Zoekresultaat: 32 artikelen

x
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Redactioneel

Over de beoogde verhouding tussen een gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering en het bijzondere strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Gemoderniseerd Wetboek van Strafvordering, Bijzondere strafwetgeving, Strafvorderlijke grondbeginselen, verhouding tussen Sv en bijzonder strafrecht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van de uitgangspunten van de wetgever met betrekking tot het gemoderniseerde Wetboek van Strafvordering wordt onderzocht in hoeverre de wetgever zich houdt aan de gepostuleerde uitgangspunten van de modernisering. De wetgever wenst thans de bijzondere strafwetgeving niet te integreren in het moderniseringsproces. Dat zal later per wet moeten worden gedaan, waartegen moet worden gewaakt. Advies aan de wetgever luidt dat met het oog op consistentie, structuur en grondbeginselen van strafvorderlijke wetgeving reeds thans de bijzondere wetgeving in het gemoderniseerde wetboek zal moeten worden ‘ingeweven’.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2018
Auteurs Ben Polman, Max den Blanken, Rachel Bruinen e.a.

Ben Polman

Max den Blanken

Rachel Bruinen

Aimée Timorason

Frezia Aarts

Paul Verweijen

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Patrick van der Meij

Desiree de Jonge

Paul van Putten

Sabine Pijl

Melissa Slaghekke

Michiel Olthof

Robert Malewicz
Artikel

Ambtshalve toetsing en het ‘aureool’ van de openbare orde bij overeenkomsten in strijd met een wettelijke norm

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2018
Trefwoorden ambtshalve toepassing, overeenkomst, nietigheid, Wft, artikel 3:40 BW
Auteurs Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    Moet de rechter toetsen of een overeenkomst in strijd is met een wettelijke norm en daarmee nietig, als partijen dat niet aanvoeren? In HR 1 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:818 (Rabobank/X) bevestigt de Hoge Raad dat deze verplichting is beperkt tot wettelijke normen van openbare orde. Dat is toe te juichen.


Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Kroniek

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Een moderne inbeslagneming van voorwerpen

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafvorderlijk beslag, beslagene, civiel conservatoir beslag, modernisering Wetboek van Strafvordering, beslag op voorwerpen
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Degene ten laste van wie voorwerpen strafvorderlijk in beslag zijn genomen, heeft een bijzondere zwakke positie. Na een vergelijking met het civiele, conservatoire beslag, wordt de nieuwe conceptregeling inzake Modernisering Wetboek van Strafvordering besproken. Daarbij worden verdergaande voorstellen gedaan om de positie van de beslagene c.q. rechthebbende te versterken.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag. Hij is redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Over de voorlegplicht en de cautie

Noot bij CBb 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Voorlegplicht, Handhaving, Cautie, Toezichthouder, Financieel toezicht
Auteurs Mr. C. de Rond en Mr. M. Altena
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft met deze (tussen)uitspraak een beroep van appellant op schending van de toepassing van de ‘voorlegplicht’ zoals neergelegd in artikel 5:44, tweede en derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgedaan op het relativiteitsbeginsel. De annotatoren gaan in op de betekenis van de voorlegplicht en meer in het bijzonder de wijze waarop financieel toezichthouders in de praktijk toepassing geven aan de voorlegplicht. Daarnaast heeft het CBb overwegingen gewijd aan de cautie en de toepassing van de cautie, zoals neergelegd in artikel 5:10a Awb.
    Daarnaast menen de annotatoren dat het CBb geen nieuwe lijn hanteert inzake het geven van de cautie.


Mr. C. de Rond
Mr. C. de Rond is advocaat te Den Haag.

Mr. M. Altena
Mr. M. Altena is werkzaam als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank.
Jurisprudentie

Btw-fraude; verhouding EU-recht en nationale verjaringsregels; worsteling van het Hof met fundamentele mensenrechten

Noot bij HvJ 8 september 2015, ECLI:EU: 2015:555 (Tarrico e.a., prejudiciële beslissing)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafrecht, EU-financiën, Verjaring, Grondrechten, Verhouding nationaal recht - EU-recht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU stelt voorop dat handhaving van normen ter bescherming van de financiën van de EU strafrechtelijk kan plaatsvinden met voorbijgaan aan de verjaringsregelingen van de desbetreffende staat, maar met inachtneming van grondrechten van de betrokkenen. Vervolg en uitwerking van deze beslissing in HvJEU 5 december 2017.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie: een oplossing voor welk probleem ook alweer?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden wetsvoorstel collectieve schadevergoedingsactie, massaschade, schadevergoeding, collectieve actie, collectieve rechtshandhaving
Auteurs Prof. mr. I.N. Tzankova
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel werd ingevoerd als gevolg van de motie Dijksma, die de positie van belangenorganisaties in collectieve schadevergoedingsacties moest verbeteren. Terwijl het systeem van de exclusieve belangenbehartiger in combinatie met het voorgestelde opt-outregime vroeg in de procedure verweerders een grote dienst bewijst, doet het wetsvoorstel weinig voor de adequate financiering van collectieve acties, waardoor een tekort aan rechtsbescherming dreigt. De auteur pleit voor een wettelijke introductie van de ‘common fund’, gekoppeld aan de bevoegdheid voor de rechter om de ‘success fee’ voor de procesfinanciers te bepalen. Dit dient wel te worden geflankeerd door een passende opleiding en training van de rechters die over collectieve acties oordelen. Ook dient de registratieplicht te worden uitgebreid met rapportageplicht aan het einde van een collectieve actie of schikking.


Prof. mr. I.N. Tzankova
Prof. mr. I.N. Tzankova is hoogleraar Global Dispute Resolution and Mass Claims aan Tilburg University en zelfstandig adviseur.
Artikel

Keuze voor een sanctiestelsel: bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2017
Trefwoorden bestuurlijke boete, bestuurlijke strafbeschikking, rechtseenheid, doelmatigheid
Auteurs Prof. mr. H.E. Bröring
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de invoering van de bestuurlijke strafbeschikking zijn bepaalde voordelen van de bestuurlijke boete komen te vervallen. In deze bijdrage staat de vraag centraal wat anno 2017 de voordelen van de bestuurlijke boete zijn. Betoogd wordt dat bestuurlijkeboeterecht in materieel opzicht strafrecht is en in procedureel opzicht bestuursrecht, en dat de keuze voor de bestuurlijke boete daarom vooral op procedurele argumenten moet stoelen. Het belangrijkste procedurele argument ten gunste van de bestuurlijke boete is het vermijden van extra procedures. Het argument dat de bestuurlijke boete qua rechtsbescherming zou onderdoen voor de bestuurlijke strafbeschikking wordt van de hand gewezen.


Prof. mr. H.E. Bröring
Prof. mr. H.E. (Herman) Bröring is als hoogleraar Integrale Rechtsbeoefening verbonden aan de vakgroep Staatsrecht, Bestuursrecht en Bestuurskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksdomeinen zijn soft law, rechtshandhaving, vertrouwen in de overheid, en het publiekrecht van de Caribische landen en gebieden van het Koninkrijk.
Jurisprudentie

Notenkraker bij CBb 13 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:309 (openbaarmaking boetebeleid)

Bestuursrechter dwingt AFM om boetebeleid openbaar te maken en rekent haar erop af

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2017
Auteurs Arnt Mein
Auteursinformatie

Arnt Mein
Mr. dr. A.G. Mein is lector aan de Hogeschool van Amsterdam, Faculteit Maatschappij en Recht.
Artikel

De afwikkeling van medische schade onder de Wkkgz

De beloften van het klachtrecht voor patiënten, de eerste stappen naar verwezenlijking door de ziekenhuizen en de eerste verrichtingen van de Wkkgz-geschilleninstanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2017
Trefwoorden schadeafwikkeling, medisch, klacht, claim, Wkkgz
Auteurs Mr. B.S. Laarman en Prof. mr. A.J. Akkermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Door de Wkkgz vindt de buitengerechtelijke afwikkeling van medische schadeclaims plaats in het klachtrecht in plaats van het aansprakelijkheidsrecht. Zorgaanbieders moeten zelf proactief en oplossingsgericht schadeclaims onderzoeken en beoordelen. De rol van de patiëntencontactpersoon in het ziekenhuis, van de zorgverlener en de samenwerking tussen ziekenhuis en verzekeraar zijn daarmee ingrijpend veranderd. Dit overzichtsartikel bespreekt de eerste stappen naar implementatie van de Wkkgz, de aard van het klachtrecht, de noodzaak van triage, de werkwijzen van zelfregelende ziekenhuizen, de noodzaak van informed consent, BGK , de zeswekentermijn, de eerste resultaten van de Wkkgz-geschilleninstanties, en het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet BIG.


Mr. B.S. Laarman
Mr. B.S. Laarman is onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL).

Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en geeft leiding aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL).
Artikel

De keuze tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke sanctionering en het criterium van de ernstige gedraging

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Bestuursstrafrecht, Sanctiestelsel, Ernstige gedraging, Moraliteit, Strafrecht
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    In the near future, the legislator will decide on the criteria to be applied to make a choice between the administrative and the criminal justice system. It is a possibility that the legislator will depart from the so-called ‘open context’ and the ‘confined context’. In his Farewell Speech, Rogier pleaded that the severity of behavior should be the criterion to the applied. When behavior can be qualified as ‘serious’ a criminal procedure should take place and if the behavior is ‘less serious’ the administrative procedure has to be chosen.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. Benny van der Vorm is universitair docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht.

    De curator krijgt een alsmaar toenemende rol met betrekking tot behartiging van maatschappelijke belangen zoals faillissementsfraudebestrijding. Met het wetsvoorstel versterking positie curator krijgt de curator een extra wettelijke taak die strekt tot faillissementsfraudebestrijding. De auteur analyseert, adresseert en bespreekt in dit artikel de voor- en nadelen van deze taak.


Mr. A.T.M. Adams
Mr. A.T.M. Adams is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Access_open Kalifaat en de islamitische staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden islamitische staat, Kalifaat, islam en democratie, Sharia
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    Islamic scripture provides no definition of the caliphate and the term ‘Islamic state’ was coined for the first time in 1941. Pakistan and Iran call themselves an ‘Islamic republic,’ and ISIS has named itself an ‘Islamic State’ headed by a caliph. For many Muslims the term represents an ideal of a society that is just, peaceful and prosperous. That looks more like a utopian dream. So what is this Islamic state exactly? In this article we will answer that question by means of three approaches: the tenets of Islam, the historical and modern reality, and the wishes of the modern Muslims.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Hij is afgestudeerd jurist en arabist, heeft drie jaar gewerkt als advocaat in Amsterdam en heeft zeven jaar gewoond in het Midden-Oosten, waar hij werkte als journalist en als onderzoeker op het gebied van islamitisch recht. Hij is senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Gegevensbescherming in strafzaken: nieuwe rechtsinstrumenten in een nieuwe realiteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden persoonsgegevens, gegevensbescherming, strafrecht, trans-Atlantische samenwerking
Auteurs Dr. E. De Busser
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EU-wetgevend kader inzake persoonsgegevensbescherming werd grondig herzien in het licht van nieuwe ontwikkelingen. Voor de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt met het oog op strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen, werd een richtlijn afgekondigd in het voorjaar van 2016. De Nederlandse implementatiewetgeving is nog niet bekend. Deze bijdrage onderzoekt de wijzigingen in het EU-wetgevend kader, de achtergrond en de betekenis ervan. Daarbij worden het onderscheid en de overeenkomsten tussen gegevensbescherming in handelszaken en in strafzaken benadrukt. Bovendien worden de recente aanpassingen aan de gegevensuitwisseling in strafzaken tussen de EU en de VS besproken.

    • Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, PbEU 2016, L 119

    • Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad, PbEU 2016, L 119


Dr. E. De Busser
Dr. E. (Els) De Busser is Hogeschooldocent aan de faculteit Bestuur, Recht en Veiligheid en researcher aan het Centre of Expertise Cybersecurity, Haagse Hogeschool.
Artikel

Conform de eer en waardigheid van het beroep van belastingadviseur

Een beschouwing van de aard en omvang van het tuchtrecht voor belastingadviseurs

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verenigingstuchtrecht, niet-wettelijk tuchtrecht, belastingadviseurs, RB, NOB
Auteurs Mr. drs. R.E. Dohmen RA AA en Prof. dr. mr. R.N.J. Kamerling RA
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het verenigingstuchtrecht voor belastingadviseurs van de NOB en RB besproken. Eerst volgt een korte tour d’horizon langs de kaders van het verenigingstuchtrecht, waarbij blijkt dat de burgerlijke rechter zijn stem nadrukkelijk heeft laten horen bij het vormgeven van die kaders. Daarna volgen de conclusies van een inventariserend onderzoek onder alle (ruim 170) uitspraken die de tuchtrechters van de NOB en RB hebben gedaan en die tot augustus 2016 openbaar zijn gemaakt. Aan welke categorieën van laakbaar handelen maken belastingadviseurs zich op basis van de tuchtrechtrechtelijke jurisprudentie het vaakst schuldig en hoe wordt dit laakbaar handelen gesanctioneerd? De auteurs stellen vast dat het NOB-tuchtrecht in de kern wel voldoet, maar dat het beter kan. Het RB-tuchtrecht heeft echter een langere weg te gaan.


Mr. drs. R.E. Dohmen RA AA
Mr. drs. R.E. Dohmen RA AA is forensisch accountant en landelijk coördinator tuchtrecht bij de Belastingdienst/FIOD. Daarnaast is hij als docent aan de accountantsopleiding van Business Universiteit Nyenrode verbonden.

Prof. dr. mr. R.N.J. Kamerling RA
Prof. dr. mr. R.N.J. Kamerling RA is hoogleraar belastingrecht aan Business Universiteit Nyenrode.
Boekbespreking

Bespreking van de oratie Verantwoord financieel strafrecht van Matthijs Nelemans, Tilburg University, 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Beginselen en omvang financieel strafrecht, Zorgvuldigheid, Motiveringsplicht, Buitengerechtelijke afdoening, Financiële toezichthouders
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De orator bespreekt het uitdijend rechtsgebied, met als kern de Wft, de evolutie van het handhavingsmodel met zijn open normen en buitengerechtelijke afdoening en ten slotte de legaliteit en legitimiteit van het financieel strafrecht. De recensent vraagt zich af, of de door de orator genoemde rechtsbeginselen wel de rechtsbeginselen (kunnen) zijn die het financieel strafrecht kunnen normeren, nu het rechtsgebied ‘in het gareel’ wordt gehouden door beginselen van commuun strafrecht, bestuursrecht en Europees recht. Hoe moet het met de begrippen als daderschap en samenloop in de straftoemeting? Het is een weerbarstige materie.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjes is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger aan het Gerechtshof Amsterdam.
Artikel

Hora ruit, tempus fluit. Boek 10 BW, WCOD, Rome II en het overgangsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Boek 10 BW, WCOD, Rome II, overgangsrecht, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. Y.A. Rampersad en Mr. J.A. van der Weide
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van Boek 10 BW onder gelijktijdige intrekking van de Wet conflictenrecht onrechtmatige daad (WCOD) op 1 januari 2012 is er een overgangsrechtelijk probleem ontstaan bij de conflictenrechtelijke afwikkeling van internationale onrechtmatige daden. In deze bijdrage trachten de auteurs een oplossingsrichting aan te reiken voor deze overgangsrechtelijke problematiek aan de hand van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek.


Mr. Y.A. Rampersad
Mr. Y.A. Rampersad is als Professional Support Lawyer werkzaam bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam en heeft deze bijdrage op persoonlijke titel geschreven.

Mr. J.A. van der Weide
Mr. J.A. van der Weide is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

    De centrale vraag in dit artikel is of rechterlijke toetsing van transacties wenselijk is. Om deze vraag te beantwoorden gaan wij in paragraaf 2 allereerst kort in op de geuite kritiek over de transactiebevoegdheid van het Openbaar Ministerie (OM). Vervolgens wordt in paragraaf 3 de huidige schikkingsregeling uiteengezet, waarna in paragraaf 4 de thans bestaande mogelijkheden om een schikking voor te leggen aan de rechter aan bod komt. Om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden van een rechterlijke toetsing bij schikking, komt in paragraaf 5 de rechterlijke controle op schikkingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk aan bod. Wij sluiten in paragraaf 6 het artikel af met ons antwoord op de centrale vraag en doen daarnaast enkele aanbevelingen.


mr. N.G.H. Verschaeren

mr. A.B. Schoonbeek
Toont 1 - 20 van 32 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.