Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1186 artikelen

x
Vrij verkeer

Access_open Regulering van toeristische verhuur: grenzen en mogelijkheden

De gevolgen van het arrest Cali Apartments voor de Nederlandse rechtspraktijk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Vakantieverhuur, regulering B&B’s, woningtekort, Vrijheid van vestiging
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Cali Apartments onderzocht welke ruimte de Europese Dienstenrichtlijn laat om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren. In dit licht wordt tevens de Wet toeristische verhuur besproken.
    HvJ 22 september 2020, gevoegde zaken C-724/18 en C-727/18, ECLI:EU:C:2020:743 (Cali Apartments en HX).


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is senior advocaat bij Pels Rijcken en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Artikel

De tijd heelt alle wonden … maar de littekens blijven

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Tijdsverloop, Vervolgingsverjaring, Recht tot strafvordering, Afschaffing van de verjaring, Opportuniteitsbeginsel
Auteurs Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Van oudsher vervalt na verloop van tijd het recht tot strafvordering. De wettelijke regeling van deze zogeheten vervolgingsverjaring vormt echter allang geen rustig bezit meer. Zij is de laatste decennia zo vaan en zo ingrijpend gewijzigd dat de vraag rijst of ze niet evengoed helemaal kan worden afgeschaft. Dat is de vraag die in dit artikel onder ogen wordt gezien.


Mr. A.J.A. (Leo) van Dorst
Leo van Dorst is oud-vicepresident van de Hoge Raad.
Artikel

Access_open Contractuele vaccinatieplichten, coronaclausules en wijziging van overeenkomsten

Contractsvrijheid in tijden van corona

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2021
Trefwoorden COVID-19, testverplichting, privileges, pandemieclausule, onvoorziene omstandigheden
Auteurs Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat vanuit het perspectief van de contractsvrijheid de invloed van coronamaatregelen op contracten centraal. Ingegaan wordt op de vraag of contractuele vaccinatie- of testverplichtingen kunnen worden afgedwongen, of en in hoeverre contracten kunnen worden aangepast op grond van onvoorziene coronaomstandigheden, en of in coronaclausules de gevolgen van coronamaatregelen kunnen worden vastgesteld.


Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

De raadsheer-commissaris in het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden toezicht, enquêteprocedure, aanwijzing, bevel, onderzoek
Auteurs Mr. E.M. Soerjatin en Mr. C.L. Kruse
SamenvattingAuteursinformatie

    De raadsheer-commissaris houdt toezicht op de procesmatige kant van het onderzoek door middel van het geven van aanwijzingen aan de onderzoeker respectievelijk het geven van bevelen aan de rechtspersoon of belanghebbenden. Sinds de introductie in 2013 is de raadsheer-commissaris minstens twintig keer in actie gekomen in vijftien verschillende enquêtes.


Mr. E.M. Soerjatin
Mr. E.M. Soerjatin is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.

Mr. C.L. Kruse
Mr. C.L. Kruse is advocaat bij Evers Soerjatin te Amsterdam.
Artikel

De positie van de belanghebbende in het enquêterecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden enquêteprocedure, verzoekschriftprocedure, belanghebbenden, kring van belanghebbenden
Auteurs Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de kwesties wie in het enquêterecht als belanghebbenden kwalificeren en wat de bevoegdheden van belanghebbenden zijn. Tevens besteedt hij aandacht aan enkele ‘knelpunten’ in wetgeving en jurisprudentie. De auteur stelt onder meer de introductie van een ‘Leidraad Belanghebbenden’ voor.


Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf
Mr. dr. C.E.J.M. Hanegraaf is advocaat ondernemingsrecht.
Artikel

De raad in de Ondernemingskamer

Deskundigheid ten dienste van recht en onderneming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7-8 2021
Trefwoorden deskundig lid, Raad, raadsheren, interviews, ondernemingsrecht
Auteurs Mr. drs. M.D. Hendriks, Mr. S.C. Prins en Prof. dr. mr. S. ten Have
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs hebben de raden en twee raadsheren van de Ondernemingskamer geïnterviewd over de toegevoegde waarde van de raden en hun persoonlijke ervaringen. Hieruit volgt dat de raden van de Ondernemingskamer met hun brede ervaring in de top van het bedrijfsleven een waardevolle bijdrage aan het oordeelvormende vermogen van de Ondernemingskamer leveren.


Mr. drs. M.D. Hendriks
Mr. drs. M.D. Hendriks is organisatieadviseur bij TEN HAVE Change Management.

Mr. S.C. Prins
Mr. S.C. Prins is secretaris van de Ondernemingskamer.

Prof. dr. mr. S. ten Have
Prof. dr. mr. S. ten Have is raad van de Ondernemingskamer, hoogleraar Strategie en Verandering aan de Vrije Universiteit Amsterdam en organisatieadviseur en partner bij TEN HAVE Change Management.
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2021
Auteurs Caspar Janssens, Ferah Taptik en Laura Kirch

Caspar Janssens

Ferah Taptik

Laura Kirch
Annotatie

HvJ-zaak C-132/19P (Canal+): over toezeggingsbesluiten en het evenredigheidsbeginsel

HvJ EU 9 december 2020, zaak C-132/19P, ECLI:EU:C:2020:1007 (Canal+/Commissie)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Maarten Groot en Léon Korsten
Auteursinformatie

Maarten Groot
Mr. M.N.M. Groot is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.

Léon Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat en partner bij DLA Nederland N.V. en medewerker van dit tijdschrift.
Annotatie

Wanneer wordt een prijs op billijke wijze vastgesteld?

HvJ EU 25 november 2020, zaak C-372/19, ECLI:EU:C:2020:959 (SABAM/Weareone.World en Wecandance)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Jotte Mulder en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze noot bespreken wij de uitspraak van het Hof van Justitie in SABAM/Weareone.World en Wecandance. De uitspraak draagt bij aan een verder gedifferentieerd jurisprudentieel kader voor onbillijke prijzen en voorwaarden. De uitspraak verrijkt de bestaande rechtspraak waarin de onderliggende berekeningsmethode van vergoedingenmodellen van collectieve beheersorganisaties op billijkheid worden getoetst. In navolging van de conclusie van advocaat-generaal Pitruzzella in deze zaak reflecteren wij tevens op de toepasbaarheid van het oordeel van het Hof van Justitie in farmaceutische en platformmarkten.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de Universiteit Utrecht en de ACM.

Wolf Sauter
Prof. mr. dr. drs. W. Sauter werkt bij de VU Amsterdam en eveneens bij de ACM.
Artikel

Access_open Recht op een bankrekening?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden recht op bankrekening, financieel toezicht, risk appetite, bancaire zorgplicht
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Hebben bankrelaties, particulier en/of zakelijk, recht op een bankrekening? Aan de orde komt de positie van de commerciële bank als vennootschap waarvan het handelen sterk wordt gereguleerd door toezichtwetgeving, internationale normen, de eigen risk appetite in samenhang met de door jurisprudentie nader ingekleurde bancaire zorgplicht.


Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Voor zijn pensionering werkte hij bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS). Hij is tevens lid van de Raad van Advies Curaçao en bijzondere rechter bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Signalering

De geheimhoudingsrechter in Lar-zaken

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. O.H.M. Leito
Auteursinformatie

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is lid van de Raad van Advies van Curaçao en bijzondere rechter bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Hij is tevens lid van de redactie van het CJB.

Mr. O.H.M. Leito
Mr. O.H.M. Leito is griffier bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Jurisprudentie

Civiele jurisprudentie van GEA en GHvJ

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Prof. mr. dr. J. de Boer
Auteursinformatie

Prof. mr. dr. J. de Boer
Prof. mr. dr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Ook is hij lid van de redactie van het Caribisch Juristenblad.

Jeroen Michels
Jeroen Michels is strafrechtadvocaat en verbonden aan Michels & Tuma Advocaten in Amersfoort en Oldenzaal.
Artikel

Antecedentenscreening in de financiële sector

Een empirische blik op integriteitswaarborging door de uitwisseling en beoordeling van antecedenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden integriteitstoetsing, screening, antecedenten, gegevensdeling, financiële sector
Auteurs Dr. mr. E.G. van ’t Zand, Prof. mr. dr. P.M. Schuyt en Prof. mr. J.H. Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector vinden steeds meer integriteitstoetsingen en -screenings plaats. Het beoordelen van integriteit draait niet alleen om strafrechtelijke antecedenten, maar ook om toezichtantecedenten, (fiscaal) bestuursrechtelijke antecedenten, financiële antecedenten en tuchtrechtelijke antecedenten. Juridisch-empirisch onderzoek laat zien dat de financiële sector zich kenmerkt door een bont geschakeerd palet aan instanties die integriteitseisen stellen, het gedrag van professionals en ondernemingen toetsen en daarvoor onderling gegevens over antecedenten delen. Aangezien het totale integriteitsinstrumentarium veel overlap kent, is meer duidelijkheid over hoe lang, op welke wijze en in welke contexten antecedenten kunnen doorwerken onontbeerlijk. Daarbij lijkt het aangewezen meer oog te hebben voor de consistentie en systematiek in het totale systeem van integriteitstoetsingen en -screenings.


Dr. mr. E.G. van ’t Zand
Dr. mr. E.G. van ’t Zand is universitair docent criminologie.

Prof. mr. dr. P.M. Schuyt
Prof. mr. dr. P.M. Schuyt is hoogleraar sanctierecht en straftoemeting.

Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht.
Trending Topics

De aangifte tegen (oud-)bewindslieden in de toeslagenaffaire

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2021
Trefwoorden strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid, ambtsmisdrijven, toeslagenaffaire, ministers, staatssecretarissen
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    Eerder dit jaar werd namens gedupeerden van de kinderopvangtoeslagenaffaire aangifte gedaan tegen zes (oud-)bewindslieden. Deze (voormalige) ministers en staatssecretarissen zouden zich schuldig hebben gemaakt aan een ambtsmisdrijf. Zij zouden strafrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld, door na te laten wettelijke bepalingen uit te voeren, terwijl dat tot hun taak behoorde. Op basis van een oriënterend onderzoek van de procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft minister Grapperhaus beslist dat geen strafvervolging zal worden ingesteld. De aangifte roept vele interessante vragen op over de strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid, de daarbij toepasselijke bijzondere procedure van artikel 119 Grondwet en de wenselijkheid van een (fundamentele) herziening van het bestaande stelsel.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is senior wetgevingsadviseur bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Discussie

Fear of drowning by numbers?

Omzetberekeningen van synthetische-drugsproductie in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Drug trafficking, Organized Crime, Turnover Estimates
Auteurs Judith van Valkenhoef en Pieter Tops
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2018 we published a report on the production of synthetic drugs in the Netherlands. We calculated the turnover of synthetic drugs produced in the Netherlands in 2017; we estimated it to be at least 18.9 billion euro (worldwide, street prices). In this article, we will discuss how these calculations were executed and on which assumptions they were based. We describe the responses to these calculations, nationally and internationally. Finally, we describe problems we encountered when performing a repetition of the calculations for the year 2018. Our central message is: drug turnover calculations can be an important addition to scientific and political discussions about illicit drugs, provided they are presented in a transparent way and acknowledging the inherent limitations of these calculations.


Judith van Valkenhoef
J.M. van Valkenhoef MSc is wetenschappelijk onderzoeker aan de Politieacademie.

Pieter Tops
Prof. dr. P.W. Tops is bijzonder hoogleraar ondermijningsstudies aan de Universiteit Leiden, bijzonder hoogleraar Data Science en ondermijning bij JADS in Den Bosch en lector aan de Politieacademie.
Objets trouvés

Een (toe)slag in de lucht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2021
Trefwoorden kinderopvangtoeslag, evenredigheidsbeginsel, hardheidsclausule, uitvoerbaarheid, wetgevingsprimaat
Auteurs R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Afdeling bestuursrechtspraak heeft naar aanleiding van de kritiek van de commissie-Van Dam op de toeslagenjurisprudentie het boetekleed aangetrokken. Door onze hoogste bestuursrechter wordt echter ook op de verantwoordelijkheid van de wetgever gewezen, die dwingende regels zou hebben opgesteld over de terugvordering van toeslagen die weinig speelruimte zouden hebben gelaten aan de rechter. Alom wordt gepleit voor herstel van de rol van het parlement als kritische medewetgever, maar de vraag is of dat soortgelijke problemen in de toekomst voorkomt. Een andere kijk op de trias en op het primaat van de wetgever lijkt op dit punt meer aangewezen.


R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering aan Tilburg Law School en hoogleraar methodologie van de rechtswetenschap aan de KU Leuven.
Artikel

Kroniek Waterwet 2020

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden watervergunning, lozing, hemelwater, gedoogplicht, Omgevingswet
Auteurs Mr. A. (Alexandra) Danopoulos, Mr. S.F.J. (Stephan) Sluiter, Mr. E.L. (Eline) van Leeuwen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In TO 2015, afl. 2 verscheen voor het laatst een rechtspraakoverzicht over de Waterwet (Wtw). Met deze kroniek Waterwet wordt het jaarlijkse overzicht nieuw leven ingeblazen. Deze bijdrage geeft een overzicht van de belangrijkste rechtspraak op het gebied van het waterrecht. Achtereenvolgens wordt stilgestaan bij de belangrijkste ontwikkelingen rondom de watervergunning, het projectplan, lozingen, gedoogplichten, nadeelcompensatie, relativiteit en belanghebbendheid in relatie tot de Wtw. De Wtw is een van de wetten die (naar verwachting) in 2022 grotendeels op zal gaan in de Omgevingswet. Per onderwerp gaan wij daarom in deze kroniek eveneens in op de wijze waarop het betreffende onderwerp in de Omgevingswet zal worden geïncorporeerd.


Mr. A. (Alexandra) Danopoulos
Mr. A. Danopoulos is advocaat/partner bij Ploum te Rotterdam en universitair docent bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. S.F.J. (Stephan) Sluiter
Mr. S.F.J. Sluiter is advocaat/partner bij Ploum te Rotterdam.

Mr. E.L. (Eline) van Leeuwen
Mr. E.L. van Leeuwen is advocaat-medewerker bij Ploum te Rotterdam.

Mr. M.S. (Miriam) Simman
Mr. M.S. Simman is juridisch medewerker bij Ploum te Rotterdam.

    Sinds jaar en dag tracht de omgevingswetgever een balans te vinden tussen flexibiliteit en bundeling bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. Met de komst van de Omgevingswet komt de nadruk meer te liggen op flexibiliteit bij het aanvraagproces van de omgevingsvergunning. De aanvrager krijgt – mede door het loslaten van het concept van onlosmakelijke samenhang – meer vrijheid om het aanvraagproces van de vergunningen zelf vorm te geven. Er dient kritisch naar deze ontwikkeling te worden gekeken. Wordt de positie van de aanvrager van de omgevingsvergunning beter door het bieden van meer vrijheid bij de aanvraag van de vereiste omgevingsvergunning(en)? Deze vraag staat centraal in deze bijdrage.


T. (Tony) Barshini LLM
T. Barshini LLM is junior docent omgevingsrecht bij de afdeling Staatsrecht, Bestuursrecht en Rechtstheorie van de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 1186 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.