Zoekresultaat: 26 artikelen

x
Artikel

EU Bank Resolution Framework. A Comparative Study on the Relation with National Private Law

Bespreking van het proefschrift van mr. L.G.A. Janssen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2021
Trefwoorden resolutiekader, privaatrecht, coherentie, harmonisatie, crediteuren
Auteurs Mr. dr. M.L. Louisse-Read
SamenvattingAuteursinformatie

    De regulering van privaatrechtelijke onderwerpen is grotendeels in handen van de nationale wetgevers van de Europese lidstaten. Als gevolg daarvan moet het Europese resolutiekader worden geïnterpreteerd en toegepast op een wijze die consistent is met het nationale privaatrecht.


Mr. dr. M.L. Louisse-Read
Mr. dr. M.L. Louisse-Read is senior jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. te Amsterdam en fellow bij het Instituut voor Financieel Recht van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Article

Access_open The Common Law Remedy of Habeas Corpus Through the Prism of a Twelve-Point Construct

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2021
Trefwoorden Habeas corpus, common law, detainee, Consitution, liberty
Auteurs Chuks Okpaluba en Anthony Nwafor
SamenvattingAuteursinformatie

    Long before the coming of the Bill of Rights in written Constitutions, the common law has had the greatest regard for the personal liberty of the individual. In order to safeguard that liberty, the remedy of habeas corpus was always available to persons deprived of their liberty unlawfully. This ancient writ has been incorporated into the modern Constitution as a fundamental right and enforceable as other rights protected by virtue of their entrenchment in those Constitutions. This article aims to bring together the various understanding of habeas corpus at common law and the principles governing the writ in common law jurisdictions. The discussion is approached through a twelve-point construct thus providing a brief conspectus of the subject matter, such that one could have a better understanding of the subject as applied in most common law jurisdictions.


Chuks Okpaluba
Chuks Okpaluba, LLB LLM (London), PhD (West Indies), is a Research Fellow at the Free State Centre for Human Rights, University of the Free State, South Africa. Email: okpaluba@mweb.co.za.

Anthony Nwafor
Anthony O. Nwafor, LLB, LLM, (Nigeria), PhD (UniJos), BL, is Professor at the School of Law, University of Venda, South Africa. Email: Anthony.Nwafor@univen.ac.za.
Artikel

Niet-preferent concurrent, ofwel lager in rang maar niet achtergesteld

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2020
Trefwoorden preferent-concurrent, non-preferred senior, senior non-preferred, BRRD, MREL
Auteurs Mr. W.J. Horsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een wijziging van een Europese richtlijn kent ons recht sinds eind 2018 voor banken een bijzondere categorie concurrente schulden, aangeduid als ‘niet-preferente concurrente’ schuld. Dit betreft een (sub)categorie concurrente schulden, die in faillissement na gewone concurrente (dan ‘preferent-concurrente’) schulden wordt betaald zonder als ‘achtergesteld’ te worden aangemerkt.


Mr. W.J. Horsten
Mr. W.J. Horsten is advocaat bij Linklaters in Amsterdam.
Article

Access_open Correcting Wrongful Convictions in France

Has the Act of 2014 Opened the Door to Revision?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Final criminal conviction, revision procedure, grounds for revision, preparatory investigative measures, Cour de révision et de réexamen
Auteurs Katrien Verhesschen en Cyrille Fijnaut
SamenvattingAuteursinformatie

    The French ‘Code de procédure pénale’ provides the possibility to revise final criminal convictions. The Act of 2014 reformed the procedure for revision and introduced some important novelties. The first is that it reduced the different possible grounds for revision to one ground, which it intended to broaden. The remaining ground for revision is the existence of a new fact or an element unknown to the court at the time of the initial proceedings, of such a nature as to establish the convicted person’s innocence or to give rise to doubt about his guilt. The legislature intended judges to no longer require ‘serious doubt’. However, experts question whether judges will comply with this intention of the legislature. The second is the introduction of the possibility for the applicant to ask the public prosecutor to carry out the investigative measures that seem necessary to bring to light a new fact or an unknown element before filing a request for revision. The third is that the Act of 2014 created the ‘Cour de révision et de réexamen’, which is composed of eighteen judges of the different chambers of the ‘Cour de cassation’. This ‘Cour de révision et de réexamen’ is divided into a ‘commission d’instruction’, which acts as a filter and examines the admissibility of the requests for revision, and a ‘formation de jugement’, which decides on the substance of the requests. Practice will have to show whether these novelties indeed improved the accessibility of the revision procedure.


Katrien Verhesschen
Katrien Verhesschen is PhD candidate and teaching assistant at the Institute of Criminal Law KU Leuven.

Cyrille Fijnaut
Cyrille Fijnaut is Emeritus Professor of Criminal Law & Criminology at Erasmus University Rotterdam, KU Leuven and Tilburg University.
Article

Access_open Basel IV Postponed: A Chance to Regulate Shadow Banking?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Basel Accords, EU Law, shadow banking, financial stability, prudential regulation
Auteurs Katarzyna Parchimowicz en Ross Spence
SamenvattingAuteursinformatie

    In the aftermath of the 2007 global financial crisis, regulators have agreed a substantial tightening of prudential regulation for banks operating in the traditional banking sector (TBS). The TBS is stringently regulated under the Basel Accords to moderate financial stability and to minimise risk to government and taxpayers. While prudential regulation is important from a financial stability perspective, the flipside is that the Basel Accords only apply to the TBS, they do not regulate the shadow banking sector (SBS). While it is not disputed that the SBS provides numerous benefits given the net credit growth of the economy since the global financial crisis has come from the SBS rather than traditional banking channels, the SBS also poses many risks. Therefore, the fact that the SBS is not subject to prudential regulation is a cause of serious systemic concern. The introduction of Basel IV, which compliments Basel III, seeks to complete the Basel framework on prudential banking regulation. On the example of this set of standards and its potential negative consequences for the TBS, this paper aims to visualise the incentives for TBS institutions to move some of their activities into the SBS, and thus stress the need for more comprehensive regulation of the SBS. Current coronavirus crisis forced Basel Committee to postpone implementation of the Basel IV rules – this could be perceived as a chance to complete the financial regulatory framework and address the SBS as well.


Katarzyna Parchimowicz
Katarzyna Parchimowicz, LLM. Finance (Frankfurt), is PhD candidate at the University of Wrocław, Poland, and Young Researcher at the European Banking Institute, Frankfurt, Germany.

Ross Spence
Ross Spence, EURO-CEFG, is PhD Fellow at Leiden University Law School, and Young Researcher at the European Banking Institute and Research Associate at the Amsterdam Centre for Law and Economics.
Artikel

Integriteitstoezicht op aanbieders van cryptodiensten

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2020
Trefwoorden DNB, cryptodiensten, wisseldiensten, custodian wallets, crypto’s
Auteurs Margot Aelen en Hugo Prince
SamenvattingAuteursinformatie

    In Nederland is de herziene vierde anti-witwasrichtlijn (AMLD5) geïmplementeerd in onder andere de Wet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft). De herzieningen zijn per 21 mei 2020 van kracht geworden. Een van de belangrijkste wijzigingen die in de Wwft is doorgevoerd betreft de uitbreiding van de reikwijdte van de wet naar twee typen aanbieders van cryptodiensten, te weten aanbieders van wisseldiensten voor het wisselen tussen crypto’s en fiat geld en aanbieders van custodian wallets. De Nederlandse Bank (DNB) is toezichthouder op deze nieuwe aanbieders en heeft er daarmee een nieuwe taak bij.


Margot Aelen
Mr. dr. M. Aelen is werkzaam bij De Nederlandsche Bank in het toezicht.

Hugo Prince
Drs. D.H. Prince is werkzaam bij De Nederlandsche Bank in het toezicht.
Artikel

Contractuele verrekening bij faillissement: de Hoge Raad gooit de remmen los

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2020
Trefwoorden wederkerigheid, multilateraal, hoofdelijkheid, regresvordering, fixatiebeginsel
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 15 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1789 (Crienen/Bontrup), heeft de Hoge Raad beslist dat het wederkerigheidsvereiste van art. 53 Fw niet van dwingend recht is en dat een multilaterale verrekeningsafspraak ook aan een faillissementscurator kan worden tegengeworpen. In dit artikel wordt dit arrest kritisch besproken.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht te Leiden en Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

(On)zekerheden bij het financieren van het product-als-dienstmodel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2020
Trefwoorden zekerheden, circulaire economie, product-als-dienstmodel, natrekking, financiering
Auteurs Mr. dr. C.H.A. van Oostrum
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondernemingen die ondernemen conform de uitgangpunten van de circulaire economie ervaren moeilijkheden bij het aantrekken van vreemd vermogen. Dit komt omdat hun innovatieve verdienmodellen voor kredietverstrekkers onzekerheden bevatten. Deze onzekerheden komen ook tot uitdrukking bij het op waarde schatten van de geboden zekerheden. Deze problematiek speelt met name bij circulaire ondernemingen met een product-als-dienstmodel. De problematiek komt voort uit het gegeven dat deze ondernemingen het product-als-dienstmodel toepassen op producten die een lage waarde vertegenwoordigen of die vatbaar zijn voor natrekking. Dit in tegenstelling tot ondernemingen met een traditionele toepassing van het product-als-dienstmodel zoals auto­lea‍semaatschappijen. In dit artikel bespreekt de auteur onzekerheden die een rol spelen bij het bieden van zekerheid voor de financiering van het product-als-dienstmodel zoals dat wordt toegepast door circulaire ondernemingen. Ook wordt ingegaan op mogelijke oplossingen die zijn aangedragen in de literatuur en de praktijk.


Mr. dr. C.H.A. van Oostrum
Mr. dr. C.H.A. (Chris) van Oostrum is als docent/onderzoeker verbonden aan de Hogeschool Inholland.
Artikel

Eurocommerce – aanscherping van de strenge verrekeningsregels voor banken

Belang van het peilmoment en de gevolgen voor het betalingsverkeer en de kredietverlening

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2019
Trefwoorden verrekening, bankrekening, insolventie, pandrecht
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Eurocommerce-arrest heeft de Hoge Raad de strenge verrekeningsregels voor banken aangescherpt. Niet alleen mag een bank niet verrekenen met de betalingen die binnenkomen na het peilmoment, verhaal krachtens een pandrecht op deze betalingen is eveneens uitgesloten. Dit heeft gevolgen voor de kredietverlening en het betalingsverkeer. De vraag waar het peilmoment precies ligt, wordt van cruciaal belang.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Securitisatieverordening van kracht!

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2019
Trefwoorden securitisatie, STS, cessie, CRR, toetsingsvermogen
Auteurs Mr. M. Kuilman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds 1 januari 2019 is een raamwerk voor simple, transparant and standardised (STS) securitisaties van kracht. In deze bijdrage wordt een aantal vermogensrechtelijke en prudentiële gevolgen van een securitisatie besproken en de impact van het nieuwe raamwerk. Daarbij wordt gekeken naar de richtsnoeren en de toelichting van de EBA.


Mr. M. Kuilman
Mr. M. Kuilman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank N.V. op de divisie juridische zaken.
Casus

Access_open Ontwikkelingen in de regelgeving omtrent beloningen

Streng, strenger, strengst?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2019
Trefwoorden beloning, beloningsbeleid, bonuscap, Wbfo, Wet beheerst beloningsbeleid financiële ondernemingen
Auteurs Mr. E.S. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    Ruim vier jaar geleden trad de Wet beloningsbeleid financiële ondernemingen (Wbfo) in werking, waarmee een breed pakket aan beloningsregels is geïntroduceerd voor alle financiële ondernemingen. In 2018 is de Wbfo geëvalueerd met voorgenomen wijzigingen tot gevolg. Daarnaast is vanuit politieke hoek een aantal voorstellen tot aanscherpingen gedaan als reactie op maatschappelijke ontwikkelingen. Dit artikel biedt een overzicht van deze ontwikkelingen. De uitkomsten van de evaluatie bieden geen concrete aanknopingspunten voor de recente voorstellen over vaste beloning en ook schort het vaak aan deugdelijke onderbouwing van de noodzaak van de voorgestelde regels. De nieuwe regels met betrekking tot de niet-cao-uitzondering op de bonuscap en met betrekking tot proportionaliteit brengen daarentegen duidelijkheid voor marktpartijen en zijn daarom vanuit juridisch perspectief toe te juichen.


Mr. E.S. Sijmons
Mr. E.S. (Eleonore) Sijmons is advocaat bij Finnius te Amsterdam. Hiervoor was zij werkzaam bij De Nederlandsche Bank N.V.
Artikel

Access_open Initiële marge en segregatie van zekerheden. Gelukkig gescheiden?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden EMIR, initial margin, vermogensscheiding, onderpand, bewaarneming
Auteurs Mr. K.J.C. Bader en Mr. D.J. Wickering
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanwege de naderende vierde en vijfde fase van de initiëlemargeverplichting voor niet-geclearde otc-derivaten onder EMIR wordt in deze bijdrage stilgestaan bij de vermogensrechtelijke overwegingen ten aanzien van deze verplichting. Het regelgevend kader wordt hierin geschetst, alsmede enige praktische overwegingen ten aanzien van de verplichte vermogensscheiding.


Mr. K.J.C. Bader
Mr. K.J.C. Bader is werkzaam als bedrijfsjurist bij een Nederlandse financiële instelling te Amsterdam.

Mr. D.J. Wickering
Mr. D.J. Wickering is werkzaam als bedrijfsjurist bij een buitenlandse financiële instelling te Amsterdam.
Artikel

Van saldocompensatie naar saldoconcentratie?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden cash pooling, saldocompensatie, saldoconcentratie, CRR, kapitaalvereisten
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat de vraag centraal wat de (nieuwe) regels van de CRR inzake de berekening van de solvabiliteitseisen voor het kredietrisico, de leverage ratio en de liquidity coverage ratio betekenen voor het product saldocompensatie. Is dit product nog levensvatbaar of zijn de banken genoodzaakt om in plaats daarvan saldoconcentratie aan hun cliënten aan te bieden?


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar financieel recht aan de Universiteit Leiden en Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Access_open Klimaatrisico’s, aansprakelijkheden en enkele toezichtrechtelijke aspecten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2018
Trefwoorden klimaatverandering, aansprakelijkheid, klimaatrisico’s, De Nederlandsche Bank
Auteurs Mr. W. Kloosterman en Mr. M. Kuilman
SamenvattingAuteursinformatie

    De gevolgen van klimaatverandering worden ook in Nederland steeds meer zichtbaar. Deze bijdrage gaat in op de (mogelijke) claimrisico’s en aansprakelijkheden voor financiële ondernemingen als het gevolg van klimaatverandering, overige verschijningsvormen van klimaatrisico’s en de vraag of de prudentiële toezichthouder klimaatrisico’s in het toezicht kan betrekken.


Mr. W. Kloosterman
Mr. W. Kloosterman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.

Mr. M. Kuilman
mr. M. Kuilman is werkzaam bij De Nederlandsche Bank.
Artikel

Wetgeving door een belastingplan, een goed idee?

Over de btw-problematiek bij uitwinning door de pandhouder ná art. 42d Iw 1990 en Roeffen q.q./Ontvanger en wetgeving als overvalstechniek

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden belastingplan, pandrecht, btw, financieren
Auteurs Mr. R. van den Bosch en Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft de wetgever tweemaal in het nadeel van de pandgever ingegrepen in de bestaande rangorde tussen pandgever en fiscus. Dit heeft consequenties voor de financiering van ondernemingen. De auteurs wijzen op de economische implicaties van deze maatregelen en adviseren de wetgever dergelijke ingrepen slechts weloverwogen te doen.


Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.

Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is juridisch adviseur bij ING te Amsterdam.
Artikel

Controlevereiste bij FZO’s: beschikken door de pandgever niet (langer) geoorloofd?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden financiëlezekerheidsovereenkomst (FZO), controlevereiste, gebruiksrecht pandgever, beschikken pandgever
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 november 2016 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie een belangrijk arrest gewezen over de betekenis van het controlevereiste bij FZO’s. Onderzocht wordt of de huidige Nederlandse praktijk op dit punt zich verdraagt met de uitspraak van het Hof, en zo nee, wat daarvan de consequenties zijn.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden en advocaat te Amsterdam.
Praktijk

Hof van Justitie oordeelt over mandaat van ECB inzake monetair beleid

Onafhankelijkheid van de ECB gewaarborgd?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ECB, mandaat, monetair beleid, onafhankelijkheid, kwantitatieve verruiming (QE)
Auteurs Mr. M.L. Louisse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 juni 2015 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen beantwoord van het Bundesverfassungsgericht over de verenigbaarheid van het Outright Monetary Transactions-programma (OMT-programma) met het Europese recht, en meer in het bijzonder met het mandaat van de Europese Centrale Bank (ECB). Dit OMT-programma is vergelijkbaar met het programma van kwantitatieve verruiming (QE), waarmee de ECB in maart 2015 is gestart. Dit artikel gaat in op het arrest van het Hof van Justitie, de mogelijke aanknopingspunten die dit arrest biedt voor de beantwoording van de vraag of de ECB met het QE-programma binnen haar mandaat blijft, en de mogelijke gevolgen die dit arrest heeft voor de onafhankelijkheid van de ECB.


Mr. M.L. Louisse
Mr. M.L. Louisse is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Zekere zekerheid

Het belang van zekere zekerheid voor de financiering van het bedrijfsleven

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden goederenrechtelijke zekerheidsrechten, kapitaal, banken, leningen, proefprocedures
Auteurs Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem en Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Goederenrechtelijke zekerheidsrechten bepalen (mede) het kapitaal dat banken moeten aanhouden ten opzichte van de leningen die zij verstrekken. Onzekerheid over de hardheid, houdbaarheid, en uitwinbaarheid van die rechten is kostbaar. Een bank is er dus veel aan gelegen daarover duidelijkheid te krijgen, via proefprocedures die in deze bijdrage worden beschreven.


Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem
Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem is juridisch adviseur ING, hoogleraar onderneming en financiering aan de Radboud Universiteit Nijmegen, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland.

Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is bedrijfsjurist bij ING.
Artikel

Pfandbriefe, covered bonds of gedekte obligaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden covered bond, gedekte obligatie, Pfandbrief, UCITS
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Covered bonds ofwel gedekte obligaties ofwel Pfandbriefe zijn belangrijke financieringsinstrumenten voor banken. In Nederland is per 1 januari 2015 een nieuwe wettelijke regeling voor gedekte obligaties ingevoerd. De auteur beschrijft het fenomeen covered bonds en de nieuwe wettelijke regeling.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Het csqn-verband in het financiële aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2014
Trefwoorden causaal verband, prospectusaansprakelijkheid, effectenlease, zorgplicht, massaschade
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft voor massaschadegevallen als prospectusaansprakelijkheid en effectenlease het uitgangspunt van de aanwezigheid van het csqn-verband geformuleerd. In individuele geschillen bestaat geen behoefte om te werken met dat ‘uitgangspunt’, maar is wel sprake van een wisselwerking tussen de eisen die aan de zorgplicht worden gesteld en het aannemen van csqn-verband.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en redacteur van MvV.
Toont 1 - 20 van 26 gevonden teksten
« 1
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.