Zoekresultaat: 25 artikelen

x

Ronald Tinnevelt
Ronald Tinnevelt is universitair hoofddocent Rechtsfilosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Institutioneel

Brexit. Het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie: een moeizaam partnerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden Brexit, artikel 50 VEU, Terugtrekkingsakkoord, toekomstige betrekkingen, Handelsregeling
Auteurs Prof. dr. J.W. de Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de hoofdzaken betreffende het Brexit-dossier. Stilgestaan wordt bij het referendum van 23 juni 2018 en de gang van zaken sinds de kennisgeving van de Britse uittreding op 29 maart 2017. Daarbij komt de stand van zaken in de terugtrekkingsonderhandelingen aan de orde, de Britse voorstellen zoals vervat in het White Paper van juli 2018 en de perspectieven voor oplossingen van de nog uitstaande problemen. Met name de juridisch-institutionele aspecten van de diverse onderwerpen en problemen worden belicht.


Prof. dr. J.W. de Zwaan
Prof. dr. J.W. (Jaap) de Zwaan is em. hoogleraar Recht van de Europese Unie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Objets trouvés

Proeve van een verbeterde Grondwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2018
Trefwoorden Grondwet, Democratie, Rechtsstaat, Eerste Kamer, Bindend referendum
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn Proeve van een verbeterde Grondwet geeft Huub Linthorst oplossingen voor de risico’s die uit zijn ‘stresstest’ naar voren kwamen. Tot de voorstellen behoren de afschaffing van de Eerste Kamer, de invoering van het toetsingsrecht, versterking van (de formulering van) de grondrechten, een lichtere herzieningsprocedure en de invoering van een bindend referendum. Aan de doelstelling van haalbaarheid heeft Linthorst voldaan door op belangrijke punten tegemoet te komen aan voor- en tegenstanders. Naast verbetering en haalbaarheid, is het doel van deze Proeve het bereiken van meer democratie en van effectievere waarborgen tegen aantasting van onze rechtstaat. Of deze Proeve, na het bereiken van het Staatsblad meer democratie brengt en bovendien een dam kan opwerpen tegen schendingen van de rechtsstaat zoals die in Polen en Hongrijke, is allerminst gegarandeerd. Afgezien van het gebruikelijke cynisme over de normatieve kracht van de Grondwet, beslaat onze geschreven constitutie steeds minder de constitutionele werkelijkheid.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).
Artikel

De constitutionele advisering door de Venice Commission

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Auteurs Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen en Mr. dr. A. Jasiak
SamenvattingAuteursinformatie

    De Venice Commission heeft zich sinds 1990 ontwikkeld tot een gezaghebbende constitutioneel raadgever met betrekking tot de verenigbaarheid van (grond)wetgeving met de beginselen van de rule of law, mensenrechten en democratie voor de lidstaten van de Raad van Europa. Besproken wordt wat de Commissie is, wat zij doet en hoe zij dat doet. Vervolgens wordt ingegaan op de maatstaven die zij hanteert, en de specifieke uitdagingen die haar internationale positie, mede gezien het opkomend populisme en het spanningsveld tussen democratie en rechtsstaat, met zich brengen voor de mate van terughoudendheid in haar oordeelsvorming. Daarbij wordt specifiek ingegaan op de ‘casus Polen’.


Prof. mr. drs. B.P. Vermeulen
Prof. mr. drs. B.P. (Ben) Vermeulen is lid van de Raad van State en lid van de Venice Commission (2007-2011 substituut-lid).

Mr. dr. A. Jasiak
Mr. dr. A. (Anna) Jasiak is sectorhoofd (sectie III) in de Afdeling advisering van de Raad van State; in 2014 was zij gedetacheerd bij het secretariaat van de Venice Commission.
Artikel

Toezicht in de Wiv 2017

Kansen en uitdagingen voor een effectief en sterk toezichtstelsel

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Intelligence and Security Services Act 2017, Oversight, Effectiveness, Safeguards, Mass Surveillance
Auteurs Mr. dr. Mireille Hagens
SamenvattingAuteursinformatie

    The new Intelligence and Security Services Act 2017 has generated a lot of criticism in The Netherlands. Although the act was adopted in parliament in July 2017, the implementation will take place in May 2018. Beforehand an advisory referendum will give the public the opportunity to express their opinion on the new act: the modernisation of the investigatory powers of the services and the strengthening of the necessary safeguards and oversight mechanisms. Both have met with their share of criticism. In this paper the focus is on the enhanced oversight mechanism. It is argued that although different choices could have been made regarding the organisation of oversight, the new system fulfills the requirements set by the European Court of Human Rights. The real question is whether the new act provides for effective and strong oversight in practice to ensure a proper balance between national security and privacy protection in this digital era. The opportunities and challenges are explored.


Mr. dr. Mireille Hagens
Mr. dr. M. Hagens is senior-onderzoeker bij de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en gastonderzoeker bij de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De Wiv 2002 en Wiv 2017 op enkele hoofdlijnen vergeleken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2018
Trefwoorden New Intelligence and Security Services Act, Advisory referendum, Powers of intelligence and security services, Safeguards, Supervision
Auteurs Drs. Rob Dielemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Last year, Dutch parliament approved the proposal for a new Intelligence and Security Services Act (Wiv 2017). This law will replace the current Intelligence and Security Services Act 2002 (Wiv 2002). The Wiv 2017 should be considered feasible with effect from 1 May 2018. Before that time however, an advisory referendum on the new law will be held on 21 March. This article first discusses the nature of the law and the need for innovation. Subsequently, a comparison of both laws takes place in general terms, with regard to the powers of the intelligence and security services, the safeguards, the supervision, the complaint handling and the international cooperation between intelligence and security services. It is argued that the extension of the powers of the services in the Wiv 2017 is only limited in scope, while the safeguards have been considerably strengthened. The introduction of a binding judgment in complaint handling also contributes to a better and more effective legal protection for citizens.


Drs. Rob Dielemans
Drs. R.J.I. Dielemans is werkzaam bij de Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Staatssteun en economische activiteiten van de kerk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden staatssteun, onderneming, status kerk, economische activiteit, loyaliteitsverplichting
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest gewezen naar aanleiding van een Spaanse vrijstelling van de Katholieke Kerk van belastingen heeft de Grote kamer van het Hof van Justitie een interessant oordeel gegeven over de toepasselijkheid van het recht van de Unie op activiteiten van kerken. Het arrest bevat fundamentele overwegingen over de kwalificatie van een entiteit als onderneming en gaat in op de vraag wanneer activiteiten economische activiteiten zijn. Voorts komt het onderscheid tussen bestaande en nieuwe steunmaatregelen aan de orde. Bijkomend gaat het Hof van Justitie in op de betekenis voor de nationale rechter van het beginsel van loyale samenwerking.
    HvJ (Grote kamer) 27 juni 2017, zaak C-74/16, Congregación de Escuelas Pías Provincia Betania/Ayuntamiento de Getafe, ECLI:EU:C:2017:496


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NtEr.
Artikel

De Wet raadgevend referendum in de praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Wet raadgevend referendum, referendabiliteit, artikel 12 Wrr, spoedprocedure, Oekraïne-referendum
Auteurs Mr. L.H.M. Weesing-Loeber en Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Iets meer dan een jaar geleden is de Wet raadgevend referendum (Wrr) in werking getreden. In dit artikel wordt teruggekeken op dat jaar. Allereerst wordt kort de systematiek van de Wrr uiteengezet. Daarna wordt bezien hoe de wetgever omgaat met de referendabiliteit van wetten en het gebruik van de spoedprocedure uit artikel 12 Wrr. De bijdrage beschrijft tevens in hoeveel gevallen er daadwerkelijk verzoeken tot het houden van een referendum zijn gedaan. Ten slotte gaat het artikel in op de praktische lessen die geleerd kunnen worden van het eerste referendum dat op grond van deze wet is gehouden en op de suggesties die zijn gedaan om de Wrr aan te passen.


Mr. L.H.M. Weesing-Loeber
Mr. L.H.M. (Leontine) Weesing-Loeber is werkzaam bij de directie Advisering van de Raad van State.

Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. (Henk-Martijn) Breunese is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Redactioneel

Wetgeving, democratie en de burger

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Auteurs prof.mr. L.F.M. Verhey en mr. D.R.P. de Kok
Auteursinformatie

prof.mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. (Luc) Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden, Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.

mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken bij het Ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat
Artikel

Access_open Artikel 50 VEU en Brexit: de juridische contouren voor een politiek drama

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Brexit, Artikel 50 VEU, Uittreding EU, Verenigd Koninkrijk
Auteurs Dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een initiële analyse van de juridische kaders die artikel 50 VEU neerlegt voor de terugtrekking van het VK. Welke regels gelden er en welke beperkingen leggen deze regels, in principe, op aan dit proces? Hiertoe focust de analyse op enkele essentiële elementen van artikel 50 VEU: het indienen en eventueel intrekken van een kennisgeving, de termijn voor het bereiken van een akkoord, de positie van het VK in de EU tijdens het onderhandelingsproces, het aantal en soort akkoorden dat gesloten dient te worden, en de eventuele noodzaak van een wijziging van de EU-verdragen. De bijdrage sluit af met enkele meer algemene observaties over Brexit en enkele suggesties voor de eventuele aanpassing van artikel 50 VEU zelf.
    Artikel 50 Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), Maastricht, 7 februari 1992, PbEG 1992, C 191


Dr. A. Cuyvers
Dr. A. (Armin) Cuyvers is Universitair docent Europees Recht aan het Europa Instituut in Leiden. Bijzondere dank is verschuldigd aan Vestert Borger, Christophe Hillion en Stefaan Van den Bogaert.
Artikel

De zaak Accorinti: aansprakelijkheid van de ECB en implicaties voor het huidige onconventionele monetaire beleid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden aansprakelijkheid Unie-instellingen, aansprakelijkheid Europese Centrale Bank, Griekse schuldencrisis, Accorinti-arrest, Gauweiler-arrest
Auteurs Mr. N.C. Voortman en Dr. C. Hopman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van de zaak Accorinti wordt in dit artikel het leerstuk van de aansprakelijkheid van Unie-instellingen en de ECB besproken en wordt nader ingegaan op de overwegingen van het GvEA in de zaak Accorinti. Bovendien wordt gekeken naar de betekenis van dit arrest voor het huidige onconventionele monetaire beleid van het Eurosysteem.


Mr. N.C. Voortman
Mr. N.C. Voortman en dr. C. Hopman zijn als jurist werkzaam bij de Divisie Juridische zaken van De Nederlandsche Bank.

Dr. C. Hopman
Artikel

De ‘nieuwe generatie’ Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne en zijn constitutionele context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden associatieovereenkomst, nabuurschapbeleid, bevoegdheidsverdeling, gemengd verdrag, referendum
Auteurs Dr. N.F. Idriz en Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bredere context, doelstelling en inhoud van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne (hierna: AO) geschetst, en wat deze bijzonder maakt ten opzichte van andere associatieovereenkomsten. In het bijzonder gaan we ook in op die juridische aspecten die democratische controle via een referendum bemoeilijken. Daarbij besteden we specifiek aandacht aan de constitutionele perikelen die ontstaan voor de Nederlandse regering alsook voor de EU, ingeval een meerderheid zich tegen de goedkeuringswet uitspreekt en het Nederlandse parlement vervolgens zou besluiten de goedkeuringswet in te trekken.
    PbEU 2014, L 161/3


Dr. N.F. Idriz
Dr. N.F. (Narin) Idriz is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.

Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NTER.
Artikel

De koningseed als moreel en realistisch venster op koninkrijksrelaties

Een ministaatsleer van het Euro-Caribische Koninkrijk der Nederlanden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2015
Trefwoorden koningseed, koninkrijksrelaties, rechtswaarborgen voor bevolking, vrije associatie, onafhankelijkheid
Auteurs Prof. mr. J.B.J.M. ten Berge
SamenvattingAuteursinformatie

    De koningseed is een ministaatsleer van het Koninkrijk der Nederlanden als doelgemeenschap van volkeren met elk een eigen nationalisme. De staatkundige vorm van deze volkerengemeenschap is een postkoloniale mengvorm van integratie in het oude moederland en een vrije associatie. Doelen zijn het voor de bevolking waarborgen van (1) externe veiligheid (defensie), (2) een interne democratische rechtsorde, (3)welvaart en (4) internationaal burgerschap. In de steeds weer oplaaiende discussies over onafhankelijkheid zal dan ook gezocht moeten worden naar alternatieve garanties voor de bevolking op alle vier punten.


Prof. mr. J.B.J.M. ten Berge
Prof. mr. J.B.J.M. ten Berge is emeritus hoogleraar staats-en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De levenslange vrijheidsstraf internationaal vergeleken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2013
Trefwoorden life sentences, whole life imprisonment, human rights, European Court of Human Rights, release prospect
Auteurs D. van Zyl Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    Life imprisonment is difficult to define. Sentences that are not called life imprisonment may also be indefinite sentences of detention which may result in the detention of offenders in prison until they die there. Even where a sentence is called ‘life imprisonment’ it may be difficult to ascertain for how long the offender will actually be held and what criteria will be applied to considering his eventual release. This paper sketches some recent developments in respect of indeterminate sentences that are not called life imprisonment, even though they amount to it in practice. It then turns to the question of life sentences that are imposed without provision for any fixed period after which they should be reconsidered. Questions are raised about the extent to which such sentences are acceptable in Europe, the United States and elsewhere, particularly in instances where at sentence there is an indication that the offenders may not be considered for release at all. It is argued that human rights law is moving towards requiring that all persons sentenced to life imprisonment should have a reasonable prospect of release. Given the widespread support for life imprisonment this paper seeks to raise some human rights concerns that arise with the use of this sentence. The concerns are essentially twofold. First, the sentence may be imposed in instances where it would be disproportionate punishment to do so. Secondly, the procedures for its implementation, in particular those that relate to the potential release of persons serving life sentences, may not be adequate to meet the requirement of a realistic prospect of release.


D. van Zyl Smit
Prof. Dirk van Zyl Smit is als hoogleraar vergelijkend internationaal en penitentiair recht verbonden aan de University of Nottingham.

    A historical analysis demonstrates that religious minorities and their protection needs played an important role in the emergence and the first developments of fundamental rights. It is indeed possible to denote a close correlation between the protection needs of religious minorities on the one hand and the fundamental rights enshrined in declarations and treaties on the other. Closer scrutiny reveals that this correlation can actually be explained by evolving views about the special vulnerability of religious minorities in the periods concerned. More recent developments of the human rights paradigm reveal that in the meantime other groups in particular are considered vulnerable and thus in need of special protection.


Kristin Henrard
Prof. dr. K. Henrard is hoogleraar Minderhedenbescherming aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). khenrard@yahoo.com.
Artikel

Access_open Balanceren tussen volkssoevereiniteit en theocratie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden popular sovereignty, theocracy, christian political parties
Auteurs Emo Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    Calvinist politicians have traditionally rejected the principle of people’s sovereignty as contrary to God’s sovereignty. However, over time, the majority of these politicians have used the term democracy, which basically means the same, although there has always been a minority seeking a theocracy or a Christian government. Nowadays, Christian politics will not pursue a Christian state, but it pleads for the right to religious liberty in which it finds the key to thinking about human rights and the rule of law.


Emo Bos
Mr. E. Bos was vanaf 1967 tot 2009 officier van justitie, kantonrechter, rechter, vicepresident en raadsheer-plaatsvervanger in Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht en Den Haag. Hij promoveerde in 2009 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op het proefschrift Soevereiniteit en religie. Godsdienstvrijheid onder de eerste Oranjevorsten (Hilversum 2009).
Artikel

Grondwet, democratische rechtsstaat en internationale rechtsorde

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Staatscommissie, Grondwet, buitenlandse betrekkingen, internationale rechtsorde, democratische rechtsstaat
Auteurs Mr. drs. J.W.A. Fleuren
SamenvattingAuteursinformatie

    De in 1953 in de Grondwet (Gw) opgenomen bepalingen over het staatsrecht der buitenlandse betrekkingen zijn verrassend adequaat gebleken. Dat laat onverlet dat meer dan een halve eeuw na hun totstandkoming een onderhoudsbeurt geen kwaad kan. Anders dan een deel van de Staatscommissie Grondwet meent, zijn extra grondwetsbepalingen die het Nederlands constitutioneel recht beschermen tegen opdringerig internationaal en Europees recht echter niet nodig en niet verstandig.


Mr. drs. J.W.A. Fleuren
Mr. drs. J.W.A. Fleuren is universitair hoofddocent Algemene rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit Nijmegen. J.Fleuren@jur.ru.nl

    In 1954 the Statute of the Kingdom of the Netherlands came into force. This document can be seen as an internal Treaty between the Netherlands (as a country in Europe) and its former colonies. Nowadays three countries are (internal) partners in the Kingdom of the Netherlands: the Netherlands, Aruba and the Netherlands Antilles. In 2005 new negotiations have begun for a new (internal) structure of the Kingdom of the Netherlands. The Netherlands Antilles will cease to be a country in the Kingdom and will be divided into two new countries Curaçao and Sint Maarten. The other remaining (small) islands Bonaire, Sint Eustatius and Saba will be part of the territory of the Netherlands as specific judicial bodies as meant in article 134 Dutch Constitution. A huge diplomatic and judicial procedure has started. Although it is not certain yet, in 2009 it looks as though these plans and procedures will be realized in the very near future.


R. Nehmelman
Mr. dr. Remco Nehmelman is als universitair hoofddocent Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Constitutionele toetsing in een democratie zonder volk

Een kelseniaanse rechtvaardiging voor het Europees Hof van Justitie

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Kelsen, Democracy, Legitimacy, European Union, European Court of Justice
Auteurs Quoc Loc Hong
SamenvattingAuteursinformatie

    This article draws on Hans Kelsen’s theory of democracy to argue that, contrary to conventional wisdom, there is nothing fundamentally wrong with the democratic legitimacy of either the European Union (EU) or the European Court of Justice (ECJ). The legitimacy problems from which the EU in general and the ECJ in particular are alleged to suffer seem to result mainly from our rigid adherence to the outdated conception of democracy as popular self-legislation. Because we tend to approach the Union’s political and judicial practice from the perspective of this democracy conception, we are not able to observe what is blindingly obvious, that is, the viability and persistence of both this mega-leviathan and the highest court thereof. It is, therefore, imperative that we modernize and adjust our conception of democracy in order to comprehend the new reality to which these bodies have given rise, rather than to call for ‘reforms’ in a futile attempt to bring this reality into accordance with our ancient preconceptions about what democratic governance ought to be. Kelsen is the democratic theorist whose work has enabled us to venture into that direction.


Quoc Loc Hong
Quoc Loc Hong was a FWO Postdoctoral Fellow from 2007 to 2009 at the University of Antwerp. He is currently an independent researcher.

    In a changing social and political environment, mayors assume quite a few different roles in local government. This is because they face different expectations, held by social and political actors at different times. Based on the distinction between strong and weak mayoral leadership, this article develops a typology of mayoral leadership roles. The authors argue that inherent tensions exist between some of these roles, making it impossible for mayors to fulfill all roles at once. Therefore, political leadership is best conceived as something that is contextually dependent. Mayors continually have to find a temporal balance between different roles, depending on the institutional setting and social and political context in which they operate at that time. Therefore, a caleidoscopic perspective on political leadership may provide valuable insights for mayors on how to develop their own leadership style.


N. Karsten
Niels Karsten, MSc MA is als promovendus respectievelijk universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Universiteit van Tilburg.

L. Schaap
dr. Linze Schaap is als promovendus respectievelijk universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Universiteit van Tilburg.

W.J. Verheul
Drs. Wouter Jan Verheul is als programmamanager en promovendus verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Het artikel is mede gebaseerd op Cachet, Karsten e.a. (2009).
Toont 1 - 20 van 25 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.