Zoekresultaat: 11 artikelen

x
Vrij verkeer

Beperkingen van het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden in de lidstaten van de EU: Uit het oog, maar niet uit het hart?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden EU-burgerschap, Burgerschapsrichtlijn, voldoende middelen eis, uitzettingsmogelijkheden, gezinshereniging
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en H.H.C. Kroeze LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht van vrij verkeer en verblijf van EU-burgers en hun familieleden in de EU wordt geregeld door de Burgerschapsrichtlijn. Dit recht is echter niet absoluut en kan worden geweigerd of ingetrokken wanneer een EU-burger onvoldoende inkomsten heeft om voor zichzelf en voor zijn familie te zorgen. Familieleden die geen EU-nationaliteit bezitten, hebben een recht om te verblijven in een gastlidstaat, wanneer zij hun familielid, die EU-burger is, begeleiden of zich bij deze EU-burger voegen. In de twee zaken die in dit artikel centraal staan, worden deze twee voorwaarden voor het verblijfsrecht van EU-burgers en hun familieleden door het Hof van Justitie nader uitgelegd.
    HvJ 2 oktober 2019, zaak C-93/18, ECLI:EU:C:2019:809 (Ermira Bajratari/Secretary of State for the Home Department)
    HvJ 10 september 2019, zaak. C-94/18, ECLI:EU:C:2019:692 (Nalini Chenchooliah/Minister for Justice and Equality)


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is onderzoeker bij the Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) en the Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE) van de Universiteit Utrecht.

H.H.C. Kroeze LLM
H.H.C. (Hester) Kroeze LLM is promovenda Europees recht aan de Universiteit Gent, Ghent European Law Institute.
Covid-19

Access_open Social distancing voor lidstaten: grenscontroles en vrij verkeer in tijden van covid-19

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden Schengen, vrij verkeer personen, EU burgerschap, covid-19, binnengrenzen, Europees Recht
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken en Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
SamenvattingAuteursinformatie

    De razendsnelle verspreiding van covid-19 binnen de EU leidde ertoe dat lidstaten afzonderlijk een groot aantal maatregelen namen om de verspreiding van het virus in te dammen. Deze vormden een belangrijke beperking van het vrij reizen binnen de EU, als ook van de mogelijkheden om van buiten Europa in te reizen. In deze bijdrage verkennen wij het (ontbreken van een) juridisch kader op EU-niveau voor de herinvoering van controles aan de binnengrenzen en het verbieden van niet-essentiële reizen op grond van de volksgezondheid.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is Universitair Docent Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Prof. dr. mr. J.J. Rijpma
Dr. J.J. (Jorrit) Rijpma is hoogleraar Europees Recht, Europa Instituut, Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Annotatie Lang

Oproep aan de EU-wetgever: definieer nou die openbareordebegrippen

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2020
Auteurs Mr. Jim Waasdorp
Auteursinformatie

Mr. Jim Waasdorp
Mr. J.R.K.A.M. Waasdorp is rechter in opleiding in de Rechtbank Den Haag en buitenpromovendus bij de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De gevaarlijke asielzoeker en het Unierecht

Gevaarzetting als grond voor uitsluiting van internationale bescherming

Tijdschrift Crimmigratie & Recht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Europees recht, openbare orde, asiel
Auteurs Mr. Hans van Oort
SamenvattingAuteursinformatie

    The dangerous asylum seeker easily captures the public's attention. Policies increasingly focus on strong repercussions for asylum seekers who cause disturbances or can be considered dangerous. This article distinguishes between categories of asylum seekers based on the kind of disturbance or danger they cause in the view of the general public. It is argued that EU law provides a strong basis for denying or withdrawing the residence rights of asylum seekers based on public order considerations. In practice however, it seems difficult to meet the threshold of the public order criteria developed by the Court of Justice.


Mr. Hans van Oort
Mr. J.C.M. van Oort is advocaat bij Kroes Advocaten Immigration Lawyers.
Vrij verkeer

Een overwinning voor vrijverkeersrechten van regenboogfamilies in Europa: het langverwachte Coman-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden vrij verkeer van Unieburgers, artikel 21 VWEU, koppels van hetzelfde geslacht, Burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG, recht op familieleven (art. 7 Handvest)
Auteurs H.H.C. Kroeze LL.M. en B. Safradin LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In Coman heeft het Hof van Justitie voor het eerst uitspraak gedaan over het recht op gezinshereniging van een EU-burger met zijn partner van hetzelfde geslacht op basis van de Burgerschapsrichtlijn (Richtlijn 2004/38/EG). De vraag van de verwijzende Roemeense rechter heeft betrekking op de kwestie of een derdelander die gehuwd is met een EU-burger van hetzelfde geslacht als ‘echtgenoot’ van een Unieburger in de zin van het EU-recht aangemerkt kan en moet worden. Het Hof van Justitie beantwoordt die vraag bevestigend. Het arrest Coman is een overwinning voor de LHBTI-gemeenschap, omdat het Hof van Justitie met dit arrest lidstaten verplicht de burgerlijke staat van getrouwde homoseksuele koppels te erkennen voor wat betreft de uitoefening van de vrijverkeersrechten. Deze annotatie bespreekt zowel de implicaties als de beperkingen van het arrest. Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk hoe ver de gelijke behandeling van koppels van hetzelfde geslacht strekt en of zij via het EU-recht ook toegang kunnen krijgen tot andere rechten die aan het huwelijk gekoppeld zijn, zoals socialezekerheidsrechten. Daarnaast legt het arrest de kwestie van omgekeerde discriminatie opnieuw bloot.
    HvJ 5 juni 2018, zaak C-676/16, Relu Adrian Coman e.a./Inspectoratul General pentru Imigrari, Ministerul Afacerilor Interne, ECLI:EU:C:2018:385.


H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent.

B. Safradin LL.M.
B. (Barbara) Safradin LL.M. is junior onderzoeker verbonden aan het ETHOS-project en docente Europees recht aan de Universiteit van Utrecht.
Artikel

Detentie van asielzoekers, de spoedige terugkeer van illegale vreemdelingen, en de openbare orde: het arrest J.N.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Bewaring van asielzoekers, Opvangrichtlijn, Terugkeerrichtlijn, illegaal verblijvende derdelanders, openbare orde
Auteurs Mr. G. Cornelisse
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt het arrest J.N. van het Hof van Justitie besproken. In het artikel wordt beargumenteerd dat het arrest spanningen blootlegt tussen het EHRM en het Unierecht als het gaat om de voorwaarden voor een rechtmatige bewaring van asielzoekers. Verder gaat het artikel in op de manier waarop het Hof van Justitie het Unierecht op het gebied van illegale migratie afbakent ten opzichte van het acquis op het gebied van het asielrecht. Ook wordt aandacht besteed aan de wijze waarop het Hof van Justitie het Unierechtelijke openbare-ordebegrip gebruikt om de uitoefening van nationale bevoegdheden op het gebied van het immigratierecht juridisch te toetsen en aldus controleerbaar te maken
    HvJ 15 februari 2016, zaak C-601/15 PPU, J.N./Staatssecretaris van Justitie, ECLI:EU:C:2016:84


Mr. G. Cornelisse
Mr. G. (Galina) Cornelisse is universitair docent Transnational Legal Studies aan de Vrije Universiteit.
Artikel

‘Le temps détruit tout’?

Het dienstenverkeer binnen de EU-Turkije Associatie na de uitspraak van het Hof van Justitie in Demirkan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Turks Associatieverdrag, Vrij verkeer van diensten, Passievedienstenverkeer, Visumplicht, Vrij verkeer van personen
Auteurs Dr. Th. A.J.A. Vandamme
SamenvattingAuteursinformatie

    Kunnen Turkse onderdanen zonder visum afreizen naar Duitsland teneinde daar (misschien) diensten te gaan ontvangen als ze dat ook konden in vroegere tijden toen het Duitse recht op dit punt hen welgevallig was? In de onderhavige zaak werd het Hof van Justitie geconfronteerd met deze vraag waarbij de standstill-clausules uit het EU-Turkije Associatieregime centraal staan. Hebben deze clausules betrekking niet alleen betrekking op het verlenen maar ook op het ontvangen van diensten?HvJ EU 24 september 2013, zaak C-221/11, Leyla Demirkan/Bundesrepublik Deutschland, n.n.g.


Dr. Th. A.J.A. Vandamme
Dr. Th. A.J.A. (Thomas) Vandamme is docent/onderzoeker bij het Amsterdam Center for European Law and Governance, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Woonplaatsvereisten en export van studiefinanciering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2013
Trefwoorden vrij verkeer unieburgers, Europees Burgerschap, Studiefinanciering (export van), Woonplaatsvereisten, 3-uit-6-eis
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Prinz en Seeberger spreekt het Hof van Justitie zich (opnieuw) uit over de vraag of een woonplaatseis als voorwaarde voor een recht op export van studiefinanciering, verenigbaar is met de verdragsbepalingen over het vrij verkeer van EU-burgers (art. 20 en 21 VWEU). De twee betrokkenen, Duitse onderdanen, wilden in Nederland respectievelijk Spanje gaan studeren met Duitse studiefinanciering. Zij voldeden echter niet aan de in het Duitse recht vastgelegde zogenoemde driejaarregel: recht op Duitse studiefinanciering voor een volledige hogeronderwijsstudie in een andere EU-lidstaat bestaat alleen indien betrokkene direct voorafgaand aan die buitenlandse studie minstens drie jaar in Duitsland heeft gewoond. Volgens Prinz en Seeberger vormt deze driejaarregel een niet te rechtvaardigen beperking van het recht van Unieburgers op vrij verkeer en verblijf. Na een korte schets van de feitelijke en juridische achtergronden van de zaak wordt het arrest van het Hof van Justitie thematisch besproken, in welke thema’s het commentaar van de auteur is verwerkt, en vervolgens wordt afgesloten met de gevolgen van het arrest voor Nederland.
    HvJ EU 18 juli 2013, gevoegde zaken C-523/11 en C-585/11, Laurence Prinz/Land Hannover respectievelijk Philipp Seeberger/Studentenwerk Heidelberg, n.n.g.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. R.H. (Ronald) van Ooik is als universitair hoofddocent verbonden aan de UvA, Leerstoelgroep Europees recht en Amsterdam Centre for European Law and Governance.
Artikel

De kosten van studentenmobiliteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2012
Trefwoorden studiefinanciering, meeneembaarheid, vrij verkeer van werknemers, woonplaatsvereiste
Auteurs Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest van het Hof van Justitie van Justitie inzake de Nederlandse verblijfsvoorwaarde in de regeling voor meeneembare studiefinanciering heeft tot teleurstelling bij het kabinet geleid. Hoewel het Hof van Justitie erkent dat bevordering van de mobiliteit van studenten die een band met Nederland hebben een legitiem doel is dat een beperking op het recht van vrij verkeer van werknemers zou kunnen rechtvaardigen is het vooral de exclusiviteit van de verblijfsvoorwaarde, en de geringe motivering van de noodzaak hiervan, waar het Hof van Justitie over valt. De uitspraak laat de mogelijkheid alternatieve voorwaarden aan meeneembare studiefinanciering te koppelen.


Prof. dr. A.A.M. Schrauwen
Prof. dr. Annette Schrauwen is als hoogleraar Europese integratie, in het bijzonder recht en geschiedenis van het burgerschap, verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Zelfstandig verblijfsrecht van schoolgaande kinderen van werknemers en hun verzorgers: ontbreken van bestaansmiddelen niet relevant

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrij verkeer van personen, voorwaarden verblijfsrecht, artikel 12 Verordening (EG) nr. 1612/68, voldoende bestaansmiddelen en ziektekostenverzekering, verzorger schoolgaand kind in gastlidstaat
Auteurs Dr. A. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Baumbast en R 1x HvJ EG 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast en R, Jur. 2002, p. I-7091. heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) reeds bepaald dat kinderen van migrerende werknemers het recht hebben om in de gastlidstaat hun opleiding te voltooien en daarbij begeleid mogen worden door de persoon die daadwerkelijk voor hun verzorging instaat. In de zaken Ibrahim en Teixeira, die beide op 23 februari 2010 werden gewezen, bevestigt het Hof van Justitie dit recht expliciet en geeft het aan dat de financiële voorwaarden die de burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG stelt aan economisch niet actieve burgers niet gelden voor verzorgers van schoolgaande kinderen.2x Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, Pb. EU 2004, L 158/77. Bovendien maakt het Hof van Justitie duidelijk dat het afgeleide verblijfsrecht voor verzorgers onder omstandigheden kan blijven voortbestaan indien het kind meerderjarig is. Het Hof van Justitie kent daarmee een bijzonder belang toe aan de rechtspositie van kinderen die onderwijs volgen en hun daadwerkelijke verzorgers, waardoor zij worden bevoorrecht ten opzichte van andere familieleden van voormalige werknemers en Unieburgers.

Noten

  • 1 HvJ EG 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast en R, Jur. 2002, p. I-7091.

  • 2 Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, Pb. EU 2004, L 158/77.


Dr. A. Schrauwen
Dr. A. Schrauwen is als universitair hoofddocent verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht

De stand van zaken na het arrest Kücückdeveci

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden uitsluitende directe werking, Kücükdeveci, Handvest van de Grondrechten
Auteurs Dr. H. de Waele en Mr. I. Kieft
SamenvattingAuteursinformatie

    Kücükdeveci is een mijlpaalarrest. Het verruimt de mogelijkheden voor richtlijnen om ‘horizontale effecten’ te sorteren, en voegt zo een belangrijk nieuw hoofdstuk toe aan een klassiek hoofdpijndossier. In geschillen tussen particulieren lijkt er voortaan vaker dan voorheen, over de band van de zogenoemde ‘uitsluitende directe werking’ van Europese regels, een beroep op bepalingen uit richtlijnen te kunnen worden gedaan. Daarbij wordt eerdere jurisprudentie over de doorwerking van algemene beginselen van EU-recht uitgebreid. Het arrest leidt echter tevens tot vervagende grenzen tussen de Europeesrechtelijke kernleerstukken. Verder dreigt het gevaarlijke spanningen op te roepen, zowel tussen rechters als tussen lidstaten, onder meer door een (potentieel) brisante passage over het Handvest van de Grondrechten. Al met al vormt het oordeel een ware Fundgrube voor verdere wetenschappelijke theorievorming; daarnaast reikt het advocaten en magistraten een aantal praktische handvatten voor de toekomst aan.


Dr. H. de Waele
Dr. H. de Waele is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. I. Kieft
Mr. I. Kieft is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.