Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 626 artikelen

x
Artikel

Kroniek Bestuursprocesrecht 2020–2021

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2021
Auteurs Marieke Dankbaar, Lieke Feenstra en Laurien Mulder

Marieke Dankbaar

Lieke Feenstra

Laurien Mulder
Artikel

De strijd tegen racisme op en naast het voetbalveld

Tijdschrift Voetbal- & Sportjuridische Zaken, Aflevering 2 2021
Trefwoorden voetbal, racisme, antidiscriminatierecht, tuchtrecht, specificiteit van de sport
Auteurs Frea De Keyzer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de waardenoverlap inzake racisme tussen voetbal en samenleving verduidelijkt, welke een basis en verklaring vormt voor een repressief optreden van zowel de overheid als de sportwereld binnen een voetbalcontext. De verscheidene (Europese, Belgische en Nederlandse) handhavingsinstrumenten en hun tekortkomingen en uitdagingen komen hierbij aan bod.


Frea De Keyzer
F. (Frea) De Keyzer is doctoraatsonderzoekster en onderwijsassistent sportrecht aan de Katholieke Universiteit Leuven, Instituut voor Arbeidsrecht. Daarnaast is zij zetelend lid van de Disciplinaire Raad voor het profvoetbal bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond.
Artikel

Kwalitatieve en transparante fraudebestrijding

Een verkennend onderzoek naar handhavingscriteria voor fraudedelicten

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2021
Trefwoorden fraude, handhavingscriteria, optimum remedium, hybride rechtspleging
Auteurs Mr. dr. S.S. Buisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Fraude is een complex en wijdverspreid probleem. Terwijl de criminaliteitscijfers de afgelopen jaren zijn gedaald, neemt het aantal fraudegevallen met rasse schreden toe. Het is dan ook niet verwonderlijk dat beleidsmakers hard willen optreden tegen fraudeurs. Echter, zaken zoals de toeslagenaffaire hebben laten zien dat het beleid daarin vaak doorschiet en dat de menselijke maat met enige regelmaat uit het oog verloren wordt. Daarom zou een set van handhavingscriteria dienen te worden ontwikkeld voor transparante en kwalitatieve handhaving van fraudedelicten. In dat kader wordt in dit artikel wordt een eerste verkennend onderzoek gedaan naar de gehanteerde handhavingscriteria bij fraudedelicten.


Mr. dr. S.S. Buisman
Mr. dr. S.S. Buisman is universitair docent straf(proces)recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De asset freeze in sanctieregimes: verstrekkend maar nog onvoldoende bekend

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2021
Trefwoorden sancties, asset freeze, bevriezingsmaatregel, Sanctiewet, sanctieregelgeving
Auteurs Mr. T. Kodrzycki, mr. S. Verkerk en F. van Til
SamenvattingAuteursinformatie

    De asset freeze, oftewel bevriezingsmaatregel, is een van de meest ingrijpende maatregelen die de (internationale) sanctieregimes kennen. Tegelijkertijd blijkt dat deze nog niet heel bekend is en soms over het hoofd wordt gezien. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben, ook strafrechtelijke. In dit artikel willen wij deze vreemde eend in de bijt aan een nadere beschouwing onderwerpen.


Mr. T. Kodrzycki
Mr. T. Kodrzycki is advocaat-partner bij BenninkAmar te Amsterdam.

mr. S. Verkerk
Mr. S. Verkerk is advocaat bij BenninkAmar te Amsterdam.

F. van Til
F. Til is juridisch medewerker bij BenninkAmar te Amsterdam.
Artikel

De strafrechtelijke antifraudebepalingen in het licht van de uitkomsten van de ondervragings­commissie kinderopvangtoeslag

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 6 2021
Trefwoorden uitkeringsfraude, opzet, schulduitsluitingsgronden, straftoemeting, menselijke maat
Auteurs Prof. mr. J.M. ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    De Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag velde een negatief oordeel over de bestuursrechtelijke aanpak van fraude met kinderopvangtoeslag. De menselijke maat ontbrak. Het oordeel van de commissie roept de vraag op of ook ten aanzien van de strafrechtelijke aanpak van uitkeringsfraude kan worden gezegd dat de menselijke maat ontbreekt. Of ziet de strafrechter kansen daarmee wel rekening te houden en zo ja, op welke wijze en in welke gevallen? Deze vragen worden aan de hand van rechtspraakanalyse van arresten van hoven beantwoord.


Prof. mr. J.M. ten Voorde
Prof. mr. J.M. ten Voorde is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Een probleem rondom het nemo tenetur-beginsel?

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2021
Trefwoorden nemo tenetur-beginsel, zwijgrecht, zelfincriminatie, strafprocesrecht, eerlijk proces
Auteurs Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van een verdachte om niet mee te hoeven werken aan zijn eigen veroordeling (het nemo tenetur-beginsel), is samen met het zwijgrecht een hoeksteen in ons strafprocesrecht. Voor het positieve recht is het echter nog steeds geen uitgemaakte zaak wat de inhoud van het beginsel precies is. Toch kan men daarover duidelijk een divergentie waarnemen tussen de opvatting van de Nederlandse (hoogste) rechters en het EHRM.


Mr. dr. J.S. (Joost) Nan
Joost Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht bij EUR en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

Rellende jongeren & opnieuw een voorstel tot verruiming van de aansprakelijkheid van ouders

‘May I have the check, please?’

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 6:169 BW, risicoaansprakelijkheid, kinderen, jeugdcriminaliteit, schade
Auteurs Mr. dr. B.M. Paijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Jeugdcriminaliteit, de daarbij veroorzaakte schade en de onverhaalbaarheid hiervan vormen vanzelfsprekend een maatschappelijke zorg. Het is echter de vraag of die zorg voldoende reden en rechtvaardiging is om de kwalitatieve aansprakelijkheid van alle ouders te verruimen, zoals thans wordt uitgewerkt en voorbereid door demissionair minister Dekker. De auteur bespreekt in dit artikel daarom de kwalitatieve aansprakelijkheid van ouders, in historisch en huidig perspectief, en geeft vervolgens haar opinie over de mogelijk toekomstige verruiming van deze kwalitatieve aansprakelijkheid.


Mr. dr. B.M. Paijmans
Mr. dr. Brechtje Paijmans is advocaat bij Doelen Advocatuur en als honorair universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2021

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2021
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. J.S. Boeser, mr. J. Boonstra e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. J.S. Boeser

mr. J. Boonstra

mr. dr. S.S. Buisman

mr. A.A. Feenstra

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A.C.M. Klaasse

mr. dr. I. Koopmans

mr. V.S.Y. Liem

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. J.S. Nan

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. W.S. de Zanger

    Op 11 maart jongstleden is het conceptwetsvoorstel naar aanleiding van de evaluatie Wet OM-afdoening in consultatie gegaan. Dit conceptwetsvoorstel wijzigt de regeling van de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten op vier onderdelen. Een van die onderdelen betreft de (hoge)transactieregeling. In deze bijdrage worden de belangrijkste door de minister voorgestelde wijzigingen van deze regeling besproken en daarbij enkele (kritische) opmerkingen gemaakt.


Mr. S. Kerssies
mr. S. Kerssies is senior juridisch medewerker bij de rechtbank Oost-Brabant.
Rechtsbescherming

Access_open Hof van Justitie sluit zich voor het zwijgrecht en het nemo tenetur-beginsel voor natuurlijke personen aan bij het EHRM

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2021
Trefwoorden zwijgrecht, nemo tenetur, medewerkingsplicht, bestraffend bestuursrecht, Handvest
Auteurs Mr. M.A.A. Traousis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest DB/Consob oordeelt de Grote kamer van het Hof van Justitie over de reikwijdte van het zwijgrecht en het nemo tenetur-beginsel voor natuurlijke personen. Eerder is dit al gedaan voor rechtspersonen in het kader van het mededingingsrecht, maar voor natuurlijke personen breidt het Hof van Justitie dit nu uit door aan te sluiten bij de rechtspraak van het EHRM. Dit leidt ertoe dat iemand geen boete mag krijgen omdat hij weigert te antwoorden, wanneer die antwoorden mogelijk tegen hem zouden kunnen worden gebruikt bij een criminal charge.
    HvJ 2 februari 2021, zaak C-481/19, ECLI:EU:C:2021:84 (DB/Commissione Nazionale per le Società e la Borsa (Consob)).


Mr. M.A.A. Traousis
Mr. M.A.A. (Marko) Traousis is stafjurist bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven en redacteur van de ABkort.

Oswald Jansen
Advocaat bij Van Ardenne & Crince le Roy Advocaten te Rotterdam, adjunct professor aan de American University Washington College of Law en verbonden aan Tilburg University.
Wetenschap en praktijk

Blind date

Over hoe je als contractspartij van een beleggingsinstelling niet voor verrassingen komt te staan bij de vraag op welk vermogen je vorderingen kunt verhalen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2021
Trefwoorden art. 4:37j Wft, vermogensafscheiding, beleggingsfonds, commanditaire vennootschap, subfonds
Auteurs M.C. Maters en S. Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het oog op bescherming van beleggers tegen besmettingsrisico’s bepaalt de Wet op het financieel toezicht (Wft) in artikel 4:37j dat beleggingsinstellingen een afgescheiden vermogen hebben. Bij beleggingsfondsen wordt deze vermogensafscheiding mede bereikt doordat de juridische eigendom van de activa van het fonds wordt gehouden door een separaat opgerichte bewaarentiteit. Ook regelt artikel 4:37j Wft dat de afgescheiden vermogens van verschillende beleggingsinstellingen, of subfondsen daarvan, bij één rechtspersoon kunnen worden ondergebracht. In de praktijk leidt de regeling tot misverstanden over de tenaamstelling van bijvoorbeeld overeenkomsten. Dit artikel beoogt de praktijk enkele handvatten te bieden ter voorkoming van bedoelde misverstanden.


M.C. Maters
Mr. M.C. (Michaël) Maters is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

S. Verkerk
Mr. S. (Sebastiaan) Verkerk is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Naar een effectieve handhaving op maat in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2021
Trefwoorden Sanctie, handhaving, institutioneel, overtreding, omgevingsdienst
Auteurs Mr. dr. O.F. (Oda) Essens
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2019 promoveerde Oda Essens aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift getiteld ‘Operationalising Effective Public Enforcement of Environmental Law in the European Union, with a focus on England, Germany and the Netherlands’. In haar proefschrift heeft zij een model voor effectieve handhaving op maat ontworpen. Dit model bevat eisen aan de handhavingsorganisatie (institutionele eisen) en eisen aan de sancties (instrumentele eisen), zoals vastgelegd in wet- en regelgeving voor de publiekrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht. Vervolgens heeft zij dat model toegepast op de publiekrechtelijke handhavingsorganisatie en sancties voor het omgevingsrecht in Nederland, Engeland en Duitsland. De toepassing heeft geleid tot good practices voor een ‘effectieve handhaving op maat’ in de drie landen en vanuit die good practices heeft zij aanbevelingen gedaan voor verbetering van de handhavingsorganisatie en de beschikbare sancties in de drie landen onderling. In dit artikel zet zij haar model voor effectieve handhaving op maat uiteen en belicht zij enkele belangrijke uitkomsten van de toetsing van de Nederlandse organisatie en sancties voor de publiekrechtelijke handhaving van het omgevingsrecht.


Mr. dr. O.F. (Oda) Essens
Mr. dr. O.F. Essens is op 26 november 2019 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op haar proefschrift getiteld ‘Operationalising Effective Public Enforcement of Environmental Law in the European Union, with a focus on England, Germany and the Netherlands’.

Mr. M.E.B. de Haseth
Mr. M.E.B. de Haseth is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

De toepassing van artikel 13b Opiumwet en de positie van de burgemeester

De praktijk in Midden- en West-Brabant

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2021
Trefwoorden local government, undermining crime, position of mayor, development of Opium Act (art. 13b)
Auteurs Pieter Tops en Jan-Piet de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    In the reduction of undermining crime in the Netherlands, the role of local government has become more important over the past decade. One of the means used for this is Article 13b of the Opium Act (the Damocles Act). That has evolved from a way of closing down local dealer properties to a means of disrupting the criminal drug world. In this article we analyse the developments that the application of the article has gone through. We make an inventory of the actual use of the article in a region known as one of the hotbeds of subversive crime in the Netherlands, the region of West and Central Brabant. Finally, we will discuss the consequences that application of the article has for the position of the mayor. Does this lead to a mayorship in which this officer becomes more of a ‘sheriff’ and less of a mayor? We show that this is not the case.


Pieter Tops
Pieter Tops is bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden en bij JADS in ’s-Hertogenbosch en lector aan de Politieacademie. p.e.w.m.tops@fgga.leidenuniv.nl en pieter.tops@outlook.com

Jan-Piet de Vries
Jan-Piet de Vries was coördinator handhaving (aanpak drugscriminaliteit en coffeeshops) bij de gemeente Tilburg en is nu werkzaam bij de dienst Justis van het ministerie van Justitie en Veiligheid. janpietdevries@hotmail.com en j.p.de.vries@justis.nl
Peer-reviewed artikel

De (ontwikkeling van de) reikwijdte van de inlichtingenplicht in de bijstand

Een onderzoek naar de rol van wetgever en rechter bij deze ontwikkeling

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden inlichtingenplicht, Participatiewet, bijstand(suitkering), sociale zekerheid
Auteurs Chera Kieviet en Joke de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken wij de totstandkoming en ontwikkeling van de reikwijdte van de inlichtingenplicht van de eerste bijstandswet tot heden. Naast de beschrijving van het onderzoek naar de bedoeling en de rol van de wetgever en de rol van de rechter bij de ontwikkeling van de inlichtingenplicht wordt ook kort stilgestaan bij de rol van het bestuur en in het bijzonder van toezichthouders en handhavers bij deze ontwikkeling. Aan het slot van deze bijdrage verwijzen wij nog beknopt naar de recente gebeurtenissen omtrent de toeslagenaffaire en de mogelijke gevolgen daarvan voor de reikwijdte van de inlichtingenplicht.


Chera Kieviet
Mr. C.I. Kieviet is juridisch medewerker bij de Rechtspraak.

Joke de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is universitair hoofddocent bij de sectie Bestuursrecht van Erasmus School of Law. Zij is tevens rechter-plaatsvervanger bij de rechtbank Noord-Holland en voorzitter van de algemene bezwaarschriftencommissie van de gemeente Rotterdam.
Peer-reviewed artikel

Access_open Toezicht in het sociaal domein

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2021
Trefwoorden toezicht, sociaal domein, Wmo, decentralisaties, governance
Auteurs Heinrich Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel komt de stand van toezicht en handhaving in het sociaal domein aan de orde. Vanaf januari 2015 zijn belangrijke taken rond maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg, passend onderwijs en werk en inkomen overgeheveld naar de gemeenten. De gedachte was dat na een korte transitieperiode, via de transformatie van de manier van werken maatwerk zou worden geleverd. Gemeenten, als bestuurslaag die dicht bij de inwoners staat, zouden bij uitstek in staat zijn zo’n individuele aanpak te ontwikkelen. De veronderstelling was dat daarbij een kostenbesparing mogelijk zou zijn. Die besparing is in de vorm van een korting op de overgehevelde budgetten bij de decentralisatie toegepast. Inmiddels blijkt dat gemeenten aanzienlijke bedragen toeleggen op de gedecentraliseerde taken. Veel aandacht gaat de afgelopen jaren uit naar de overdracht van de taken op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet en naar de financiële problemen waarin gemeenten terecht zijn gekomen. Ook is er veel aandacht voor de vraag hoe de taakuitvoering gestalte heeft gekregen. Wat is er terechtgekomen van het beoogde maatwerk? Lukt het om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten? Hoe staat het met de uitstroom van uitkering naar werk? Minder aandacht is er tot nu toe voor het toezicht op de taakuitvoering. In dit artikel komt de vraag aan de orde waar dat toezicht is belegd, hoe dat wordt uitgevoerd en wat de resultaten daarvan zijn. Ook komen verbetervoorstellen aan de orde.


Heinrich Winter
Prof. dr. H.B. Winter is hoogleraar Bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Redactioneel

Van evalueren en evolueren

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2021
Auteurs Berend Jan Drijber
Auteursinformatie

Berend Jan Drijber
Mr. B.J. Drijber is advocaat-generaal bij de Hoge Raad.
Annotatie

Sluiting school

Annotatie bij Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 14 augustus 2020, ECLI:NL:OGEAM:2020:65

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2021
Auteurs Mr. dr. J. Sybesma en Mr. R.E.R de Knegt
Auteursinformatie

Mr. dr. J. Sybesma
Mr. dr. J. Sybesma is parttime docent staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao. Sybesma is ook lid van de Raad van Advies van Curaçao en bijzondere rechter bij het GHvJ. Hij is tevens redactielid van het CJB.

Mr. R.E.R de Knegt
Mr. R.E.R. de Knegt is wetenschappelijk medewerker staats- en bestuursrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de University of Curaçao. Zij is tevens redactiesecretaris van het CJB.
Toont 1 - 20 van 626 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 31 32
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.