Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 243 artikelen

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Annotatie

Sluiting school

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 14 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAM:2020:65

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. R.E.R de Knegt
Auteursinformatie

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is parttime docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao. Sybesma is ook lid van de Raad van Advies van Curaçao en bijzondere rechter bij het GHvJ. Hij is tevens redactielid van het CJB.

Mr. R.E.R de Knegt
Mr. R.E.R. de Knegt is wetenschappelijk medewerker staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao. Zij is tevens redactiesecretaris van het CJB.
Artikel

Verschillen in bestuurlijk toezicht tussen gemeenten en BES-eilanden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Trefwoorden toezicht, indeplaatsstelling, artikel 278a Gemw, artikel 34 lid 5 FinBES, goedkeuring, staatsrecht
Auteurs Mr. E.M. Welling
SamenvattingAuteursinformatie

    De inzet van de grove taakverwaarlozingsregeling ten aanzien van het openbaar lichaam Sint Eustatius illustreert de vergaande strekking van het bestuurlijk toezicht op decentrale overheden. Opvallend is dat er tussen het toezichtinstrumentarium op gemeenten en dat op openbare lichamen verschillen bestaan. In dit artikel wordt ingegaan op de verschillen bij onder andere de bevoegdheid tot indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing, spontane vernietiging, de aanwijzingsbevoegdheid en goedkeuring van de begroting. Bovendien wordt ten behoeve van de proportionaliteit en doelmatigheid van het toezicht geadviseerd om verschillen op te heffen.


Mr. E.M. Welling
Mr. E.M. Welling is recent afgestudeerd aan de Radboud Universiteit en heeft ter afronding van haar master Staats- en Bestuursrecht onderzoek gedaan naar het bestuurlijk ingrijpen op Sint Eustatius.
Verslag

Schadevaststelling in het geding

Verslag van de najaarsvergadering 2020 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2021
Auteurs Laura Ebben, Jim van Mourik en Jaap Dammingh
Auteursinformatie

Laura Ebben
Mr. L.A.G. Ebben is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Gelderland.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Jaap Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Trending Topics

Toelichting gewenst: de nieuwe Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2021
Trefwoorden corruptie, aanwijzing, facilitation payments, nationaliteit rechtspersoon, omkoping
Auteurs Mr. J.J. Strijder en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Openbaar Ministerie (OM) publiceert geregeld zonder toelichting gewijzigde versies van zijn aanwijzingen. Aanwijzingen van het OM zorgen over het algemeen voor (meer) duidelijkheid over en gelijkheid binnen het vervolgingsbeleid. Het ontbreken van een toelichting op wijzigingen kan echter juist onzekerheid en ongelijkheid opleveren. Een toelichting bij nieuwe aanwijzingen is daarom aan te bevelen. Dit werd bijvoorbeeld duidelijk bij de nieuwe Aanwijzing opsporing en vervolging buitenlandse corruptie (Aanwijzing) van het Openbaar Ministerie, die op 1 oktober 2020 in werking trad.1x Stcrt. 2020, 50178. De Aanwijzing vervangt de vorige aanwijzing over dit onderwerp uit 2012,2x Stcrt. 2012, 26939. en voorziet in enkele ingrijpende wijzigingen ten opzichte van haar voorganger. Zo is de uitzondering voor facilitation payments uit de Aanwijzing verdwenen alsook de visie van het OM op de vraag wanneer een rechtspersoon als Nederlander kwalificeert. Enige uitleg over de achtergrond en ratio van deze wijzigingen was op zijn plaats geweest.

Noten

  • 1 Stcrt. 2020, 50178.

  • 2 Stcrt. 2012, 26939.


Mr. J.J. Strijder
Mr. J.J. Strijder is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. Lopik is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.

    Atypische arbeidsvormen zijn in opmars. Tijdelijke arbeid, en een arbeidscontract voor bepaalde tijd in het bijzonder, is zo mogelijk de meest gekende vorm. In het onderwijs wordt veelvuldig gebruikgemaakt van dergelijke arbeidscontracten. De Europese sociale partners sloten eind vorige eeuw nochtans een Raamovereenkomst met als doel de kwaliteit van de arbeid voor bepaalde tijd te verbeteren en het misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd te voorkomen. In deze bijdrage wordt zowel de Nederlandse als de Vlaamse regelgeving inzake het gebruik van opeenvolgende tijdelijke contracten aan de universiteiten getoetst aan de Europese regelgeving. Het voordeel van een dergelijke rechtsvergelijkende aanpak is dat het mogelijk nieuwe inzichten biedt, niet alleen voor de rechtswetenschapper, maar ook voor de rechtspractici. Het onderzoek vangt aan met een analyse van de Europese regelgeving aan de hand van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Vervolgens worden de toepasselijke Nederlandse en Vlaamse reglementeringen besproken en geëvalueerd, waarna een algemene conclusie volgt.


Dr. Evelien Timbermont
Dr. E. Timbermont is postdoctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en gastprofessor aan de Universiteit Gent.
Artikel

Access_open Rechterlijke toetsing van regelgeving

Wat is de betekenis van recente ontwikkelingen in de rechtspraak voor de wetgevingspraktijk van de bestuurswetgever?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden functie van wetgeving, exceptieve toetsing, wetgevingskwaliteit, indringende toetsing, algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Auteurs Mr. dr. G.J.M. Evers en Prof. mr. dr. J.C.A. de Poorter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het artikel handelt over de gewijzigde jurisprudentie inzake de exceptieve toetsing van algemeen verbindende voorschriften aan rechtsbeginselen. De rechter kan algemeen verbindende voorschriften nu zonder willekeursluis toetsen aan algemene rechtsbeginselen. In principe zou dit ertoe kunnen leiden dat de rechtmatigheid van wetgeving nauwgezetter wordt beoordeeld en de onrechtmatigheid daarvan vaker zou kunnen worden uitgesproken. De auteurs gaan daarbij in op de vraag of bestuurswetgeving deze indringendere wijze van toetsing kan doorstaan. Zij bepleiten het vastleggen van heldere wettelijke eisen betreffende de kwaliteit van wetgeving. Het ontwikkelen van algemene normen voor bestuurswetgeving kan niet aan de rechter alleen worden overgelaten


Mr. dr. G.J.M. Evers
Mr. dr. G.J.M. (Guido) Evers is coördinerend beleidsmedewerker bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. dr. J.C.A. de Poorter
Prof. mr. dr. J.C.A. (Jurgen) de Poorter is hoogleraar bestuursrecht aan Tilburg University
Datagedreven wetgeven

Maatwerk en andere toverwoorden van een nieuw wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden uitvoeringsorganisaties, doenvermogen, toeslagenaffaire, hardheidsclausule, wetgevingskwaliteit
Auteurs Prof. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Maatwerk, doenbaarheid, uitvoerbaarheid, conflictbeperking en vereenvoudiging zijn uitgangspunten uit hedendaagse debatten over wetgevingskwaliteit. Elk van deze uitgangspunten staat voor een mogelijk accent binnen het wetgevingsbeleid. De auteur betoogt dat het onmogelijk is om al deze uitgangspunten tegelijkertijd te bedienen en pleit voor een wetgevingstoetsing die uitgaat van trade-offs.


Prof. dr. A.C.M. Meuwese
Prof. dr. A.C.M. (Anne) Meuwese is hoogleraar Public Law & Governance of Artificial Intelligence (AI) aan de Universiteit Leiden en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Gratie: een bestuursbevoegdheid getoetst

Een beschouwing naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 6 november 2020

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden gratieprocedure, bestuursbevoegdheid, levenslange gevangenisstraf, review mechanisme / herbeoordelingsmechanisme, artikel 3 EVRM
Auteurs Prof. mr. dr. H.E. (Herman) Bröring en Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is het verlenen van gratie een bevoegdheid van de Kroon en heeft de rechter die de straf heeft opgelegd daarbij een zwaarwegende stem. Als het gaat om een lange gevangenisstraffen is het minder vanzelfsprekend geworden dat de minister die stem volgt. Hij wijkt dan af van het gerechtelijk advies. De afgelopen jaren zijn dergelijke afwijkende beslissingen aan de burgerlijke rechter voorgelegd. Deze heeft nu reeds enkele malen de minister bevolen zijn beslissing te herroepen. De vraag is echter welke ruimte de burgerlijke rechter heeft om de beslissing van de minister te toetsen en in verband daarmee: in hoeverre de minister eigenlijk van het gerechtelijk advies mag afwijken. Deze vragen worden in dit artikel vanuit bestuursrechtelijk perspectief benaderd.


Prof. mr. dr. H.E. (Herman) Bröring
Prof. mr. dr. H.E. Bröring is hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum
Mr. dr. W.F. van Hattum is verbonden aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en voorzitter van het Forum Levenslang.
Covid-19

Access_open De mededingingsregels tijdens de Covid-19-crisis: een flexibel instrument voor de bescherming van de interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Covid-19, staatssteun, mededingingsregels, Tijdelijke Kaderregeling, Tijdelijk Raamwerk
Auteurs Mr. M.C. van Heezik, Mr. drs L.N.M. van Uden en Mr. L.G.J. Fiorilli
SamenvattingAuteursinformatie

    De mededingingsregels, waaronder de staatssteunregels, bieden ruimte aan overheden en ondernemingen om de ingrijpende economische gevolgen als gevolg van de Covid-19-crisis op te vangen. In tijdelijke kaders heeft de Europese Commissie uiteengezet welke bijzondere steunmaatregelen en welke samenwerkingsvormen tussen concurrerende ondernemingen zijn toegestaan. Om snel ingrijpen mogelijk te maken heeft de Commissie voorzien in flexibele procedures die op korte termijn rechtszekerheid bieden. In deze bijdrage bespreken wij de specifieke invulling van de mededingingsregels in de tijdelijke kaders en gaan wij in op de vraag wat de tijdelijke materiële en procedurele flexibiliteit betekent voor de toekomst van deze regels.


Mr. M.C. van Heezik
Mr. M.C. (Greetje) van Heezik is advocaat bij Houthoff te Brussel.

Mr. drs L.N.M. van Uden
Mr. drs. L.N.M. (Lumine) van Uden is advocaat bij Houthoff te Amsterdam.

Mr. L.G.J. Fiorilli
Mr. L.G.J. (Lorenzo) Fiorilli is advocaat bij Houthoff te Brussel.

    De auteur bespreekt of voor een aanspraak op inzage vereist is dat de vordering waarvoor die wordt ingesteld aannemelijk is. Dat doet hij aan de hand van huidig recht, het wetsvoorstel modernisering en vereenvoudiging van het bewijsrecht en de rechtspraak van de Hoge Raad hierover, waaronder HR 10 juli 2020, ELCI:NL:HR:2020:1251 (Semtex/X c.s.). Hij geeft ook aan welke keuzes de wetgever volgens hem moet maken.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten in Den Haag.
Artikel

Access_open De Europese grenzen aan winstuitkering door zorgaanbieders

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2020
Trefwoorden winstuitkering door zorgaanbieders, Unierecht, EVRM
Auteurs Dr. L.R. Glas LLM, prof. mr. J.W. van de Gronden en mr. dr. J.M. Veenbrink
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulering van winstuitkering is een politiek discussiepunt. Het kan dan ook voorkomen dat regulering van winstuitkering tot een lappendeken aan wetgeving leidt. Dit artikel gaat na welke ruimte het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Unierecht laten om politieke compromissen te sluiten op het gebied van winstuitkering door zorgaanbieders.


Dr. L.R. Glas LLM
Lize Glas is universitair docent Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.

prof. mr. J.W. van de Gronden
Johan van de Gronden is hoogleraar Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.

mr. dr. J.M. Veenbrink
Marc Veenbrink is universitair docent Europees Recht bij de Radboud Universiteit, Nijmegen.
Rechtsbescherming

De toepasselijkheid van Uniegrondrechten op nationale verdergaande beschermingsmaatregelen

Nadere afbakening van het toepassingsgebied van Uniegrondrechten in het arrest TSN en AKT

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, Uniegrondrechten, algemene beginselen van Unierecht, werkingssfeer van Unierecht, uitvoering van Unierecht
Auteurs Mr. dr. M. de Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    De Uniegrondrechten zijn in beginsel van toepassing op nationale maatregelen die vallen binnen een Unierechtelijke bepaling die aan lidstaten een discretionaire bevoegdheid toekent. Het feit dat de lidstaten niet verplicht zijn om gebruik te maken van de bevoegdheid doet hier niet aan af. Hoe zit het echter met Unierechtelijke bepalingen die de lidstaten de ruimte geven om verdergaande bescherming te geven dan het EU-minimum? Als een lidstaat deze mogelijkheid benut door verdergaande bescherming te bieden, zijn de Uniegrondrechten dan ook van toepassing? Het arrest TSN en AKT geeft hierover duidelijkheid.
    HvJ 19 november 2019, gevoegde zaken C-609/17 en C-610/17, ECLI:EU:C:2019:981 (TSN en AKT)


Mr. dr. M. de Mol
Mr. dr. M. (Mirjam) de Mol is raadsheer-plaatsvervanger bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, onderzoeker aan de Universiteit Maastricht en docent SSR.
Vrij verkeer

De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn voor mensen met een handicap: grondrechtenbevordering binnen de Europese interne markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2020
Trefwoorden toegankelijkheid, interne markt, personen met een beperking, grondrechten, VN-verdrag handicap
Auteurs Prof. mr. dr. S. de Vries en Mr. T. de Sterke
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de in april 2019 aangenomen Europese Toegankelijkheidsrichtlijn wordt gepoogd de toegankelijkheid van producten en diensten voor personen met een beperking te verbeteren. De richtlijn geeft hiermee uitvoering aan het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dit artikel beschrijft de totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijn, de belangrijkste kenmerken ervan en wat de te verwachten toegevoegde waarde van de richtlijn zal zijn.
    Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten, PbEU 2019, L 151/70.


Prof. mr. dr. S. de Vries
Prof. mr. dr. S.A. (Sybe) de Vries is hoogleraar EU internemarktrecht en grondrechten aan de Universiteit Utrecht en Jean Monnet leerstoelhouder.

Mr. T. de Sterke
Mr. T. (Thijs) de Sterke is recent afgestudeerd van de masteropleiding Europees Recht aan de Universiteit Utrecht.
Annotatie

Bindende minimumtarieven voor echte zelfstandigen: een analyse van Nederlands en Europees recht

HvJ EU 4 juli 2019, C-377/17, ECLI:EU:C:2019 (Commissie/Duitsland)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Minimumtarief, Zelfstandigen, Verkeersvrijheden, Mededingingsrecht, Avv-cao’s
Auteurs Prof. mr. Femke Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    Het zzp-dossier houdt de politieke gemoederen in Nederland al geruime tijd bezig. Een van de maatregelen waarover wordt nagedacht is een minimumtarief voor zelfstandigen. Een conceptwetsvoorstel minimumtarief zelfstandigen kon op draagvlak rekenen in politiek, wetenschap en praktijk, maar sneuvelde op de uitvoerbaarheid. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft zijn hoop nu gevestigd op de sociale partners. Ook andere landen trachten bindende minimumtarieven voor zelfstandigen te realiseren. In 2019 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie zich uitgelaten over de Duitse HOAI, waarin vaste honoraria voor architecten en ingenieurs zijn vastgelegd. De Duitse wet bleek in strijd met de vrijheid van vestiging. In deze annotatie wordt het arrest geanalyseerd en wordt nagegaan hoe de Nederlandse initiatieven zich verhouden tot het Europese recht. De annotatie sluit af met aanbevelingen voor een Nederlandse coherente aanpak die de Europese toets kan doorstaan.


Prof. mr. Femke Laagland
Prof. mr. F.G. Laagland is hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Handhaving van bijtincidenten

De gebeten hond

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2020
Trefwoorden bijtincidenten, artikel 425 Wetboek van Strafrecht, lichte bevelsbevoegdheid, Honden
Auteurs Mr. Jaap Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines how the enforcement of dog biting incidents takes place in the Netherlands. Enforcement can be carried out using both criminal and administrative law. This practice is discussed, as well as where the bottlenecks in enforcement practice are. Finally, proposals are made to improve present practices.


Mr. Jaap Baar
Mr. Jaap Baar is advocaat in straf- en bestuurszaken bij Kuyp Baar advocaten.
Artikel

Access_open De verklaring voor recht, voldoende belang(rijk)?

Over het belang bij declaratoire vordering na afwijzing condemnatoire vordering

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden proceseconomie, processueel belang, genoegdoening, rechtsherstel, subjectief recht
Auteurs Dr. P. Gillaerts en Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Een recent arrest van de Hoge Raad bevestigt het zelfstandige belang bij een verklaring voor recht als genoegdoening voor een rechtsschending, ook indien de daarop voortbouwende veroordelende vorderingen stranden. In dit licht duiden de auteurs de speelruimte bij de declaratoire vordering in het verbintenissenrecht.


Dr. P. Gillaerts
Dr. P. Gillaerts is advocaat aan de balie van Brussel en onderwijsassistent aan het Leuven Centre for Public Law van de KU Leuven.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is raadsheer bij het gerechtshof Amsterdam en als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Bouwbesluit 2012 en Bbl: bouwen op een duurzaam fundament

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2-3 2020
Trefwoorden Bouwbesluit, functionele eisen, prestatie-eisen, gebruiksmelding, gelijkwaardige oplossing
Auteurs Mr. A. (Anneke) Franken en Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het juridisch kader van de belangrijkste aspecten van het Bouwbesluit 2012 (Bb) gegeven. In het artikel gaan auteurs in op de oorsprong en grondslag van het Bb (par. 2), de hoofdstukindeling, de begrippen en de verschillende gebruiksfuncties in het Bb (par. 3), de (minimum)eisen en de beschermingsniveaus (par. 4), het instrument gebruiksmelding (par. 5), de mogelijkheden van een gelijkwaardige oplossing (par. 6), de opbouw en systematiek van de functionele eisen en de prestatie-eisen (par. 7), bouw- en sloopwerkzaamheden in het Bb (par. 8), handhaving (par. 9), overgangsrecht (par. 10) en de verhouding tot de Wabo en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (par. 11). Ook wordt ingegaan op de toekomst van het Bb onder de Omgevingswet (par. 12).


Mr. A. (Anneke) Franken
Mr. A. Franken is advocaat bij Hemwood

Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij Hemwood
Artikel

Kroniek ontslaggronden: c-, d-, f-, h- en i-grond

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden c-grond, d-grond, f-grond, h-grond, i-grond
Auteurs mr. dr. Pascal Kruit en Mr. Ilse Kersten
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt een analyse gegeven van de gepubliceerde rechtspraak over de ontslaggronden c, d, f, h en i in de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid


mr. dr. Pascal Kruit
Pascal Kruit is advocaat/partner bij Boontje Advocaten te Amsterdam.

Mr. Ilse Kersten
Ilse Kersten is advocaat bij Boontje Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De Euthanasiearresten van de Hoge Raad: lessen voor de toekomst

Een analyse van het strafrechtelijk en tuchtrechtelijk arrest in de zaak ‘Kastanje’

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden euthanasie, dementie, artikel 293 Sr, wilsbekwaamheid
Auteurs Mr. J.T.E. (Tim) Vis
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur analyseert de in de zaak ‘Kastanje’ gewezen arresten, waarin de Hoge Raad heeft bepaald dat euthanasie bij door voortgeschreden dementie wilsonbekwaam geworden patiënten, op grond van een schriftelijke wilsverklaring, onder voorwaarden is toegestaan. De auteur bespreekt waarom de thematiek in zowel de medische als juridische praktijk tot discussie leidde, beschrijft de bijzondere rechtsgang en het normenkader dat de Hoge Raad heeft vastgesteld en destilleert lessen voor de toekomst. Daarbij gaat hij in op de herijking van de positie van het strafrecht in de euthanasiepraktijk, de rol van het openbaar ministerie daarbij en ontwikkeling van de ‘medisch-professionele norm’.


Mr. J.T.E. (Tim) Vis
J.T.E. Vis is advocaat bij Vis & Van Reydt advocaten in Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 243 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.