Zoekresultaat: 8 artikelen

x
Objets trouvés

Begrotingswetgeving: vragen bij het wetsvereiste

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2021
Trefwoorden Begrotingswet, Budgetrecht, Tweede Kamer, Corona, wetgevingsproductie
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De vele begrotingswijzigingen ten behoeve van de bestrijding van de coronapandemie en de compensatie van de nadelen ervan hebben geleid tot een nog grotere wetgevingsproductie. De vraag is of de voor begrotingsbeslissingen grondwettelijk voorgeschreven wetsvorm nog wel past bij de huidige betekenis en invulling van het parlementaire budgetrecht. Bij de huidige begrotingsbehandeling handelt de Kamer ritueel en stelt zich niet op als medewetgever, vooral door aan de regering over te laten hoe de voorstellen, neergelegd in moties en amendementen, financieel moeten worden gedekt. Overigens maakt de Kamer gedurende het begrotingsjaar geen enkel gebruik van haar initiatiefrecht. Zolang van medewetgeven geen sprake (meer) is, kan het wetsvereiste voor begrotingsbeslissingen vervallen.


Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden).

mw. mr. M.L. van Genderen
Mw. mr. M.L. van Genderen is als jurist werkzaam bij het Bureau van de KBvG.
Praktijk

De begrotingswet: een wet als iedere andere?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Comptabiliteitswet 2001, begrotingswet, rijksbegroting, wetgeving, Grondwet
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Jaarlijks worden er in Nederland circa tachtig begrotingswetten vastgesteld. Dat is een derde van het totale aantal wetten. Begrotingswetten volgen in beginsel dezelfde wetsprocedure als andere wetten, maar er zijn diverse wetstechnische en wetsprocedurele bijzonderheden. Een interessante vraag is of in begrotingswetten ook ‘gewone’ bepalingen kunnen worden opgenomen. Strikt formeel gesproken is dat mogelijk. Casuïstiek uit de afgelopen decennia laat zien dat dit af en toe gebeurt. Soms gaat het om nauw met de begroting samenhangende bepalingen, bijvoorbeeld tijdelijke afwijkingen van de comptabiliteitswetgeving (‘begrotingsruiters’). Een enkele keer gaat het echter een stap verder en worden in een begrotingswet bepalingen opgenomen die geen verband houden met de begroting (‘begrotingsparasieten’). Met name die laatste categorie is onwenselijk. Bovendien kan het na de inwerkingtreding van de Wet raadgevend referendum de vraag oproepen of dan nog sprake is van een wet inzake de begroting, bedoeld in artikel 105 lid 1 van de Grondwet, waarvoor de mogelijkheid van een referendum is uitgesloten. Gevaar voor oneigenlijk gebruik ligt dan op de loer.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Publiek aandeelhoudersbelang? Een kijkje achter de schermen bij de aandeelhoudende overheid

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2014
Trefwoorden overheid, gemeente, aandeelhouder, deelneming, vennootschap
Auteurs Mr. H.P. Wiersema
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de procedurele en beleidsmatige kaders voor overheden die aandeelhouder zijn in een BV en NV.


Mr. H.P. Wiersema
Mr. H.P. Wiersema is advocaat in Amsterdam.
Artikel

De zaak Pringle en de eurocrisis: juridische paradoxen en constitutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2013
Trefwoorden eurocrisis, ESM, democratische legitimatie, rechterlijk activisme
Auteurs Mr. dr. A. van den Brink en Mr. J.W. van Rossem
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Pringle biedt een caleidoscopische blik op de constitutionele problematiek van de eurocrisis. Tegen de achtergrond van het ESM-Verdrag wordt in deze bijdrage aandacht besteed aan de dynamische wijze waarop Europa op dit moment zweeft tussen juridisering van de politiek en politisering van het recht. In dat verband staat ook een thema centraal dat niet direct door het Hof van Justitie in Pringle werd aangeroerd maar in de eurocrisis wel een grote rol speelt: het thema democratie.
    HvJ EU 27 november 2012, zaak C-370/12, Pringle, n.n.g.


Mr. dr. A. van den Brink
Mr. dr. A. van den Brink is verbonden aan het Europa Instituut, afdeling Staatsrecht en doet onderzoek binnen het nieuwe onderzoeksprogramma 'RENFORCE – Gedeelde Regulering en Handhaving in Europa' van deze universiteit.

Mr. J.W. van Rossem
Mr. J.W. van Rossem is verbonden aan het Europa Instituut, afdeling Bestuursrecht en doet onderzoek binnen het nieuwe onderzoeksprogramma 'RENFORCE – Gedeelde Regulering en Handhaving in Europa' van deze universiteit.
Artikel

De veranderende rol van nationale parlementen in de Europese Unie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2011
Trefwoorden nationale parlementen, Europese verdragen, gescheiden bestuurslagen, Economische en Monetaire Unie
Auteurs Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een historische schets gegeven van de positie die nationale parlementen hebben ingenomen in de opeenvolgende Europese verdragen, van het Verdrag van Rome (1957) tot en met dat van Lissabon (2009). Daarbij wordt duidelijk hoe groot de weerstand was en is tegen een rechtstreekse invloed van de nationale parlementen op het Europese besluitvormingsproces en welke institutionele principes aan dat verzet ten grondslag liggen. Recent hebben de pogingen van de Europese Unie (en in het bijzonder die van de landen van de eurozone) om grip te krijgen op de schuldencrisis geleid tot een discussie over de vraag of de steeds grotere bemoeienis vanuit Brussel met het begrotingsbeleid van de lidstaten de fundamentele bevoegdheden van de nationale parlementen niet uitholt. Mede in dat verband oppert de auteur ten slotte enkele ideeën voor een versterkte rol van de nationale parlementen bij de verdere vormgeving van de Economische en Monetaire Unie.


Drs. Th.J.A.M. de Bruijn
Drs. Th.J.A.M. de Bruijn is Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State. t.debruijn@raadvanstate.nl

J.G. Sijmons
Artikel

Omgevingsdiensten: kans of bedreiging?

Een geluid uit de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden package deal VROM-IPO-VNG, omgevingsdienst, regionale uitvoeringsorganisatie, RMD West-Brabant, gemeenschappelijke regeling, centrumgemeente-constructie
Auteurs Ir. J.H.J. Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Gemeenten en provincies moeten samen regionale uitvoeringsorganisaties opzetten (omgevingsdiensten) voor de uitvoering van vergunningverlening en toezicht bij complexe bedrijven, voor complexe handhaving en ketentoezicht. Regionale milieudiensten hebben aangetoond dat samenwerking in een gemeenschappelijke regeling heel succesvol kan zijn.Samenwerken biedt voordelen op het vlak van kwaliteit, continuïteit, onafhankelijkheid en efficiency. De kwaliteit van de dienstverlening kan verder toenemen als gemeenten en provincies de ondersteuning bij de uitvoering van milieutaken niet beperken tot vergunningverlening en toezicht.De regionale uitvoeringsorganisatie is primair een dienstverlener aan overheden. Dat stelt eisen aan de inrichting en organisatie van de omgevingsdiensten. Ervaringen van de regionale milieudiensten kunnen hierbij van grote waarde zijn.


Ir. J.H.J. Groot
Ir. J.H.J. (Jan) Groot is directeur van de Regionale Milieudienst West-Brabant (RMD) en bestuurslid van het Landelijk Overleg Regionale Milieudiensten (LORM). Hij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.