevante overwegingen op bij de keuze voor een elektronische hoorzitting in arbitrageprocedures met Nederlandse zetel en is van mening dat dergelijke overwegingen, gezien hun fundamentele karakter, ook van toepassing kunnen zijn in procedures voor de Nederlandse nationale rechtbanken.


Bas van Zelst
Prof. mr. B. van Zelst is advocaat bij Van Doorne en hoogleraar Dispute Resolution and Arbitration aan Maastricht University.
Artikel

Zestien jaar OZ/Roozen: een rustig bezit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden bewijsaanbod, getuigenbewijs, OZ/Roozen
Auteurs Thijs van Aerde
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft in het standaardarrest OZ/Roozen van 9 juli 2004 een maatstaf geformuleerd voor het beoordelen van de vraag of een procespartij tot getuigenbewijs moet worden toegelaten. De auteur onderzoekt de rechtsontwikkeling van nadien en gaat ook in op de voorgenomen modernisering van het bewijsrecht.


Thijs van Aerde
Mr. A.M. van Aerde is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Access_open Spreken is zilver, zwijgen is fout

Over het wetsvoorstel Zwijgcontracten in de zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden zwijgcontracten, zwijgbedingen, zwijgclausules, incidenten in de zorg, strijd met goede zeden
Auteurs Mr. dr. Ph.S. Kahn
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een lange discussie in de Kamer heeft de minister de knoop doorgehakt door een wetsvoorstel in consultatie te brengen waarmee zwijgcontracten in de zorg nietig worden verklaard. Civielrechtelijk en bestuursrechtelijk bestaan al mogelijkheden om zulke bedingen aan te vechten. In dit artikel worden deze besproken. Na een aantal incidenten heerst breed de opvatting dat dergelijke bedingen maatschappelijk onaanvaardbaar zijn en in strijd met (de bedoeling van) wet- en regelgeving. Door het wetsvoorstel wordt iedere twijfel hierover weggenomen en worden contractuele bedingen over het zwijgen over incidenten in de zorg verboden. Het veld zit niet te wachten op een wettelijk verbod. Hier lijkt vooral sprake van symboolwetgeving.


Mr. dr. Ph.S. Kahn
Philip Kahn is secretaris raad van bestuur van Franciscus Gasthuis & Vlietland te Rotterdam/Schiedam.
Toont 1 - 20 van 565 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.