Zoekresultaat: 134 artikelen

x

    Het ontgrendelen van elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk staat nog steeds in de schijnwerpers van de rechtswetenschap en de rechtspraktijk. Uit de literatuur is een duidelijke meerderheidsopvatting te distilleren, namelijk dat de verdachte verplicht kan worden elektronische gegevensdragers met een biometrisch kenmerk te ontgrendelen, maar dat van een verplichting zijn wachtwoord af te staan geen sprake kan zijn. Verschillende nationale gerechten hebben dezelfde conclusie getrokken. Ondanks de duidelijke meerderheidsopvatting werd tegen een van de eerste uitspraken, een vonnis van de rechtbank Noord-Holland, cassatie in het belang van de wet ingesteld waarin advocaat-generaal Bleichrodt onlangs concludeerde. In deze bijdrage wordt de zojuist genoemde conclusie besproken, in het licht van de afwezigheid van een fundamentele bezinning op de normering van opsporingsbevoegdheden in de digitale wereld.


D.A.G. van Toor PhD LLM BSc
D.A.G. van Toor PhD LLM BSc is verbonden als universitair docent aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen en het Montaigne Centrum voor Rechtsstaat en Rechtspleging van de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Markt & marktfalen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2021
Auteurs Eric van Damme
Auteursinformatie

Eric van Damme
Prof. dr. E.E.C. van Damme is werkzaam bij het Departement Economie en TILEC van de Universiteit Tilburg.
Annotatie

Geen like voor Facebook uit Karlsruhe

Bundesgerichtshof 23 juni 2020, ECLI:DE:BGH:2020:230620BKVR69.19.0 (Facebook)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2021
Trefwoorden misbruik, machtspostitie, Facebook, Bundesgerichtshof, Bundeskartellamt
Auteurs Marianne Meijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 23 juni 2020 heeft het Duitse Bundesgerichtshof een uitspraak gewezen in een voorlopige voorzieningenprocedure tegen het Facebook-besluit van het Bundeskartellamt. Het Bundesgerichtshof heeft geen ernstige twijfels dat Facebook het Duitse mededingingsrecht schendt door persoonsgegevens over haar gebruikers te verwerken zonder hier toestemming voor te vragen. Deze noot bespreekt de analyse van het Bundesgerichtshof. Ook wordt er aandacht besteed aan de vraag of het gedrag van Facebook naar Europees of Nederlands mededingingsrecht eveneens verboden is.


Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is werkzaam als advocaat bij Scott+Scott te Amsterdam.
Artikel

EU Investor Protection Regulation and Liability for Investment Losses

Bespreking van de handelseditie van het proefschrift van mr. M.W. Wallinga

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden MiFID, MiFID II, doorwerking, zorgplicht, toezichtrecht
Auteurs Mr. F.R.H. van der Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    Een studie naar de doorwerking van publiekrechtelijke toezichtregelgeving in het nationale privaatrecht. Vanuit het perspectief van bescherming van particuliere beleggers vergelijkt Wallinga de implementatie van MiFID en MiFID II onder Nederlands, Duits en Engels recht en onderzoekt hij de mogelijkheid van civielrechtelijke afdwingbaarheid van toezichtregels.


Mr. F.R.H. van der Leeuw
Mr. F.R.H. van der Leeuw is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open The ECHR and Private Intercountry Adoptions in Germany and the Netherlands: Lessons Learned from Campanelli and Paradiso v. Italy

Tijdschrift Family & Law, januari 2021
Trefwoorden Private intercountry adoptions, surrogacy, ECHR, UNCRC, the best interests of the child
Auteurs dr. E.C. Loibl
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past half century, a market in adoptable children has emerged. The imbalance between the demand for and the supply of adoptable children, combined with the large sums of Western money, incite greedy actors in poor countries to illegally obtain children for adoption. This renders intercountry adoption conducive to abuses. Private adoptions are particularly prone to abusive and commercial practices. Yet, although they violate both international and national law, German and Dutch family courts commonly recognize them. They argue that removing the child from the illegal adopters would not be compatible with the rights and best interests of the individual child concerned. In 2017, the ECtHR rendered a ground-breaking judgement in Campanelli and Paradiso v. Italy. In this case, the Court dealt with the question as to whether removing a child from the care of an Italian couple that entered into a surrogacy agreement with a Russian clinic, given that surrogacy is illegal in Italy, violated Article 8 ECHR. Contrary to previous case law, in which the ECtHR placed a strong emphasis on the best interests of the individual child concerned, the Court attached more weight to the need to prevent disorder and crime by putting an end to the illegal situation created by the Italian couple and by discouraging others from bypassing national laws. The article argues that considering the shifting focus of the ECtHR on the prevention of unlawful conduct and, thus, on the best interests of children in general, the German and Dutch courts’ failure to properly balance the different interests at stake in a private international adoption by mainly focusing on the individual rights and interests of the children is difficult to maintain.

    ---

    In de afgelopen halve eeuw is er een markt voor adoptiekinderen ontstaan. De disbalans tussen de vraag naar en het aanbod van adoptiekinderen, in combinatie met grote sommen westers geld, zet hebzuchtige actoren in arme landen ertoe aan illegaal kinderen te verkrijgen voor adoptie. Dit maakt interlandelijke adoptie bevorderlijk voor misbruik. Particuliere adoptie is bijzonder vatbaar voor misbruik en commerciële praktijken. Ondanks het feit dat deze privé-adopties in strijd zijn met zowel internationaal als nationaal recht, worden ze door Duitse en Nederlandse familierechtbanken doorgaans wel erkend. Daartoe wordt aangevoerd dat het verwijderen van het kind van de illegale adoptanten niet verenigbaar is met de rechten en belangen van het individuele kind in kwestie. In 2017 heeft het EHRM een baanbrekende uitspraak gedaan in de zaak Campanelli en Paradiso t. Italië. In deze zaak behandelde het Hof de vraag of het verwijderen van een kind uit de zorg van een Italiaans echtpaar dat een draagmoederschapsovereenkomst met een Russische kliniek is aangegaan, in strijd is met artikel 8 EVRM, daarbij in ogenschouw genomen dat draagmoederschap in Italië illegaal is. In tegenstelling tot eerdere jurisprudentie, waarin het EHRM sterk de nadruk legde op de belangen van het individuele kind, hechtte het Hof meer gewicht aan de noodzaak om de openbare orde te bewaken en criminaliteit te voorkomen door een einde te maken aan de illegale situatie die door het Italiaanse echtpaar was gecreëerd door onder andere het omzeilen van nationale wetten. Het artikel stelt dat, gezien de verschuiving in de focus van het EHRM op het voorkomen van onwettig gedrag en dus op het belang van kinderen in het algemeen, de Duitse en Nederlandse rechtbanken, door met name te focussen op de individuele rechten en belangen van de kinderen, er niet in slagen om de verschillende belangen die op het spel staan ​​bij een particuliere internationale adoptie goed af te wegen.


dr. E.C. Loibl
Elvira Loibl is Assistant Professor Criminal Law and Criminology, Universiteit Maastricht.
Pending Cases

Case C-261/20, Other Forms of Free Movement

Thelen Technopark Berlin GmbH – v – MN, reference lodged by the Bundesgerichtshof (Germany) on 15 June 2020

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Other Forms of Free Movement

    Het Burgerlijke Procesrecht heeft zowel in Duitsland alsook in Nederland in de afgelopen decennia belangrijke wijzigingen ondergaan. Op een aantal punten kan een benadering worden vastgesteld. Maar er blijven ook kenmerkende verschillen. Deze bijdrage levert een korte schets van de Duitse civiele procedure in eerste aanleg en geeft daarbij ook aan waar met de Nederlandse procedure overeenkomsten zijn en waar nog steeds verschillen bestaan.


Eckhard Mehring
Mr. E.W. Mehring is Rechtsanwalt en advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Artikel

Territoriale leveringsbeperkingen tussen de Benelux-landen: werkt de interne markt voor iedereen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden territoriale leveringsbeperkingen, prijsverschillen, territorial supply constraints, detailprijzen, economische afhankelijkheid
Auteurs Christian Huveneers
SamenvattingAuteursinformatie

    Het uitgangspunt van deze bijdrage is de vaststelling van prijsverschillen tussen lidstaten van de Europese Unie, in het bijzonder de vaststelling van hogere detailprijzen in België dan in naburige landen. Het artikel hanteert het begrip ‘territoriale leveringsbeperkingen’ (territorial supply constraints) als één van de belangrijkste oorzaken van die prijsverschillen en hoe deze in mededingingszaken worden behandeld. Ook biedt de bijdrage een overzicht van de empirische economische literatuur over andere mogelijke economische oorzaken van prijsverschillen. Ten slotte worden andere juridische instrumenten (dan het mededingingsrecht in enge zin) ter beschikking van mededingingsautoriteiten en rechtbanken gehanteerd, in het bijzonder het begrip ‘economische afhankelijkheid’


Christian Huveneers
Dr. C. Huveneers is werkzaam als associate bij Oxera Brussel en assessor bij de Belgische Mededingingsautoriteit. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Over hulp bij zelfdoding

Enkele gedachten naar aanleiding van de recente uitspraak van het Bundesverfassungsgericht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden hulp bij zelfdoding, euthanasiewetgeving, BVerfG, zelfbeschikkingsrecht, voltooid leven
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft het Duitse constitutionele hof een baanbrekende uitspraak gedaan waarin een wettelijke bepaling die het verlenen van hulp bij zelfdoding aan banden legt, met een beroep op het zelfbeschikkingsrecht nietig wordt verklaard. Volgens het hof zijn de mogelijkheden voor de wetgever op dit gebied grenzen te stellen zeer beperkt. Naar aanleiding van de uitspraak wordt ingegaan op de rol van de rechter, het oprukkend zelfbeschikkingsrecht en de positie van hulp bij zelfdoding ten opzichte van euthanasie.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht, Amsterdam UMC/Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Poging middels voorwaardelijk opzet

Dient er in concreto sprake te zijn geweest van een aanmerkelijke kans?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden poging, uiterlijke verschijningsvorm, aanmerkelijke kans, opzet, objectieve derde
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke rol speelt de aanmerkelijke kans bij de vraag of er sprake is van een strafbare poging? De auteurs betogen dat voor de beantwoording van de vraag of een kans aanmerkelijk is aansluiting moet worden gezocht bij het perspectief van de objectieve derde die, direct voorafgaand aan het moment van handelen, meekijkt over de schouder van de dader en die alleen die feiten en omstandigheden kent die de dader kent. Bepalend is of deze objectieve, in de schoenen van de dader staande, derde op basis van die kennis zou oordelen dat de mogelijkheid dat het voorziene gevolg zal intreden reëel en niet onwaarschijnlijk is.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is jurist/assistent-boetefunctionaris bij de AFM.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden jurisprudentie, strafrecht, strafbare feiten, medisch beroepsgeheim, euthanasie
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis en mr. drs. L. Postma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek staan de belangrijkste ontwikkelingen van 31 augustus 2017 tot 1 november 2019 centraal. Ten eerste wordt aandacht besteed aan de gewijzigde strafbepalingen van de Wet BIG en het vervolg van de zaak tegen de Haagse borstendokter. Vervolgens wordt ingegaan op het medisch beroepsgeheim en vorderen van gegevens, fraude in de zorg, de strafrechtelijke vervolging van een zorginstelling, zedendelicten door hulpverleners en de strafbaarheid van afbreking van een zwangerschap door een huisarts. Voorts komen euthanasie en hulp bij zelfdoding aan bod. Ten slotte worden onder meer zaken besproken die betrekking hebben op dood door schuld, valsheid in geschrifte en het in hulpeloze toestand achterlaten van een hulpbehoevende.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. drs. L. Postma
Liselotte Postma is wetenschappelijk docent strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Article

Access_open Chambers for International Commercial Disputes in Germany: The State of Affairs

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Justizinitiative Frankfurt, Law Made in Germany, International Commercial Disputes, Forum Selling, English Language Proceedings
Auteurs Burkhard Hess en Timon Boerner
SamenvattingAuteursinformatie

    The prospect of attracting foreign commercial litigants to German courts in the wake of Brexit has led to a renaissance of English-language commercial litigation in Germany. Leading the way is the Frankfurt District Court, where – as part of the ‘Justizinitiative Frankfurt’ – a new specialised Chamber for International Commercial Disputes has been established. Frankfurt’s prominent position in the financial sector and its internationally oriented bar support this decision. Borrowing best practices from patent litigation and arbitration, the Chamber offers streamlined and litigant-focused proceedings, with English-language oral hearings, within the current legal framework of the German Code of Civil Procedure (ZPO).1xZivilprozessordnung (ZPO).
    However, to enable the complete litigation process – including the judgment – to proceed in English requires changes to the German Courts Constitution Act2xGerichtsverfassungsgesetz (GVG). (GVG). A legislative initiative in the Bundesrat aims to establish a suitable legal framework by abolishing the mandatory use of German as the language of proceedings. Whereas previous attempts at such comprehensive amendments achieved only limited success, support by several major federal states indicates that this time the proposal will succeed.
    With other English-language commercial court initiatives already established or planned in both other EU Member States and Germany, it is difficult to anticipate whether – and how soon – Frankfurt will succeed in attracting English-speaking foreign litigants. Finally, developments such as the 2018 Initiative for Expedited B2B Procedures of the European Parliament or the ELI–UNIDROIT project on Transnational Principles of Civil Procedure may also shape the long-term playing field.

Noten

  • 1 Zivilprozessordnung (ZPO).

  • 2 Gerichtsverfassungsgesetz (GVG).


Burkhard Hess
Burkhard Hess is the Executive Director of the Max Planck Institute Luxembourg for International, European and Regulatory Procedural Law (MPI Luxembourg).

Timon Boerner
Timon Boerner is a Research Fellow at the MPI Luxembourg.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak Europees recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden geneesmiddelen, hulpmiddelen, beroepskwalificaties, discriminatie, mededinging
Auteurs mr. N.A.D. Groot, mr. M.A.M. Verduijn en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) en het Gerecht van de Europese Unie (Gerecht EU) op het gebied van het gezondheidsrecht in de afgelopen twee jaar. De precieze kroniekperiode is 1 februari 2017 tot 1 april 2019.


mr. N.A.D. Groot
Nikee Groot is advocaat bij AKD te Brussel.

mr. M.A.M. Verduijn
Margriet Verduijn is advocaat bij Pels Rijcken te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD te Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.

    Op 7 februari 2019 heeft de Duitse kartelwaakhond Bundeskartellamt (BKa) het langverwachte besluit bekendgemaakt waarin het vaststelt dat Facebook misbruik maakt van haar dominante marktpositie door op websites van derden gebruikersdata te verzamelen en te verwerken en in strijd handelt met dataprotectiewetgeving. Volgens het BKa geven gebruikers hier geen expliciete toestemming voor of wordt hun geen ‘opt-out’ geboden. Dat geldt ook voor de toestemming voor commercieel gebruik van persoonsgegevens, die door Facebook wordt afgedwongen van haar gebruikers. Het BKa legt Facebook daarom verplichtingen op om dit gedrag binnen twaalf maanden te beëindigen en haar gebruiksvoorwaarden aan te passen. De zaak is een novum, omdat het de eerste keer is dat een mededingingsautoriteit het misbruikverbod handhaaft op grond van overtreding van de dataprotectieregels. In deze bijdrage gaan de auteurs in op het Facebook-besluit, een aantal controversiële standpunten die het BKa inneemt en hoe de zaak past in het bredere debat over mededingingstoezicht in digitale markten.


Pauline Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Janneke Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Annelot Kuiper
Mr. A.C.A. Kuiper is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Toerekening van kennis aan rechtspersonen

Bespreking van het proefschrift van mr. B.M. Katan

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2019
Trefwoorden kennistoerekening, rechtspersoon
Auteurs Mr. J.B.M.M. Wuisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift van Katan is vooral voor de praktijkjurist een goede gids om een beeld te krijgen van de vragen die spelen bij het toerekenen van kennis aan een rechtspersoon, en om tot een beantwoording van die vragen te komen.


Mr. J.B.M.M. Wuisman
Mr. J.B.M.M. Wuisman is voormalig advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Annotatie

Het Hof van Justitie oordeelt over de reikwijdte van de Europese standstillverplichting

HvJ EU 31 mei 2018, zaak C-633/16, ECLI:EU:C:2018:371 (Ernst & Young P/S)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2018
Trefwoorden standstill, concentratiecontrole, concentratie, gun-jumping, Hof van Justitie
Auteurs Stijn de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt in de zaak Ernst & Young P/S over de reikwijdte van de Europese standstillverplichting. Stijn de Jong annoteert dit arrest en geeft enkele praktische handvatten.


Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Of/Of: de alternatieve kwalificatie

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden strafprocesrecht, modernisering van strafvordering, alternatieve kwalificatie, kwalificatiebeslissing, samengestelde tenlasteleggingen
Auteurs Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het conceptwetsvoorstel voor Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (de berechting) wordt het voorstel gedaan om een alternatieve kwalificatie mogelijk te maken. In deze bijdrage wordt, na een uiteenzetting van het geldende recht en de wijziging die het voorstel daarin moet aanbrengen, onderzocht of in de praktijk behoefte bestaat aan de mogelijkheid tot alternatieve kwalificatie. Die behoefte lijkt beperkt te zijn, en zich vooral voor te doen in de context van het gedifferentieerde stelsel van vermogensdelicten en deelnemingsvormen. Deze bijdrage werpt daarom de vraag op of het probleem, en bijgevolg de oplossing daarvan, niet eerder gelegen zijn in het materiële recht dan het strafprocesrecht. Op basis daarvan, alsmede op basis van een korte bespreking van mogelijke bezwaren tegen de alternatieve kwalificatie, wordt de stelling betrokken dat het voorstel nadere doordenking en onderbouwing behoeft.


Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen
Mr. dr. J.G.H. Altena-Davidsen is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Selectieve distributieovereenkomsten: het luxepaardje van de onlineverkoper?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden selectieve distributieovereenkomsten, Coty, onlinemarktplaatsen, luxeproduct
Auteurs Elske Raedts en Felix Roscam Abbing
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt getoetst of er door de Coty-uitspraak van het Hof van Justitie een verandering is ontstaan in de toelaatbaarheid van bepaalde verboden binnen selectieve distributieovereenkomsten. Hierbij worden met name de Metro-criteria en bestaande rechtspraak (zoals Pierre Fabre en L’Oréal) vergeleken met de Coty-uitspraak en recente nationale rechtspraak in arresten zoals Asics en Nike. Uiteindelijk wordt geconcludeerd dat recente rechtspraak op een aantal vlakken duidelijkheid heeft gebracht, maar dat er nog steeds onduidelijkheden bestaan over de vragen of vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een totaalverbod op verkoop via onlinemarktplaatsen toelaatbaar kan zijn en wanneer een product als luxeproduct kwalificeert.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Felix Roscam Abbing
Mr. F.A. Roscam Abbing is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Mededinging

Coty: beperking verkoop via internetplatforms mag

Het Hof van Justitie corrigeert Pierre Fabre maar had krachtiger leiding kunnen geven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Auteurs Mr. G. Oosterhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage betreft de prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie in het geschil tussen Coty Germany GmbH (Coty) en Parfümerie Akzente GmbH (Akzente).1x HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91 (hierna: Coty). Het Hof van Justitie oordeelt dat een selectief distributiestelsel verenigbaar kan zijn met het Europese mededingingsrecht indien het is vormgegeven om het luxe-imago van de betreffende producten te beschermen. In dat kader kan ook een verbod aan distributeurs om luxeproducten via platforms van derden te verkopen toegestaan zijn en vormt een dergelijk platformverbod geen hardcore beperking als bedoeld in Verordening (EU) nr. 330/2010. De uitspraak corrigeert Pierre Fabre maar geeft minder krachtig leiding dan had gekund.
    HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91

Noten

  • 1 HvJ 6 december 2017, zaak C-230/16, Coty Germany GmbH/Parfümerie Akzente GmbH, ECLI:EU:C:2017:91 (hierna: Coty).


Mr. G. Oosterhuis
Mr. G. (Gerrit) Oosterhuis is advocaat bij Houthoff te Brussel.
Artikel

De tegenstrijdigbelangregeling(en) in het enquêterecht

De Intergamma- en Staphorst-beschikkingen nader bekeken

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden bestuurders, commissarissen, enquêterecht, redelijkheid en billijkheid, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M.C. Hoeba
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft het afgelopen jaar meerdere noemenswaardige beschikkingen gewezen waarbij het tegenstrijdig belang centraal stond. In het enquêterecht lijkt de Ondernemingskamer nu naast de wettelijke tegenstrijdigbelangregeling ook de norm van artikel 2:8 BW mee te pakken. Dit zorgt voor de nodige onduidelijkheid in de (rechts)praktijk. De auteur onderzoekt het concept van het tegenstrijdig belang in het enquêterecht aan de hand van de laatste ontwikkelingen.


Mr. M.C. Hoeba
Mr. M.C. Hoeba is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 134 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.