Zoekresultaat: 47 artikelen

x
Artikel

Het bewijs van excepties

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Bewijsrecht, Excepties, Formeel recht
Auteurs Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt betoogd dat de stelling dat het bewijs van excepties een lagere bewijsdrempel niet juist is. De strafrechter geeft een oordeel over het bewijs van het tenlastegelegde én over de strafbaarheid van feit en dader. Voor elk van die oordelen geldt de eis dat de feiten buiten redelijke twijfel moeten vaststaan. Er is in die zin geen onderscheid tussen de eerste vraag zoals genoemd in artikel 350 Sv en de tweede en derde vraag die in die bepaling genoemd worden. Wel wijkt de wijze waarop de rechter tot zijn oordeel over de strafbaarheid komt af van de wijze waarop hij meestal tot het bewijsoordeel komt.


Mr. dr. W.H.B. (Wilma) Dreissen
Wilma Dreissen is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Open Universiteit.
Artikel

Access_open De renaissance van de voorlopige maatregelen in het mededingingsrecht

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden voorlopige maatregel, voorlopige voorziening, last onder dwangsom, interim measure, Broadcom
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit overzichtsartikel beschrijft het handhavingsinstrument van de ‘voorlopige maatregel’ in het Europese en Nederlandse mededingingsrecht. De auteurs signaleren dat dit instrument aan populariteit wint bij toezichthouders.


Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Recente ontwikkelingen witwassen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Hoge Raad, witwassen, witwasbestrijding, handhaving, jurisprudentie
Auteurs Mr. J.B.S. Dorant en Mr. A. Verbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    De witwasbepalingen in ons Wetboek van Strafrecht zijn ruim geformuleerd. Dat faciliteert een door de politiek en justitie gewenste stevige aanpak van het fenomeen. In de praktijk is gebleken van een geïntensiveerde handhaving van witwassen. Het OM grijpt veelvuldig en graag naar het delict – ook in gevallen waarin de toegevoegde waarde niet aanstonds begrijpelijk is. Dat maakt de afbakening van het delict des te belangrijker. De Hoge Raad voorzag in materiële rechtsbescherming en beperkte in de afgelopen jaren het toepassingsbereik van de witwasbepalingen. Wij bespreken de meest recente witwasjurisprudentie van de Hoge Raad en bezien hoe ons hoogste rechtscollege ‘in de (wed)strijd’ zit.


Mr. J.B.S. Dorant
Mr. J.B.S. Dorant is advocaat bij Lumen Lawyers in Amsterdam.

Mr. A. Verbruggen
Mr. A. Verbruggen is advocaat bij Lumen Lawyers in Amsterdam.
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2018

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2019
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer en Maurice de Valois Turk
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
N. Rosenboom is werkzaam als senior consultant bij Oxera LLP Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer is werkzaam als consultant Oxera LLP Amsterdam.

Maurice de Valois Turk
M. de Valois Turk is werkzaam als partner bij Oxera LLP Amsterdam.
Kroniek

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2018

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2019
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Annotatie

Kan prijsdifferentiatie mededingingsbeperkend zijn? Zaak C-525/16 (MEO)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden misbruik economische machstpositie, discriminatie, uitsluiting, uitbuiting, prijsdifferentiatie
Auteurs Eric van Damme en Wolf Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak stelt het Hof van Justitie vast onder welke voorwaarden sprake kan zijn van misbruik van economische machtspositie in de zin van discrimiminatie (dan wel prijsdifferentiatie) tussen ondeling concurrerende afnemers waarbij er geen verticaal verband met de leverancier bestaat. De effecten op de concurrent staan centraal. Advocaat-generaal Wahl draagt een kritische conclusie bij waarin onder meer de nadruk op de significantie van de mogelijke gevolgen voor de consument gelegd wordt.


Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut Tilec aldaar.

Wolf Sauter
Prof. dr. mr. drs. W. Sauter is in dienst bij de ACM en schrijft hier op persoonlijke titel.
Annotatie

Over marktdefinitie en bewijslast in de moderne economie: het Amerikaanse Hooggerechtshof in Amex

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2018
Trefwoorden Amerikaans Hooggerechtshof, netwerkeffecten, tweezijdige markt, bewijslast, digitale economie
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Onder leiding van de Amerikaanse Staat Ohio heeft een groep van staten American Express aangeklaagd voor een overtreding van de Amerikaanse antitrustregels. De zaak draait om de mededingingsrechtelijke beoordeling van verticale restricties die worden opgelegd aan een groep afnemers van Amex. Amex hanteert zogenoemde ‘anti-steering’ voorwaarden die winkeliers verbiedt op enigerlei wijze concurrerende creditcards aan te prijzen of te bevoordelen in de winkel. De uitspraak van het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten geeft aanleiding tot een reflectie op de wijze waarop binnen een mededingingsrechtelijke analyse moet worden omgegaan met indirecte netwerkeffecten op tweezijdige platformmarkten, met name vanuit het perspectief van de rol van marktdefinitie en bewijslast.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent op de Universiteit van Utrecht. Deze annotatie is geschreven op persoonlijke titel. Dank gaat uit naar de redactie voor enkele zeer nuttige opmerkingen op een eerdere versie van dit stuk.
Artikel

De bewijsregeling in het concept-Wetboek van Strafvordering

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden bewijs, bewijsstelsel, onmiddellijkheidsbeginsel, bewijsmiddelen, ondervragingsrecht
Auteurs Mr. dr. B. de Wilde
SamenvattingAuteursinformatie

    In concept-Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt een aangepaste bewijsregeling voorgesteld. Een aantal aspecten daarvan wordt in deze bijdrage besproken. Er wordt aandacht besteed aan de gebondenheid aan wettige bewijsmiddelen, het bewijscriterium, formele onmiddellijkheid, enkele specifieke bewijsmiddelen, bewijsminima, het recht getuigen te ondervragen, bewijsmotivering en het bewijs bij de schuldvaststelling in het kader van een strafbeschikking.


Mr. dr. B. de Wilde
Mr. dr. B. (Bas) de Wilde is universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Holland.
Annotatie

Wat is een nadeel voor de mededinging en wie bepaalt dat? Over de rol van deskundigen en de bewijsstandaard in het kader van discriminatie door een dominant platform

Rechtbank Amsterdam 21 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1654

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden misbruik van een economische machtspositie, deskundigenrapport, discriminatie, uitsluiting, digitale economie, platform markt
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam ziet op een langslepend conflict tussen Funda en VBO makelaars. De rechtbank stelt op basis van een deskundigenrapport vast dat Funda in het bezit is van een machtspositie. De uitspraak is interessant vanwege de belangrijke rol van het deskundigenrapport en de centraal staande schadetheorie die atypisch is en aanleiding geeft tot enige reflectie op de verhouding tussen zogenoemde uitsluitings- en exploitatie/discriminatoire vormen van misbruik en de verschillende bewijsstandaarden die daarvoor gelden.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent aan de Universiteit van Utrecht.
Artikel

Machtsmisbruik op basis van big data

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2018
Auteurs Eric van Damme, Inge Graef en Wolf Sauter
Auteursinformatie

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut TILEC aldaar.

Inge Graef
Dr. mr. I. Graef is verbonden aan Tilburg University en aan de onderzoeksinstituten TILEC en TILT aldaar.

Wolf Sauter
Prof. mr. dr. drs. W. Sauter is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut TILEC aldaar en daarnaast in dienst bij de ACM. Zijn bijdrage is op persoonlijke titel.
Jurisprudentie

Zorgen over de rechtspositie van de topsporter

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden doping, WADA, IOC, risicoaansprakelijkheid, whereabouts
Auteurs Vincent Geeraets
Auteursinformatie

Vincent Geeraets
Dr. mr. V.C. Geeraets werkt als universitair docent bij de afdeling rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De hoge en bijzondere transactie: een pleidooi voor rechterlijke controle op de afdoening buiten geding

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, hoge transactie, bijzondere transactie, EHRM, internationale straftribunalen
Auteurs Mr. dr. K.C.J. Vriend
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zijn de mogelijkheden van rechterlijke controle op de afdoening buiten geding in strafzaken onderzocht. Gepleit wordt voor een aparte raadkamerprocedure voor hoge en bijzondere transacties, waarbij toetsingscriteria werden ontleend aan de jurisprudentie van het EHRM en de internationale straftribunalen. De raadkamer toetst de overeengekomen transactie aan drie criteria. Ten eerste of de verdachte de transactie vrijwillig heeft geaccepteerd. Ten tweede of de verdachte voldoende geïnformeerd is over de procedurele gevolgen en over het bewijs dat tegen hem vergaard is. Ten derde toetst de raadkamer of er prima facie voldoende bewijsmateriaal in het dossier voorhanden is. Een door de raadkamer in het openbaar uitgesproken gemotiveerde beschikking maakt controle mogelijk op het overeenkomen van hoge en bijzondere transacties.


Mr. dr. K.C.J. Vriend
Mr. dr. K.C.J. Vriend is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Eturas: ontvangst ongevraagde online informatie kan leiden tot onderling afgestemd feitelijk gedrag

HvJ EU 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden onderling afgestemd gedrag, bewijslast, bewijsstandaard, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, onschuldpresumptie
Auteurs Winfred Knibbeler
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Eturas vormt een belangrijke bouwsteen in de rechtspraak over onderling afgestemd feitelijk gedrag. Het Hof van Justitie bevestigt dat een online mededeling in een verticale context kan leiden tot een inbreuk op artikel 101 VWEU. Daarvoor is wel nodig dat een mededingingsautoriteit volgens nationale bewijsregels aannemelijk maakt dat de ontvanger van een online bericht op de hoogte was van de inhoud van het bericht. Nationale bewijsregels worden begrensd door het vermoeden van onschuld, dat vervat is in artikel 48 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en het is ook mogelijk zich van de inbreuk te distantiëren door te bewijzen dat de ongevraagde online informatie commercieel is genegeerd.


Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.
Artikel

Afstemming in de eenentwintigste eeuw: de rol van bewijsvermoedens voor onderling afgestemde feitelijke gedraging door deelname aan online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden mededingingsrecht, bewijsvermoeden, procedurele autonomie, onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Prof. mr. A. Gerbrandy en T. Binder
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Eturas werd het Hof van Justitie gevraagd om een nadere uitleg te geven aan het begrip ‘afstemming tussen ondernemingen’ in de zin van een onderling afgestemde feitelijke gedraging (art. 101 lid 1 VWEU). Het belang van dit arrest ligt ten eerste in de constatering dat afstemming plaats kan vinden door middel van deelname van ondernemingen aan een online platform beheerd door een derde (niet-concurrerende) partij, en ten tweede in de verdere verfijning van de toelaatbaarheid van bewijsvermoedens; meer specifiek van de grenzen die het onschuldbeginsel daaraan stelt.
    HvJ 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42.


Prof. mr. A. Gerbrandy
Prof. mr. A. (Anna) Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

T. Binder
T. (Tom) Binder is student in de master European Law aan de Universiteit Utrecht en als student-assistent verbonden aan het Europa Instituut van die universiteit.
Artikel

De Europese richtlijn onschuldpresumptie: bescheiden harmonisatie van een fundamenteel strafrechtelijk beginsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden strafrecht, procedurele rechten, onschuldpresumptie, harmonisatie, zwijgrecht
Auteurs Mr. dr. L.A. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel schetst de totstandkoming en inhoud van Richtlijn (EU) 2016/343 inzake het onschuldvermoeden en het aanwezigheidsrecht bij strafprocedures. Waarom is deze richtlijn er gekomen en wat voor verplichtingen schept zij voor het strafprocesrecht van de lidstaten? Kan deze richtlijn op het eerste gezicht een adequate bijdrage leveren aan het garanderen van een eerlijk proces voor verdachten?
    Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn, PbEU 2016, L 65/1-11


Mr. dr. L.A. van Noorloos
Mr. dr. (L.A.) Marloes van Noorloos is universitair docent Straf(proces)recht aan Tilburg University.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2015

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2016
Auteurs Bas Braeken, Marlies Koppenol en Jeanne Plettenburg
Auteursinformatie

Bas Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten NV.

Marlies Koppenol
Mr. M. Koppenol is advocaat bij Maverick Advocaten NV.

Jeanne Plettenburg
Mr. J.C. Plettenburg is juridisch medewerker bij Maverick Advocaten NV.
Artikel

De transactiebeslissing van het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit in het supermarktendossier: een ‘hub & spoke’ compromis à la belge?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2015
Trefwoorden prijsafspraken, onrechtstreekse informatie-uitwisseling, retailsector, schikkingsprocedure, Belgisch recht
Auteurs Pieter Van Cleynenbreugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Door middel van zijn eerste transactiebeslissing ooit beëindigde het auditoraat van de Belgische mededingingsautoriteit op 22 juni 2015 een langlopend onderzoek naar retailprijsafspraken tussen supermarkten en hun leveranciers. Ondanks de eerste succesvolle toepassing van deze nieuwe schikkingsprocedure bevestigt de Belgische beslissing bovenal de onzekerheden omtrent de mededingingsrechtelijke beoordeling van ‘hub & spoke’ afspraken alsmede de beperkte reikwijdte van schikkingen als alternatieve instrumenten van mededingingshandhaving.


Pieter Van Cleynenbreugel
Dr. P.J.M.M. Van Cleynenbreugel LL.M is universitair docent Europees en mededingingsrecht, Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Doctor in de Rechten, KU Leuven, LL.M. (Harvard).
Artikel

Staatssteun en tussenstaatse handel: bijbuigen van een criterium om de werklast te verminderen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden staatssteun, tussenstaatse handel, steunmaatregel, de-minimissteun, merkbaarheid
Auteurs Cees Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 27 april 2015 gaf de Europese Commissie beschikkingen naar aanleiding van een zevental staatssteunmeldingen waarbij zij uitsprak dat in al die zaken geen sprake was van een steunmaatregel omdat de aangemelde steunmaatregelen geen substantieel effect op de tussenstaatse handel zouden hebben (het begeleidende persbericht gebruikt de woorden significant effect). Volgens het begeleidende persbericht geven de beschikkingen aanvullende richtsnoeren voor de bepaling welke zaken wel en niet door de Commissie moeten worden beoordeeld, zodat zij zich kan focussen op zaken met een grote impact op de interne markt. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe de zeven beslissingen zich verhouden tot eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere beschikkingen van de Commissie op het punt van het criterium ‘beïnvloeding van de tussenstaatse handel’ van artikel 197 lid 1 VWEU. Tevens wordt nagegaan in hoeverre deze nieuwe beschikkingen daadwerkelijk duidelijkheid geven over de toepassing van dit criterium en of er een beter alternatief is om de werklast van nationale autoriteiten en Commissie te verminderen.


Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. en redacteur van dit tijdschrift.

    Deze bijdrage bespreekt de gevolgen van de herziene Procedurerichtlijn (2013/32/EU) voor de Nederlandse asielprocedure. Deze richtlijn heeft geleid tot een aantal belangrijke wijzigingen in het Nederlandse systeem van procedures en soorten asielbeslissingen. De onverkorte handhaving van een aantal cruciale aspecten van de Nederlandse asielprocedure, zoals de snelle algemene asielprocedure en het toetsingskader voor tweede en volgende asielaanvragen, wringt echter met het systeem van de Procedurerichtlijn. Daarnaast zijn in navolging van de richtlijn een aantal nieuwe waarborgen voor asielzoekers geïntroduceerd, zoals passende steun voor kwetsbare asielzoekers, een verruimd recht op een rechtsmiddel met schorsende werking en een volledig en ex nunc onderzoek door de rechter.
    Richtlijn 2013/32/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), PbEU 2013, L 180/60.


Mr. dr. M. Reneman
Mr. dr. M. (Marcelle) Reneman is als Universitair Docent Migratierecht verbonden aan de Vrije Universiteit.
Artikel

Tuchtrecht – meer tucht dan recht

Voorzittersrede VGR 2015

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden tuchtrecht, strafrecht, artikel 6 lid 1 EVRM
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    De tuchtcolleges hebben afgelopen jaren de tuchtrechtelijke normen zowel ratione personae als ratione materiae fors opgerekt. Het tuchtrecht drijft daarmee af van zijn oorspronkelijke doelstellingen, te weten het bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. In plaats daarvan lijkt het tuchtrecht steeds meer te verworden tot instrument om onwenselijk gedrag van beroepsbeoefenaren, zowel beroepsmatig gedrag als in de privésfeer, te kunnen bestraffen. Ook anderszins glijdt het tuchtrecht af naar een vorm van strafrecht light. Dit roept fundamentele vragen op.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden, coördinator gezondheidsrecht bij artsenorganisatie KNMG en voorzitter van de Vereniging voor Gezondheidsrecht.
Toont 1 - 20 van 47 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.