Zoekresultaat: 4 artikelen

x
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Access_open Enkele opmerkingen over het het una via-beginsel en het nieuwe Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Modernisering strafvordering, Bestuursstrafrecht, Una via-beginsel, Bestuurlijk sanctierecht, Bijzonder strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Thans is een belangrijke wetgevingsoperatie gaande, waarbij het Wetboek van Strafvordering wordt herzien. Opmerkelijk genoeg wordt in de vaststellingswetten op geen enkele wijze aandacht besteed aan de keuze tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Om het una via-beginsel een plaats te geven in het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt voorgesteld om het bepaalde in artikel 243, tweede lid, Sv, te transponeren naar artikel 3.1.4, vijfde lid, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Hij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De dringende reden en ernstige verwijtbaarheid; twee afwegingen op basis van de omstandigheden van één geval

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Ernstige verwijtbaarheid, Transitievergoeding bij ontslag op staande voet, Dringende reden, Ontslag op staande voet, Bagateldelict
Auteurs prof. mr. Stefan Sagel en mr. Rik van Haeringen
Samenvatting

    In een uitspraak van 30 maart 2018 maakte de Hoge Raad een einde aan de discussie over de vraag of een terecht gegeven ontslag op staande voet onder de Wwz kan samengaan met de verschuldigdheid van een transitievergoeding. De cassatierechter besliste dat het wettelijke systeem zich niet verzet tegen zulke samenloop. In al die gevallen waarin de door de rechter aangenomen dringende reden niet als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kwalificeert, is de transitievergoeding verschuldigd. De vraag komt dan vervolgens wel op, wanneer van die ernstige verwijtbaarheid sprake is. Deze bijdrage beoogt de praktijk enige handvatten aan te reiken voor de beantwoording van die vraag. Net als bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden, zullen ook hier de omstandigheden van het geval beslissend zijn. Maar hoewel er een grote mate van overlap is tussen de gezichtspunten die in aanmerking moeten worden genomen bij de afwegingen of sprake is van (i) een dringende reden en (ii) ernstige verwijtbaarheid, moeten de beide beoordelingen om verschillende redenen toch goed van elkaar worden onderscheiden. In de eerste plaats omdat bepaalde gezichtspunten in de beide wegingen voor verschillende partijen kunnen spreken. In de tweede plaats omdat aan bepaalde gezichtspunten die de Hoge Raad relevant acht in het kader van artikel 7:678 BW, geen gewicht toekomt in het kader van de op artikel 7:673 lid 7 onder c BW gestoelde weging van de ernstige verwijtbaarheid. Tot slot geldt bij weer andere van die gezichtspunten, dat het maar net van de omstandigheden van het geval afhangt, of zij ook van betekenis zijn voor de beoordeling of sprake is van ernstige verwijtbaarheid. Kortom: een genuanceerde benadering is vereist.


prof. mr. Stefan Sagel

mr. Rik van Haeringen
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.