Zoekresultaat: 30 artikelen

x

    Het Burgerlijke Procesrecht heeft zowel in Duitsland alsook in Nederland in de afgelopen decennia belangrijke wijzigingen ondergaan. Op een aantal punten kan een benadering worden vastgesteld. Maar er blijven ook kenmerkende verschillen. Deze bijdrage levert een korte schets van de Duitse civiele procedure in eerste aanleg en geeft daarbij ook aan waar met de Nederlandse procedure overeenkomsten zijn en waar nog steeds verschillen bestaan.


Eckhard Mehring
Mr. E.W. Mehring is Rechtsanwalt en advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Artikel

Herstelbeslissingen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Modernisering Wetboek van Strafvordering, Herstelbeslissingen door lagere rechter en Hoge Raad, Verbeteren en aanvullen van rechterlijke beslissingen na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting, Gesloten stelsel en concentratie van rechtsmiddelen, Herstelbeslissingen door de Hoge Raad
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De voorstellen tot modernisering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering betreffen onder meer nieuwe bepalingen aangaande herstelbeslissingen door de strafrechter na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting. De voorstellen codificeren voor een groot gedeelte de reeds tot ontwikkeling gekomen jurisprudentie. Nieuw is het gemarkeerde onderscheid tussen het aanbrengen van verbeteringen en het aanvullen van de rechterlijke beslissing. Dit onderscheid werkt door in de uitwerking wat betreft de procedurele bevoegdheden van de bij het strafproces betrokken partijen: de strafrechter, de Officier van Justitie, de verdachte, de benadeelde partij en in het voorkomende geval de (voogd van de) minderjarige. De voorgestelde nieuwe regeling roept vragen op met betrekking tot de beginselen van concentratie en geslotenheid van rechtsmiddelen. Tevens vraagt de regeling voor de aanvulling nadere bezinning: tot welk moment is aanvulling toegelaten met het oog op het aanweneden van rechtsmiddelen? De vraag is gerechtvaardigd of de regeling zoals voorgesteld niet nog eens kritisch moet worden bezien. In het hierna volgende artikel wordt die vraag bevestigend beantwoord.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. (Rijnhard) Haentjens was vicepresident van het Gerechtshof Amsterdam en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Buitenlandse aandeelhouders en houders van American Depository Receipts in Nederlandse uitkoopprocedures: rechtsmacht en noodzaak tot dagvaarden

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2019
Trefwoorden internationale rechtsmacht, artikel 24 lid 2 EEX-Vo (herschikking), uitkoop minderheidsaandeelhouders
Auteurs Mr. O.J.W. Schotel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer heeft in het eindarrest inzake de uitkoopprocedure Gemalto bepaald dat zij exclusieve internationale rechtsmacht heeft bij uitkoopprocedures naar Nederlands recht op grond van artikel 24 lid 2 EEX-Vo (herschikking). Verder wordt verduidelijkt dat als er bewilligde certificaten zijn uitgegeven een uitkoper alleen de aandeelhouder die de certificaten heeft uitgegeven, hoeft te dagvaarden en de uitkoopvordering niet (ook) tegen de certificaathouders hoeft in te stellen.


Mr. O.J.W. Schotel
Mr. O.J.W. Schotel is advocaat bij Stibbe te Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Big data: vatbaar voor (faillissements)beslag?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden big data, beslag, verhaalsbeslag, faillissement
Auteurs Mr. F.S.M. Ruitinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Big data lijkt waarde te vertegenwoordigen en dat maakt deze data een interessant object voor een (faillissements)beslag. Gelet op het onstoffelijke karakter van data brengt dit ook de nodige vragen met zich. In dit artikel wordt de mogelijkheid tot het leggen van beslag en faillissementsbeslag op data onderzocht en worden de gevolgen van een (faillissements)beslag op data verkend.


Mr. F.S.M. Ruitinga
Mr. F.S.M. Ruitinga is wetenschappelijk docent bij Erasmus School of Law.
Artikel

Derde wetsvoorstel voor personenvennootschappen: modernisering nu echt in zicht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden personenvennootschappen, wetsvoorstel, ondernemingsrecht, modernisering, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. M.F.E. de Waard-Preller en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 februari 2019 is het wetsvoorstel ter modernisering van de personenvennootschappen met een nieuwe titel 13 voor Boek 7 BW ter consultatie voorgelegd. In deze bijdrage bespreken de auteurs de hoofdlijnen van het consultatievoorstel en een aantal voor hen opvallende thema’s. Waar relevant maken zij hierbij een vergelijking met het huidige recht en het voorstel van de Werkgroep Personenvennootschappen.


Mr. M.F.E. de Waard-Preller
Mr. M.F.E. de Waard-Preller is notaris en Partner Corporate M&A bij NautaDutilh, Rotterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh, Amsterdam.
Artikel

Procesfinanciering door derden: een oplossing of een probleem?

Verslag van de najaarsvergadering 2016 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens advocaat te Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jurisprudentie

Het Nederlandse collectieve actierecht (echt) op Europese leest geschoeid

HR 19 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1687, NJ 2015/438 (Abvakabo/Stichting Amsta)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Stakingsrecht, Collectieve actie, Enerco, Amsta, Gezichtspunten
Auteurs Mr. R. Hansma
Auteursinformatie

Mr. R. Hansma
Mr. R. Hansma is docent Sociaal recht en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Beginselen van procesrecht en de hoogste rechter: mag, moet en gaat de Hoge Raad ooit in dialoog met het EHRM?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden procesrecht, dialoog tussen rechterlijke instanties, zestiende protocol bij het EVRM
Auteurs Prof. mr. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het procesrecht kent diverse instrumenten om de dialoog tussen rechterlijke instanties te bevorderen. De dialoog tussen nationale rechters enerzijds en HvJ EU en EHRM anderzijds is onder meer van belang voor effectieve grondrechtenbescherming in Nederland. Met het zestiende protocol bij het EVRM kan, als het voor Nederland in werking treedt, naar verwachting de dialoog tussen rechters in Nederland en het EHRM verder worden ontwikkeld.


Prof. mr. G. de Groot
Prof. mr. G. de Groot is raadsheer in de Hoge Raad tevens bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Cessie als instrument ter afwikkeling van massaschadezaken: in strijd met de openbare orde en goede zeden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden collectief verhaal, cessie, openbare orde en goede zeden, proceskostenrisico, proceskostenzekerheid
Auteurs Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Landgericht Düsseldorf heeft onlangs in een kartelschadezaak een halt toegeroepen aan de cessie ter bundeling van massaschadeclaims. In het licht van enkele vergelijkbare, nog lopende procedures in Nederland en tegen de achtergrond van de nationale en Europese ontwikkelingen op het gebied van collectief verhaal staat de auteur stil bij de vraag of de Nederlandse rechter tot eenzelfde conclusie zou komen als de Duitse rechter.


Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovenda aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Het semi-dwingendrechtelijke karakter van de klantenvergoeding bij het einde van de agentuurovereenkomst nader belicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden handelsagent, agentuurovereenkomst, klantenvergoeding, goodwillvergoeding, dwingendrechtelijk
Auteurs Mr. ir. M.J. Sturm
SamenvattingAuteursinformatie

    De regeling van de klantenvergoeding ex art. 7:442 BW is semidwingendrechtelijk van karakter. De mogelijkheden om via het internationaal privaatrecht de regeling te omzeilen zijn beperkt, terwijl ook anderszins die mogelijkheden lijken te ontbreken.


Mr. ir. M.J. Sturm
Mr. ir. M.J. Sturm is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Article (without peer review)

Access_open Nut en noodzaak van een algemene codificatie van bestuursrecht

Tijdschrift Netherlands Administrative Law Library, februari 2014
Auteurs Rolf Ortlep, Willemien den Ouden, Ymre dr. Schuurmans Ph.D. e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article on the usefulness of a general codification of administrative law forms the closing contribution of a NALL-special. In this special, various authors have reflected on the successfulness of a broad codification process in 1998, which introduced rules on the notification of decisions, policy rules, subsidies, enforcement and supervision of administrative authorities in the Dutch General Administrative Law Act (GALA). The editors asked the contributors whether the objectives of the rules introduced were met and how the rules turned out to function in practice. In this overarching article, the NALL-editors reflect on the general lessons to be learned for the GALA-legislator. In these lessons they also take into consideration the initiatives for a law of administrative procedure of the European Union.


Rolf Ortlep
Rolf Ortlep (UU), Willemien den Ouden en Ymre Schuurmans (beide UL), Albertjan Tollenaar en Gerrit van der Veen (beiden RUG) en Johan Wolswinkel (VU) vormen de NALL redactie. Zij bedanken redactiesecretaris Alke Metselaar (UL), zonder wie deze bijdrage en special niet in de huidige vorm zou hebben kunnen verschijnen.

Willemien den Ouden
NALL redactie

Ymre dr. Schuurmans Ph.D.
NALL redactie

Albertjan Tollenaar
NALL redactie

Gerrit van der Veen
NALL redactie

Johan Wolswinkel
NALL redactie
Artikel

De verstekprocedure getoetst: een empirisch onderzoek naar de verstekprocedure in het licht van het KEI-programma

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2014
Trefwoorden verstekprocedure, incassovordering, betalingsbevelprocedure, KEI-programma, empirisch onderzoek
Auteurs Prof. mr. X.E. Kramer, Mr. I. Tillema en Mr. dr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    Een groot deel van de civiele vonnissen eindigt in een verstekvonnis. Het fungeren van de verstekprocedure als algemene incassoprocedure is bekritiseerd. Zo heeft de commissie-Asser-Groen-Vranken voor de invoering van een nationale betalingsbevelprocedure gepleit. In het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) wordt ervoor gekozen geen betalingsbevelprocedure in te voeren. De vraag is of het KEI-programma op dit punt de juiste keuzes maakt en wat mogelijke implicaties hiervan zijn. In deze bijdrage worden de belangrijkste bevindingen van uitgevoerd empirisch onderzoek naar de verstekprocedure gepresenteerd en in het licht hiervan de in het conceptwetsvoorstel gemaakte keuzes becommentarieerd.


Prof. mr. X.E. Kramer
Prof. mr. X.E. Kramer is als hoogleraar verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is als promovenda verbonden aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. M.L. Tuil
Mr. dr. M.L. Tuil is als universitair docent verbonden aan de Erasmus School of Law.

    Sinds de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 heeft men herhaaldelijk getracht de gronden voor echtscheiding te verruimen. Hoewel deze gronden uiteindelijk pas verruimd werden in 1971, werd de tot die tijd bestaande situatie, waarbij echtscheiding slechts op vier gronden mogelijk was en echtscheiding met wederzijds goedvinden verboden was, als onwenselijk beschouwd. Dit gevoelen werd nog sterker na het arrest van de Hoge Raad uit 1883, de zogenaamde 'Groote Leugen'. Teneinde een einde te maken aan deze 'Groote Leugen' en in een poging het Nederlandse echtscheidingsrecht meer in lijn te brengen met het Duitse recht, heeft de Nederlandse secretaris-generaal voor Justitie, J.J. Schrieke, tussen 1942 en 1944 twee wijzigingsvoorstellen voorgelegd aan de Duitse autoriteiten welke destijds Nederland bezet hielden. Dit artikel analyseert beide wijzigingsvoorstellen en probeert een antwoord te geven op de vraag in hoeverre deze voorstellen het resultaat waren van een mogelijke invloed van het Nationaal Socialisme.
    ---
    Since the introduction of the Civil Code in 1838 one has repeatedly tried to extend the grounds for divorce. Although the grounds for divorce were not extended before 1971, the then existing situation, with only four grounds for divorce and a prohibition of divorce with mutual consent, was considered undesirable This sentiment became even stronger after the judgment of the Dutch Supreme Court of 1883, which became known as the 'Big Lie'. In order to stop this 'Big Lie' and in an attempt to bring Dutch divorce law more in line with German divorce law, the Dutch secretary-general of Justice, J.J. Schrieke, has presented the German authorities, which then occupied the Netherlands, with two draft revisions between 1942 and 1944. This article analyses both drafts and tries to answer the question to what extent these drafts were the result of a possible influence of National Socialism. This article is a summary of a part of the most important conclusions of the dissertation of the author, titled: 'National Socialist Family Law. The influence of National Socialism on marriage and divorce law in Germany and the Netherlands' defended at Maastricht University on 8 November 2012. A commercial edition of the dissertation is forthcoming.


Dr. Mariken Lenaerts LL.M., Ph.D.
Mariken Lenaerts obtained her doctorate at Maastricht University.
Artikel

Kartelschade in Nederland, een eerste aanzet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden privaatrechtelijk handhaving, passing-on, voordeelverrekening, schadevergoeding, artikel 101 VwEU
Auteurs Mr. B. Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak in eerste aanleg in de zaak TenneT/ABB geeft er een beeld van hoe in Nederland in rechte met kartelclaims wordt omgegaan. De Rechtbank Oost-Nederland komt tot interessante conclusies over de aansprakelijkheid van entiteiten behorend tot het concern van een kartelovertreder en de mogelijkheid van een zogenoemd passing-on verweer. De uitspraak lijkt voor kartelovertreders niet gunstig.
    Rb. Oost-Nederland 16 januari 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:BZ0403


Mr. B. Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen (onderwerp: civiele handhaving van het mededingingsrecht en het clementiebeleid).
Artikel

De openbaarheid van de civiele procedure

Mag het een onsje meer zijn?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Openbaarheid, Achter gesloten deuren, inzage in vonnissen, inzage in processtukken, recht op privéleven
Auteurs Mr. R.R. Verkerk en Mr. R.A. Woutering
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de grondslagen van het beginsel van openbaarheid en de beperkingen die daaraan kunnen en mogen worden gesteld. Hoewel openbaarheid van de procedure in de Grondwet en artikel 6 EVRM is voorgeschreven, is zij immers niet absoluut. Indien sprake is van een botsing met andere fundamentele rechten, zoals het recht op een privéleven, is maatwerk geboden. De auteurs bepleiten dat op enkele punten meer openheid van zaken gewenst is.


Mr. R.R. Verkerk
Mr. R.R. Verkerk is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. R.A. Woutering
Mr. R.A. Woutering is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Het managen van mediation en rechtspraak

Een Europees-Chinese gedachtewisseling

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2012
Trefwoorden court management, cultural differences, pressure to settle
Auteurs Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Following an overview of the historical place of mediation in China, this contribution summarizes the outcomes of a Euro-Chinese symposium held in Beijing on 1 and 2 September 2012, focused on mediation as a case management tool for the courts. In China, mediation appears to be on the rise again since a few years, reconquering its traditional predominant place in China, after a decade of increased litigation during the period of rapid economic growth. The pressure on Chinese courts to make the parties settle raises some questions however about how to assess whether private mediation or public litigation is indicated, and by which evidence-based standards.


Rob Jagtenberg
Dr. Rob Jagtenberg is onder meer verbonden aan de Erasmus Universiteit en publiceerde veelvuldig over zowel mediation als over de rechtsontwikkeling in China, onder meer in opdracht van de Europese Commissie en de Wereldbank.

    This publication discusses all aspects of causal connection between damages and unlawful governmental decisions.


Laura Di Bella
: Laura Di Bella is als PhD. fellow verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden. Zij doet onderzoek naar de bijzondere positie van de overheid in het onrechtmatigedaadsrecht.

    This article examines the Belgian legislation aimed at safeguarding the confidential nature of mediation. It takes the perspective of all actors involved in the mediation process: the parties to the dispute, the mediator and experts or witnesses who participate in the mediation.


Ken Andries
Ken Andries is redactielid van TMD.
Artikel

De innoverende functie van het consumentenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, consumentenrecht, gemeenschappelijke markt, innovatie, paradigma
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2012 zal het consumentenrecht vijftig jaar bestaan. In die halve eeuw heeft het consumentenrecht innoverend gewerkt: bij de verwezenlijking van de gemeenschappelijke Europese markt, bij de ontwikkeling van een nieuw paradigma in het contractenrecht, bij de uitholling van de nulla poena-regel, als bruggenhoofd naar samenwerking met andere disciplines en als bron van nieuwe technieken zoals bedenktijd, informatieverplichting, small claims courts en collectieve actie.


Prof. mr. E.H. Hondius
Prof. mr. E.H. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Toont 1 - 20 van 30 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.